Opdrachten SW5

Hieronder volgen de opdrachten voor SW5. In de volgende serie opdrachten ga je de boven- en onderzijde van een trawlnet maken (opdrachten 1 t/m 3). Bij opdracht 4 bevestig je de pezen en maak je de boven- en onderzijde van het net aan elkaar vast met behulp van naden. Opdracht 5 leer je om schade aan het net te repareren. Hieronder is de nettekening te vinden van het net dat je gebruikt voor de opdrachten 1 t/m 5.

Figuur 1

1Opdracht 1

Belangrijk bij deze opdracht is dat je de bovenzijde maakt uit twee stukken net. Hiervoor maken we de volgende afspraken:

  • De perken BA en BB maak je uit één stuk.
  • Daarna maak je de perken BC, BD en BE uit een ander stuk net.
  • Perk BF maak je apart.

Nu doorloop je de volgende stappen.

Stap 1.1

De perken BA en BB zijn de vlerken. De hangers van twee (1T2B) brei je er later in. Je snijdt in heel de binnenkant een snit van AB, omdat je de hangers van twee er later in gaat breien. De vlerken zien er dan uit zoals in onderstaande figuur.

Figuur 2

Nu ga je berekenen hoe groot stuk net je hiervoor nodig hebt. Hiervoor gebruik je de volgende berekening: 10 + 12 = 22 + 2 = 24 – 0,5 + 23,5 T.

Het stuk net dat je hiervoor nodig hebt is 23,5 T breed en 14,5 N diep, zoals je kunt zien in onderstaand figuur.

Figuur 3

Stap 1.2

Neem het netstuk en zorg dat één been rechtsboven zit en het andere been linksonder. Zie hiervoor figuren 3 en 4.

Figuur 4

Snij ongeveer 4 T uit de linkerkant een snit van AB zoals te zien in figuur 4. Het stuk dat er dan aan de linkerkant afvalt zet je er aan de rechterkant tegenaan.

Figuur 5

Je hebt dan een stuk net met de afmetingen zoals staat beschreven in figuur 5. Het net heeft een afmeting van 23 T. Dit komt door de volgende berekening: 23,5 – 1 = 22,5 + 0,5 = 23 T.

Stap 1.3

Leg het stuk net nu zo neer dat de snit AB goed ligt. Dat kan op de manier zoals hieronder staat in figuur 6. Het kan ook anders liggen als je dat gemakkelijker vindt, zoals bijvoorbeeld in figuur 5. Alleen moet je dan wel anders snijden.

Figuur 6

We gaan er nu vanuit dat het net op dezelfde manier ligt als in figuur 6. Tel vervolgens 10 T uit de linkerkant en snij dan eerst een snit van 1N7B. Daarna snij je een snit van 1N8B tot aan de onderkant. Je hebt dan meteen twee vlerken, zoals te zien is in figuur 6.

Stap 1.4

Nu ga je aan de slag met de buik en het achtereind van het net. De buik is het perk BC. Het achtereind bestaat uit de perken BD en BE. Je maakt dat in deze bovenzijde uit één stuk net. Voor de perken BC, BD en BE hebben we een stuk net nodig van 26 T breed en 14,5 N diep.

Als het goed is heb je al eens uitleg ontvangen over het omzetten van zo’n rechthoekig stuk net in een trechtervormig stuk net. Mocht dit niet het geval zijn of ben je dit vergeten, vraag het dan na bij een docent.

Zodra je het rechthoekig stuk net hebt omgezet in een trechtervormig stuk net, dan kun je de vlerken op de juiste manier aan de buik zetten. Let op de volgende aandachtspunten:

  • Opzetten en eindigen op de lange einden van de buik.
  • Als je dit hebt gedaan, dan kun je de hangers van twee (5 x 1T2B) er in breien. Hou daarbij twee T in het midden.
  • Als laatste moet nog een halve maas op het perk AB gezet worden, want anders is dit geen 15 N diep.

Stap 1.5

Nu rest alleen nog de kuil van het net. De bovenzijde van de kuil bestaat uit perk BF. Je kan dat perk (BF) snijden en er onder zetten. Perk BF wordt 4,5 T en 4,5 N diep. Let wel op het opzetten op de einden van perk BF.

2Opdracht 2

In figuur 7 zie je de onderzijde van een trawlnet. Maak onderstaande 12 vragen.

Figuur 7
  1. Bereken de grootte van het stuk net dat je nodig hebt om de vlerken (OA) van deze onderzijde te maken.
  2. Bereken de grootte van het stuk net dat je nodig hebt om de vlerken (OB) van deze onderzijde te maken.
  3. Bereken de grootte van het stuk net dat je nodig hebt om de vlerken (OC) van deze onderzijde te maken. De hangers van twee (1T2B) brei je er later in. Je snijdt aan de binnenkant van de vlerken dus een snit AB.
  4. Bereken de grootte van het stuk net dat we nodig hebben om perk OD te maken.
  5. Bereken de grootte van het stuk net dat we nodig hebben om perk OE te maken.
  6. Bereken de grootte van het stuk net dat we nodig hebben om perk OF (de kuil) te maken.
  7. Laat met drie tekeningen zien hoe je de perken OA maakt. Schrijf alle maten erin!
  8. Laat met drie tekeningen zien hoe je perk OB maakt. Schrijf alle maten erin!
  9. Laat met drie tekeningen zien hoe je perk OC maakt. Schrijf alle maten erin!
  10. Laat met drie tekeningen zien hoe je perk OD maakt. Schrijf alle maten erin!
  11. Laat met drie tekeningen zien hoe je perk OE maakt. Schrijf alle maten erin!
  12. Teken perk OF en zet alle maten erin!

3Opdracht 3

Maak de onderzijde van het net zoals te zien is in figuur 7. Gebruik de tekeningen en berekeningen die je in opdracht 2 hebt gemaakt.

De bovenpees

De lengte van de bovenpees is afhankelijk van de maaslengte. Hieronder staat een berekening. Als je die berekening invult, dan krijg je de lengte van de bovenpees.

Meen een stuk touw van de uitgerekende lengte en tel daar 50 cm bij voor de liespees. Zet de bovenpees vervolgens op het net. Daarna is de bovenzijde klaar.

4Opdracht 4

Hieronder nogmaals figuren 1 en 7.

Figuur 1

Figuur 7

Je gaat nu aan de slag met de volgende vragen.

  1. Maak versterkingen langs de vlerken.
  2. Brei in de bovenzijde 5 hangers van twee, zoals in de tekening staat (5 x 1T2B).
  3. Brei in de onderzijde 5 hangers van twee. Ook die staan in de tekening (5 x 1T2B).
  4. Bepaal de maaswijdte van de bovenzijde en bereken de lengte van de dunne pees daarna.
  5. Bepaal de maaswijdte van de onderzijde en bereken de lengte van de dunne pees van de onderzijde.
  6. Zet de dunne pees vast aan de bovenzijde.
  7. Zet de dunne pees vast aan de onderzijde.
  8. Zet de boven- en onderzijde aan elkaar met een naad aan de rechterzijde.
  9. Zet de boven- en onderzijde aan elkaar met behulp van een naad aan de linkerzijde.

5Opdracht 5

In deze opdracht gaan we in het trawlnet dat je in opdracht 1 t/m 4 hebt gemaakt drie beschadigingen snijden. Dit doe je als volgt:

Schade 1

Hierbij is een schade in de vlerk gesneden. Deze schade gaat in de boven- en onderzijde door de naad heen, zoals te zien is in figuur 8.

Schade 2

Deze schade is in de bovenzijde gesneden (zie figuur 8). Hierbij worden de hangers van twee kapotgesneden en tevens een deel van de middeling van de bovenzijde.

Figuur 8

Schade 3

Deze beschadiging is in de onderzijde gesneden (zie figuur 9). Hierbij is de naad kapotgesneden. De schade loopt naar de hangers van twee en middeling. De middeling is niet doorgesneden.

Figuur 9

Ter verduidelijking staan alle beschadigingen die worden ingesneden aan het net in figuren 8 en 9.