Tweekleppige schelpdieren

In Nederland wordt een variatie aan tweekleppige schelpdieren (Bivalvia) bevist en gekweekt. De belangrijkste hiervan worden in dit hoofdstuk besproken, namelijk de:

  • mossel;
  • oester;
  • kokkel;
  • strandschelp;
  • mesheft;
  • sint jacobsschelp.

De tweekleppige schelpdieren die hier worden besproken eten grotendeels hetzelfde. Mosselen, oesters, kokkels, strandschelpen, mesheften en de sint jacobsschelpen; allemaal eten ze voornamelijk plankton. Daarnaast eten ze ook wel bacteriën en dode planten- en dierenresten, welke ze binnenkrijgen met het water waaruit ze hun voedsel filteren.

1Gewone mossel

De gewone mossel (Mytilus edulis), ook wel blauwe mossel genoemd, komt veel voor langs de Nederlandse kust. Ze kunnen gevonden worden op harde ondergrond. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan andere mosselen, palen, touwen of stenen. Ze komen voor in gebieden variërend van getijdezones tot dieptes van ongeveer 20 m. Al vele jaren is dit schelpdier een belangrijke doelsoort van Nederlandse vissers.

De gewone mossel (Mytilus edulis).Wikimedia Commons

Kenmerken

De gewone mossel heeft een lange, asymmetrische schelp die vrij dun en hard is. Verder is de schelp blauwzwart gekleurd met een dun glanzend vlies dat bij het opdrogen snel afschilfert. De binnenkant van de schelp is parelmoer glanzend van kleur. Het heeft een slot zonder tanden.

Tekening van de gewone mossel (Mytilus edulis).Seafish

Meestal bereiken deze mosselen een lengte van 3 tot 8 cm, maar in extreme gevallen kunnen ze zelfs 15 cm worden. Gekweekte mosselen zijn meestal 4 à 6 cm lang. De mossel bindt zich met behulp van byssusdraden (zie onderstaande afbeelding), ook wel baard van de mossel genoemd, vast aan hard substraat. Deze draden bestaan uit een soort kleefstof die kan worden aangemaakt door een speciale klier. Het zijn extreem elastische draden met aan het einde een hechtvoetje, welke aan de ondergrond zit vastgelijmd. Het wonderlijke is dat de lijm werkt in zeewater en blijft plakken op stenen, schelpen en zelfs op het slijm van bacteriën en algen (algenfilm). Nog geen enkele door mensen gemaakte lijm heeft deze combinatie van eigenschappen.

Byssusdraden zijn stevige eiwitdraden, waarmee een mossel zich vasthecht aan het substraat (soms ook wel eens baard genoemd).Rijkswaterstaat

Verder heeft de gewone mossel een gespierde voet die donkerbruin van kleur is. Meestal bereiken ze een leeftijd van 2tot 3 jaar, maar ze kunnen maximaal 24 jaar worden.

Een ander kenmerk van mosselen is dat ze clusteren en op die manier mosselbanken vormen. Dit begint soms al in de larvefase. In dat geval vormt zich een cluster van mosselen in het water, welke zwaarder wordt naarmate meer mosselen zich eraan hechten. Uiteindelijk wordt het cluster zwaar genoeg om naar de bodem te zinken om daar te blijven liggen. Waarschijnlijk zenden larven die zich hechten een chemisch signaal uit waarmee ze andere larven ook stimuleren om zich te hechten.

Een drooggevallen mosselbank.Ecomare

Mosselen die zich aan elkaar hechten kunnen uiteindelijk een mosselbank vormen. Dit kan beginnen met één mossel die zich hecht aan een schelp of steen, maar dit kan ook ontstaan door een cluster van mosselen wat zinkt naar de bodem. Mosselbanken vormen belangrijke leefgebieden voor andere soorten en zijn voedselrijke plekken voor tal van zeedieren en vogels. Mosselbanken zijn hotspots voor biodiversiteit; ze trekken veel verschillende soorten (bodem)dieren aan. Ze worden daarom ook weleens het koraal van het wad genoemd.

Er leven vaak allerlei soorten op- en rondom mosselbankenProSea

Eten en gegeten worden

Mosselen voeden zich met plankton. Het plankton zit in het zeewater wat ze naar binnen zuigen en wordt eruit gefilterd. Het water loopt langs de kieuwen en stroomt daarna naar buiten via de uitstroomopening. De kieuwen nemen zuurstof op en de trilhaartjes vangen het voedsel.

Een mossel tijdens het filtreren van water.Biopix

Bij het binnenhalen van water komen er ook andere zwevende deeltjes, zoals slib- en zanddeeltjes, mee die via de uitstroomopening worden uitgeworpen/geloosd. Om te voorkomen dat deze deeltjes gelijk weer in de instroomopening terecht komen, worden ze eerst vermengd met slijm en daarna als kleine pakketjes uitgeworpen. Deze pakketjes, pseudofaeces genoemd, gedragen zich als grote korrels en zinken naar de bodem. Hierdoor komen de mosselen op een dikke sliblaag. Mosselen maken het water dus minder troebel doordat ze deeltjes invangen en laten bezinken. Eén mossel kan 1,5 liter water per uur langs zijn kieuwen pompen. De huidige mosselpopulatie kan het hele volume van de Waddenzee in één week filtreren.

De mossel voedt zich met plankton wat uit het zeewater wordt gefilterd.Visgilde

Mensen eten graag mosselen, maar er zijn nog veel meer dieren die graag mosselen eten. Jonge mosselen worden voornamelijk gegeten door vissen en garnalen. Zodra ze groter worden is de schelp te dik voor deze roofdieren. Dan worden ze interessant voor verschillende vogelsoorten die regelmatig mosselen eten. Hierbij kun je denken aan meeuwen, scholeksters en eidereenden.

Meeuwen eten ook graag mosselen.Ben Kerckx

Ook zijn er verschillende bodemdieren die zich tegoed doen aan mosselen, zoals zeesterren en de tepelhoorn. Zeesterren kunnen met behulp van hun zuignappen de mossel opentrekken. Vervolgens spuiten ze hun maagzuur naar binnen, waarna ze de mossel op kunnen slurpen.

De zeester vindt de mossel een smakelijk hapje.Ecomare

De purperslak en de tepelhoorn, geduchte roofslakken, gebruikt een vergelijkbare tactiek. Ze boren een gaatje in de schelp met hun rasptong. Door dit gaatje spugen ze een zuur naar binnen dat het weefsel van de mossel afbreekt en vloeibaar maakt. De roofslak hoeft dan alleen nog maar het halfverteerde vlees uit de schelp te zuigen.

Voortplanting

Ieder jaar planten mosselen zicht voort rondom de maanden april – mei, wanneer de watertemperatuur stijgt. De mossel gaat dan ‘melken’, oftewel zich voortplanten. Een mossel laat dan miljoenen eieren of zaadcellen vrij in het water. Vrouwtjes en mannetjes doen dit ongeveer gelijktijdig, waardoor de eitjes in het water worden bevrucht. Er zijn aanwijzingen dat er in het voorjaar meerdere voortplantingsgolven voorkomen.

Mossellarven onder een microscoop.Wageningen University & Research

Bij mosselen zijn er geen wisselingen van geslacht zoals bij de oester. Mosselen zijn vrouwelijk of mannelijk. In het eerste jaar kunnen ze onder gunstige omstandigheden al geslachtsrijp worden. De eitjes van de mossel zijn ongeveer 70 μm in diameter als ze in het water worden uitgestoten. De hoeveelheid eitjes kan variëren van 0,5 tot 10 miljoen. In het water worden de eitjes bevrucht door het eveneens in het water afgezette zaad. Eitjes die niet binnen 4 tot 6 uur (bij 18°C) bevrucht worden, kunnen zich niet verder ontwikkelen, terwijl het zaad binnen 1 à 2 uur zijn beweeglijkheid verliest. De periode van paaien is voor de mossel in Nederland van april tot en met juni. Vaak volgt er een tweede piek in de nazomer.

Ontwikkeling van de mossel.Seafish

De larven die uit de eitjes komen zweven ruim een maand vrij rond in het water als dierlijk plankton. De larve voedt zich gedurende één tot drie weken met plankton (in het water zwevende microscopisch kleine plantjes en diertjes), voordat broedval plaatsvindt. Hierbij worden de schelpen van de larven te zwaar om in de waterkolom te blijven, waardoor ze naar de zeebodem zakken.

De mossellarve ontwikkelt een schelp. Zodra de mosselschelp te zwaar is, zakt de mossel naar de bodem.Seafish

Waar de larven uiteindelijk terechtkomen is afhankelijk van de stromingen, die de larven ver van hun brongebied kunnen brengen. Als ze in die tijd niet worden opgegeten of sterven van de honger, dan zullen ze zich vestigen op een harde ondergrond. De fase waarin larven zich vestigen aan de bodem wordt ‘broedval’ genoemd. Slechts één op de 100.000 eitjes overleeft en bereikt deze fase. Uiteindelijk zal maximaal 10% daarvan volwassen worden.

De gewone mossel (links) en de larven van de gewone mossel (rechts). Zilte Zee & ILVO

De periode van bevruchting tot het vastzetten duurt ongeveer 20 dagen. De overleving tijdens de larvenfase en de mogelijkheid tot broedval zijn van groot belang voor het broedsucces. Over het algemeen treedt er grote sterfte op onder de larven en het broed. De overleving wordt geschat op minder dan 1% van de oorspronkelijk geproduceerde larven. Een belangrijke sterftefactor van het broed is voedseltekort door competitie met ander broed of met andere diersoorten. Het kleine mosselbroed is voedsel voor veel andere dieren zoals slakken, kleine krabben, garnalen en zeesterren.

2Oesters

In Nederland worden twee soorten oesters gekweekt:

  1. de Japanse oester, ook wel de Zeeuwse creuse (Crassostrea gigas) genoemd.
  2. de platte oester (Ostrea edulis).

De Japanse oester komt van oorsprong niet in Europa voor. Deze oester is afkomstig uit Zuidoost Azië en Japan en is in de jaren zestig in Nederland geïntroduceerd. De platte oester is een oestersoort die van oudsher voorkomt in alle Zeeuwse wateren, maar tegenwoordig kun je ze voornamelijk vinden in de Grevelingen. Beide schelpdieren worden beschouwd als een delicatesse.

De japanse oester is ovaal en grillig gevormd.

De Japanse oester is ovaal en grillig gevormd. Worms editorial board

De platte oester is ronder en gladder dan de japanse oester.

De platte oester is ronder en gladder dan de Japanse oester. Wikimedia Commons

Jaarlijks worden in Nederland tussen de 20 en 35 miljoen Japanse oesters geproduceerd. Voor de platte oester ligt het aantal geproduceerde stuks een stuk lager. Zo lag de productie van de platte oester sinds 2001 jarenlang rond de 1 miljoen stuks per jaar. Echter, sinds 2013 is er een verhoogde productie. De productie van platte oesters wordt bepaald door de natuurlijke groei en aanwas, maar die groei en aanwas heeft te lijden gehad onder de bonamia parasiet. Sinds 2013 zijn er tekenen van herstel van platte oesters door de toegenomen weerstand tegen bonamia en de afname van de Japanse oester.

De aanvoer van Japanse oesters (blauw) en platte oesters (groen) in de afgelopen jaren in Nederland.Wageningen Economic Research

De platte oester is de meest waardevolle oestersoort in Europa, deze plant zich moeilijker voort, is moeilijker te kweken en mede daardoor schaarser dan de Japanse. De Japanse oester groeit ook sneller. Zo is een Japanse oester na drie jaar consumptiegeschikt, terwijl de platte oester daar vijf jaar over doet. Daarnaast is de platte oester kwetsbaar voor de eencellige parasiet Bonamia sp., die een ziekte overbrengt welke verantwoordelijk is voor veel sterfte van platte oesters.

De Japanse oester kweek heeft veel last van een agressief herpes virus en de Japanse oesterboorder, een slak die gaatjes in de oesters boord. Als deze bedreigingen samen aanwezig zijn op een perceel, dan kan dat tot 100% sterfte van de Japanse oesters leiden.

De oesterboorder maakt een gaatje in de schelp van de oester, waarna de oester kan worden opgegeten.Wageningen University & Research

Wilde oesters

Er komen in Nederland ook wilde oesters voor. Dit zijn vrijwel altijd Japanse oesters, alhoewel er in 2015 ook een oesterbank met wilde platte oesters werd ontdekt voor de kust van Zeeland. Wilde oesters hebben in het algemeen minder vlees, omdat ze al hun energie steken in de groei van de schelp. Verder hebben de wilde oesters de neiging elkaar te overwoekeren, waardoor oesters op de wilde oesterbanken aan elkaar groeien. De wilde oesters zorgen wel voor zaadproductie. Dit zaad komt ook op de kweekpercelen terecht, wat soms problematisch is voor oesterkwekers. Het is de kunst van de kweker om van het zaad van de wilde oester uiteindelijk een marktwaardig product te maken.

Wilde schelpdierbank met o.a. Japanse oesters in de Waddenzee bij Schiermonnikoog.Wikimedia Commons

De kweek van oesters

Er is in Nederland sprake van semi-natuurlijke oesterkweek. Jonge oesters worden op natuurlijke wijze ingevangen en verder opgekweekt op de bodem van kweekpercelen. Het opkweken van oesters op de zeebodem noemt men ook wel bodemcultuur. In Nederlands is dit de voornaamste vorm van oesterkweek. Naast de bodemcultuur heb je ook de off-bottom kweek. Hierbij worden oesters gekweekt in zakken of manden. Deze zakken en manden liggen op tafels of in kooien of hangen aan longlines.

Bodemcultuur

De opkweekpercelen liggen in de Kom van de Oosterschelde en in de Grevelingen. Deze gebieden zijn zeer geschikt voor de kweek van oesters door de temperatuur van het water, het zoutgehalte, de bodemgesteldheid, het zuivere water en de beschutte ligging.

De oesterkweker vangt het oesterbroed op met zogenaamde collecteurs op zijn percelen. Collecteurs zijn voorwerpen waar de oester zich aan vast kan hechten. Die voorwerpen hebben wel een vereiste: het moet de oesters stimuleren om individueel erop te groeien, zodat ze elkaar niet overwoekeren. In Nederland worden mosselschelpen gebruikt als hard substraat voor jonge oesters om zich aan te kunnen hechten.

Zodra de oesters geschikt zijn voor consumptie worden ze opgevist. Onder het kotje aan dek wordt de oesters handmatig gesorteerd.oesters©Biondina voor DNA-beeldbank op www.laatzeelandzien.nl

Naast het opvangen van oesterbroed met collecteurs, maakt men ook gebruik van oesterbroed geproduceerd in speciale kwekerijen. In deze kwekerijen worden ouderdieren aangezet tot voortplanting, waarna de larven onder min of meer gecontroleerde omstandigheden worden opgekweekt. Tijdens het groeiproces verplaatst de kweker de oesters af en toe naar andere percelen. Het verplaatsen van oesters is nodig om ze optimaal te laten groeien. De Zeeuwse oester (creuse) wordt gemiddeld twee keer per jaar verplaatst. De platte oester wordt jaarlijks verplaatst.

De anatomie van de platte oester.

Het oesterbroed van de Zeeuwse oester en de platte oester wordt eerst in ondiep water een paar maanden opgekweekt. Hier blijft de oester een paar maanden liggen. Daarna wordt de oester verplaatst naar de percelen waar op dat moment de juiste natuurlijke omstandigheden heersen die passen bij de levensfase waarin de oester dan verkeert. In de laatste fase komen de oesters op de beste, schone gronden terecht met het voedselrijkste water en veel stroming. Hier is een continue toevoer van voedsel, waardoor het vlees in de schelp mooi vol wordt.

Voor de Zeeuwse oester is het verplaatsen niet alleen om de oester optimaal te laten groeien, maar ook om de vorm van de oester te beïnvloeden. De oester is namelijk geneigd schuin of rechtop te gaan staan en verschillende vormen aan te nemen. Door de oester van perceel naar perceel te verplaatsen krijgt hij niet de kans om rechtop te gaan staan en wordt hij ovaal van vorm. Door dit speciale proces heeft de kweker van een wilde oester een marktwaardig product van topkwaliteit gemaakt.

Oesters kunnen scherpe riffen vormen.

Oesters kunnen scherpe riffen vormen.Bas Kers

Platte oesters hebben meer zorg en aandacht van de kweker nodig. De platte oester is gevoeliger voor ziekten en moet daarom nauwkeurig gecontroleerd worden. De exacte herkomst van de Bonamiasis ziekte is nog niet bekend. Er wordt continue onderzoek gedaan door de Europese Unie om te achterhalen welke factoren een rol spelen bij de ontwikkeling van de ziekte.

Klaar voor consumptie

Als de oesters klaar zijn voor consumptie, worden ze opgevist en aan de handelaren verkocht. De handelaar bewaart de oesters vervolgens in betonnen oesterputten of bassins. Hier staan de oesters in kratten in vers zeewater gestapeld. De befaamde oesterbassins in Yerseke staan in verbinding met de Oosterschelde via een waterinlaat. In de verwaterbassins wordt het milieu van de Oosterschelde zoveel mogelijk nagebootst. Het water wordt ververst met behulp van de getijden en pompinstallaties. Dit verwateren wordt gedaan om:

  • de oesters zichzelf te laten zuiveren van zand en slib;
  • de oester tot rust te laten komen. Het opvissen van de oester zorgt voor een aanzienlijke hoeveelheid stress. Stress kan van invloed zijn op de kwaliteit van de oester;
  • de sluitspier van de oester te trainen.

De oesters in de oesterputten.

De oesters in de oesterputten. Natural Holland

In de verwaterbassins wordt af en toe water toegevoerd en afgevoerd, waardoor ze afwisselend droog en onderwater staan. Na deze periode zijn de oesters in staat de schelp langer dicht te houden en kan de houdbaarheid worden verlengd.

Na de verwaterperiode worden de oesters bij de handelsbedrijven gesorteerd en verpakt. De platte oesters worden machinaal gesorteerd op gewicht. Zeeuwse oesters worden handmatig gesorteerd. Elke oester wordt nagelopen om te kijken of hij niet stuk is. Door op de oester te kloppen kun je horen of hij vol water zit. Als hij hol klinkt, is de oester lek en kan hij niet verpakt worden.

Het inpakken van oesters in speciale mandjes.oesters©Woznitza voor DNA-beeldbank op www.laatzeelandzien.nl

Het verpakken van de oesters gebeurt handmatig. Oesters moeten in de verpakking altijd met de bolle kant naar beneden liggen. Zo blijft het vocht goed in de schelp zitten. De oesters worden verpakt in mandjes van 12, 25, 50 of 100 stuks.

Off-bottom cultuur

Voor Nederland is dit een nieuwe techniek, waarbij oesters in zakken en manden worden gekweekt. Deze zakken en manden liggen op tafels, in kooien of hangen aan longlines. Ten opzichte van de traditionele bodemcultuur is het voordeel dat er geen contact meer is met de bodem. Hierdoor heeft de voornaamste rover, de oesterboorder, vrijwel geen kans meer.

Hier zie je een voorbeeld van off-bottom oesterkweek, waarbij de oesters in zakken op tafels worden gekweekt.Seafish

Voortplanting

De platte oesters en Japanse oesters verschillen in hun voortplantingsproces en worden daarom apart besproken.

De platte oester
Platte oesters beginnen hun leven als mannetje. In het voortplantingsseizoen, laat in de zomer (juli-augustus) als de temperatuur hoog genoeg is (zo’n 15 graden), laten ze hun sperma los in het water. Daarna veranderen ze in een vrouwtje, om direct in hetzelfde seizoen nog de eitjes te bevruchten. Bij een lagere watertemperatuur, zoals in Scandinavië, gaat deze verandering naar een vrouwtje langzamer. Hierdoor zijn de oesters daar niet meer in staat om in hetzelfde seizoen toe komen aan het produceren van eitjes en moeten ze wachten tot de volgende zomer.

De oesters laten hun sperma los.

De oesters laten hun sperma los.Hama Hama

Het vrouwtje produceert tot een miljoen eieren per keer die ze in haar schelp houdt. Het sperma in het water haalt ze naar binnen, waardoor de eitjes kunnen worden bevrucht. Bij uitkomst van de eieren blijven de larven nog even hangen in de schelp van hun moeder. Daar ontwikkelen ze zich nog 8 tot 15 dagen door totdat ze kunnen zwemmen en voedsel verteren. Dan verlaten ze hun moeder en zweven ze rond in het water als plankton. Ze zijn namelijk nog niet sterk genoeg om zelfstandig te zwemmen en drijven dus met de stromingen mee.

Tekening platte oester.Seafish

Na 8-10 dagen zetten de larven zich voorgoed aan de bodem vast. Als het lukt om zich vast te hechten, dan groeit de larve binnen twee tot vijf jaar uit tot een consumptieoester. Het grootste deel van de larven sterft echter af. Nadat vrouwtjes succesvol larven hebben voortgebracht veranderen ze in enkele dagen weer in mannetjes om het volgende seizoen weer als man te beginnen.

Japanse oester
De voortplanting van de Japanse oester is behoorlijk anders, en je zou kunnen zeggen: een stuk simpeler dan die van de platte oester. Een Japanse oester is namelijk óf een mannetje, óf een vrouwtje. Eicellen en zaadcellen worden vrij in het water losgelaten, waarna de eicellen worden bevrucht. Eitjes en larven missen dus de bescherming van de schelp van hun moeder en bevinden zich direct in het vrije water. De Japanse oesters planten zich voort in de zomer bij een temperatuur hoger dan 19 graden celsius.

Geopende Japanse oester.Seafish

3Kokkel

Voor 2005 werd er commercieel en grootschalig op kokkels gevist. Deze visserij stond ook wel bekend als de ‘mechanische kokkelvisserij’. Vanaf schepen werd gevist met de kokkelkor, een kooi op sleden met daartussen een mes. Een buis voor het mes spoot het zand tussen de kokkels weg, waarna ze werden opgevangen en via een zuiger werden opgezogen. Door een rooster met spijlen bleven alleen de grotere kokkels over die aan boord werden gezogen. De mechanische kokkelvisserij nam sterk toe en werd efficiënter, waardoor ook de vangst per schip vergrootte. Maar de kokkelpopulatie nam af en daardoor namen ook de populaties van verschillende schelpdieretende wadvogels af.

De mechanische kokkelvisserij (links) werd steeds efficiënter en is tegenwoordig verboden in de Waddenzee. Men vist nu hoofdzakelijk met de kokkelbeugel (rechts) op kokkels.

De mechanische kokkelvisserij (links) werd steeds efficiënter en is tegenwoordig verboden in de Waddenzee. Men vist nu hoofdzakelijk met de kokkelbeugel (rechts) op kokkels.C. de Boer & Waddenzeeschool

Sinds 2005 is deze manier van kokkelvissen in de Waddenzee verboden. In de Oosterschelde en Voordelta mag in goede kokkeljaren nog met grote schepen op kokkels worden gevist. Tegenwoordig vist men in de Waddenzee alleen nog kokkels met “de hand”. Men harkt de kokkels bij elkaar met een kokkelbeugel, een soort hark met een zakvormig net. Kokkelvissers vangen sinds 2010 ook Japanse oesters mee. Oesters en kokkels aangevoerd door ‘handkokkelaars’ krijgen het keurmerk ‘Waddengoud’. Kokkels uit Nederland worden vooral gegeten in Spanje, Italië en Portugal in Tapas en Paella gerechten. In Nederland worden ze nauwelijks gegeten.

Kokkels zijn een waardevol product. Nederlandse kokkels worden voornamelijk geëxporteerd.

Kokkels zijn een waardevol product. Nederlandse kokkels worden voornamelijk geëxporteerd.Vishandel Tel

Kenmerken

De kokkel (Cerastoderma edule) is meestal twee á drie cm (maximaal vijf), is geribbeld in de lengte en heeft over het algemeen een vuilwitte kleur. Kijk je vanaf de zijkant op de schelp, dan lijkt het wel een hartje. Vandaar dat de kokkel ook wel hartschelp wordt genoemd.

Kokkel hartschelp_c2_Ecomare

Ecomare

De kokkel leeft vooral in de getijdenzone en komt voor op dieptes tot 20 meter. De kokkel heeft een sterke voet die hij uit de schelp kan steken om zich in te graven in zand- en slibbodems tot een diepte van twee tot vijf cm. Jonge kokkels zijn het snelst en graven zich het diepste in, namelijk tot zo’n 20 cm.

Ook heeft de kokkel een voet om zich in te graven.

De kokkel heeft een gespierde voet om zich in te graven.Ecomare

De kokkel heeft een siphon (een soort slurf) waardoor water naar binnen- en buiten stroomt.

De kokkel heeft een siphon (een soort slurf) waardoor water naar binnen- en buiten stroomt.Ecomare

De kokkelpopulatie in de Waddenzee wisselt elk jaar. Bij een minder jaar voor de kokkel krijgen schelpdieretende vogels het moeilijk. Er gaan dan veel vogels dood en de populaties van die vogels kunnen dan flink afnemen.

Eten en gegeten worden

Kokkels eten, zoals veel schelpdieren, plankton dat ze uit het water filteren. In de Waddenzee komen veel kokkels voor en worden ze door verschillende wadvogels en vissen gegeten. De vissen happen vaak ook alleen de siphon af, de slurf die boven de bodem uitsteekt en waardoor water naar binnen- of naar buiten stroomt. Een siphon kan uiteindelijk weer aangroeien.

Kokkels zijn ook geliefd bij een hoop wadvogels.Ian Kirk

Voortplanting

Kokkels zijn of vrouwelijk óf mannelijk. Verder verloopt de voortplanting van de kokkel hetzelfde als die van de mossel. De bevruchting vindt dus in het water plaats. De kokkel heeft zijn paaitijd in juni en juli met vaak een tweede piek in september. De kokkellarve heeft een voorkeur voor modderig zand.

4Strandschelp

Strandschelpen worden door maar een paar ondernemers gevangen met ongeveer dezelfde methode als de mechanische kokkelvisserij. Ze verschillen in de spijlbreedte van de kor en de zuigbuizen, want die kunnen langer zijn. Dit is afhankelijk van de diepte (tot wel 30 m). Die lange buizen zijn nodig omdat strandschelpen in de Noordzee dieper zitten dan kokkels in de Waddenzee.

De halfgeknotte strandschelp (Spisula subtruncata).

De halfgeknotte strandschelp (Spisula subtruncata).Biopix

Kenmerken

De meest soorten die onder deze familie vallen zijn driehoekig van vorm en hebben doorgaans een grootte van circa 3 cm. De stevige strandschelp (Spisula solida) is de grootste met 4,5 cm. Andere spisula soorten zijn de halfgeknotte strandschelp (Spisula subtruncata) en de ovale strandschelp (Spisula elliptica). De schelpen leven in het zand, in water met variabele diepten en in getijdenzones tot wel 100 meter. Hiervan vormt de halfgeknotte strandschelp het grootste aandeel van beviste strandschelpen.

de stevige strandschelp (Spisula sollida).

De stevige strandschelp (Spisula solida).Ecomare

Voortplanting

De stevige strandschelp (Spisula solida) en de halfgeknotte strandschelp (Spisula subtruncata) zijn of vrouwelijk óf mannelijk. In de Noordzee plant de stevige standschelp zich voort in de maanden februari-mei/juni. Ze kunnen een leeftijd bereiken van 6 tot 10 jaar, alhoewel 10 jaar zeer zeldzaam is. De voortplantingsperiode voor de halfgeknotte strandschelp speelt zich af in het voorjaar en de zomer. In de Nederlandse kustwateren worden de dieren meestal 3, maximaal 5 jaar oud.

5Mesheft

De Amerikaanse zwaardschede (Ensis leei) en de kleine zwaardschede (Ensis ensis), ook wel mesheften genoemd, worden door enkele Nederlandse schepen bevist. Bijna de hele vangst gaat naar Spanje en Italië, alhoewel men sinds kort ook naar China mag exporteren. De visserij op mesheften gebeurt in de Zeeuwse Delta en ten noorden van de Waddenzee.

De schelp van een Amerikaanse zwaardschede.Ecomare

De schelpdieren leven rechtop in het zand op de bodem van de zee. Het vissen op deze schelpdieren heeft nogal wat voeten in aarde, want de schelpen zijn erg broos en raken snel beschadigd. Voor deze visserij gebruikt men dus een speciale vistechniek. Zo worden de mesheften als het ware uit het sediment gezogen door een air-lift-systeem. Door lucht in een kor te brengen ontstaan er luchtbellen die omhoog schieten in een slag. Hierdoor ontstaat een zuigkracht die de messen meeneemt omhoog. Vervolgens worden ze door een soort korf opgeschept en binnenboord gehaald.

Het sorteren van de mesheften aan boord.Visserijnieuws
Eenmaal aan boord worden de mesheften geselecteerd uit de vangst en nagekeken. Vervolgens worden de mesheften opgeslagen in silo’s. Elke silo kan ongeveer 400 tot 500 kilo bevatten. Tegelijkertijd worden de mesheften in de silo verwaterd, zodat ze gespoeld aan wal arriveren. De schelpen worden na aanvoer gewogen, gebundeld, verpakt en klaargemaakt voor transport. Hierbij kunnen ze levend worden bewaard of bevroren. Ook kunnen ze schoongemaakt verhandeld worden.

De gebundelde mesheften zijn klaar voor transport.Nederlandse Vissersbond

Ook is er geëxperimenteerd met elektrisch vissen op mesheften. Zo zijn er diverse testen uitgevoerd in kuubkisten waarin mesheften in het zand zaten. De pulsvisserij op mesheften vereist namelijk andere vermogens en frequenties dan de pulsvisserij op platvis. Het effect van de pulsprikkel op de scheermessen zit een beetje tussen tong en garnalen in. De spiervoet van het dier wordt geactiveerd door de pulsprikkel, waardoor het scheermes zichzelf als het ware omhoog duwt uit het zand. Vervolgens komt het scheermes dan vrij op de bodem te liggen en kan dan door de kor opgezogen worden. Tot op heden is het slechts experimenteel toegepast en wordt er nog niet commercieel gevist met deze methode op mesheften.

De testkor die in de sleeptank van Stellendam is gebruikt om de pulseffecten te testen op mesheften.Visserijnieuws

Kenmerken

De Amerikaanse zwaardschede kan een lengte bereiken tot 19 cm. Hij heeft een zeer langgerekte, gebogen schelp en is ruim zes maal zo lang als breed. De schelp is vaak voor een deel licht gekleurd en voor een deel bruin van kleur, waarbij er roze tot bruinpaarse bandjes over de breedte lopen. Ze spoelen regelmatig in grote aantallen aan op stranden, maar leven in slikgebieden van Zeeland en het Waddengebied. Oorspronkelijk komt deze soort van de Amerikaans-Canadese kust. In West-Europa is het dus een exoot. Waarschijnlijk zijn larven meegekomen in het ballastwater van schepen. Dit ballastwater kwam in het Duitse Elbe-estuarium terecht, waarna de soort zich zowel in noordelijke als zuidelijke richting heeft uitgebreid.

De Amerikaanse zwaardschede (Ensis leei)Filip Nuyttens

De kleine zwaardschede (Ensis ensis) heeft een gemiddelde lengte van ongeveer 10 cm tot maximaal 12 cm. Onder de glanzend olijfgroene opperhuid staan roze tot bruinpaarse vlekken en bandjes. Ze hebben een vrij dunschalige, duidelijk gebogen, langgerekte schelp die ruim 7 keer zo lang is dan breed. Tegenwoordig worden ze zelden op het strand gevonden.

De kleine zwaardschede (Ensis ensis).Jan Johan ter Poorten

6Sint jacobsschelp

Wereldwijd bekeken is de sint jacobsschelp (Pecten maximus) één van de belangrijkste schelpdieren voor de visserij met jaarlijks meer dan een miljoen ton dat wordt opgevist. In Frankrijk, België, Engeland en Spanje worden deze schelpdieren gericht bevist. Nederlandse vissers vangen ze alleen als bijvangst, maar landen ze wel aan vanwege de hoge prijs die ze er voor krijgen.

Het is één van de populairste schelpen: de coquille. Maar wat is dat witte ding nou precies? De coquille is de sluitspier van de sint-jakobsschelp, zoals je hier goed kunt zien.Wikimedia Commons

Sint Jakob

De Sint Jacobsschelp is vernoemd naar de heilige Jacobus de meerdere. Pelgrims namen de schelp mee ten teken dat ze de tocht naar Santiago de Compostella hadden voltooid. Later werd het een teken van de pelgrimstocht, waardoor struikrovers uit een erecode de pelgrims met rust lieten.

De Sint-Jacobsschelp op een bord van de Santiago de Compostela.Andre Grunden

Kenmerken

De sint jacobsschelp kan wel 20 cm breed worden en is vaak vuilwit tot bruin gekleurd. Deze schelp komt voor van Noorwegen tot Portugal op een diepte tot 110 m. De sint jacobsschelp heeft een bijzondere strategie om roofdieren te ontlopen. Met lichtgevoelige plekjes op de rand van de schelp kan hij licht en donker waarnemen, waardoor hij een naderend roofdier kan opmerken. Wanneer het schelpdier dit opmerkt klapt hij zijn schelp snel open en dicht, waardoor hij zich afzet tegen het water en van de bodem opspringt en zelfs kan zwemmen.

De ogen zijn zichtbaar als glanzend zwarte vlekken op de rand van de mantel van de sint-jacobsschelp.Wikimedia Commons

Voortplanting

De sint jacobsschelp is hermafrodiet, dit betekent dat ze zowel mannelijke- als vrouwelijke geslachtsdelen- en cellen hebben. Het melkwitte, sappige vlees is het mannelijke deel van het vlees (de klier) en wordt noix genoemd. Het vrouwelijke deel ligt ernaast, dit wordt corail of gewoon kuit genoemd en is wisselend bleekroze tot rood. De voortplantingsperiode ligt tussen mei en oktober. Andere namen voor de sint jacobsschelp zijn mantelschelp of jacobsmantel. In de handel worden ze meestal coquilles genoemd.

De sint jacobsschelp

De sint jacobsschelpBiopix