Vaarbevoegdheid

Na het afronden van een visserijopleiding kan je een vaarbevoegdheid aanvragen. Welke vaarbevoegdheid je kan aanvragen hangt af van welke opleiding je hebt gedaan en specifieke trainingen die met goed gevolg (certificaat) zijn doorlopen. Daarnaast moet je een bepaalde leeftijd en ervaring (vaartijd) hebben voor het uitoefenen van een bepaalde functie. Het diploma bepaalt voor welke start- of aanvangsbevoegdheid een bemanningslid in aanmerking komt. De vaartijd die in een bepaalde functie wordt behaald is bepalend voor het verkrijgen van hogere vaarbevoegdheden. Met een visserijdiploma heb je vier jaar de mogelijkheid om een vaarbevoegdheid aan te vragen. Een vaarbevoegdheidsbewijs wordt uitgegeven voor vijf jaar.

Je vaarbevoegdheid bepaalt ook waar je mag varen. Hoe verder een vissersvaartuig uit de kust is, hoe meer de bemanning op zichzelf is aangewezen. De communicatie, maar ook medische zorg, vraagt op grotere afstand andere competenties (kennis en vaardigheden) van de bemanning dan vlak onder de kust varende vissersvaartuigen.

De eisen voor schepen die dicht langs de kust opereren zijn anders ten opzichte van schepen die verder dan 30 mijl uit de kust vissen. Bron: Stichting de Noordzee

De Nederlandse overheid maakt daarbij onderscheid tussen beperkt (tot 30 mijl uit de kust) en onbeperkt (vanaf 30 mijl uit de kust) vaargebied. In het algemeen geldt hoe verder uit de kust, des te meer kennis en kunde vereist is. Lees hier meer over in het artikel over vaargebied.

Vaarbevoegdheid aanvragen

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft het Kiwa bevoegd met het uitgeven van vaarbevoegdheden voor de visserij. Bemanningsleden kunnen via de website van Kiwa een vaarbevoegdheid aanvragen. Handig daarbij is de zogenaamde Vaarbevoegdheidsbewijzen Visserij – matrix.  De kotterorganisaties, Nederlandse Vissersbond en VisNed, verzorgen ook aanvragen van vaarbevoegdheden voor bemanningsleden van leden.

Wanneer je een vaarbevoegdheid hebt, ben je verplicht ook een monsterboekje in bezit te hebben. In het monsterboekje wordt alles bijgehouden over je opleiding en werkervaring. Het monsterboekje kan aangevraagd worden bij Kiwa.

Vaarbevoegdheid internationaal

De Nederlandse vaarbevoegdheden voor de visserij voldoen aan de internationale normen van het STCW-F (visserij). Het voordeel daarvan is dat de vaarbevoegdheid erkend kan worden door andere landen die STCW-F ook hebben geratificeerd. Daardoor kun je eenvoudig op een vissersvaartuig van een vreemde vlag aan het werk gaan op je eigen niveau.

Op dit moment heeft Nederland alleen met België zo’n overeenkomst gesloten en erkent Nederland buiten de eigen vaarbevoegdheden alleen de vaarbevoegdheden die uitgegeven zijn door de Belgische overheid. In de toekomst is het wenselijk dat Nederland meer overeenkomsten sluit met andere landen over het erkennen van vaarbevoegdheden. Op die manier vergroot je de arbeidsmarkt en ontstaan er meer kansen voor vissers en visserijbedrijven. Het is overigens wel zo dat een aantal andere Europese landen de Nederlandse vaarbevoegdheden erkent.

Vaartijd

Niet alleen de opleiding en trainingen zijn bepalend voor het verkrijgen van een bepaalde vaarbevoegdheid, ook je vaartijd speelt een rol.

Een visserijdiploma met benodigde certificaten geeft recht op een startvaarbevoegdheid voor een bepaalde functie. Je kunt dan aan de slag als (junior) visserijofficier. Vanaf dat moment kun je beginnen met het opbouwen van ‘vaartijd’. Dit geeft aan hoeveel ervaring je hebt met het uitoefenen van een bepaalde functie aan boord. Wanneer je vaartijd hebt opgedaan in een relevante functie, kun je na verloop van tijd ook een vaarbevoegdheid aanvragen voor een hogere functie aan boord. Dit kun je dan doen op basis van de ervaring (vaartijd) die je hebt opgedaan.

Zodra je beschikt over een visserijdiploma en de benodigde certificaten kun je vaartijd opbouwen. Bron: Nederlandse Vissersbond

Vaartijd als gezel (matroos) telt niet mee voor het verkrijgen van een vaarbevoegdheid voor visserijofficier-functies, ook niet voor het verlengen van die vaarbevoegdheid. Als gezel kun je vanaf 16 jaar en met 6 maanden vaartijd wel een vaarbevoegdheid ‘Wachtlopend gezel zeevisvaart’ behalen en zo in aanmerking komen voor een functie als wachtloper. Dat geldt ook voor schoolverlaters met een diploma van de opleidingen SMBV uitstroomprofiel visserij of zeevaart (mbo niveau-2), Maritiem officier kleine schepen (mbo niveau-3), Maritiem officier alle schepen (mbo niveau-4) zonder vaartijd. Een andere route tot de vaarbevoegdheid wachtlopend gezel is het volgen van de door de Nederlandse overheid erkende training ‘wachtlopend gezel’.

Vaartijd koopvaardij en visserij

Heb je vaartijd opgedaan in de koopvaardij, dan kun je die gebruiken om je vaarbevoegdheid in de visserij te verlengen. Hiervoor moet je dan wel beschikken over een geldende vaarbevoegdheid voor zowel koopvaardij als visserij.

Vaartijd opgedaan zonder geldig vaarbevoegdheidsbewijs kan niet worden meegeteld.

Schippers die na het behalen van hun diploma Maritiem officier kleine schepen (mbo niveau-3) een aanvraag doen voor een vaarbevoegdheid schipper tot 60 meter voor onbeperkt vaargebied, hoeven slechts drie maanden in een lagere functie als plaatsvervangend schipper te varen, mits ze kunnen aantonen dat ze alle benodigde vaartijd hebben opgedaan in die lagere functie. Die drie (3) maanden zijn, ondanks de ervaring die de schipper heeft, bedoeld om te wennen in de nieuwe functie.

Een Nederlands vissersvaartuig mag alleen naar zee als deze veilig bemand is. In het volgende artikel gaan we daarom in op de regels voor de bezetting aan boord.