De uitwendige bouw van de vis

Het lichaam van de vis kunnen we onderverdelen in drie delen, te weten:

  • De kop begint bij de punt van de snuit en eindigt bij de achterkant van het kieuwdeksel. Op de kop bevinden zich de ogen, het gehoororgaan en het reuk-, smaak- en evenwichtszintuig.
  • De romp loopt van de achterkant van het kieuwdeksel door tot aan de anus. In de romp bevindt zich de buikholte. Daar bevinden zich het spijsverteringsstelsel en de voortplantingsorganen. De buikwand van de romp bestaat hoofdzakelijk uit spieren.
  • De staart is het deel achter de anus. Een vis beweegt door de staart, die voornamelijk uit spieren bestaat. Aan zijn vorm kunnen we de vissoort herkennen. Snelle vissen hebben een torpedovormige staart. Dit zijn makreel, tonijn en haring. Bodemvissen hebben meestal een afgeplatte staart.

Verdeling van een vis.

Verdeling van een vis.ProSea

De vinnen zijn vliezen die gesteund worden door vinstralen. Vinstralen bestaan geheel of gedeeltelijk uit been of uit kraakbeen. Over het algemeen zijn er twee soorten vinnen:

  • Ongespleten vinstralen, de stekelstralen.
  • Gespleten vinstralen, de zachte vinstralen.

Ongespleten vinstralen.ProSea

Gespleten vinstralen.ProSea

De meeste vissen hebben gepaarde borst- en buikvinnen. Dit zijn vinnen die steeds per twee aanwezig zijn. Eén vin zit aan de linker- en één aan de rechterkant van het lichaam. Naast de borst- en buikvinnen kan de vis een of twee anaalvinnen en een, twee of drie rugvinnen hebben. De borstvinnen staan bij alle vissen achter het kieuwdeksel. De buikvinnen bevinden zich bij sommige vissen in de buurt van de anus en bij andere vissen bij de keel. Afhankelijk van de plaats van de buikvin is de vis buik, borst- of keelstandig. Het aantal vinnen en de plaats daarvan bepalen tot welke familie de vis behoort.

Vinnen vis_C1_ProSea

  • Rugvin(nen): Een vis gebruikt de rugvin(nen) voor evenwicht en voortbeweging.
  • Anaalvin(nen): De anaalvin(nen) gebruikt een vis voor evenwicht en voortbeweging.
  • Staartvin: De staartvin gebruikt een vis voor voortbeweging.
  • Borstvin(nen): De borstvin(nen) hebben een remmende en voortbewegende functie.
  • Buikvin(nen): De buikvin(nen) gebruik een vis voor z’n evenwicht, maar hebben ook een remmende en voortbewegende functie.
Vinnen bij een platvis.

Vinnen bij een platvis.Dr. Tony Ayling