Duurzaam en succesvol ondernemen in de visketen

Nederland is nauw verbonden met vis. Vis betekent niet alleen voedsel, maar ook handel. Met die handel in haring, kabeljauw, walvistraan en later ook zalm werd de basis gelegd voor de Nederlandse welvaart. Het belang van de visserij kun je terugzien op schilderen uit de 17e eeuw. Daar zie je vele drukke vismarkten of zeegezichten met een zwaar wolkendek boven worstelende vissersbootjes in de branding. In die tijd werkten er naar schatting 450.000 mensen in de haringvisserij en -verwerking. Ondernemen in de visserij is een groot deel van de Nederlandse geschiedenis.

Zeegezicht met twee vissersschuiten en een roeibootje uit 1910. Het schip rechts ligt voor anker. — Willem Bastiaan Tholen 1910, Rijksmuseum

Meer invloed

Het ondernemen in de visserij is in de loop van de tijd enorm verandert. We beschikken nu over nieuwe technieken en grotere schepen en kunnen steeds beter vis kunnen vangen dan vroeger. Daardoor is de druk die de visserij op visbestanden en ander zeeleven kan hebben wel steeds groter geworden.

Als je meer invloed hebt op een gezamenlijk gedeelde natuurlijke hulpbron, zoals vis, dan betekent dit dat je een toenemende verantwoordelijkheid hebt voor die hulpbron. Een manier om dit te doen is door als sector, of als ondernemer, duurzaam te ondernemen. In deze lesmodule verkennen we wat dat is en hoe je dat als visserijondernemer kunt doen.

1 Duurzaamheid

Duurzaam betekent letterlijk lang durend of geschikt om lang te duren. Een huis van steen is duurzaam omdat het in principe lang zal blijven staan en volgende generaties er ook in kunnen wonen. Tegenwoordig spreken we vaak over duurzame landbouw, duurzame visserij of duurzaam ondernemen. Daar bedoelen we hetzelfde mee: vormen van landbouw, visserij en ondernemen die ook in de toekomst nog bestaan en die de aarde niet uitputten. Wereldwijd wordt er aandacht besteed aan duurzaamheid.

Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen

Zo heeft de Verenigde Naties (VN) in 2015 17 Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen opgesteld. In datzelfde jaar was er de Klimaattop in Parijs. Deze Klimaattop werd georganiseerd door de VN. Daar is een klimaatakkoord ondertekend door 195 landen. Doel van dit akkoord is om in 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 40% verminderd te hebben in vergelijking met 1990. Het uiteindelijke doel is om de klimaatverandering van de aarde tegen te gaan. Dit akkoord is ook door de 28 EU-landen is ondertekend.

De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s – Sustainable Development Goals) zijn een reeks doelstellingen voor toekomstige internationale ontwikkeling. Ze zijn opgesteld door de Verenigde Naties en worden gepromoot als de Wereldwijde doelstellingen voor duurzame ontwikkeling. Zij vervangen de Millenniumdoelstellingen die eind 2015 zijn vervallen. De SGD’s zullen van 2015 tot 2030 van kracht zijn. Er zijn 17 doelstellingen en 169 specifieke doelen voor die doelstellingen. — Verenigde Naties

Duurzaamheid vanuit de visserij

Veel vissers willen graag dat hun kinderen en kleinkinderen later ook nog kunnen vissen. Duurzame visserij betekent dat vissers van nu daar rekening mee houden. Vissers kunnen door hun manier van vissen vandaag de dag voor de zee en hun eigen bedrijf zorgen. Dat kunnen ze op zo’n manier doen dat hun kinderen en kleinkinderen in de toekomst ook nog van de zee kunnen genieten. En dat ook zij in de visserij kunnen werken en er een boterham in kunnen verdienen.

1.1 Een evenwicht van mens, planeet en winst

Als je jouw bedrijf op een goede manier wilt leiden. En als je dat bedrijf dan op een goede manier wilt achterlaten voor bijvoorbeeld je kinderen. Dan is het belangrijk om goed na te denken over wat dat in de praktijk betekent. Wat moet je doen? Dat is lastig, want er bestaat geen standaard gebruiksaanwijzing voor elk type bedrijf voor duurzaamheid. Als je duurzaam wilt werken, houd je rekening met wat er in de wereld om je heen gebeurt. De wereld en de maatschappij veranderen steeds, dus duurzaamheid heeft geen duidelijk eindpunt. Duurzaam werken is een manier van ondernemen, je continu aanpassen en inspelen op veranderingen. Het is onderdeel van het nadenken over je bedrijf.

Duurzaamheid betekent niet voor iedereen hetzelfde.

Veel mensen praten er over, maar vaak bedoelen ze net iets anders. Shell bedoelt bijvoorbeeld met duurzame energie het zo zuinig mogelijk gebruiken van de olievoorraden in de wereld. Energiebedrijf Eneco vindt olie misschien helemaal niet duurzaam, maar wil graag andere vormen van energie gaan gebruiken, zoals windenergie, zonne-energie en biobrandstoffen. Misschien hebben ze allebei wel gelijk, het is maar net van welke kant je het bekijkt.

Definitie van duurzaamheid

Er zijn meerdere definities voor duurzaamheid. De meest gebruikte definitie luidt:

In het Brundtland-rapport ‘Our common future’ wordt een verbinding gelegd tussen economische groei, milieuvraagstukken en armoede- en ontwikkelingsproblematiek.

Balans tussen People, Planet & Profit.

Belangrijk bij duurzame visserij zijn de woorden ‘verantwoord’ en ‘zorg’. Duurzaam vissen is verantwoord ondernemen, met zorg voor je bedrijf, zorg voor de aarde en de zee, zorg voor de vissers zelf en zorg voor de mensen waarmee we samenleven. Vaak hebben we het dan over aandacht voor de drie P’s – People, Planet en Profit (Mens, Planeet en Winst).

People

De People P staat voor mensen. Het gaat over goede werkomstandigheden, een veilige werkomgeving en goede arbeidsvoorwaarden voor de ondernemers en werknemers in de sector. Daarnaast gaat het ook over de visserijcultuur en traditie. De P van People staat ook voor mensen buiten de sector, voor de samenleving of maatschappij die de vis koopt en eet.

De P van People (mens). — ProSea

Zorg voor People betekent daarom veilig werken en netjes omgaan met je collega’s. Maar daarbij ook zorgen voor voldoende draagvlak voor de visserij onder de samenleving. Op de Noordzee wordt er streng gecontroleerd op het hebben van de juiste papieren aan boord en het in acht nemen van rusttijden vanuit veiligheid voor vissers en hun omgeving. In veel andere delen van de wereld blijkt dat dit nog lang niet altijd het geval is. In landen als Thailand en Korea is er regelmatig sprake van slavernij in de visserij. Zie ook de documentaire Ghost Fleet die begin 2020 door NPO werd uitgezonden: https://www.2doc.nl/nieuws/artikelen/artikelen/2020/slaafvrije-vis.html

Planet

De Planet P staat voor natuur en milieu. Het gaat over het behoud van de natuur, over planten, vissen en andere dieren in zee. Verder gaat het ook over de kwaliteit van het milieu en over het verminderen van milieuproblemen. Vaak wordt gesproken over ‘biodiversiteit’. Biodiversiteit kun je vertalen als het aantal soorten dieren en planten in een bepaald gebied. Al die soorten staan met elkaar in verbinding en zijn met elkaar in een soort evenwicht.

De P van Planet (planeet). — ProSea

Biodiversiteit wordt vaak gebruikt als graadmeter voor kwaliteit van het milieu. Zo wordt het gebruikt in de nieuwe EU-biodiversiteitsstrategie (‘de natuur terug in ons leven brengen’). Deze nieuwe Green Deal is begin 2020 door de Europese Commissie gelanceerd. Meer informatie vind je hier: https://ec.europa.eu/info/strategy/priorities-2019-2024/european-green-deal/actions-being-taken-eu/eu-biodiversity-strategy-2030_nl

Green Deal

In de Green Deal wordt gesproken dat 30% van de zee (Europese wateren) gesloten wordt om de natuur te herstellen. Dit betekent voor de visserij dat er naast Natura-2000 dus nog meer gebieden aangewezen zullen worden waar niet of slechts beperkt gevist mag worden. Volgens de beleidsmakers achter dit Green Deal plan, moeten op land en zee juist die plekken beschermd worden waar veel verschillende kwetsbare dier- en plantensoorten leven.

Rekening houden met de natuur

Zorg voor Planet betekent rekening houden met de gevolgen van jouw activiteiten voor de natuur, het gezond houden van de zee en visbestanden, het niet onnodig gebruiken van grondstoffen en het voorkomen van milieuproblemen. Denk bijvoorbeeld aan verstandig beheer van visbestanden en het verminderen van afval in zee.

Voor dit laatste heeft de visserij het initiatief ‘Fishing for litter‘ gestart. Hierbij helpen aangesloten kotters om opgevist afval uit zee aan land te brengen. Vaak kan afval weer hergebruikt worden voor nieuwe producten. Zo kunnen oude visnetten verwerkt worden tot bijvoorbeeld sokken of tot een fietsbrug, zoals deze in Wageningen. Meer informatie over Fishing for Litter vind je hier: http://www.kimonederlandbelgie.org/visserij-voor-een-schone-zee-2/.

Profit

De Profit P staat voor geld. Een gezond bedrijf heeft een goede balans tussen kosten (uitgaven) en inkomsten (verdiende geld). Zorg voor Profit betekent het maken van voldoende winst om het voortbestaan van je bedrijf te kunnen garanderen.

De P van Profit (winst). — ProSea

Voldoende winst helpt ook om te kunnen investeren in het bedrijf. Bijvoorbeeld wanneer er iets stuk is, of de scheepsmotor of het casco onderhoud nodig heeft. Maar ook bijvoorbeeld om te moderniseren voor de toekomst. En niet onbelangrijk om alle rekeningen te kunnen betalen naast de rente en aflossing van de lening bij de bank.

Samenvattend

Duurzaamheid betekent zorgvuldig vissen en rekening houden met de drie P’s: People, Planet en Profit. In een duurzaam bedrijf zijn de drie P’s met elkaar in balans. Aan elke P wordt aandacht besteed en elke P scoort in ieder geval een voldoende.

In duurzaamheid gaat het om zoeken naar de balans tussen de 3 P’s. Dat is het punt waar ze elkaar alle 3 overlappen. — ProSea

Wat kun je er als visser mee?

De vraag is dan: “Hoe hou je in jouw bedrijf rekening met zowel de visser, de maatschappij, de natuur, als economische aspecten?”. Dat is niet altijd makkelijk. Soms lijkt duurzaamheid namelijk gewoon geld of tijd te kosten, bijvoorbeeld als je gaat investeren in een keurmerk, meedoet met een project om zwerfvuil te verminderen of extra aandacht besteed aan veiligheid aan boord. Dan lijkt het of de P’s niet met elkaar in balans zijn.

Toch kunnen de P’s voor het voortbestaan van jouw bedrijf van groot belang zijn en het je later wel winst opleveren. Je komt bijvoorbeeld positief in het nieuws, of je kunt beter samenwerken met anderen die hetzelfde willen doen. Daarmee is het dan toch belangrijk om te doen. Niet omdat het nu direct geld oplevert, maar omdat het zorgt voor succes in de toekomst.

License to produce

Ook de maatschappelijke verantwoording en het imago van een voedsel producerende sector (zoals de visserij en landbouw) worden steeds belangrijker voor de kopers van je product en de uiteindelijke consument die jouw vis thuis of buitenshuis eet. Door de vele informatie via keurmerken, de media en NGO’s (o.a. natuurorganisaties) worden supermarkten en consumenten steeds kritischer over wat ze wel en niet verantwoorde voedselproducten vinden om te kopen. Daarmee worden specifieke duurzaamheidseisen (bijvoorbeeld met het MSC- of ASC-label) eerder de standaard dan de uitzondering om aan grote supermarkten of multinationals te mogen leveren.

De invloed van de maatschappij

Met een Engelse kreet wordt dit ook wel de ‘License to Produce‘ genoemd. De maatschappij geeft jou de licentie om producten te produceren (vis te vangen) en dat vervolgens te verkopen. Maar als de maatschappij het niet eens is met de manier waarop je dat doet, kunnen ze die licentie intrekken. Bijvoorbeeld door je product niet te (ver)kopen of alleen te (ver)kopen als je aan hun eisen voldoet.
Als visser heb je er dan ook belang bij om na te denken over wat de maatschappij wilt.

Specifieke duurzaamheidseisen, zoals het MSC of ASC keurmerk, worden steeds vaker de standaard dan de uitzondering om aan supermarkten te mogen leveren. — ASC & MSC

Voorbeeld

Er zijn ook voorbeelden waarbij alle drie de P’s direct voordeel hebben. Een voorbeeld uit de kottervisserij is bijvoorbeeld het vissen met een minder zwaar tuig. Hierdoor bespaar je brandstofkosten (Profit), heb je een mooier product dat beter verkoop,  wordt het werken met het tuig minder zwaar voor de bemanning (People) en ontzie je de natuur meer (Planet). Zie hieronder voor een illustratie.

ProSea

1.2 Het ontstaan van het begrip duurzaamheid

Het begrip duurzaamheid bestaat nog niet zo lang. Het is in 1987 bedacht door de Verenigde Naties. Daarvoor hadden we het vooral over natuur, milieu en milieuproblemen, zoals zure regen en het sterven van planten, dieren en mensen door het gebruik van chemische stoffen. Voor 1987 waren People en Profit nog niet in beeld.

Milieuproblemen ontstaan vaak ‘per ongeluk’

Milieuproblemen ontstaan meestal niet expres. Niemand rijdt auto om zure regen te maken en mensen laten geen afval achter opdat dieren het opeten en daaraan sterven. We krijgen milieuproblemen zoals zure regen er gratis bij als we in onze auto rijden. Soms weten we niet eens welke gevolgen onze acties hebben. Het achterlaten van afval op straat of in zee heeft vaak grotere gevolgen dan we denken.

Ook olierampen kunnen enorme milieuproblemen tot gevolg hebben. — Marine Photobank
Luchtemissies door industrie en auto’s veroorzaken milieuproblemen. — ProSea
Ook afval wat terecht komt in het milieu kan ernstige gevolgen hebben. Zo kan afval terechtkomen in dieren, zoals deze albatros, waardoor ze uiteindelijk kunnen sterven. — Marine Photobank

Slachtoffer betaald

Belangrijk is dat de kosten voor de gevolgen van de milieuproblemen meestal niet worden betaald door diegene die het probleem veroorzaakt. Een bedrijf dat chemische stoffen in de sloot laat lopen kan hierdoor gezondheidsproblemen bij mensen rondom de fabriek veroorzaken. De kosten voor het ziekenhuisbezoek van deze mensen worden echter betaald door de mensen zelf en niet door die fabriek. Als de overheid strengere regels maakt, is dat gunstig voor die mensen, maar voor bedrijven kunnen extra milieuregels extra kosten betekenen. Het gevolg kan zijn dat een bedrijf minder geld verdient.

Sommige vormen van mijnbouw zorgen ervoor dat er schadelijke stoffen in het milieu terechtkomen, bijvoorbeeld in voedsel en drinkwater van mensen. De mensen die daar ziek van worden dragen de kosten van de mijnbouw en niet de vervuilers zelf. De foto hierboven is een mijn in El Salvador, waar afvalstoffen uit de mijn de omgeving in stroomden en in het drinkwater terecht kwamen. Dit leidde tot grote protesten van de bevolking en NGO’s wat uiteindelijk leidde tot een verbod op het winnen van metalen in El Salvador. — Carol Stoker / NASA

Milieu en Economie

Milieu en economie leken vóór het bestaan van het begrip duurzaamheid volgens de 3 P’s tegengesteld. Maar in de 3P-benadering is het de uitdaging om te zoeken naar activiteiten die zowel voor het milieu, als de winst, als de mens voordelig zijn. Duurzaamheid sluit daarom goed aan bij het beleid van bedrijven. Omdat geld verdienen en economie onderdeel zijn van duurzaamheid, gaat duurzaamheid niet alleen maar over het behoud van de natuur en het milieu, maar ook over de toekomst van bedrijven.

Duurzaamheid betekent ook het benutten van kansen, of veranderen wanneer de tijd rijp is. Als er bijvoorbeeld vraag ontstaat naar duurzame visproducten bij consumenten en supermarkten, biedt dat kansen voor innovaties in de visserij. Als je als visserijbedrijf goed inspeelt op deze behoefte (bijvoorbeeld door duurzame schepen en diervriendelijke verwerking) kan dat onderscheidend vermogen geven. Hierdoor zal een visverwerker en supermarkt juist jouw vis willen kopen doordat het verhaal klopt met wat zij willen uitstralen naar hun klanten.

1.3 Duurzaamheid en rentmeesterschap

In de Nederlandse christelijke traditie sluit duurzaamheid aan bij het principe van het rentmeesterschap. Met het begrip rentmeester wordt de verhouding tussen mens, natuur en God weergegeven. Binnen deze beschouwing is de mens door God tot heer en meester over de schepping gesteld. Maar omdat God de eigenaar is van alles op aarde, heeft de mens dit als rentmeester in bruikleen. Deze rentmeester heeft macht, hij heeft als taak de oogst binnen te halen, maar het land en de zee goed te beheren.

Volgens het principe van rentmeesterschap hebben wij als mensen zowel een relatie met God als met de rest van de schepping. Bovendien heeft de schepping zelf ook een relatie met God. Wanneer mensen zich tegen God of de schepping keren, dan verbreekt niet alleen de relatie met één van de zijdes binnen het driehoek, maar tast het ook de andere zijde van de driehoek aan. — Dave Bookless

Verantwoordelijk nemen

De mens moet uiteindelijk verantwoordelijkheid en rekenschap afleggen aan God over het gebruik van hetgeen God de mens heeft toevertrouwd. Gods betrokkenheid met deze aarde kan niet anders dan ons aanzetten tot respect voor Gods scheppingswerk. Het vraagt van ons dat we oprecht nadenken over onze omgang met de natuur. De verantwoordelijkheid van de rentmeester vraagt een goede doordenking van individuele keuzes, met als uitgangspunt het behoud van de schepping.

1.4 Duurzame visserij heeft de toekomst

Duurzaamheid staat sterk in de belangstelling. Veel Nederlanders zeggen duurzame ontwikkeling en het milieu belangrijk te vinden.  Maar liefst 90% van de volwassen bevolking, zo blijkt uit een onderzoek uit 2017 van het CBS (centraal bureau voor statistiek). Download hier de gehele pdf: https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2018/43/milieu-en-duurzame-energie-opvattingen-en-gedrag.

Mensen vinden het steeds belangrijker dat ons eten op een verantwoorde manier wordt geproduceerd. Ondernemen kan niet alleen maar gericht zijn op het maken van winst. Je moet ook rekening houden met mens en milieu. En dat heeft gevolgen voor alle sectoren die levensmiddelen produceren, dus ook voor de visserij.

Vis verantwoord

De sector is sinds het begin van deze eeuw bezig met het bedenken van oplossingen om meer verantwoorde vis en visproducten te produceren. De sector weet dat een duurzame werkwijze en het duurzame beheer van visbestanden de enige manier is om ook in de toekomst voldoende vis te kunnen vangen. Al in het jaar 2007 verscheen het eerste Meerjarenplan Verantwoorde Vis en kreeg verantwoord ondernemen en duurzaam produceren een belangrijke plaats in het beleid.

Meerjarenplan Vis Verantwoord. — Productschap Vis

De afspraken van Vis Verantwoord

In het meerjarenplan staan negen afspraken die de sector heeft gemaakt. We:

  1. streven naar een economisch gezonde sector als basis voor de toekomst.
  2. houden ons aan wetten en regels.
  3. werken aan helderheid en samenwerking in de keten.
  4. helpen de natuurlijke hulpbronnen en het ecosysteem in stand te houden en zien het belang in van biodiversiteit.
  5. blijven de technieken van visserij, kweek, verwerking en distributie verbeteren.
  6. gaan verantwoord om met werknemers en andere belanghebbenden.
  7. gaan actief om met de belangen van de samenleving en zoeken waar mogelijk samenwerking met maatschappelijke partijen om te komen tot verduurzaming.
  8. stellen voedselveiligheid centraal in de keten en garanderen de consument een goede kwaliteit vis.
  9. werken gezamenlijk mee aan passende oplossingen voor overbevissing, ongewenste bijvangsten en een optimaal beheer van het water.

De weg naar duurzaamheid

De visserij heeft de weg naar duurzaamheid ingeslagen. Het barst inmiddels van initiatieven om deze mooie woorden te vertalen naar echte acties. Er wordt gewerkt aan gedragscodes, keurmerken, energiebesparing, alternatieve vistuigen, viskweek, samenwerking in de keten, convenanten met maatschappelijke organisaties en nog veel meer. In rapporten over maatschappelijk verantwoord ondernemen, in Visserijnieuws en op verschillende websites staat van alles te lezen over projecten die op een of andere manier bijdragen aan verantwoord ondernemen en duurzaam produceren.

1.5 Actuele ontwikkelingen van verduurzaming in de visserij

Dat duurzaamheid leeft in de visserij wordt steeds zichtbaarder. De nieuw te bouwen visserijschepen zijn steeds meer gericht op minder brandstofverbruik. Bekijk ook het kennisdossier ‘Vissersschepen van de toekomst’ van Vistikhetmaar.

Vissers doen dit enerzijds om kosten te besparen, maar ook vanuit de gedachte minder afhankelijk van fossiele brandstoffen zoals gasolie te zijn. Ook de visserijtechnieken zijn er op gericht. Denk aan de twinrig, flyshoot en pulstechniek die normaliter minder brandstof per visweek verbruiken dan de traditionele boomkor.

Gasolieverbruik en -kosten voor drie visserijtechnieken in 2017 — Wageningen Economic Research

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Een andere ontwikkeling is dat bedrijven een uitgebreid Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) verslag uitbrengen waarin duurzaamheid centraal staat. Hierover lees je meer in het hoofdstuk ‘Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen’.

Schip tot Schap

Daarnaast willen steeds meer bedrijven in de visserijsector verantwoorde en duurzame vis leveren via het zogenoemde ‘schip tot schap’ ook wel het ‘van bron tot bord’ principe. Daarmee geven vissers aan dat ze volledige transparantie en openheid kunnen geven over de herkomst en wijze waarop visproducten zijn gevangen, verwerkt en vervoerd tot aan het bord van de consument. Het Nederlands Visbureau heeft een speciale website om uitleg te geven over de reis achter de Noordzeevis: https://visrecepten.nl/duurzaamheid/van-schip-tot-schap-de-reis-van-de-vis.

Circulair

Ook is er steeds meer aandacht voor het zo zuinig mogelijk omgaan met natuurlijke (eindige) grondstoffen. Dit vatten we vaak samen met het woord ‘circulariteit’. Circulariteit houdt in een notendop in dat we de eindige natuurlijke grondstoffen en hulpbronnen van onze planeet zo min mogelijk uitputten door het gebruik te verminderen, te recyclen of te hergebruiken. Nu geldt vaak nog dat we deze schaars wordende grondstoffen eenmalig nemen, gebruiken en meteen weggooien waardoor we ze uitputten.

een circulaire economie is een economie waar zoveel mogelijk wordt hergebruikt of gerecycled. Uiteindelijk produceert deze economie geen restafval meer, maar wordt het gebruikt voor de productie van, bijvoorbeeld, een nieuw product. — Rijksoverheid

Circulaire visserij?

Voor de visserij zou circulariteit bijvoorbeeld kunnen betekenen dat je selectiever gaat vissen, minder druk uitoefent op de grotere vissen die hoog in de voedselketen zitten (tonijn, kreeft, kabeljauw etc.) en lager in de voedselketen gaat vissen. Dit zou betekenen meer zeewier, schelpdieren en garnalen omdat die in veel grotere aantallen aanwezig zijn en deze visbestanden minder snel uitgeput kunnen raken. Over dit onderwerp gaat een webblog van de WUR: https://weblog.wur.nl/kringlooplandbouw/hoe-past-de-zee-in-de-circulaire-bio-economie/.

Om minder druk op visbestanden te geven vanuit deze circulaire gedachte is er ook nagedacht over een concept van ‘een vis op je bord en een vis in de zee’. Dit is vergelijkbaar met de aanpak in de palingvisserij in Nederland. Het idee is dat je voor iedere vis die je vangt, een vislarve kweekt en uitzet in zee . Vergelijk het met het bomen, waarbij er voor iedere boom die gekapt wordt weer een nieuwe boom wordt geplant.

2 Visserijeconomie

In dit hoofdstuk staat de Profit P centraal. De Profit P gaat over visserijeconomie, over de visketen en over het verdienen van geld. Kennis hierover is belangrijk voor een gezond bedrijf dat kan blijven voortbestaan en kan investeren in de toekomst.

Visserijeconomie gaat onder andere over het verdienen van geld, maar ook nog over veel meer. — Avij

In de visserij kun je economie bekijken op verschillende niveaus. Denk bijvoorbeeld aan je eigen portemonnee (persoonlijke economie), economie van een schipper/eigenaar (bedrijfseconomie) of de economie van een vissersdorp (regionale economie). Maar je kan het ook op grotere schaal bekijken. Bijvoorbeeld de visserijsector in heel Nederland, waarbij naast de aanvoersector de hele verdere keten (groothandel, verwerking, detailhandel) bijdraagt. Dan gaat het over de aanvoer van vis, de vraag naar vis, en de verspreiding en consumptie van die vis. Daar hoort ook marketing bij. Hoe maak je iets dat de consument wil hebben? En hoe komt dat product bij de consument terecht?

Dit hoofdstuk

In dit hoofdstuk kijken we vooral naar de bedrijfseconomie van de aanvoersector. Eerst kijken we wat de opbrengsten en kosten van een individueel vissersvaartuig zijn (bedrijfseconomie). En hoeveel je verdient als opvarende (persoonlijke economie). Daarna kijken we naar de visserijeconomie voor de hele aanvoersector. Tenslotte komt ondernemerschap aan bod. De meeste vissers zijn zelfstandig ondernemer, dus eigen baas. Dat geldt zeker voor eigenaren. Dat betekent dat eigenaren (die vaak de schippers zijn aan boord) zelf bepaalde keuzes kunnen maken over hun bedrijfsvoering.

2.1 Hoe verdient een visserijbedrijf geld met vissen?

Visserijeconomie zit in van alles! Als visser is het natuurlijk belangrijk om geld te verdienen. Er komt geld in het laatje door gevangen vis te verkopen, maar je hebt als visser ook kosten. Die kosten moet je van je bruto opbrengst aftrekken om zo je netto opbrengst (winst of verlies) te kunnen berekenen. Voor de economie van een bedrijf is het verschil tussen opbrengsten en kosten van belang. De vraag bij bedrijfseconomie is: hoe kun je iets produceren zodat je winst maakt?

Opbrengst van een kotter

Na een aantal dagen vissen staat het ruim als het goed is vol met mooie vis, schaal- en/of schelpdieren: de vangst. Afhankelijk van de vismethode zal die vangst uit verschillende soorten bestaan en per soort uit grotere en kleinere vissen van verschillende kwaliteit.

De vis wordt in de afslag gesorteerd en op kwaliteit beoordeelt. — Nederlands Visbureau

Prijs van je vis

De prijs die je per kilo vis op de afslag ontvangt, hangt af van een aantal factoren. Ten eerste is de sortering van je vangst belangrijk. Dat wil zeggen: hoe is de samenstelling van de vangst (soorten en grootte van de vissen). De afslag sorteert de vis op soort en lengte. Daarna verdeeld men ze in verschillende marktcategorieën. Schol van 30 cm lengte valt bijvoorbeeld in de marktcategorie ‘Schol 4’. Hieronder zie je voor een paar vissoorten de marktcategorieën. Vanuit de markt kan er vraag zijn naar specifieke sorteringen. Over het algemeen betaald men meer op de afslag voor de grotere vissen.

Verse vis via de visafslag

Daar wordt de vis geregistreerd. De vis komt eerst in de aanvoerruimte waar het los- en sorteerproces plaatsvindt. Daarna gaat de vis naar de schouwruimte, waar handelaren de vis kunnen beoordelen op kwaliteit en hoeveelheid. Daar maken ze aantekeningen van en die houden ze erbij wanneer de vis over de klok wordt afgeslagen.

De vis wordt gesorteerd in kisten en in de schouwruimte neergezet. — ProSea

Het redersmodel

Visserijbedrijven bieden steeds meer vis aan op contract. Dit houdt in dat visserijbedrijven vis aanbieden aan vaste afnemers (dikwijls verwerkers en handelaren). Visser en afnemer kunnen dan de prijs om twee manieren afspreken.

  1. Óf ze stellen de prijs vooraf vast, met een opslag als de klokprijs hoger ligt die dag.
  2. Óf ze hanteren de gemiddelde klokprijs op de veildag voor die vissoort. Dan zijn de af te nemen volumes wel al overeengekomen nadat bekend is hoeveel er is gevangen door een vaartuig.

Pelagische vis verkopen reders direct aan handelaren. Reders kunnen ook zelf handelshuizen in beheer hebben: dan zijn zij zowel visser als handelaar. Dit redersmodel zie je ook steeds vaker in de bodem kottervisserij. Doordat visverwerkings-/handelsbedrijven en visserijbedrijven onderdelen zijn van één bedrijf zijn de verkoper en verwerker dezelfde. Omdat het verplicht is, wordt de vis wel geregistreerd op de visafslag. Maar wordt niet meer aangeboden aan andere kopers via de klok.

Kwaliteit

De kwaliteit van vis weegt ook mee in de prijs.
E is de beste versheidsbeoordeling voor vis, daarna volgt A, B en C. Meestal is dit ook het geval bij levende soorten zoals krab, paling en kreeft. Vaak let een keurmeester op de ogen, de slijmlaag en kieuwen, de geur en de huid bij het bepalen van de versheid en daarmee de kwaliteit. Lees in de lesmodule over visverwerking, voedselkwaliteit en voedselveiligheid, meer over classificering van versheid.

De versheid van vis wordt op de afslag beoordeeld met de letter E, A, B en C. — ProSea

De kwaliteit van vis hangt af van verschillende zaken. Hieronder staan een aantal.

Seizoen

Vissen zijn in de paaitijd erg mager, omdat ze dan al hun energie in de voortplanting steken. We noemen dit de kuitzieke periode. Tijdens de paaitijd krijg je over het algemeen minder geld per kilo vis doordat de kwaliteit minder is. Het rendement (= wat er aan filet of verwerkt visproduct overblijft per gehele vis (dood gewicht)) is lager voor de visverwerkers in deze kuitzieke periode. Economisch gezien kan het verstandig zijn om tijdens de paaitijd minder aan te voeren, want vis kan meer opbrengen wanneer je die een paar maanden later opvangt als die vetter is.

Vismethode

Een vis die lang in het net zit kan bijvoorbeeld meer beurse plekken hebben en is daardoor minder waard. Naast de tijdsduur van de vis in het net, spelen ook de vaarsnelheid en het type visnet een rol. Een net met nauwere maaswijdtes kan meer vis vangen maar levert tegelijk ook meer verdringing en druk op de vissen in het net op. Kortere trekken betekent betere vis.

Kwaliteit van de vis heeft ook invloed op de prijs die je voor je vis krijgt. Hier zie je het verschil in kwaliteit van een tong gevangen met de boomkor (links) en de pulskor (rechts). Dit staat los van de voedselveiligheid. — ProSea

Het visgebied of het type visgrond

Als je bijvoorbeeld veel bodemvuil bij vangt, dan kan een vis in het net eerder beschadigen. Dat vertaalt zich ook in de kwaliteit van het visvlees.

De versheid van de vis

Wanneer is de vis gevangen? Vissen die gevangen zijn aan het einde van de visweek zijn verser dan vissen gevangen op de eerste dag.

Koeling in de keten

Een ononderbroken koelketen bevordert de versheid van de vis en vertraagt het bederfproces.

Verwerking aan boord

Meestal ontdoen vissers direct bij het binnenhalen en sorteren van de vangst, de vis van ingewanden (strippen). We kunnen stellen dat hoe sneller de vis wordt verwerkt, des te langer zal de vis houdbaar blijven. Hierbij is het belangrijk om de vis zo snel mogelijk te koelen tot een temperatuur van 0°C of lager. Bij pelagische vriestrawlers wordt de gevangen vis na verwerking zelfs diepgevroren aan boord. Hierdoor blijft de vis maanden goed en kan het schip weken achtereen op zee blijven.

Beschadiging

Vis kan beschadigingen tijdens verwerking aan boord en tijdens de opslag in het ruim. Bijvoorbeeld door ruige weersomstandigheden tijdens het vissen; Als de vis veel heen en weer gaat bij binnenhalen of verwerken (bijvoorbeeld bij storm) dan kan dit bloedingen en beschadigingen geven aan de vis. En met opslag in het ruim gaat het om de hoeveelheid en wijze waarop de vis in de kist of tub gaat. Bij te veel vis kan die geplet worden doordat er te veel druk op de vis komt staan. Vis is zo flexibel doordat het relatief tot andere dierlijke vleessoorten (kip, rund of varken) uit veel meer water bestaat. Daardoor is vis flexibeler maar ook kwetsbaarder.

Hier zie je gevangen schol. Je ziet duidelijk dat de schol qua kwaliteit sterk kan verschillen, onder andere door de plek in het net en de tijd die ze in het net doorbrengen. De kwaliteit van de vis weegt mee in de prijs die je ervoor krijgt — Wageningen Marine Research

Besomming en afslagbrief

Via je vangst in kilo’s en de prijs per kilo weet je uiteindelijk wat je opbrengst is. In de visserij noemen we dat de besomming. Deze staat vermeld op de besommingbrief of afslagbrief die je van de afslag krijgt. De afslagbrief is een overzicht waarop je bruto besomming staat: hoeveel geld je in totaal hebt gekregen voor je vis, schaal- of schelpdieren. Er staat ook op wat je hebt aangevoerd in kilo’s per soort en per marktcategorie, wie de kopers zijn en welke prijs je per marktcategorie hebt ontvangen. Ook de afgegeven kwaliteitsbeoordeling door de keurmeester bepaalt de geboden prijs door kopers.

Kostenposten

Op de afslagbrief staat ook een aantal kostenposten, die van de bruto besomming worden afgetrokken. Om te beginnen houdt de afslag ongeveer 3% in voor bemiddelingskosten van de afslag. Dit is een vast percentage en geldt voor elke afslag in Nederland. Vaak gelden er ook kosten voor ijs dat aan boord geleverd wordt voor de vis te koelen en voor de huur van viskisten.

Geld ingehouden

Vervolgens wordt er geld ingehouden voor het lossen en sorteren op de afslag. Deze kosten variëren per afslag van 2 tot 3% van je bruto besomming. Ook betaal je via de afslag automatisch een bepaald percentage aan contributie voor je visserijorganisatie. Daarnaast zijn er heffingen van de PO voor promotie en onderzoek.

Een voorbeeld van een afslagbrief of besommingsbrief. — ProSea

Na inhouding van al deze heffingen blijft er van de bruto besomming ongeveer 93% over. Dit is de netto besomming en deze wordt overgemaakt op de bankrekening van de kottereigenaar.

Een voorbeeld van een afslag/besommingsbrief met de door de afslag ingehouden kosten. — ProSea

Jaaropbrengst

Hieronder staat een voorbeeld jaaropbrengst van een kotter. De totale jaaropbrengst geeft ds een goed overzicht van de totale hoeveelheid geld die binnenkomt. Maar voordat de kottereigenaar weet hoeveel hij van de besomming overhoudt, moeten er nóg een aantal rekeningen betaald worden.

Voorbeeld van een jaaropbrengst van een kotter.

Uitgaven van een kotter

Er zijn heel wat kosten die eerst gemaakt moeten worden, voordat er ook maar een kilo vis gevangen kan worden. Hierbij kun je denken aan:

  • Verzekering; het schip moet verzekerd zijn.
  • Materialen; er moeten allerlei materialen aan boord zijn, zoals navigatiemiddelen en netten.
  • Brandstof; tijdens het varen en vissen wordt er olie verstookt. De brandstofkosten zijn afhankelijk van de hoogte van de gasolieprijs.
  • Quotum; de kosten voor het huren van quotum. In Nederland wordt aan een vissersvaartuig een eigen stukje quotum toegekend. Dit quotum geeft aan hoeveel kilo van een bepaalde soort vis een vaartuig mag aanlanden voor een bepaald jaar. RVO geeft jaarlijks per vaartuig aan hoeveel quotum per vissoort wordt toegekend. Dit wordt onder andere bepaald door het beschikbare nationale quotum van dat jaar. In Nederland zijn deze quota verhandelbaar: je kunt ze (ver)kopen of (ver)huren. Zo kan elke visser zijn vangstrechten flexibel afstemmen. Als een visserijbedrijf meerdere schepen in de vaart heeft dan mag het bedrijf, onder voorwaarden, quota over vaartuigen flexibel verdelen. Met nadruk op de woorden ‘onder voorwaarden’. Bij voorbeeld voor tong en schol gelden extra voorwaarden. Dan moet er eerst een schol- of tongquota aan het vaartuig zijn toegekend voordat er tussen schepen contingenten van die soort verdeeld kan worden.
  • Bemanning; de bemanning moet ook worden betaald. De meeste kotters varen in een maatschap. Dit betekent dat de bemanning geen vast loon heeft, maar dat ze, na aftrek van een aantal kosten, een deel van de besomming krijgt. Een meevarende eigenaar (schipper-eigenaar dus) krijgt ook zo’n loondeel, naast het geld dat hij inhoudt voor het beschikbaar maken van zijn schip en de vergunningen en contingenten.
  • Afschrijvingen; naar mate een vaartuig jaarlijks wordt ingezet om te vissen, wordt deze minder in theorie minder waard. Vergelijk het met je auto. Die wordt hoe langer je die gebruikt, ieder jaar minder waard. Deze waardevermindering noemen we afschrijving. Dat geldt ook voor een kotter. Met deze kosten moet je rekening houden in je boekhouding als visserijbedrijf.

Belangrijkste kosten: brandstof en bemanning

Om daar een beeld bij te geven, in 2017 maakten de bemanningskosten 26% en de brandstofkosten 22% uit van de totale kosten. Bemanningskosten kun je weer opsplitsen in meerdere kostenposten. In 2017 bestonden die uit deellonen (90%), sociale lasten(SFM) (6%), proviandkosten (3%) en graailonen (1%). Met graailonen worden lonen bedoeld voor andere werkzaamheden, die door de bemanning wordt uitgevoerd, zoals onderhoud van het schip en dergelijke.

De belangrijkste twee groepen kosten die een kotter maakt zijn 1) bemanningskosten en 2) technische kosten. Onder deze laatste vallen heel veel soorten kosten (zoals brandstof, onderhoud, netwerk etc.). Zeg maar alles dat nodig is om actief te kunnen vissen als kotter — Wageningen Economic Research

Kosten op jaarbasis

Hieronder zie je een voorbeeld van de kosten van een kotter in een jaar.

Nu weten we zo ongeveer hoe het geld wekelijks binnenkomt en welke kosten er aan een visreis verbonden zijn. Maar we zijn er nog niet. Van het geld dat er binnenkomt moeten namelijk ook de rente en de aflossingen van leningen aan de bank worden betaald. Het schip en de motor zijn namelijk meestal ooit met geleend geld aangeschaft. Wat er na deze aflossingen en rentes onderaan de streep overblijft heet de winst, of, wanneer de uitgaven de opbrengst overstijgen, het verlies. Als er sprake is van winst, dan moet er belasting worden betaald.

Winst en verlies

Of je aan het einde van de dag winst of verlies maakt hangt dus af van het verschil tussen je besomming en je kosten. Zijn de kosten hoger dan de besomming, dan maak je verlies. Zijn ze lager, dan hou je geld over en maak je winst. Het verschil tussen opbrengst en kosten wordt ook wel het nettoresultaat genoemd.

Voor een enkele kotter kan dit er uitzien, zoals hieronder.

Moeilijke financiële tijden voor de kottervisserij

De Nederlandse kottervisserij kende in de jaren voor 2012 moeilijke financiële tijden. In onderstaand figuur is te zien dat er in die jaren gemiddeld nauwelijks winst of zelfs verlies gemaakt werd . Er zijn schepen geweest die wel winst maakten maar het totaal laat zien dat er meer kosten werden gemaakt dan opbrengsten. Dit was vooral te verklaren door relatief lage visprijzen en hoge brandstofkosten. Vanaf 2012 werd de lijn omhoog ingezet qua nettoresultaat met in 2016 een bijna historisch piekjaar. Er werd toen in vergelijking tot de jaren daarvoor veel winst gemaakt door grotere vangsten en hoge visprijzen.

Vanaf 2017 namen de vangsten af. Er werd nog wel winst gemaakt doordat de brandstofprijzen daalden en de visprijzen nog verder stegen. In 2018 werd ongeveer 54 miljoen euro winst gemaakt. ‘Visserij in Cijfers’ geeft de meest actuele informatie en wordt elk jaar aangevuld met de nieuwste informatie. Kijk hier voor Visserij in Cijfers 2020: https://www.wur.nl/nl/activiteit/Visserij-in-Cijfers-2020.htm.

Het nettoresultaat van de Nederlandse kottervisserij vanaf 2003 tot 2018 (voorlopig). Zichtbaar zijn de fluctuaties over de jaren, maar ook dat de winsten voor 2012 minimaal of zelfs negatief (dus verliesgevend) waren — Wageningen Economic Research

2.2 Hoe verdient een bemanningslid geld met vissen?

Nu we op een rijtje hebben wat een kottereigenaar aan inkomsten en kosten heeft, is het interessant om te zien wat een opvarende verdient. In de Nederlandse kottervloot werk je als opvarende in een maatschap. De belastingdienst ziet de schipper-eigenaar als ondernemer en een opvarende als een maat. Wanneer je als opvarende aan boord van een kotter gaat werken onderteken je een maatschapscontract. Elk jaar stelt een reder aan zijn bemanning een maatschapscontract voor met afspraken over de deelloonberekening.

Algemeen wordt wekelijks (per visreis of aantal visreizen in een week) afgerekend. Na aftrek van de belangrijkste kostenposten (brandstofkosten, afslagkosten, bepaalde technische kosten, proviand en overige zaken, afhankelijk van afspraken met bemanning) blijft een bedrag over van de opbrengst ter verdeling onder de bemanning. Met elk bemanningslid is een deelpercentage afgesproken dat afhankelijk is van opleiding, ervaring, taken en positie aan boord.

Bemanningsleden aan boord van een kotter. — Nederlands Visbureau

Werken in een maatschap

In een maatschapscontract staat onder meer wie de schipper-eigenaar is, welke contingenten de kotter heeft, wat de vaste kosten van een visreis zijn, wie de opvarenden zijn en welk percentage van de opbrengst elke opvarende als loon ontvangt. Dat percentage kan per bemanningslid verschillen. Zo kan een ervaren bemanningslid een hoger percentage van de opbrengst als loon ontvangen dan een minder ervaren bemanningslid. In principe staat het percentage voor een individueel bemanningslid vast totdat een nieuw maatschapscontract wordt ondertekend. Elk jaar moet er per 1 januari een nieuw contract worden opgemaakt.

Deelloonberekening

Als bemanningslid is het belangrijk om te weten hoe jouw loondeel wordt berekend. Kijk naar het volgende voorbeeld van een deelloonberekening. De bruto besomming is 40.000 euro. Hiervan worden een aantal kosten afgetrokken, zoals inhoudingen op de afslag, brandstofkosten, huur contingenten en apparatuur. De bemanning krijgt in totaal 42% van de resterende opbrengst (22.500 euro). In dit voorbeeld verdient elk bemanningslid een even groot deel. Er zijn 6 man aan boord, dus krijgt iedere visser 7%. De schipper, ook al is hij eigenaar, wordt ook als bemanningslid gezien.

Voorbeeld van een deelloonberekening. — LEI

Brutoloon per bemanningslid

Bruto komt dat neer op 1.575 euro per bemanningslid. Hiervan houdt de eigenaar in dit voorbeeld nog 100 euro in als premie voor het Sociaal Fonds Maatschapsvisserij (SFM). Dit fonds biedt bemanningsleden een sociaal vangnet. Als je bijvoorbeeld ziek wordt, dan zorgt het SFM ervoor dat je dan toch een vastgesteld weekloon ontvangt.

Elk bemanningslid krijgt dus deze week 1.475 euro overgemaakt naar zijn bankrekening. Wat je als bemanningslid op je bankrekening ontvangt is je brutoloon. Pas nadat je daar een deel van hebt afgedragen aan de belasting blijft je nettoloon over. Als bemanningslid draag je zelf de verantwoordelijkheid voor het betalen van de belastingaanslag. Het is daarom slim om een deel van je brutoloon op een aparte spaarrekening te reserveren voor de belasting. Zo voorkom je dat je de belasting niet kunt betalen en daardoor in financiële moeilijkheden komt.

Ook dien je je bij de belastingdienst aan te melden als maatschapvisser. Naast het SFM is er voor opvarenden niets geregeld wat betreft bijvoorbeeld een ziektekostenverzekering en pensioenopbouw. Ook daar moet je zelf geld van je loon voor apart zetten.

Pelagische visserij

In de pelagische vloot is het anders geregeld. Daar is een opvarende geen maat, maar een CAO-visser. In de zin van de wet is het een werknemer en geen deelloonvisser. Voor pelagische vissers hebben vakbonden afspraken gemaakt met reders over loonbetalingen. Net als in de kottervloot krijgt een opvarende op een hektrawler een aandeel van de opbrengst, maar er bestaat ook een garantieloonregeling. Bij te lage opbrengsten wordt dan toch een redelijk loon uitbetaald. In de kottervisserij bestaat deze garantieregeling niet. Verder betalen pelagische vissers samen met de reders premies voor sociale verzekeringen (sociale lasten) en pensioenpremies. De meeste premies worden ingehouden op het loon van de vissers. Zij ontvangen een netto loon.

2.3 De Nederlandse kottervloot

We hebben nu gekeken hoe de economie van een visserijbedrijf werkt. Je haalt een bepaalde besomming door de vis te verkopen en na aftrek van alle kosten maak je winst of verlies. Nu maken we de stap van het individuele visserijbedrijf naar de aanvoersector als geheel. Laten we eens verder kijken naar hoe de Nederlandse vloot eruit ziet.

Wageningen Economic Research houdt al deze gegevens bij. Gegevens zijn te vinden op de website www.agrimatie.nl onder visserij, of rechtstreeks te vinden via www.visserijincijfers.nl. Hieronder zie je een overzicht van de vlootsamenstelling die op die site te vinden is.

Vlootsamenstelling Nederlandse visserijvloot vanaf 2009. — Wageningen Economic Research

Visservloot nooit constant

De Nederlandse vissersvloot is altijd wisselend van omvang en samenstelling geweest. Er zijn jaren geweest dat de vloot groeide (in aantal schepen en/of in capaciteit, dus de grootte van de schepen), maar ook jaren dat de vloot kromp. Economische ontwikkelingen (zoals brandstofprijzen en visprijzen), biologische ontwikkelingen (zoals schommelingen in visbestanden) bepalen de omvang van de vloot. Daarbij kan wetgeving een grote invloed hebben. Zo heeft het aantal verleende vergunningen, bijvoorbeeld de Wet Natuurbescherming vergunning, invloed op de vloot.

In de eerste tien jaar van deze eeuw kromp de Nederlandse vissersvloot. Vooral in de kottervloot zijn er in het verleden saneringen geweest, want veel bedrijven leden al meerdere jaren verlies. Sommige bedrijven hadden te weinig vangstrechten om winst te kunnen maken. Toen de gasolieprijzen stegen en de visprijzen daalden, was dit voor sommige bedrijven reden om te stoppen.

Warme saneringsregeling

Door een zogenoemde ‘warme’ saneringsregelingen werd het voor een maximaal aantal visserijbedrijven ook aantrekkelijk om te stoppen door zich uit te laten kopen door de overheid. Een ‘warme’ sanering is een sanering waarbij bedrijven een financiele vergoeding ontvangen (vaak subsidie) als stimulans om te stoppen en/of ter compensatie van de schade (geen inkomsten meer met een kotter etc.). Een ‘koude’ sanering is als er bedrijven moeten stoppen door faillissement of andere redenen en waarbij geen financiële tegemoetkoming (zoals subsidie etc.) is.

Op het moment van schrijven (2020) zijn er volop gesprekken gaande tussen diverse partijen die betrokken zijn bij de Noordzee over een akkoord. Het zogenaamde Noordzeeakkoord. In dit plan is specifiek subsidiegeld genoemd door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (LNV) voor een warme saneringsronde voor de Nederlandse kottervisserij.

Vloot van de laatste jaren

De laatste jaren blijft het aantal actieve visserijvaartuigen redelijk stabiel rond de 600 vaartuigen. Alleen in de grote zeevisserij is het aantal vaartuigen varend onder Nederlandse vlag aanzienlijk afgenomen, van 14 in 2012 naar 7 in 2019. Deze afname in Nederlandse diepvriestrawlers kwam met name doordat deze schepen omgevlagd werden naar onder andere Britse en Poolse vlag. Vaak omdat de Nederlandse pelagische rederijen onder deze buitenlandse bedrijven ook veel quota hebben dat ze op die manier duurzaam kunnen benutten. De mosselvisserij kent ook al jaren een krimpende vloot, met name door moeilijke financiële jaren. Hetzelfde geldt voor de kleine zeevisserij waarbij met name het aantal staandwant schepen drastisch daalde, tot slechts 12 actieve vaartuigen in 2018. De kottervloot breidt laatste jaren weer voorzichtig uit na jaren van krimpen. In de kottervisserij waren de laatste jaren gemiddeld 280 kotters actief.

Aanvoer van de kottervloot

Aanvoer schol, tong, griet en tarbot vanaf 2003. — Wageningen Economic Research

In bovenstaande afbeelding zijn de aanvoer van enkele vissoorten weergegeven, verkregen uit VIRIS (aanvoergewicht). Schol en tong zijn de meest aangevoerde vissoorten van de Nederlandse kottervloot. De aanvoer van garnalen, kabeljauw en langoustine is te zien in onderstaande afbeelding.

Aanvoer van kabeljauw, garnalen en langoustine vanaf 2003. — Wageningen Economic Research

In onderstaande afbeelding is de aanvoer van pelagische vis te vinden. De belangrijkste pelagische vissoorten die worden aangevoerd (in % van totaal) zijn haring, blauwe wijting, horsmakreel, makreel en sardine.

Aanvoer pelagische sector vanaf 2003. — Wageningen Economic Research

Werkgelegenheid

De kottervisserij leverde de grootste bijdrage aan de werkgelegenheid. Deze sector neemt meer dan de helft van het totaal aantal opvarenden voor zijn rekening..

Aantal opvarenden in de visserij vanaf 2012. — Wageningen Economic Research

2.4 Nettoresultaat: Winst of verlies?

Belangrijker dan de opbrengst is natuurlijk het verschil tussen opbrengst en kosten. Hierbij kijk je hoeveel de kottersector netto, onder de streep, van die opbrengst overhoudt.

Economische resultaten van de Nederlandse kottervisserij (voorlopige cijfers × mln. euro) — Wageningen Economic Research

Bovenstaande afbeelding toont het economische resultaat van de Nederlandse kottervloot van 2008-2019. De onderste regel (nettoresultaat) laat zien of de Nederlandse kottervloot gemiddeld winst of verlies heeft gemaakt. Een ander woord voor nettoresultaat is rentabiliteit. Als een bedrijf winst maakt, is het nettoresultaat positief en spreken economen van een positieve rentabiliteit.

De gemaakte winst kan je zien als een soort beloning (rente) op al het geld dat je in een bedrijf hebt geïnvesteerd. Als een bedrijf verlies lijdt, is het nettoresultaat negatief en spreken economen van een negatieve rentabiliteit. In dat geval maakt het bedrijf geen winst. Soms is een bedrijf zelfs verliesgevend.

In het begin van deze eeuw had de Nederlandse kottervloot te maken met een negatieve rentabiliteit. Simpel gezegd: een gevangen vis kostte meer dan dat hij opleverde. In de tabel is te zien dat het vanaf 2012 financieel beter gaat. Echter, na het economisch topjaar 2016 daalt het nettoresultaat weer sterk. De rentabiliteit valt te verbeteren door de kosten te verlagen en/of door de opbrengsten te verhogen.

Kostenbesparing

Vooral het hoge verbruik van brandstof maakt de visserijsector kwetsbaar. Dit is een grote kostenpost. De Nederlandse visserij, met name de boomkorvloot (de bokkers), verbruikt relatief gezien veel brandstof. Nu is dat niet voor niets, want voor een bokker geldt over het algemeen: hoe meer pk’s, hoe hoger de vangst. Maar de kosten zijn ook hoger, want veel pk’s verbruiken veel brandstof.

In onderstaande afbeelding staat het gasolieverbruik en de -kosten. Het totale brandstofverbruik in de kottervisserij is in de afgelopen decennia fors gedaald. Dit is deels te verklaren door een krimp van de actieve kottervloot. Maar ook dankzij innovaties in efficiëntere vistuigen en een lagere brandstofprijs is dit percentage de afgelopen jaren fors gedaald ten opzichte van de jaren daarvoor.

Het totale brandstofverbruik in de kottervisserij is in de afgelopen decenia fors gedaald. In 1994 werd 369 mln. liter brandstof verbruikt; in 2017 was dit nog maar 94 mln. liter. — Wageningen Economic Research

Stijging 2015?

Vanaf 2015 is weer een lichte toename te zien in het brandstofverbruik. Dat heeft meerdere redenen. Namelijk, de daling van de gasolieprijs. Dat is vaak eerder een stimulans om meer brandstof te verbruiken, bijvoorbeeld hogere stoomsnelheden of vissnelheden, of verder weg vissen. Het kost immers toch niet zoveel extra. Vergelijk dat met de benzineprijzen van auto’s. Als de prijs bij de pompstations laag is, dan vind je het niet heel schokkend om meer te rijden, harder te rijden en een keer extra te moeten tanken. Is de benzineprijs hoog dan voel je dat meteen in je portemonnee.

Een andere reden van de toename van het brandstofverbruik is dat de vloot vanaf 2016 langzaam weer uitbreidt. Daardoor neemt het totale brandstofverbruik van de vloot toe. De verwachting is dat het pulsverbod ook leidt tot meer brandstofverbruik. Voor de doelsoort tong is er anders dan boomkor nog nauwelijks of geen alternatief voor de verboden pulstechniek. Deze laatste is veel zuiniger (tot bijna 40-50%) in brandstofverbruik dan de boomkortechniek.

Olieprijs

Het is belangrijk om te begrijpen dat je op de prijs ( van gas- en stookolie als visser geen invloed hebt. Grote olieproducenten (zoals in het Midden-Oosten, Amerika en Rusland) bepalen deze olieprijzen op basis van vraag en aanbod. Een lage olieprijs is prettig voor een visser. Daarentegen is een hoge olieprijs ronduit economisch risicovol.

Terwijl je als visserijsector weinig tot geen invloed op de olieprijs hebt, heb je dat wel op de hoeveelheid brandstof die je verbruikt. En dat hebben vissers de afgelopen jaren gedaan! Toen de olieprijs omhoog ging zijn er veel innovaties in vistuigen doorgevoerd, waardoor het olieverbruik sterk naar beneden is gegaan. Mocht de olieprijs in de toekomst weer omhoog gaan, dan heb je daar minder last van als je vist met de twinrig, flyshootof SumWing dan met de traditionele boomkor.

De prijsontwikkeling in gasolie — Wageningen Economic Research

Naast het veranderen van vistuig, zijn er allerlei andere slimme ideeën om brandstof te besparen. De Kenniskring Slim Ondernemen heeft er een aantal op een rijtje gezet. Zoals het gebruik van een brandstofmeter, cruise control, het aanpassen van de vissnelheid, allerlei aanpassingen aan vistuigen of veranderingen in de motor en schroef.

Meer informatie vind je hier: https://edepot.wur.nl/14734.

Vis wordt duur betaald

Naast kostenbesparing kan je natuurlijk ook denken aan het verhogen van de opbrengst. Immers, het nettoresultaat is opbrengst min de uitgaven. Het lijkt logisch om de opbrengst te verhogen door meer vis te vangen, want meer vis brengt meer geld op. Maar dat werkt (helaas) niet altijd zo. Als je meer vis gaat aanlanden, dan wil dit nog niet zeggen dat je voor die vis gemiddeld per kilo ook meer krijgt. Dat hangt erg af van de markt. Vraag en aanbod bepaald vaak de prijs. Bij veel aanbod (aanvoer in kilo) zie je onder gebruikelijke marktomstandigheden dat de vraagprijs (veilingklokprijs) daalt.

Het tegenovergestelde zie je vaak als er schaarste is. Dan betalen vishandelaren hoge prijzen voor de felbegeerde en schaarse vis om toch te kunnen leveren aan hun klanten. Dit gebeurt regelmatig na een stormachtige week waarbij vissen beperkt mogelijk is. De kiloprijs kan naar beneden gaan als er veel vis is aangeland. Het is dus slim om de markt goed in de gaten te houden. En die markt is niet alleen afhankelijk van Nederlandse vis. Handelaren en consumenten kopen ook kweekvis zoals zalm, koolvis (Alaska Pollack), tilapia, pangasius, of alternatieve platvissoorten zoals Yellow Fin Sole (Japanse schol) en Rock sole (Pacifische schol).

Consumenten hebben tegenwoordig veel keuze en zijn niet alleen afhankelijk van Nederlandse vis. — Nederlands Visbureau

Schommelende prijzen

Vooral de Nederlandse kottervloot heeft regelmatig te maken met schommelende prijzen voor de door hun gevangen vis en garnalen. Je kan mogelijk een hogere prijs vragen voor de aangeland vis als je de vis slimmer vermarkt. Een voorbeeld van een project dat zich richt op het creëren van meer waardering voor Noordzeevis is Dichtbijvangst. Dit project kijkt vooral naar hoe de horeca van scheveningen verse Noordzeevis aantrekkelijker kan maken voor jongeren.

 

2.5 Maar hoe kun je de marge op Noordzeevis beïnvloeden?

Vaak zijn de visprijzen in de supermarkt of restaurants al relatief hoog t.o.v. andere vleesproducten zoals kip en varken. Daarnaast is slechts een deel van de verkochte vissoorten afkomstig uit de Noordzee. Vissoorten van buiten Europa worden vaak goedkoper gekweekt of opgevist door lagere lonen en grotere volumes. De Noordzeevissen zoals schol concurreren op de internationale markt met deze meer bekende en in veel grotere volumes beschikbare vissoorten.

Alle ideeën kun je in vier blokjes indelen. Deze zullen we hieronder met voorbeelden toelichten. Sommige voorbeelden gelden meer voor de vishandel, groothandel, horeca en supermarkten omdat de visser vaak zijn vis verkoopt via de visveiling en geen rechtstreeks contact met klanten heeft. Toch zijn er ook voorbeelden hoe vissers de verkoop van Noordzeevis kunnen beïnvloeden.

De Ansoff matrix vernoemt naar de bedenker en econoom Igor Ansoff. De vier groeistrategieën veel toegepast in de marketing. — ProSea

Marktpenetratie

Een bedrijf blijft zich richten op dezelfde markt. Je probeert meer marktaandeel te winnen ten koste van je concurrenten. Dit doe je bijvoorbeeld door meer promotie onder bestaande klanten te doen zodat zij meer vis bij jouw bedrijf gaan kopen. Of je probeert nieuwe klanten binnen je huidige markt te winnen door je visproducten te promoten op visbeurzen of via andere manieren. Hele bekende visbeurzen waar veel Nederlandse vishandelsbedrijven heen gaan is de jaarlijkse beurs in Brussel (Belgie)/Barcelona (Spanje), Boston (Amerika), Bremen (Duitsland) en in Qingdao (China).

Productontwikkeling

Als bedrijf ontwikkel je nieuwe producten. Een voorbeeld is McDonalds die een nieuwe hamburger of McFlurry bedenkt. In de vissector zie je vaak nieuwe visproducten door nieuwe visverpakkingen. De visser doet onbewust regelmatig aan productontwikkeling door in te spelen op marktkansen. Een voorbeeld van productontwikkeling (geldt ook als marktontwikkeling) is het rauw verwerken en invriezen van Hollandse garnalen aan boord. Normaliter kookt men de Hollandse garnaal aan boord en in het buitenland gepeld (o.a. Marokko).

Door deze productinnovatie met rauw verwerken en vriezen heb je een nieuwe product en kun je ook nieuwe markten aanboren. (Zie het artikel in VisserijNieuws: https://www.visserijnieuws.nl/nieuws/wr-289-vriest-rauwe-garnalen-aan-boord). Een ander voorbeeld is die van een visbox waarbij visverwerkers een box samenstellen met vis inclusief recepten die Nederlanders online kunnen bestellen en thuis laten bezorgen: https://www.visserijnieuws.nl/nieuws/freshly-fish-lanceert-visbox.

Marktontwikkeling

Succes met een bestaand product kan ook verlegd worden naar nieuwe markten. Een voorbeeld is schol en schar die naar de Chinese markt gaan. Of mosselen die naar Oost-Europese markten gaan. Een heel ander voorbeeld is aan online verkoop. In 2020 tijdens de Corona lockdown zijn bijvoorbeeld veel Oosterscheldekreeften via internet rechtstreeks aan consumenten verkocht als gekookt en thuisbezorgd product. Dit kan ook via een korte keten. Bijvoorbeeld: een visser verkoopt via de veiling rechtstreeks zijn producten aan visspeciaalzaken, restaurants of consumenten via een webshop.

Voor de meeste visserijbedrijven is dit lastig, omdat ze duizenden kilo’s per week vangen. Dan moet het visserijbedrijf heel veel restaurants of consumenten via een webshop bereiken. Dan moet je bijna wel een verkoopteam aan wal hebben en ervoor zorgen dat bij voorbeeld het n transport op orde is. Er zijn enkele bedrijven die dit doen, maar die werken vaak samen of hebben afspraken met visverwerkers en vishandelskantoren (soms binnen hetzelfde bedrijf). Een voorbeeld van zo’n samenwerking tussen vissers en verwerkers/handelaren lees je hier in het artikel van het VisserijNieuws: https://www.visserijnieuws.nl/nieuws/dit-is-precies-wat-we-bedoelen. In een ander project (in 2012/2013) verkenden vissers de kansen om zelf hun vis online te verkopen. Zie het rapport hier: https://edepot.wur.nl/276908.

Diversificatie

Je richt je als bedrijf op een totaal nieuwe markt met een totaal nieuw product. Je gaat bij voorbeeld als bedrijf op krab en kreeft vissen voor de markt van Chinese restaurants.

3 De visketen

Vissers die vis aanvoeren staan aan het begin van de visketen, maar verkopen de vis meestal niet zelf aan de consument. Daar zitten nog heel wat schakels tussen. Het bedrag dat de consument voor de vis betaalt is uiteindelijk vele malen hoger dan wat de visser ervoor krijgt. Dat komt omdat voordat de consument de vis kan eten, er van alles moet gebeuren. Zo vervoert de verwerker/handelaar de vis, fileert de vis, verdeelt deze in porties, slaat deze op, koelt de vis en vervoert deze dan weer opnieuw. Pas dan kan de consument de vis kopen.

Al deze handelingen kosten natuurlijk geld en ook in de visketen moet iedere schakel iets verdienen. Bij het fileren van vis verlies je soms wel de helft of meer van het gewicht van de gehele vis. Van een platvis haal je vaak maar 35-40% uiteindelijk over als filet. Er belandt dan dus maar een deel van de vis op het bord van de consument.

De vis legt nog een hele reis af voordat het uiteindelijk bij de consument op het bord terecht komt. — Nederlands Visbureau

De visketen: hoe de vis uiteindelijk bij de consument belandt

Hoe zit de visketen in elkaar en welke rol spelen de verschillende schakels van de visketen? We kijken eerst op welke manier wild gevangen vis via de Nederlandse afslagen de consument bereikt. Daarna bespreken we welke initiatieven er zijn om dit anders te doen. Tenslotte beschrijven we hoe dat gaat voor geïmporteerde wildvangst en voor Nederlandse- en buitenlandse kweekvis.

3.1 De weg van Nederlandse wildvangst

In Nederland voeren vissers hun verse vis, schaal- en schelpdieren voornamelijk aan via de afslag. Aanvoeren van vis via de afslag is verplicht voor leden van een Producenten Organisatie. D afslag registreert de aanvoer van elke vissoort, datum en hoeveelheid. Deze registratie is nodig om te zien hoeveel er op een bepaald moment in het jaar nog over is van de quota. De afslag is een plek waar kopers en verkopers samen komen.

Afslag is intermediair

Een afslag is daarmee een intermediair en koopt zelf geen vis. Visafslagen kunnen een coöperatie zijn van vissers. Oftewel, vissers hebben aandelen in de coöperatie en bepalen zelf het beleid. Regel is dat de aangevoerde vis op de afslag pas van eigenaar wisselt als die verkocht is aan een koper zoals een visverwerker of een vishandelaar.

Kopers op de visafslag van Scheveningen. — Nederlands Visbureau

Meestal via de afslag

De meeste vissers verkopen de vis via de afslag, maar dat hoeft niet. Een groot voordeel van de verkoop via de afslag is dat een visser vrij snel (vaak binnen een week) na de verkoop het geld op zijn bankrekening ontvangt. Reders van de pelagische sector, die vis diepgevroren aanvoeren, verkopen de vis niet via de afslag. Die vis wordt wel geregistreerd bij het lossen, maar daarna wordt de vis door de reders zelf verhandeld. Praktisch al hun vis gaat naar het buitenland via grote importeurs. Deze pelagische vis (haring, makreel, blauwe wijting, horsmakreel etc.) gaat bijna allemaal als verwerkt en diepgevroren gehele vis naar Afrika.

Een groot deel van de Nederlandse vis gaat naar het buitenland. Nederlandse bedrijven gaan ook actief opzoek naar klanten in het buitenland door bijvoorbeeld deel te nemen aan de jaarlijkse Seafood Expo in Brussel. — Nederlands Visbureau

Export

De top 10 vissoorten (in gewicht) door Nederlandse kotters werden aangevoerd in 2019 zijn van hoog naar laag:

  1. schol
  2. garnalen (Crangon crangon)
  3. tong
  4. schar
  5. mul
  6. tarbot
  7. rode poon
  8. wijting
  9. inktvis
  10. langoustine (kreeftjes)

Mosselen worden ook in grote hoeveelheden aangevoerd. Ter vergelijking, in 2019 werd naar schatting 33.200 ton mosselen aangevoerd door Nederlandse mosselkotters en 21.400 ton schol door Nederlands gevlagde kotters. Voor de Nederlandse pelagische diepvriestrawlers zijn de aanvoervolumes groter. In 2019 was door de 7 diepvriestrawlers haring het meest gevangen (83.800 ton) gevolgd door blauwe wijting, horsmakreel en makreel als vierde met zo’n 22.800 ton.

Europa als belangrijkste export-markt

Ongeveer zo’n 75-80% van de visproducten (alle vis, schaal- en schelpdieren ; gerekend naar exportwaarde) wordt van uit Nederland binnen de EU geëxporteerd. De belangrijkste markt is Europa zelf dus, zie ook de grafiek hieronder.

De export van vis, schaal- en schelpdierproducten vanuit Nederland in miljard euro. Het grootste deel (75-80%) van de export wordt binnen Europa verkocht. — Wageningen Economic Research

Van de export gaat het meeste naar Duitsland, België en Frankrijk. Samen goed voor zo’n 45% van de totale exportwaarde.

Duitsland, België, Frankrijk, Italië, Spanje en Verenigd Koninkrijk zijn de belangrijkste landen voor de totale exportwaarde. — Wageningen Economic Research

3.2 Hoe zit de keten in elkaar

Hieronder zie je ruwweg hoe de wildvangst uit de Noordzee via de visafslag de consument bereikt. Deze keten geldt in het algemeen voor vis, schaal- en schelpdieren die de kottersector aanvoert. De keten van de pelagische visvangst is een stuk korter. Daar speelt de afslag geen rol (alleen voor verplichte registratie) omdat veel reders zowel visser, verwerker als handelaar zijn.

De visketen waarbinnen de wildgevangen vis die door Nederlandse vissers wordt aangeland verder wordt verhandeld. Onder detailhandel vallen supermarkten, winkeliers en marktkooplui. Sommige detailhandelaren zijn ook een soort groothandelaren die aan de horeca en catering kunnen leveren. Voorbeelden daarvan zijn de Makro, Sligro en Hanos — ProSea

3.3 De rol van partners in de visketen

De visgroothandel is meestal goed op de hoogte van de ontwikkelingen in de markt. Ze weten ongeveer hoeveel er van iedere soort vis gewenst is door andere schakels in de visketen. De groothandel koopt zelf vis via de visafslagen of maakt gebruik van zogeheten commissionairs. Dat zijn dienstverleners die voor diverse handelaren op de afslag vis kopen en kennis hebben van vis, kwaliteit, aanbod en visprijzen.

Groothandelaren

Groothandelaren importeren ook veel vis vanuit het buitenland. Ter beeldvorming, in Europa importeren we ongeveer 60% van alle vis die we hier verwerken en verkopen. Vanuit de groothandel gaat de vis vervolgens naar een andere binnenlandse groothandel, een verwerkingsbedrijf of een exporteur. Sommige groothandelaren houden zich bezig met handel, verwerking en export, terwijl andere groothandelaren zich specialiseren in een schakel (bijvoorbeeld levering aan verwerkingsbedrijven).

De binnenlandse groothandel

De binnenlandse groothandel verkoopt de ingekochte vis door aan horeca en detailhandel. De ene groothandel doet dat pas nadat er enige vorm van verwerking van vis heeft plaatsgevonden (dat doen ze soms ook zelf), terwijl de ander groothandelaar hele, onbewerkte vis verkoopt.

Visverwerkingsbedrijven

Visverwerkingsbedrijven die via visafslagen vis kopen zijn in feite ook een soort groothandel, maar gaan verder met het verwerken van vis. Door deze speler binnen de keten wordt veel vis ingevroren. Verwerkingsbedrijven van vis zie je vooral op Urk en in IJmuiden.

Exporteurs en importeurs 

Exporteurs en importeurs zijn handelaren die gespecialiseerd zijn in contacten met buitenlandse producenten, afnemers en leveranciers die aan de horeca en consument in het buitenland verkopen. Het zoeken naar geschikte leveranciers van gevangen of gekweekte vis noemen we met een Engels woord ‘sourcing’. Doordat de wereldwijde vraag naar vis als voedingsbron groeit wordt ‘sourcing’ steeds belangrijker. Ook zijn visverwerkings- en groothandelsbedrijven steeds meer afhankelijk van vis uit het buitenland doordat de laatste decennia het aanbod van Noordzeevis afneemt. Dit komt doordat de Nederlandse visserijvloot kleiner is dan tientallen jaren geleden. Daardoor vist de vloot het jaarlijks quotum van platvis niet volledig op.

De verwerking van schol. — Nederlands Visbureau

Veel tussenstations

De meeste vis bereikt de consument via restaurants (horeca), visdetailhandel en supermarkten. Deze laatste is nog steeds het grootste verkoopkanaal. Als je kijkt naar de kilo’s vis die Europeanen en Nederlanders kopen en eten, dan bereikt de meeste vis de consument via de supermarkt.  Van de ondervraagden bij een groot Europees onderzoek gaf 77% aan hun visproducten in de supermarkt te kopen. Voor Nederlanders is dat percentage 74%. Visproducten passeren in het algemeen veel tussenstations voordat ze bij de consument aanbelanden. Als visser heb je daarom geen direct zicht op wat de uiteindelijke vraag van de consument is.

Sommige vissers hebben wel contact met groothandels, maar dat is te weinig om echt invloed uit te oefenen op de prijs van vis die de visser ontvangt. Kortom, er is geen echte strategie die vissers toepassen om de vraag naar vis optimaal te bedienen en de opbrengst te maximaliseren. De aanvoersector heeft nog een grote taak om hun positie binnen de keten in dat opzicht te versterken. Tegelijk investeert de gehele vissector wel in de promotie en marketing van Noordzeevis via het Nederlands Visbureau (www.visbureau.nl).

Een aantal visserijgemeenschappen organiseren jaarlijks een evenement omtrent visserij. Die evenementen trekken veel consumenten aan en zijn een goede gelegenheid voor vissers om in gesprek te komen met de mensen die hun vis kopen en eten. — Nederlands Visbureau

Vis geliefd maken

Met diverse campagnes richt het Nederlands Visbureau zich erop om vis geliefd te maken bij consumenten.

Er bestaan lokale initiatieven zoals de Stichting Noordzeevis die in Scheveningen (https://www.noordzeevisuitscheveningen.nl/) en IJmuiden (https://noordzeevisuit-ijmuiden.nl/) de lokaal gevangen Noordzeevis promoten.

In Zeeland bestaat naast de jaarlijkse Mosselkaravaan (https://www.omroepzeeland.nl/nieuws/113748/Eerste-mosselen-opgevist-bodemmosselseizoen-2019-van-start) de week van de Goereese vis (https://www.vvvgoeree-overflakkee.nl/nl/weekvandegoereesevis) waarbij veel lokale restaurants de Noordzeevis promoten.

Vlaggetjesdag

Daarnaast organiseren veel visserijgemeentes jaarlijks vlaggetjesdagen. Daar kunnen mensen de plaatselijke visserijvloot bewonderen en waarbij alles draait om de promotie van vis. Om Nederlandse vis te promoten in het buitenland worden vaak internationale beurzen benut. Zo delen traditioneel geklede ‘haringmeisjes’ bijvoorbeeld maatjesharing uit op de Duitse beurs ‘Grüne Woche’.

De haring gepresenteerd als Hollands nieuwe of Maatjesharing (afhankelijk van de maand en vetpercentage)

3.4 Wie verdient wat? Prijsvorming in de keten

De prijs die de consument per kilo vis op de markt betaalt is hoger dan de kiloprijs op de afslag. Dat komt doordat die vis in de keten een lange weg doorloopt. Waarbij er in elke schakel van de visketen werkzaamheden worden uitgevoerd en kosten worden gemaakt.

Een visdetaillist heeft bijvoorbeeld kosten voor de winkel, het personeel, de koelcel en natuurlijk alle producten die hij/zij niet weet te verkopen. Dat risico rekent een visdetaillist door in z’n prijzen, want de visdetaillist heeft met bederf van onverkochte producten te maken. Daarnaast wil iedere schakel in de keten ook iets verdienen.

Prijs voor vis per schakel

Hoe de prijsvorming in de visketen ongeveer verloopt zie je in het voorbeeld hieronder. Hier beland vis via een groothandel, verwerker en visdetaillist bij de consument.

Voorbeeld van prijsvorming in een traditionele keten. Uitgaande van de netto opbrengst van de visserman, wordt per schakel aangegeven wat de kosten zijn die in de uiteindelijke consumentenprijs bepalen. — Kenniskringen Visserij

Vooral het fileren is een grote kostenpost in de keten. Op het moment van fileren, ergens halverwege de keten, stijgen de kosten van een kilo product fors. In bovenstaand voorbeeld is er 50% fileerverlies. Dit verlies aan gewicht moet worden doorberekend in de kiloprijs, waardoor deze verdubbelt. Het fileren gebeurt meestal in gespecialiseerde visverwerkingsbedrijven.

3.5 Creatief zijn in de keten

De weg van de visser naar de consument bestaat uit veel schakels. In de (huidige) traditionele keten vindt de vis zijn weg naar de consument via de afslag, handel, verwerker en detaillist. Bij elke schakel zijn er weer handelingen en bewerkingen en die brengen kosten. met zich mee. Daarbij berekent elke schakel ook een zekere marge. De consumentenprijs is daarom veel hoger dan de prijs die de visserman voor zijn product krijgt.

Samenwerking in de keten

Op economisch gebied is er niet echt sprake van samenwerking. Dat heeft onder andere ook te maken met marktwerking. Iedere schakel in de keten heeft het belang om winstgevend waarde toe te voegen aan het product en te verkopen. Volgens de Mededingingswet mag je geen kartelvormen (de markt bepalen door onderlinge afspraken van bedrijven) en misbruiken van economische machtposities. De ACM (Autoriteit Consument en Markt) ziet toe dat bedrijven geen misbruik maken op dit gebied. Samenwerking is tot op bepaalde hoogte wel toegestaan, zoals binnen coöperaties en stichtingen die het algemene belang nastreven van een sector. Promotiecampagnes over Noordzeevis en organisatie van vlaggetjesdagen vallen daar bijvoorbeeld onder.

De verkoop van duurzame vis vraagt om investeringen

Om duurzaam gevangen vis te kunnen verkopen zijn er investeringen nodig in de keten. Het lastige is dat de schakels in de keten niet direct bereid zijn om meer voor het product te betalen. Verder zoekt met niet altijd samen naar een oplossing, als bijvoorbeeld de prijs voor vis laag is en de prijs van olie hoog. Of andersom, bijvoorbeeld als de prijzen voor de handel te hoog zijn. In het laatste geval kunnen handelaren overstappen naar goedkopere alternatieven. In de economie noemen we dit ‘substitutie’.

Kennis van de visketen

Vissers missen over het algemeen kennis over de visketen. Doordat vissers vaak hun vis via de visafslagen verkopen, hebben ze geen betrokkenheid en zicht op wat er verder met de vis gebeurt tot aan consumptie. Hierdoor kan het ontbreken aan kennis en uitwisseling met schakels verderop in de keten of met de eindconsument. Idem geldt voor andere schakels die vaak weinig tot geen zicht hebben op het leven op zee of het kweekproces van vis. Vissers geven dikwijls aan dat de natuur niet of nauwelijks te sturen is. Oftewel, hoe graag de horeca, supermarkt en vishandelaar een bepaald volume en type vissoort wil in een bepaalde week, de visser kan uitleggen dat het altijd zo makkelijk te sturen is vanuit de visserijpraktijk.

Invloed van vissers

Vissers kunnen echter wel invloed uitoefenen op de kwaliteit van de visserij. Door kennis uit te wisselen kunnen vissers en handelaren meer waarde toevoegen aan hetzelfde product. Tot op heden gebeurt dit lang niet altijd en voegt iedere schakel zelf iets toe aan het product. Dat terwijl je elkaar nodig hebt om het verhaal achter het visproduct volledig te kunnen vertellen en tot zijn waarde te laten komen.

Stichting ProSea heeft in het verleden cursussen georganiseerd waarbij vissers en handelaren over ketensamenwerking met elkaar in gesprek gingen. Hieruit werd de Kadergroep Visketen gevormd, hierboven zie je de samenstelling van de Kadergroep uit 2009/2010.

De keten anders organiseren

In alle sectoren en dus ook in de visserij worstelen ondernemers met de vraag of een andere ketenorganisatie, een andere manier van produceren of een ander product kan leiden tot een meer duurzame productie en een efficiënter en meer voldoening gevend bedrijfsresultaat. Sommige vissers voelen frustratie bij het feit dat de vis pas meer waard wordt wanneer deze de hele visketen heeft doorlopen. Zo kunnen vissers zich erg afhankelijk voelen van de keten, de handel en de grillige markt. Je zou je kunnen voorstellen dat je als visser op een creatieve en andere manier met de keten om zou kunnen gaan, zodat je zelf meer invloed kunt uitoefenen op de prijs.

Ben je prijsnemer of prijsbepaler?

Vaak zie je dat de verschillen in marktmacht in een keten de prijzen bepaald. Of je prijsnemer of prijsbepaler bent hangt van verschillende factoren af. Bijvoorbeeld: is jouw vis uitwisselbaar voor vis van een andere visser?

Kopers beïnvloeden vaker de prijs als onbewerkte voedselproducten (rauwe melk, verse vis, etc.) uitwisselbaar zijn én als er veel aanbieders van dat product zijn. In het Engels noemen we zo’n onbewerkt voedselproduct, dat gemakkelijk uitwisselbaar is, een ‘commodity’.

Aanbodvolume beïnvloed prijs

Omdat vis een wild gevangen natuurproduct is, beïnvloedt het aanbodvolume sterk de prijs. Is er storm of zijn vangsten slecht, dan stijgen vaak de prijzen omdat er minder aanbod is. Het tegenovergestelde is ook vaak de praktijk. De prijs kan enorm dalen als er veel word gevangen.

In andere sectoren is dit anders

Dit is totaal anders bij andere voedselketens. Daar zie je dat vooral supermarkten of multinationals veel marktmacht hebben. Zij bepalen direct welke producten onder welk merk zij verkopen aan de consument.

Dit zie je bijvoorbeeld bij chocolade. Er zijn wereldwijd heel veel boeren die hun cacao willen verkopen, maar er zijn veel minder kopers dan dat er boeren zijn. De kopers zijn vooral grote merkbedrijven die de cacao opkopen en verwerken tot gewilde chocoladerepen. En die zijn te koop in de winkelschappen. Denk aan o.a. Milka, Dove, Tony Chocolonely, Nestle, Toblerone etc.).

Macht van boeren en tuinders

Veel boeren en tuinders (links) bieden hun grondstoffen aan. Maar er zijn vervolgens slechts vijf grote inkoopkantoren en ca. 25 supermarktformules die samen bepalen hoe de zeven miljoen huishoudens (rechts) hun boodschappen doen. Ieder boer en tuinder levert aan deze vijf inkoopkantoren. Dat zullen ze ook tegen lagere prijzen doen, omdat ze met elkaar concurreren om wie mag leveren. Kortom, doordat er slechts enkele grote inkoopkantoren zijn, hebben zij veel marktmacht. — Plan Bureau voor de Leefomgeving (2012)

Een onderzoek van Wageningen Economic Research keek naar hoe de macht en positie van boeren en tuinders is in de markt. Het rapport vind je hier: ‘Prijsvorming en macht in de keten’ (https://edepot.wur.nl/318345)

Belangrijk om op te merken is dat een groot marktaandeel niet gelijk betekent dat het ook misbruikt word. In veel markten verdelen de schakels in de keten de spreekwoordelijk koek van productkosten evenredig. Vaak is er sprake van een overschot aan de aanbod kant en stijgende kosten doordat er steeds meer eisen komen aan de bedrijfsvoering. De totale kosten en ook financiële belangen (bijvoorbeeld grote leningen) nemen vaak toe door schaalvergroting.

Schaalvergroting

Bedrijven wil vaak groter worden zodat ze meer producten kunnen maken en deze met lagere kosten per product kunnen maken. Hoewel totale kosten nemen toe bij deze expansie van het bedrijf (meer produceren) maar de opbrengsten en financiële marges ook. Daarnaast gaat zo’n 75% via export naar het buitenland waar ook veel andere aanbieders concurreren voor marktaandeel. Dan geeft prijs en tot een bepaalde hoogte kwaliteit vaak de doorslag geeft.

Tips voor de visserij

Uit het onderzoek van hierboven kwamen een aantal tips over hoe je je positie in de markt kunt verbeteren naar voren.

Verbeter het productieproces

Door het productieproces te verbeteren kun je goedkoper gaan produceren. Het voordeel hiervan is dat je een lagere prijs kunt vragen en zo klanten naar je toe kan trekken. Een nadeel is dat concurrenten ook leren en ditzelfde kunnen gaan doen. Een ander nadeel is dat efficiënt produceren tot meer produceren leidt. Hierdoor creëer je nog meer (over)aanbod en dus overschotten waardoor prijzen weer kunnen dalen.

Onderscheid jezelf

Jezelf onderscheiden door een nieuw (net anders, met een verhaal) product. We spraken eerder over ‘commodity’. Als je je product onderscheidt van producten van anderen doordat het een uniek verhaal vertelt dan noemen we dat ‘decommodificatie’. Je behoort niet langer tot de bulk maar bent uniek geworden.

Voorbeelden van je merk onderscheiden

Sterke voorbeelden hiervan zijn vaak bekende merken. Tony Chocolonely is zo’n voorbeeld dat heel sterk het unieke verhaal achter de chocolade weet te vertellen. Het is anders dan andere chocolade doordat de makers claimen dat het eerlijke, slaafvrije chocolade is dat zelfs in de verpakking terug komt. Zo zijn de chocoladerepen in ongelijke stukjes te breken dat symbool staat voor de inkomsten in de chocoladewereld nog ongelijk verdeeld zijn.

Tony Chocolonely verteld het unieke verhaal achter ‘hun’ chocolade. Ze claimen eerlijke, slaafvrije chocolade te verkopen. Dit zie je zelfs terug in de kleur van de verpakking. De rode repen zijn bijvoorbeeld repen die nog niet helemaal slaafvrij gemaakt worden. Het merk geeft daarmee aan dat ze een rode kaart geeft aan chocolade waar slavernij aan te pas komt. — Tony Chocolony

Grote merken als Coca-Cola spelen slim met branding hierop in. Toch zie je ook dat supermarkten steeds meer onderscheidende producten willen die ze als enige verkopen. In de markt van eieren zie je dat bijna iedere supermarkt zijn eigen unieke ei heeft gekozen. Zo promoot de Lidl hun eieren van Kipster, Albert Heijn hun Ronddeel-eieren, de PLUS hun GIJS-eieren en de Jumbo hun Respeggt-eieren. Ieder type ei heeft zijn eigen verhaal waarmee supermarkten onderscheidend van elkaar willen zijn om consumenten aan te trekken.

Steeds meer supermarkten willen eigen onderscheidende producten aanbieden, die ze als enige verkopen. Dat wordt soms zelfs vastgelegd in contractafspraken. — Wageningen Economic Research

Verander de keten

Sla een stuk over door een korte keten op te zetten. Je kunt bijvoorbeeld zelf de vis gaan verwerken en leveren aan horeca of supermarkten. Verder op tonen we hiervan initiatieven in de vissector. Zoals eerder genoemd vergt het organisatorisch en logistiek veel van een visserijbedrijf om veel meer handelingen zelf te gaan doen. Maar hiermee verhoog je de financiële marge per product.

Zoek nieuwe afzetmarkten

Zoek nieuwe afzetmarkten. Bijvoorbeeld export naar andere landen of op een totaal andere manier verkopen zoals online via een eigen webshop.

3.6 Voorbeelden uit de visserij

Er zijn steeds meer vissers die bezig zijn met de visketen veranderen. Er zijn veel voorbeelden van succesvolle en minder succesvolle initiatieven. Uit de vele voorbeelden zijn er zes uitgezocht om te beschrijven in het boekje ‘Meerwaarde voor vis’ van de Kenniskringen. Hieronder staat een korte samenvatting, meer informatie is te vinden in de artikelen uit Visserijnieuws of in het boekje (https://edepot.wur.nl/346149) zelf.

Zuidwester vis

De schol en tong van verscheidene vissers uit Zuidwest-Nederland heeft een tijdje in de schappen van de regionale supermarktketen Agrimarkt en bij de supermarktketens Spar en MCD gelegen. Vissers kregen daardoor een hogere prijs en de supermarkten een hogere omzet. De consumenten waren tevreden over de verse en kwalitatief goede Noordzeevis uit eigen streek. Tegelijk bleek het lastig voor de supermarkten om op te schalen met garantie dat er voldoende vis verkocht zou worden. De eerste reacties waren enthousiast, ook over de innovatieve skinverpakking.

Vis verkocht onder het merk Zuidwestervis. — www.zuidwestervis.nl

Vissersgilde van Thorup Strand (Denemarken)

Twintig Deense vissersfamilies hebben een coöperatie opgericht en gezamenlijk met leningen visquota gekocht. De meeste kabeljauw en schol verkopen ze via de visafslag. Een klein deel verkopen ze op een traditionele vissersboot in de haven van Kopenhagen. Sinds het voorjaar van 2015 is het merendeel van hun vangst verkrijgbaar bij de supermarktketen COOP.

Winkel waar ze vis(producten) verkopen van de Thorup Strand vissers. — Thorupstrand Fisk og Delikatesse
Producten van de Thorup Strand vissers. — Thorupstrand Fisk og Delikatesse
Vissersboten van de Thorup Strand vissers. — Thorupstrand Fisk og Delikatesse

Ekofish Group

Bij de Ekofish Group staan duurzaamheid en kwaliteit voorop. Het bedrijf zorgt voor een korte keten en regelt de afzet zelf. De vis ligt in de schappen van ruim 3.000 supermarkten. Ongeveer 80 procent van de schol gaat naar het buitenland. Vanaf 2018 nam de rederij W. van der Zwan & zonen een meerderheidsbelang in Ekofish. De handelstak is overgegaan naar het visgroothandelsbedrijf Adri & Zoon. Het eveneens op Urk gevestigde visserijbedrijf Osprey Group biedt nog wel hun vis als verwerkt product aan op hun website (https://www.ospreyfish.com/nl/onze-vis).

Figuur 7; De UK-205, één van de schepen van de Ekofish Group. — Ekofish group

Zeeverse Vismarkt Den Oever

Iedere zaterdagochtend wordt op de vismarkt in de haven van Den Oever in gemeente Wieringen verse vis verkocht. Klanten kunnen een workshop fileren volgen en vissers vertellen verhalen van het water. Deze zogeheten Zeeverse Vismarkt zorgt voor veel aandacht en bedrijvigheid rondom de visserij en de haven. Ook in andere visserijdorpen is het niet ongewoon om op zaterdagochtend verse vis aan te bieden.

De Zeeverse Vismarkt in de haven van Den Oever. — www.trendsinzee.nl

North Sea Chefs (België)

Een groep Belgische topkoks zet samen met de visserijsector onbekende Noordzeevissen op de kaart. De ‘North Sea Chefs’ koken met vis van Belgische vissers en onder hun kwaliteitslabel zijn onbekende vissoorten te koop bij Belgische groothandels. Door een markt te creëren voor onbekende Noordzeevissoorten (in België aangevoerd) willen ze de visserijsector helpen en verspilling tegengaan.

Bekijk hieronder een filmpje wat het concept uitlegt: https://www.youtube.com/watch?v=bqFQw_exBPA&ab_channel=ChaudDevantChefwear.

Een soort gelijk initiatief is in 2020 in Scheveningen gestart door Stichting Noordzeevis uit Scheveningen: https://www.noordzeevisuitscheveningen.nl/dichtbijvangst.

De North Sea Chefs zijn van mening dat consumenten moeten leren eten wat de visser vangt. — North Sea Chefs

3.7 Naar een vraaggestuurde visverkoop

De lange keten maakt het nauwkeurig afstemmen van vraag en aanbod uitdagend. Niet de consumentenvraag, maar het aanbod bepaalt wat er op de markt komt. Er gaan stemmen op dat het beter zou zijn om naar een vraaggestuurde markt toe te gaan, waarbij je rekening houdt met de wensen van de consument.

Exclusiviteit als kans

De uitdaging voor de Noordzeevisserij is enerzijds dat er steeds minder ruimte komt om te vissen door aanleg van windparken, onzekerheid over een harde Brexit en gesloten natuurgebieden. Daarnaast kan door de aanlandplicht quota sneller opgevist worden voor een bepaalde vissoort(en). Tegelijk maakt dit de Noordzeevis ook exclusiever, wat een kans kan zijn.

Het voorbeeld van Skrei

Een voorbeeld van een vissoort waar op het exclusieve is ingespeeld is de Skrei uit de Noordelijke wateren bij de Noorse Lofoten eilandengroep. Deze kabeljauw is vaak alleen te vangen in de eerste drie maanden van het jaar. De Skrei is erg gewild omdat het vlees spierwit van kleur is en de filet stevig is, en daarmee van hoge kwaliteit is. Het is een veel gewildere vis dan andere kabeljauw in die periode. Skrei mag alleen verkocht met een apart label op rug of kop van de vis. Daarbij mag je Skrei alleen vangen met een speciale vergunning en onder streng toezicht. Klanten betalen veel meer voor deze seizoenskabeljauw dan voor de gewone kabeljauw. Kortom, het exclusieve werd hier als kans benut. Dit ondanks de uitdaging dat er steeds minder van deze Skrei beschikbaar was voor de markt.

De wensen van de markt

Als producent van vis is het slim om je bij de wensen van de markt aan te sluiten. Zo kan je proberen de prijs positief te beïnvloeden. Veel andere sectoren onderzoeken regelmatig wat er verandert in de maatschappij. Bijvoorbeeld waar behoefte aan is, wanneer de markt om iets vraagt en om welke hoeveelheden. De visserij kan hier nog belangrijke stappen in zetten.

Schaalvergroting in de visserij

Tegelijk nemen steeds meer visserijbedrijven elkaar over wat zorgt voor schaalvergroting. Hierdoor raken visserij en verwerking/handel steeds meer met elkaar verweven, doordat ze dezelfde eigenaar kennen. Dit kan het voordeel bieden dat zo’n groter bedrijf gemakkelijker het verhaal van schip tot schap kan vertellen. Maar dit hoeft natuurlijk niet. Dit kan je ook voor elkaar krijgen door meer samenwerking tussen visser en handelaar. En zodoende de handelaar helpen om het verhaal achter de vis te vertellen.

Een viertal garnalenkotters. — Nederlands Visbureau

3.8 De weg van kweekvis en geïmporteerde vis

Nederland importeert een groot deel van de vis, schaal- en schelpdieren die bedrijven hier verder verwerken. Nederlandse (en Europese-) bedrijven importeren vooraal steeds meer pangasius, tilapia en garnalen uit Zuidoost-Azië. Daarmee zijn die producten steeds belangrijker in de Europese markt. Importeurs en groothandels kopen deze vis gelijk aan en komt dus niet via de afslag Nederland binnen. Hetzelfde geldt voor Nederlandse kweekvis.

De visketen met daarin ook de geïmporteerde vis en de Nederlandse kweekvis (grijs). — ProSea

Kweekvis in Nederland

Er is weinig viskweek in Nederland. De meest kweekvis bestaat uit paling en meerval. Rokerijen, groothandel, supermarkten en horeca kopen deze rechtsreeks in. Daarbij wordt paling niet echt gekweekt, omdat deze zich niet in gevangenschap voortplant. De palingkwekerijen zijn dus in feite palingmesterijen, waar jonge wilde paling opgroeit tot die consumptierijp is. Naast het kweken van paling en meerval worden er in Nederland op relatief kleine schaal andere vissen gekweekt.

Import van buitenlandse kweekvis

Nederlandse bedrijven importeren veel buitenlandse kweekvis. Het grootste deel hiervan exporteren de bedrijven naar andere landen, slechts een klein deel is voor binnenlands gebruik. Veel van deze zogeheten bulkvis komt ons land binnen via de haven van Rotterdam. De bevroren vis zit in containers en is een aantal weken onderweg, met name vanuit Azië en Afrika.

Import via Schiphol

Soms komt er ook via luchthaven Schiphol vis binnen. Dat is verse vis op ijs of vis behandelt met de nieuwste koelmiddelen. Luchttransport is vrij duur, daarom importeren bedrijven alleen waardevolle en snel bederfelijke vis (zoals tonijn) of schaaldieren (zoals kreeft) op deze manier.

Wildgevangen tonijn wordt ingepakt voor export. — ProSea
De tonijn wordt opgeslagen in een vrieshuis voordat het wordt geëxporteerd. — ProSea
Tonijn wordt in Indonesië ingepakt om geëxporteerd te worden naar de Verenigde Staten en Europa. — ProSea

Concurrentie met kweekvis

Internationale markten en globaliseren valt niet meer weg te denken uit onze wereld. Dit is ook merkbaar in de visserij. De concurrentie met kweekvis is een grote uitdaging voor de aanvoerders van wildgevangen vis. Als visser heb je weinig invloed op de import van vis. Je kunt wel invloed hebben op de manier waarop je samenwerkt in de visketen, dus hoe jouw vis op de markt komt. De samenwerking met vishandelaren bepaalt hoe je de concurrentie met kweekvis aan kunt gaan.

4 Keurmerken en certificeringen

Steeds meer mensen vragen zich af waar de producten die ze kopen en gebruiken vandaan komen en hoe ze geproduceerd worden. Ze kijken dan bijvoorbeeld naar kinderarbeid en de effecten van het product op het milieu. Dat geldt niet alleen voor voedingsmiddelen, maar ook voor bijvoorbeeld kleding. Er zijn steeds meer merken die laten zien dat hun producten op een verantwoorde manier tot stand zijn gekomen. Voorbeelden zijn Max Havelaar koffie en Kuyichi kleding, maar ook MSC vis. Dit doen ze aan de hand van keurmerken en certificeringen.

Kritische blik van de maatschappij

De kritische blik van de maatschappij betekent dat je als producent niet zomaar alles kunt doen op de manier waarvan jij denkt dat die goed is. De maatschappij moet de activiteiten van de producent accepteren. In het Engels noemen we dat ‘license to operate’ of ‘license to produce’.

Ook bij de visdetaillist zie je het MSC-keurmerk soms terug. — Wouter Schuddebeurs/MSC

In de vissector spelen deze ontwikkelingen ook. Steeds meer supermarkten gaan over op de verkoop van verantwoorde vis. Ook de consument wordt mondiger en vraagt meer en meer om verantwoorde vis. Voor de vissector kan deze ontwikkeling een bedreiging zijn als jouw vis bijvoorbeeld in het ‘rood’ komt te staan op de Viswijzer. Maar aandacht voor verantwoorde vis is ook een kans. Als je als (toekomstige) visser kan laten zien dat jouw producten verantwoord zijn, geef je mensen een extra reden om jouw vis te kopen. Dat kan bijvoorbeeld met een keurmerk.

4.1 Keurmerken, hoezo?

Je komt keurmerken overal tegen. In elke supermarkt zie je producten met logo’s zoals ‘bewuste keuze’, ‘EKO’, ‘fairtrade’ en ‘biologisch’. Ook restaurants profileren zich tegenwoordig met duurzame, fairtrade en/of biologische producten. Keurmerken beïnvloeden de markt, prijsvorming en imago. Ze worden steeds belangrijker. Een keurmerk helpt de consument bij het maken van verantwoorde keuzes, zoals ‘goed voor de gezondheid’, ‘goed voor het milieu’ en ‘goed voor het dierenwelzijn’.

Je product onderscheiden

Tegenwoordig zijn er zo veel verschillende producten te koop dat het heel belangrijk kan zijn om jouw product te onderscheiden van alle andere producten op de markt. Vooral wanneer andere producten goedkoper zijn dan die van jou. Denk bijvoorbeeld aan het prijsverschil tussen pangasius (relatief goedkoop) en schol (relatief duur). Als een consument alleen naar de prijs kijkt, blijft jouw schol in de schappen liggen. In zo’n geval kan een keurmerk de consument ervan overtuigen om toch jouw schol te kopen.

Consument blijkt slecht geïnformeerd over keurmerk

Uit interviews onder visbedrijven bleek dat Europese consumenten duurzaamheidscertificaten (zoals MSC en ASC) vaak eerder zien als als ‘kwaliteitslabel’ dan als ‘duurzaamheidslabel’. Volgens deze visbedrijven worden consumenten nauwelijks tot slecht geïnformeerd over het certificaat dat op de verpakking staat.

Lees het onderzoek hier: https://visbureau.nl/sites/default/files/factsheet_totale_visverwerking_en_visgroothandel_nederland_2019-079f.pdf.

Keurmerken: visketen wil er niet meer bij

Uit een onderzoekstudie (https://edepot.wur.nl/294085) naar keurmerken en labels in de visserij, kwam onder andere naar voren dat geen enkele schakel in de visketen er een nieuw keurmerk bij wil. Ieder keurmerk of label brengt extra kosten, tijd en administratie met zich mee die niet of nauwelijks door te berekenen zijn en waarvan de toegevoegde waarde op lange termijn onbekend is. 

Een keurmerk brengt bij de consument de boodschap over dat ‘het wel goed zit’ met dat product. Het geeft vertrouwen. Gekeurde producten hebben vaak een hoge kwaliteit en zijn goed traceerbaar. Maar met alleen een keurmerk ben je er nog niet. Je moet kenbaar maken waar jouw product voor staat en waar het keurmerk over gaat. Naamsbekendheid en marketing bepalen uiteindelijk hoe succesvol een keurmerk is.

4.2 Keurmerken in de visserij

Keurmerken komen steeds vaker voor en worden steeds belangrijker in de visserij sector. Hieronder bespreken we een aantal voorbeelden.

Marine Stewardship Council (MSC)

Het Marine Stewardship Council (MSC) is een onafhankelijke, wereldwijde organisatie zonder winstoogmerk. Het werd in 1997 opgericht door Unilever en het Wereld Natuur Fonds (WNF). MSC wil via het keurmerk een bijdrage leveren aan de gezondheid van de oceanen wereldwijd door ecologisch duurzame visserijactiviteiten te belonen en door invloed uit te oefenen op de keuzes van de consument. De MSC certificeert alleen wild gevangen vis voor visserijen uit de hele wereld. Inmiddels dragen duizenden visproducten het logo.

Het MSC-logo. — MSC

MSC-criteria

De MSC-certificering is een vrijwillige beoordeling waarbij wordt bepaald of een visser voldoet aan de criteria voor duurzaam vissen. Die criteria zijn in het kort:

  • De visserijdruk brengt duurzame exploitatie van het bestand niet in gevaar.
  • Er is minimale belasting op het ecosysteem waarvan de visserij afhankelijk is.
  • Het beheer is effectief en de visserij leeft alle wetten na.

Onafhankelijk bureau doet de keuring

MSC beoordeelt niet zelf, daar huren ze een onafhankelijk bureau voor in. Dit draagt bij aan de onafhankelijkheid van het keurmerk. Het MSC logo is uitgegroeid tot een op wereldschaal geloofwaardig, herkend en erkend vis eco- keurmerk.

Inmiddels zijn er ook voorbeelden van door Nederlandse visserijbedrijven gevangen vis met het MSC-logo, zoals Noordzeevisserij op haring en de Ekofish twinrigvisserij op schol. Andere bedrijfstakken, zoals de garnalenvisserij, werken hard om het MSC logo te krijgen.

De overhandiging van het MSC-certificaat aan de bemanning van de SCH22. — Wouter Schuddebeurs

Friend of the Sea

Friend of the Sea (FOS) is een Italiaanse organisatie die vooral bekend en veelgevraagd is op de Zuid-Europese markt. Deze markt is de belangrijkste afzetmarkt voor Noordzeevis. Het is een van de eerste ecolabels die zowel wildvangst als kweekvis certificeert. Paolo Bray heeft FOS in 2007 opgericht als onafhankelijke organisatie.

Het keurmerk van Friend of the Sea. — Friend of the Sea

Een FOS certificaat dekt de volgende gebieden:

  • Hoe staat het visbestand er voor.
  • Welke invloed heeft de visserij op het ecosysteem.
  • Selectiviteitscriteria.
  • Leeft men de wetten na.
  • Is het beheer op orde en effectief.
  • Hoe gaat men om met afvalstoffen.
  • Hoeveel energie verbruikt de (kweek)visserij.
  • Sociale aspecten.

Discussie over FOS

Er was veel discussie gaande over hoe geloofwaardig het FOS label is. Zo kreeg FOS op de ‘seafood summit’ in 2007 de kritiek dat ze niet voldoet aan de richtlijnen die de FAO heeft opgesteld voor eco-labelling. In 2009 schreef de minister van LNV in een brief aan de Tweede Kamer dat MSC het enige internationaal erkende ecolabel was voor een goed beheerde duurzame visserij.

Inmiddels blijkt uit onderzoek van het LEI (Landbouw Economisch Instituut) dat naast MSC ook FOS voldoet aan het merendeel van de FAO richtlijnen. Sommige richtlijnen van de FAO kun je echter op verschillende manieren interpreteren: ze zijn niet eenduidig, aldus het LEI. FOS wordt internationaal erkend als ecolabel voor de visserij, zeker in Zuid- Europa.

Waddengoud

Het streekmerk Waddengoud voor producten uit het Waddengebied geeft een herkomst- en duurzaamheidsgarantie. Waddengoud hanteert de volgende criteria:

  • De grondstoffen van het product komen zo veel mogelijk uit de Waddenstreek.
  • Productie op een maatschappelijk aanvaarde duurzame wijze.
  • Lage milieubelasting.
  • Behoud van natuur- en landschapswaarden.
  • Oog voor dierenwelzijn.
  • Minimalisatie van transportbewegingen.

Goedkeuring van mileuorganisaties

Deze criteria zijn goedgekeurd door de Waddenvereniging en Vogelbescherming Nederland. Ook is er onafhankelijke controle, om te zorgen dat vissers en verwerkers zich aan de afspraken houden. Een voorbeeld van een vissoort met het keurmerk Waddengoud is gerookte harder. Vissers vangen de harder op een kleinschalige en duurzame manier in de Waddenzee. De harderpopulatie wordt niet te zwaar bevist en vogels en zeehonden worden niet verstoord.

Het Waddengoud-keurmerk. — Ecomare

VISwijzer

De VISwijzer is ontwikkeld om de consument bewuster te maken van duurzame vis, maar heeft ook invloed op het inkoopbeleid van de detailhandel. Stichting de Noordzee ontwikkeld de VISwijzer sinds 2004. Nu geeft de Good Fish Foundation de VISwijzer uit. De VISwijzer beoordeelt vissen, schaal- en schelpdieren die in Nederland en België te koop zijn op duurzaamheid. Vissen kunnen vier verschillende kleuren krijgen:

  • Blauw; Kies het MSC keurmerk voor duurzame visserij en het ASC keurmerk voor verantwoorde kweek.
  • Groen; Goede vis, deze vis is niet overbevist of wordt zorgvuldig gekweekt, met minimale schade aan de natuur.
  • Geel; Deze vis is een tweede keus. Er zijn nog problemen met de visserij of kweek.
  • Rood; Koop deze vis niet, ze wordt overbevist of de manier van vangst of kweek is te belastend voor de natuur.

Wild gevangen vis

Wild gevangen vis beoordeelt de VISwijzer op basis van:

  • De biologische kenmerken van de vis; sommigen vissoorten kunnen beter tegen bevissing dan andere soorten.
  • De effecten van visserij en vistechniek; zijn er veel bijvangsten? Veroorzaakt het vistuig schade aan de bodem?
  • (de effectiviteit van) beheersmaatregelen; dit gaat om zowel maatregelen van de overheid als maatregelen door vissers zelf.

Kweekvis

Kweekvis beoordeelt de VISwijzer op basis van:

  • Het productiesysteem; hoeveel water en energie gebruikt het kweeksysteem
  • Samenstelling en hoeveelheid visvoer; waar komt het visvoer vandaan en hoeveel visvoer eet de gekweekte vissoort?
  • De effecten op de omgeving; vervuilt de installatie het water of is er kans op het verspreiden van ziektes?
  • De effectiviteit van het management/beheer; houdt de kweker rekening met de eisen van de overheid? En wat doet hij zelf extra?

 

Het is belangrijk om te weten dat de VISwijzer slechts advies geeft en dus geen keurmerk is. — Good Fish Foundation

Invloed van de VISwijzer

Niet elke visser is blij met dit gratis advies dat de VISwijzer aan consumenten geeft. Maar de VISwijzer heeft wel degelijk invloed. Zo stellen steeds meer consumenten in restaurants en in winkels vragen over de herkomst van vis. Maar de VISwijzer heeft ook invloed op ontwikkelingen in andere schakels van de Nederlandse visketen. Restaurants willen bijvoorbeeld weten of de vis op hun menu duurzaam gevangen of gekweekt is. Het restaurant van de Tweede Kamer koopt sinds 2008 vis in op basis van de VISwijzer. Center Parcs heeft alle vissoorten uit de rode kolom van de VISwijzer van hun menu verwijderd. Dat gebeurde in alle 14 vakantieparken in Nederland, België en Duitsland, waar dagelijks ruim 11.000 gasten komen eten.

Aquaculture Stewardship Council

Omdat MSC geen kweekvis beoordeelt, is hier een aparte instantie voor opgericht: het Aquaculture Stewardship Council (ASC). Het ASC is een keurmerk van het Wereld Natuur Fonds (WNF) en Initiatief Duurzame Handel (IDH). Het WNF en IDH wilden hiermee een standaard ontwikkelen voor verantwoorde viskweek.

Het ASC-keurmerk voor duurzaam gekweekte vis. — Voedingscentrum

Er zijn acht standaarden opgezet, voor twaalf vissoorten (zalm, pangasius, tilapia, garnalen, forel, abalone, oesters, twee soorten mosselen, St. Jakobsschelpen, horsmakreel en cobia).

In deze kooien worden vissen gekweekt. — Wikimedia Commons

ASC-criteria

De criteria voor het ASC-keurmerk zijn als volgt:

  • Het kweekproces moet voldoen aan lokale en nationale wetgeving.
  • De lokale biodiversiteit en ecosystemen moeten worden beschermd, net als de gezondheid van wilde populaties. Kweekvis mag niet mengen met wilde populaties.
  • Voldoen aan de gestelde eisen voor het gebruik van grondstoffen; zo gelden er eisen aan het gehalte wilde vis in het visvoer, aan energiegebruik en uitstoot van broeikasgassen, aan afvalbeheer en gebruik van chemicaliën.
  • Men moet verantwoordelijk omgaan met het gebruik van medicijnen.
  • Veel viskweek vindt plaats in Aziatische landen. ASC stelt eisen op sociaal gebied voor werknemers; die volgen de acht belangrijkste ISO-normen (internationale eisen).

4.3 Een woud aan keurmerken

Natuurlijk kan vis nog vele andere keurmerken bevatten, zoals het Duitse ‘Naturland’, het Engelse ‘Soil Association’, ‘Global Gap’, ‘Fairfish’, ‘Fishwise’, ‘Best Aquaculture Practice’, of ‘dolphin friendly’. Er zijn ontzettend veel keurmerken! Daar kan je als klant in de winkel wel eens flink van in de war raken.

De grote hoeveelheid keurmerken zorgt ook voor verwarring in de keten. — Fairtrade Utrecht

Verwarring

Niet alleen voor consumenten is het groot aantal keurmerken verwarrend. Ook de ketenpartners zijn niet altijd bekend met de inhoud en betekenis van de keurmerken. Zowel bij de aanvoer, schakels in de visketen en eindafnemers bestaat grote verwarring en zelfs totale onbekendheid over de betekenissen, verschillen en overeenkomsten tussen de huidige keurmerken en labels voor vis. Dat leidt tot het niet, verkeerd en/of anders gebruiken van het betreffende keurmerk of label.

Men denkt snel dat ieder keurmerk of label staat voor duurzaamheid, terwijl het bijvoorbeeld een keurmerk is voor kwaliteit of herkomst. Daarnaast trekt men al snel de conclusie dat ieder keurmerk voor kwaliteit staat, terwijl een duurzaamheidskeurmerk niets zegt over de kwaliteit van de vis.

De behoefte aan keurmerken bij de verschillende ketenpartijen (x = een specifieke behoefte/vraag). — LEI

De uitdaging voor vissers

Dit alles maakt het lastig voor vissers die zich willen laten certificeren. Waar moet je voor gaan, welk keurmerk wordt het meest (h)erkend en heeft dus de grootste voordelen? Ook Productschap Vis hield zich hiermee bezig. Productschap Vis zat in een projectgroep die een groot aantal keurmerken met elkaar heeft vergeleken. In hun rapport staat dat scorelijsten (zoals de VISwijzer) en keurmerken het bewustzijn over duurzaamheid vergroten, maar dat er inderdaad op meerdere plekken in de keten verwarring bestond vanwege de grote hoeveelheid aan keurmerken.

In het rapport staan aanbevelingen, die hopelijk meer duidelijkheid kunnen geven in het woud van viswijzers en keurmerken. Lees het rapport hier: https://visfederatie.nl/wp-content/uploads/2017/01/LEI-Keurmerken-en-labels-voor-verse-Nederlandse-vis.pdf

4.4 De visketen en duurzaamheid: Wie bepaalt? Consument of handel?

Waar in de keten is er vraag naar duurzame vis? Natuurlijk ligt de vis uiteindelijk op het bord van de consument. Die moet de vis kopen. Consumenten kijken tot nu toe vooral naar prijs, kwaliteit en houdbaarheid van een product. Maar een ander deel van de consumenten doet ‘bewust’ inkopen en let daarbij op duurzaamheidaspecten. Deze consumenten zijn soms wel bereid wat meer voor duurzame producten te betalen. Maar momenteel zijn de detailhandel, zoals supermarkten en restaurantketens, de echte trendsetters op het gebied van duurzaamheid. Dat gebeurt soms als gevolg van acties van milieuorganisaties.

Stichting Wakker Dier is een voorbeeld van een organisatie die druk zet op supermarkten om hun aanbod aan te passen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van bovenstaande reclame. — Stichting Wakker Dier

5 Visserij en maatschappij

In dit hoofdstuk staat de People P centraal, maar deze keer ligt de focus op de mensen buiten de sector. Dit onderdeel van duurzaamheid gaat over de zorg voor voldoende draagvlak voor de visserij in de maatschappij. Een samenleving die trots is op een visserij met toekomst, kan de visserij de ruimte geven om zich duurzaam te ontwikkelen. Als de maatschappij te weinig vertrouwen heeft in de visserij, dan kan dat leiden tot minder verkoop van vis, minder inkomsten, strengere regels en een onzekere toekomst. Dat moeten we voorkomen!

Visconsumptie

De maatschappij verandert voortdurend en de visserij reageert daarop en ontwikkelt mee. Maar de visserij kan ook uit zichzelf veranderen. Zo heeft vis een goed imago. Het gezondheidsaspect van vis wordt steeds belangrijker voor de (Nederlandse) consument. Het voedingscentrum adviseert Nederlanders om twee keer per week vis te eten, waarvan één keer een vettere vissoort. Vis levert namelijk veel waardevolle voedingstoffen: eiwitten van hoge kwaliteit, goede vetten, vitamines en mineralen. Het eten van vis kan bescherming bieden tegen hart- en vaatziekten en is gunstig voor de ontwikkeling van hersenen en ogen.

Het gezegde “Zo gezond als een vis” bestaat niet voor niets, want vis bevat veel vitamines, mineralen, eiwit, ijzer en gezonde vetten. — Visrecepten.nl

Nederlanders eten niet zo veel vis, schaal- en schelpdieren. Zo eten Nederlanders wekelijk gemiddeld 70 gram vis. Dit komt overeen met het 1x in de 2 weken eten van vis. Dit betekent dat de meeste Nederlandse minder dan twee keer per week vis eten. Er zijn ook veel mensen die helemaal geen vis eten. Terwijl het Voedingscentrum adviseert om ten minste twee keer per week vis te eten. Ter vergelijking, de Europese consument eet gemiddeld 25kg vis per jaar, wat neer komt op 480 gram vis per week. Nederlanders kopen vooral zalm (gerookt, diepvries en vers), haring, tonijn in blik, kibbeling en lekkerbek.

5.1 Het imago van de visserij

Trots op de visserij

Er wordt wel eens gezegd dat er niet gesproken moet worden over drie P’s, maar over vier P’s. Veel mensen in de vissector hebben hun hart verpand aan hun beroep. Het visser zijn is niet zomaar een beroep, maar een onderdeel van wie je bent, van je identiteit. Je kunt spreken van de vierde P; de P van Pride (trots).

Veel vissers maken deel uit van vissersfamilies, die al generaties lang actief zijn op de Noordzee. Daardoor hebben ze ook veel kennis, waar ze trots op zijn. Hierdoor is het soms lastig om met maatschappelijke kritiek om te gaan. Veel vissers voelen het als een persoonlijke aanval. Ook vinden vissers het moeilijk te accepteren dat ‘stadse mensen’ zich opeens met de zee gaan bemoeien en allerlei eisen gaan stellen. Dat terwijl zij, de vissers, er al eeuwen vissen.

Imago visserij

Het beeld dat de gemiddelde Nederlander heeft over ‘de visserij’ (het imago = hoe anderen over jou denken) kan wel eens anders zijn dan het beeld dat vissers zelf van de visserij hebben. Menig visser is trots op zijn beroep en identiteit. Maar wat denkt de gemiddelde Nederlander over de visserij? Dat de meeste Nederlanders weinig weten over de visserij, het visserijbeheer en het dagelijks werk van de visser bleek uit onderzoek uitgevoerd door TNS NIPO in 2015 (zie onderstaand figuur).

Het onderzoek van TNS NIPO toonde aan dat 79% van de mensen helemaal niet tot niet zo bekend was met de visserij. Slechts 21% was (enigszins) bekend met de Nederlandse visserijsector. — TNS NIPO

Uit een onderzoek naar beeldvorming in de visserij, uitgevoerd in 2015, bleek dat Nederlanders die wel iets zeiden te weten over de visserij het vooral hebben over kwesties als overbevissing in negatieve zin. In positieve zin spraken mensen over vissers als voedselleveranciers en het respect voor het harde bestaan van de visser, zoals te zien is in onderstaand figuur.

Bij het beoordelen van de Nederlandse visserijsector gaven de ondervraagde mensen overbevissing, negatieve berichtgeving en het nog niet duurzaam/verantwoord vissen op reden voor een negatieve beoordeling. De ondervraagde mensen met een positieve beoordeling droegen juist het belang van vis als bron van voedsel, de positieve verhalen en het respect voor het vissersberoep aan als reden voor een positieve beoordeling. — TNS NIPO

Onheilspellende berichten over vis

Mensen in de maatschappij vormen hun beeld over de visserij meestal op basis van artikelen in de krant, programma’s op tv of via verhalen op internet. Visserij en visbestanden komen regelmatig negatief in het nieuws en worden vaak besproken vanuit wereldperspectief. Mensen worden zo geconfronteerd met de algemene achteruitgang van de visbestanden in de wereldzeeën. Volgens cijfers van de Voedsel- en landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties wordt jaarlijks bijna 80 miljoen ton zeevis gevangen. In 2011 was 33,1% van de visbestanden wereldwijd overbevist.

In dit figuur zie je hoe de visbestanden zich wereldwijd hebben ontwikkeld sinds 1975. Het oranje gedeelte toont het percentage van de visbestanden die wereldwijd overbevist worden. Dit was 33,1% in 2015. Het blauwe gedeelte toont het percentage duurzaam beviste bestanden wereldwijd. Hierbij maakt men onderscheid tussen maximaal duurzaam beviste bestanden (59,9% in 2015) en onderbeviste bestanden (7% in 2015). — Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO)

Ook komen kritische wetenschappers zoals Daniel Pauly en Boris Worm in de krant, die de visserij en visbestanden op wereldschaal onderzoeken. De documentaire ‘The end of the line’ (2009) laat zien dat wetenschappers hebben berekend dat de vis op wereldschaal veel sneller dan tot dusver werd aangenomen verdwijnt. Pauly waarschuwt dat we het risico lopen dat er binnenkort alleen nog kwallen en plankton in zee zwemmen, wanneer alle grote roofvissen uit het ecosysteem worden weggevist.

Visserijbioloog Daniel Pauly kwam in 1998 met de term ‘Fishing down the foodweb’. Hiermee shockeerde hij en zijn collega’s de wereld met het bericht dat de commerciële visserij wereldwijd bezig is om vooral de top van de voedselketen weg te vissen. Hierbij kun je denken aan grotere vissoorten, zoals tonijn, kabeljauw en zwaardvis. Volgens deze theorie gaan vissers zich op steeds kleinere vissen richten zodra de grote vissen zijn opgevist. — Hans Hillewaert

Grote publiek ziet verschil in visserij maar moeilijk

Voor het grote publiek is het soms moeilijk om het verschil te zien tussen de visserij op wereldschaal en de visserij op de Noordzee. Mensen in de maatschappij maken zich dan ook zorgen over visbestanden en vragen zich af of het nog wel verstandig is om vis te eten. Dit terwijl het met de meeste commerciële visbestanden in de Noordzee, zoals tong en schol, goed gaat. Ook is de visserijdruk op veel commerciële bestanden in de Noordzee flink afgenomen. Op regionaal niveau kan het verhaal dus wel anders liggen dan de krantenkoppen je soms doen geloven.

Communicatie

Om ervoor te zorgen dat het imago van de visserij meer op de eigenlijke identiteit gaat lijken, is het belangrijk om het brede publiek goed te informeren. Daarbij moet je het niet alleen hebben over de visserij op wereldschaal, maar ook over de visserij in Europa of op onze eigen Noordzee. Dat betekent communicatie! Een goede communicatiestrategie is nodig om de burgers van Europa beter te informeren over de realiteit van de visserij, met name over de initiatieven die ondernomen worden richting een duurzaam en verantwoord beheer van de visbestanden. Draagvlak in de maatschappij is namelijk van levensbelang voor een duurzame visserij!

In sommige visserijbedrijven is ook een belangrijke rol weggelegd voor de vissersvrouwen wat betreft communicatie. — Bas Kohler

5.2 Maatschappelijke organisaties

Alle mensen in Nederland samen vormen de maatschappij. Iedereen kan zelf bepalen wat hij of zij vindt van de visserij. Al die meningen bij elkaar vormen de mening van de maatschappij. Door goed op te letten wat er in de maatschappij speelt, kan de visserij een indruk krijgen van wat de maatschappij wil. Dat is niet makkelijk. Je kunt moeilijk alle Nederlanders om hun mening vragen. Veel makkelijker is het om te luisteren naar wat maatschappelijke organisaties te vertellen hebben.

Er zijn verschillende maatschappelijke organisaties in Nederland die zich bezighouden met vis, visbestanden en de visserij. Deze maatschappelijke organisaties zijn onafhankelijk van de overheid en worden daarom ook wel ngo’s (niet-gouvernementele organisatie) genoemd. Deze ngo’s richten zich op de een of andere manier op het maatschappelijk belang. Het gaat meestal om organisaties die werken aan het bevorderen van natuurbehoud en milieubescherming. Soms hebben deze organisaties leden die hun werk financieel steunen. Hieronder staan een aantal voor de visserij belangrijke maatschappelijke organisaties.

Wereld Natuur Fonds (WNF)

Het Wereld Natuur Fonds (WNF) heeft ongeveer 760.000 leden in Nederland en zet zich in voor natuurbescherming over de hele wereld.

Het WNF-logo. — Wereld Natuur Fonds

Hun missie is even uitdagend als helder: werken aan een wereld waarin de mens leeft in harmonie met de natuur. Een vitale en veerkrachtige natuur, die we vol trots kunnen doorgeven aan de generaties na ons. Ze hebben 7 belangrijke doelen:

  1. Broeikasgas met 40% verminderen
  2. Impact van ons voedselsysteem halveren
  3. Rivieren schoon en stromend houden
  4. Ontbossing stoppen
  5. Duurzame visserij verdubbelen
  6. Illegale handel in dieren en planten stoppen
  7. 30% van het land en zee beschermen

Stichting de Noordzee

Stichting De Noordzee heeft als missie om te streven naar een bloeiende, duurzame Noordzee voor natuur en mens. Een zee met een goed functionerend ecosysteem dat invloeden van buiten veerkrachtig opvangt. De Noordzee wordt duurzaam gebruikt. Dat betekent dat de grens voor menselijk gebruik wordt bepaald door wat het ecosysteem aankan, zodat ook onze kinderen en de generaties erna van de Noordzee en haar natuur kunnen genieten. Dit zijn de belangrijkste thema’s:

  • Beschermde natuurgebieden
  • Schone zee
  • Duurzame visserij
  • Natuurvriendelijke energie
Het logo van Stichting De Noordzee. — Stichting de Noordzee

Greenpeace

Greenpeace heeft ongeveer 320.000 donateurs in Nederland en is een van de grootste en bekendste milieuorganisaties ter wereld. De missie van Greenpeace is om vastberaden en inventief in actie te komen voor een groene, vreedzame wereld. Ze nemen het op tegen bedrijven die het milieu schade toebrengen en overheden die niet genoeg doen om het te beschermen.

Het logo van Greenpeace. — Greenpeace

Stenen in zee gestort; actie onder kritiek

Greenpeace wil dat de Noordzee beter wordt beschermd, bijvoorbeeld door het aanwijzen van meer beschermde gebieden. In 2009, 2015 en 2020 bracht Greenpeace beschermde gebieden op de Noordzee onder de aandacht door stenen in zee te storten. Deze rotsblokken waren een signaal naar de politiek dat ze haast moesten maken met de bescherming van de gebieden, maar hinderden ook de bodemvisserij. Deze actie leverde veel kritiek op vanuit het ministerie en de visserijsector en leidde in 2015 en 2020 tot een rechtszaak van de visserijsector tegen Greenpeace.

Naast het ministerie en de visserijsector zijn ook andere organisaties het niet eens met deze actie, waaronder een aantal maatschappelijke organisaties. Zo nam Stichting de Noordzee publiekelijk afstand van de actie van 2020 (https://www.noordzee.nl/reactie-op-actie-greenpeace-groot-brittannie-in-engelse-noordzee/).

De door Greenpeace gedumpte keien worden door een bergingsschip weer aan wal gebracht. — Nederlands Visbureau

Good Fish Foundation

De Good Fish Foundation stelt zich ten doel de transitie naar een duurzame en verantwoorde visserij en visteelt te bevorderen door de vraag naar goede vis te vergroten en consument en ondernemer te ondersteunen bij een verantwoorde keuze. De stichting richt zich primair op de visaanvoer, verwerking, consumenten, handel en overheid in Nederland en Europa.

Het logo van de Good Fish Foundation. — Good Fish Foundation

Waddenvereniging

De Waddenvereniging heeft 35.000 leden. Ze streven naar behoud, herstel en goed beheer van natuur, landschap en milieu en van de ecologische en cultuurhistorische waarden van het waddengebied, waaronder begrepen het noordelijk zeekleigebied, en de Noordzee als onvervangbare en unieke natuurgebieden. De vereniging stelt zich tevens ten doel de bevordering van de belangstelling voor deze gebieden. In haar handelen gaat zij uit van het besef, dat de mens onderdeel is van het ecosysteem.’

Het logo van de Waddenvereniging. — Waddenvereniging

5.3 Kritiek van maatschappelijke organisaties op de visserij

Maatschappelijke organisaties volgen de visserij kritisch. De kritiek van deze organisaties richt zich vooral op vier problemen:

  • Visserijdruk
  • Bijvangsten
  • Bodemberoering
  • Brandstofgebruik
  • Vissenwelzijn (dit is een redelijk recent onderwerp voor de visserij, lees hier meer over in het kennisdossier: Vissenwelzijn.

Visserijdruk

Maatschappelijke organisaties wijzen op de problemen van de wereldwijde hoge visserijdruk. Als de visserijdruk hoog is en er dus (te)veel gevist wordt, dan kan dat gevolgen hebben voor het visbestand. Hierdoor kan er te weinig vis in zee overblijven. Dat is een probleem voor de visserij, want de aanwas van jonge vis kan verminderen als er te weinig ouderdieren zijn. Zo kunnen visbestanden instorten. Een hoge visserijdruk kan er ook toe leiden dat het ecosysteem in de zee uit balans raakt, want soorten zijn met elkaar verbonden in een voedselweb.

Bijvangsten en discards

Maatschappelijke organisaties hebben kritiek op het overboord gooien van ongewenste bijvangst in de visserij en vinden al jaren dat daar iets aan moet gebeuren. De EU vindt dat nu ook en heeft in het nieuwe Gemeenschappelijk Visserijbeleid de aanlandplicht opgenomen. Deze aanlandplicht werd vanaf 2015 geleidelijk ingevoerd. Met deze regel probeert het Gemeenschappelijk Visserijbeleid om vissers selectiever te laten vissen. Hierdoor zal er minder ongewenste bijvangst gevangen worden.

Visserij, Aanlandplicht, Bijvangst, Discards, Vist ik het maar, Vistikhetmaar, Kottervisserij, Boomkor, Schol, Tong
De vangst van een visser bestaat uit drie delen. Je hebt de doelsoort (bij boomkor vaak schol en tong) waar je gericht op vist. Er komen ook soorten in het net terecht waar je niet gericht op vist, dit noem je de bijvangst. Sommige soorten die bijgevangen worden neemt de visser graag mee als de regelgeving dat toelaat, zoals griet en tarbot in dit voorbeeld. Daarnaast vang je ook vissen die ondermaats (te kleine vis) of ongewenst zijn (benthos zoals zeesterren). — ProSea

Invoering aanlandplicht

Voor de invoering van de aanlandplicht mochten ondermaatse vissen niet worden aangeland en gingen daarom overboord als discards. Ook soorten vis waar geen markt voor is en ander zeeleven zoals zeesterren en zeeanemonen, gingen weer overboord. Verder vangen vissers soms vis bij die ze wel willen hebben, maar niet mogen aanlanden, omdat het quotum vol zit. Ook die ging weer overboord.

Ethische discussie

Voor een deel is de discussie over discards een ethische discussie. Is het overboord gooien van ondermaatse schol in de tongvisserij erg als het scholbestand op orde is? De één vindt van wel, want het is verspilling; zowel economisch als ecologisch. De ander vindt van niet, want een sterk scholbestand moet daar tegen kunnen en de discards zijn voedsel voor andere dieren. Ook blijft een deel van de discards in leven nadat het terug in zee gegooid wordt. Toch moet je als vissector iets met die discards, zeker met de nieuwe regelgeving. Met de aanlandplicht wordt een eind gemaakt aan het overboord gooien van vis. In de toekomst moet alle ondermaatse gequoteerde vis mee naar land. Ander zeeleven en beschermde soorten moeten nog wel worden teruggegooid.

De aanlandplicht zorgt voor veel discussie tussen voorstanders, die discards zien als verspilling (links) en tegenstanders die het meenemen van discards juist als verspilling zien (rechts). — Het proeflokaal & Visserijnieuws

Aanlandplicht onder andere resultaat van Britse mediacampagne

De aanlandplicht is het resultaat van het gevecht van bekende chef-koks tegen de ‘discards’. In Groot Brittannië is de chef-kok Hugh Fearnley-Whittingstall met een grote mediacampagne begonnen om het probleem van discards onder de aandacht te brengen. Hij wordt geholpen door de Marine Conservation Society (MCS). Door zijn actie is de aandacht van de maatschappij en de politiek nog meer gevestigd op de discards en dat heeft onder andere de aanlandplicht als gevolg gehad. De EU heeft de aanlandplicht namelijk niet ingevoerd omdat het slecht zou gaan met de visstand, maar omdat ze de mening van de maatschappij volgt en voedselverspilling wil tegengaan. Zo zie je dat de People P, de mening van de maatschappij, grote effecten kan hebben, ook voor de visserij.

De chef-kok Hugh Fearnley-Whittingstall kreeg veel media-aandacht in zijn strijd tegen discards. Veel mensen steunden zijn strijd, zoals ook te zien is op deze afbeelding met de tekst ‘’You can’t ignore 706.381 people’’. Dat betekent dat al 706.381 mensen zijn actie steunden en zo’n groot aantal kan men niet negeren. — The Sustainable Restaurant Association

Bodemberoering

Maatschappelijke organisaties vragen ook aandacht voor de bodemsleepnetten die de structuur van de bodem en de samenstelling van het bodemleven veranderden. Met name de boomkorvisserij met kettingen of zware matten wordt bekritiseerd.

Verschillende wetenschappelijke studies tonen aan dat de hoeveelheid ongewervelde dieren die in én op de zeebodem leven vermindert door bodemberoerende visserij. In de Noordzee zijn veranderingen opgetreden in de soortensamenstelling van dieren. Zo komen langlevende soorten, zoals de Noordkromp, tegenwoordig minder voor. De Noordzee heeft daarentegen nu veel meer wormen, zeesterren en krabben dan 100 jaar geleden. Snelgroeiende bodemdieren, zoals wormen, kunnen toenemen op plekken waar door veel bodemberoering de langzaam groeiende en grotere bodemdieren minder kans op overleven hebben.

Klik hier voor een studie die het effect van de boomkor van beide kanten laat zien (https://www.researchgate.net/publication/342353642_Food_web_feedbacks_drive_the_response_of_benthic_macrofauna_to_bottom_trawling).

. Gevolgen van bodemberoering zijn zichtbaar door te kijken naar de soortensamenstelling. Hier zie je dat er andere soorten voorkomen op de ongestoorde bodem (links) en een omgewoelde bodem (rechts). — Ecomare

Bodemberoering heeft een positieve- en een negatieve kant.

Veel vissers zien bodemberoering juist als iets positiefs. Volgens meerdere vissers is het zelfs essentieel voor een gezonde platvisstand. Er is ook wetenschappelijk onderzoek dat de ideeën van de vissers ondersteunt. Het toont aan dat schol inderdaad meer voedsel kan vinden op een zeebodem die in zekere mate beroerd wordt. Dat zou komen doordat kortlevende wormen goed gedijen bij bodemberoering en juist die wormen eet de schol graag!

Maar NGO’s willen niet alleen schol in zee. Ze pleiten voor een zo divers en natuurlijk mogelijk ecosysteem. Met de langlevende en traag groeiende bodemdieren die daar ook bijhoren.

Brandstofverbruik

Voordat een visje op ons bord belandt, is vaak veel CO2 de lucht ingeblazen. Hierdoor draagt de visserij bij aan klimaatverandering (zie lesboek ‘’Milieu’’). Met name de boomkorvisserij gebruikt veel fossiele brandstof. Nederlandse boomkorkotters met een motorvermogen tussen de 1.500 en 2.000 pk verbruiken veel brandstof, ongeveer 25.000 tot 30.000 liter per week. Veel vissers zijn de afgelopen jaren overgegaan op vismethoden die minder brandstof gebruiken, zoals de twinrig-, pulskor- of flyshootvisserij.

De Nederlandse visserijsector is de laatste jaren erg succesvol geweest in het terugdringen van het brandstofverbruik. Deze besparing is goed voor milieu, mens en portemonnee. — Wageningen Economic Research

5.4 Wat doen de maatschappelijke organisaties?

Maatschappelijke organisaties proberen op verschillende manieren invloed uit te oefenen op de visserij. Ze proberen ervoor te zorgen dat de regels en wetten zo worden gemaakt dat het de visserij in de door hun gewenste richting stuurt. Dat kan door lobbyen en vergaderen, maar ook door acties. Zo sporen ze bijvoorbeeld de Nederlandse en de Europese regering aan om de afspraken over de beschermde gebieden na te komen. Soms stappen ze ook naar de rechter om ervoor te zorgen dat de wetten op een goede manier worden uitgevoerd.

Consument overtuigen om te kiezen voor duurzame vis

Maatschappelijke organisaties richten zich ook op de visetende mens, de consument. Ze proberen consumenten ervan te overtuigen alleen nog maar duurzame vis te kopen, bijvoorbeeld door het maken van de Viswijzer. Sommige maatschappelijke organisaties proberen ook om met de visserijsector samen te werken aan verbeteringen.

Op sommige punten lukt het de visserijsector om samen te werken met maatschappelijke organisaties. Zo werd er een akkoord gesloten tussen de Pelagic Freezer-trawler Association (PFA) en Greenpeace over duurzame visserij. — Cornelis Vrolijk

Milieuorganisaties vragen om verduurzaming

Milieuorganisaties vestigen de aandacht op verduurzaming in de hele keten, van aanvoersector tot aan de keuze van de consument. De organisaties willen duidelijkheid over waar de verkochte vis vandaan komt en hoe die gevangen is. Dat komt omdat ze zich zorgen maken over de mate van bevissing en de gevolgen daarvan voor de visstand en het ecosysteem. Om iets te kunnen zeggen over waar en hoe een vis gevangen is, moet de keten transparant zijn. Daarnaast kunnen keurmerken de consument helpen om te kiezen voor producten die door een (onafhankelijke) partij gecertificeerd zijn als zijnde ‘duurzaam’. Milieuorganisaties proberen verschillende schakels in de keten te beïnvloeden.

6 Marketing in de visserij

Marketing is verkoopondersteuning. Hoe gebruik marketing in de visserijsector? Als bedrijf moet je eerst begrijpen wat je klant wilt en daar vervolgens op in spelen. Marketing is heel goed luisteren naar de klant. Vaak spreekt men in de marketing over Product, Prijs, Promotie en Plaats.

Product

Het product dat je verkoopt. Het is belangrijk dat dit product aansluit bij de wensen en behoeften van de klant.

Prijs

Welke prijs ga je vragen voor het product? Hoge prijzen geven vaak het signaal af dat de kwaliteit van het product hoog is. Het geven van korting is een marketingtoepassing. Korting kan consumenten ertoe bewegen een product een eerste keer te kopen, waarna ze het misschien wel blijven kopen.

Promotie

Onder promotie vallen onder meer adverteren, verkooppromoties in de winkel en publiciteit. Reclame valt dus onder promotie.

Plaats

Op welke manier komt de dienst of het product bij de klant terecht?
De P van Plaats beschrijft hoe het product of de dienst bij de klant terecht komt. Hierbij gaat het om welke kanalen, de manieren waarop het bij de klant komt. Maar ook om hoeveel kanalen er gebruik worden. Het kan hier gaan om de locatie waar het bedrijf het product verkoopt, de logistieke routes en transportmiddelen.

De 4 P’s worden hier iets uitgebreider toegelicht. — Quality Logo Products

Imago van het product

Een product aan de man brengen is veel meer dan alleen maar vertellen dat het product lekker is. Bedrijven als Heineken, Nike en Coca Cola besteden veel tijd en energie om hun producten een imago mee te geven, zodat hun doelgroep graag hun producten koopt.

6.1 Reclame

Reclame is onderdeel van marketing en speelt een grote rol in ons dagelijks leven. Overal waar we kijken is reclame: op televisie, in bushokjes, kranten, tijdschriften en zelfs in films (de sluikreclames). We hebben ook steeds meer reclame-typetjes die iedereen kent, zoals Cora van Mora en Frank Lammers als het gezicht van alle Jumbo reclames.

In ons dagelijks leven worden we omringd door reclame. Times square in New York is hier een extreem voorbeeld van. — ProSea

Overal proberen bedrijven ons ervan te overtuigen dat we hún producten moeten kopen. Sommige mensen vinden dat leuk en kijken graag naar (grappige) reclames. Maar er zijn ook mensen die zich ergeren aan reclame en gaan zappen. Of die een NEE sticker op hun brievenbus hebben, zodat ze geen stapels folders krijgen.

Over het algemeen werkt reclame erg goed. Het doet de verkoop van producten stijgen. Bedrijven geven er veel geld aan uit. Reclame geeft informatie over wat er te koop is. Dat gebeurt op zo’n manier, dat consumenten het product willen gebruiken.

6.2 Marketing en reclame van vis in Nederland

Het Nederlands Visbureau zet zich sinds 1994 in voor het verbeteren van de kennis over, en de waardering voor vis en visproducten en het bevorderen van de informatievoorziening over het Nederlands visaanbod, de toepassingen en de marktvraag.

Daarvoor voert zij nationale publiekscampagnes, zoals ‘Vis van de maand’, ‘Veiling vaatje eerste Hollandse Nieuwe’ en neemt ze deel aan ‘de Seafood Expo Global Brussel/Barcelona’. De Nederlandse visserijsector financiert het visbureau gezamenlijk.

Het logo van het Nederlands Visbureau. — Nederlands Visbureau

Nog veel promotie van vis te doen!

De Nederlandse consument eet gemiddeld slechts twee keer per maand vis, terwijl de overheid adviseert dat twee keer per week te doen. Dat betekent dat er nog veel werk te verzetten is. Niet alleen voor het Nederlands Visbureau, maar voor iedereen die iets met vis te maken heeft.

Het Nederlands Visbureau heeft daarom allerlei middelen ontwikkeld waarmee groothandel en detailhandel op een eenvoudige manier aan de slag kunnen. Zo ontwikkelen ze onder andere promotiemateriaal voor winkels. Het Nederlands Visbureau promoot vis op de Nederlandse markt en vis uit Nederland op exportmarkten, bijvoorbeeld Zuid-Europa.

Er worden door het Nederlands Visbureau allerlei promotiecampagnes gevoerd, zoals voor de Hollandse garnaal. — Nederlands Visbureau

Een jaarlijks terugkerende campagne is de jaarlijkse veiling van het vaatje ‘Hollandse Nieuwe’. Dit gebeurt jaarlijks in juni. Oorspronkelijk was Vlaggetjesdag de dag waarop vissersschepen met vlaggetjes versierd in de haven lagen voordat ze eropuit trokken om haring te vangen. Dat is tegenwoordig anders. Nu vieren we de komst van de Hollandse Nieuwe. Een aantal dagen voorafgaand aan Vlaggetjesdag wordt het eerste vaatje nieuwe haring geveild. De opbrengst, die ieder jaar anders is, gaat naar een goed doel.

Veiling eerste vaatje Hollandse Nieuwe in 2019. — Nederlands Visbureau

7 Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) hoor je steeds vaker, ook in de visserij. Wat is dat en hoe doe je dat als visserij ondernemer? In dit hoofdstuk beschrijven wat MVO is hoe je er mee om kunt gaan binnen je bedrijf. Daarnaast laten we een aantal voorbeelden zien hoe ondernemers binnen de visserij zich met MVO bezig houden.

MVO is geen eindbestemming

Het is belangrijk om te weten dat MVO voor ieder bedrijf verschillend is en dat MVO geen eindbestemming heeft. MVO is namelijk een proces waarbij de doelen voor je bedrijf veranderen naar verloop van tijd en waar bedrijfsbeslissingen ook invloed op hebben.

Als visser ben je ondernemer, maar je kunt op vele manier ondernemen. Tegenwoordig zijn er steeds meer bedrijven die Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. — RVO

7.1 Wat is MVO?

Net als bij duurzaamheid, moet je bij MVO rekening houden met drie verschillende gebieden, namelijk met het economische (Profit), ecologische (Planet) en het sociale (People) gebied. Dit noemt men ook wel de drie P’s. Een ondernemer die maatschappelijk verantwoord wil ondernemen streeft ernaar om deze drie P’s te combineren binnen zijn bedrijf. Wanneer een ondernemer zich namelijk richt op slechts één van deze P’s, zoals winst, dan zal dat ten koste gaan van de mens en het milieu.

Dit betekent niet dat geld verdienen niet belangrijk is, sterker nog, geld verdienen is essentieel als je maatschappelijk verantwoord wilt ondernemen. Je kunt namelijk de beste bedoelingen hebben met de P’s van Planet en People, maar zonder geld houdt het voor een ondernemer al snel op. Het is verstandig om ernaar te streven om op alle drie de P’s een voldoende te scoren. Daarbij mag je best op het ene onderdeel hoger scoren dan op het andere deel, maar het gaat erom dat je op alle drie de gebieden uiteindelijk een voldoende scoort.

Bij MVO draait het om het combineren van de 3 P’s, welke staan voor Profit, Planet en People. Bron: ProSea.

 

7.2 Waarom MVO?

Iedere ondernemer heeft andere redenen om bezig te zijn met MVO. Vaak worden deze redenen onderverdeeld in de volgende drie categorieën: MVO draagt bij aan de financiële prestaties van bedrijven. Er is een stijgende vraag naar duurzame producten en diensten vanuit de samenleving. Maar MVO kan bijvoorbeeld ook de arbeidsproductiviteit verhogen (afname ziekteverzuim).

Omdat het loont

MVO draagt bij aan de financiële prestaties van bedrijven. Er is een stijgende vraag naar duurzame producten en diensten vanuit de samenleving. Maar MVO kan bijvoorbeeld ook de arbeidsproductiviteit verhogen (afname ziekteverzuim).

Omdat het moet

Hierbij wordt een ondernemer min of meer gedwongen om maatschappelijk verantwoord te ondernemen, doordat ze niet voldoen aan de maatschappelijke norm. Hierdoor verliezen de bedrijven hun ‘’license to produce’’ . Dat kan resulteren in consumentenboycots, mediaschandalen, stakingen of ingrijpen van de overheid. Bedrijven die zich wel met MVO bezig houden krijgen over het algemeen minder te maken met dergelijke acties en boycots.

Omdat het hoort

Sommige ondernemers kiezen bewust voor MVO, omdat ze een steentje willen bijdragen aan de maatschappij en ze het milieu zo min mogelijk willen belasten. Oftewel, deze ondernemers vinden dat het zo hoort. Vaak vormt duurzaamheid de kern van hun bedrijfsstrategie.

7.3 Hoe Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen?

Iedere ondernemer zal zelf moeten bepalen hoe hij of zij aan de slag wil gaan met MVO binnen het bedrijf. Over het algemeen kun je gebruik maken van vier stappen voor het opstellen van een succesvol en gedragen MVO beleid. Deze vier stappen zijn als volgt:

  1. Opstellen van een visie en missie
  2. Het opstellen van een MVO plan
  3. Uitvoeren van het opgestelde MVO plan
  4. Aanvullen of verbeteren van het MVO plan

1. Opstellen van een visie en een missie

Bij het opstellen van een visie en missie kun je rekening houden met de punten die genoemd worden in onderstaande figuur. Het is vaak handig om samen met stakeholders te kijken naar wat belangrijke thema’s zijn binnen jouw sector. Dit kan namelijk leiden tot nieuwe inzichten en je creëert steun voor jouw visie en missie binnen én buiten je bedrijf.

Voor het opstellen van een visie en missie moet je rekening houden met bovenstaande punten. — frankvanormondt.nl

Visie

Bij het opstellen van een visie moet je als ondernemer bedenken hoe jij onderscheidend wilt zijn van anderen en waar je invloed op wilt hebben met jouw bedrijf. In de visie benoem je de ambities die jij met je bedrijf hebt. Daarbij kijk je naar de wereld van nu en de kansen in de toekomst en beschrijf je de gewenste droomsituatie. De visie van je bedrijf is vooral gericht op hoe jij het bedrijf naar buiten toe wilt presenteren.

Missie

Door middel van je missie geef je aan wie je bent, wat je doet en wat je wil bereiken. Je missie is tijdloos, maar wel toe te passen op dit moment. Een missie staat dus, in tegenstelling tot een visie, niet voortdurend ter discussie. Het richt zich met name op de mensen die binnen je bedrijf werken.

2. Opstellen van een MVO plan

Na het bedenken van je visie en missie is het tijd om te bedenken hoe je hieraan wilt gaan voldoen. Het is namelijk is belangrijk dat het niet alleen bij mooie woorden blijft. Tijdens het opstellen van je visie en missie heb je een overzicht gemaakt van de thema’s die belangrijk zijn in jouw sector. Er is een plan nodig met doelstellingen om aan deze thema’s te werken. Deze doelstellingen noem je ook wel je MVO-doelstellingen genoemd.

Doelstellingen effectief opstellen

Bij het bepalen van de MVO-doelstellingen moet je rekening houden of de doelstellingen SMART zijn. Dat betekend dat je MVO-doelstellingen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn (zie onderstaand figuur). Ook voor het bepalen van de MVO-doelstellingen is het handig om je werknemers te betrekken. Zodat iedereen de doelen binnen het bedrijf steunt.

Je MVO-doelstellingen moeten SMART zijn en dus antwoord geven op de wat, waaraan, waarom, welke, en wanneer vragen zoals hierboven is te zien. — cyffer.nl

Het is belangrijk om te bepalen hoe je momenteel scoort op de verschillende thema’s waaraan je wilt werken. Dit noem je ook wel de nulmeting. Door te bepalen hoe je nu op de thema’s scoort, kun je straks zien of je vooruitgang hebt geboekt. Daarna schrijf je de visie, missie, duurzaamheidsthema’s en MVO-doelstellingen op in een MVO-plan.

3. Uitvoeren van het MVO plan

Na het bepalen van de MVO-doelstellingen is het belangrijk om afspraken te maken met de werknemers. Afspraken over wie waarvoor verantwoordelijk is, wat er gedaan moet worden en hoe het gedaan moet worden. Het betrekken van de werknemers is heel belangrijk om ze het plan te laten steunen en zodat ze er ook mee aan de slag gaan. Laat ze het belang van MVO inzien, nodig ze uit tot meedenken en probeer zoveel mogelijk vragen over MVO te beantwoorden.

Zo raken ze meer betrokken bij het thema en is de kans groter dat de MVO-doelen gehaald worden. En is er een grotere kans op creatieve en innovatieve MVO-ideeën. Daarnaast is het belangrijk om als bedrijf te zorgen dat alle werknemers het MVO-beleid ook kúnnen uitvoeren. Als bedrijf moet je ze dan de juiste voorwaarden en hulpmiddelen bieden. Welke dit zijn is afhankelijk je doelstellingen.

Belangrijk om te communiceren

Tijdens het uitvoeren van het MVO-plan is het belangrijk om te communiceren over je doelstellingen én over je maatregelen. Wees ook eerlijk over de problemen en dillema’s waar je tegenaan loopt bij het uitvoeren van je MVO-plan. Hierbij is het belangrijk dat je niet communiceert over hoe goed je bezig bent. Communiceer liever oer hoe ver je bent met het uitvoeren van het MVO-plan. Kortom: wees transparant . Daardoor kun je aan anderen laten zien dat je bedrijf zich bezighoudt met MVO en kunnen stakeholders hierop reageren. Ook kunnen ze daardoor meedenken over oplossingen en verbeteringen. Door over je MVO-prestaties te communiceren kun je erkenning krijgen door:

  • Tevreden stakeholders
  • Persaandacht
  • Een betere marktpositie

Hoe communiceer je over MVO?

Er zijn verschillende manieren om over je MVO-plan en doelstellingen te communiceren. Zo kun je ervoor kiezen om met je bedrijf te gaan voor een bepaald keurmerk. Met het juiste keurmerk kan men in één oogopslag kunnen zien met welke MVO-activiteiten je bedrijf zich bezig houdt. Je kunt er ook voor kiezen om een prestatievergelijking uit te voeren. Hierdoor kun je aantonen hoe jouw bedrijf scoort ten opzichte van andere bedrijven binnen jouw sector en/of regio.

Veel (grote) bedrijven publiceren een duurzaamheidsverslag waarin ze hun MVO-prestaties en voortgang opschrijven. Een andere manier is om gebruik te maken van publiciteit voor het communiceren over je MVO-prestaties en vooruitgang. Hierbij moet je denken aan mond-tot-mondreclame, een recensie op een weblog, of berichten op social media.

. Je kunt communiceren via een keurmerk (links), een MVO-verslag (midden) en via social media (rechts). — MSC, Gold Meat & Nieuws Monitor

4. Evalueren en verbeteren

Na het opstellen en uitvoeren van je MVO-plan is het belangrijk om af en toe te evalueren. Dit doe je door te kijken naar doelstellingen die hebt opgesteld. Je kijkt dan in hoeverre je ze behaald hebt, of aan het behalen bent. Die score kun je daarna vergelijken met de score van je nulmeting. Op die manier zie je of je daadwerkelijk de doelstellingen hebt bereikt en/of vooruitgang hebt geboekt.

Als je aan de slag wilt gaan als bedrijf met MVO, dan kun je de vier bovenstaande stappen volgen. Deze figuur laat ook duidelijk zien dat MVO een continu proces is, je bent altijd bezig met het bepalen van je doelstellingen en het verbeteren/aanpassen van je MVO-plan. — MVO Nederland

Wederom… communiceren

Wederom is het belangrijk om open en eerlijk over te communiceren, ook als de doelstellingen niet behaald zijn. Na het evalueren is het van belang om te bepalen hoe je ervoor zorgt dat de behaalde resultaten blijvend zijn. Daarnaast, hoe je niet behaalde doelstellingen wilt aanpakken.

Wees ervan bewust dat MVO een continu proces is. Door veranderingen in de omgeving is het soms noodzakelijk om andere duurzaamheidsthema’s in je MVO-plan op te nemen. Óf om je huidige thema’s aan te passen. Dat maakt het dus belangrijk om continu in gesprek te blijven met je stakeholders. Daardoor blijf je op de hoogte van veranderingen in (de verwachtingen) van je omgeving én blijf je inzicht houden op nieuwe kansen.