Vreemde soorten in zee

Een groeiend probleem voor de zee zijn de ‘vreemde soorten’ (exoten), die uit andere delen van de wereld worden ingevoerd.

De Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis) is een exoot die zowel langs de kust als in de brakke en zoete wateren van de Benelux voorkomt. Ondanks de nadelen van deze exoot biedt de wolhandkrab ook nieuwe economische kansen voor de beroepsbinnenvisserij.

De Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis) is een exoot die zowel langs de kust als in de brakke en zoete wateren van de Benelux voorkomt. Ondanks de nadelen van deze exoot biedt de wolhandkrab ook nieuwe economische kansen voor de beroepsbinnenvisserij.Christian Fischer

1Het probleem met vreemde soorten

Net als op het land komen in onze Noordzee en andere wereldzeeën steeds meer exotische soorten voor, die oorspronkelijk niet in die gebieden voorkomen. Misschien lijkt het vergezocht dat vreemde soorten in het milieu een probleem kunnen zijn. Maar een dier dat vanuit andere delen van de wereld is gekomen, heeft hier vaak geen natuurlijke vijanden. Hierdoor kan het exotische dier zich enorm in aantallen uitbreiden en een plaag worden met grote gevolgen.

Hoe het met een soort in een vreemd zeegebied gruwelijk mis kan gaan, bewees de kamkwal. Begin jaren negentig kwam de van oorsprong Amerikaanse kwal via ballastwater van zeeschepen in de Zwarte Zee terecht. In de tien jaar daarna breidde de kwalsoort zich explosief uit. Dit was een soort, die zich én makkelijk kon aanpassen aan de nieuwe zee-omgeving én geen natuurlijke vijanden had. Het zeeoppervlak veranderde in een dichte soep van enorme hoeveelheden kwallen. De kwal bleek hetzelfde voedsel te hebben als ansjovis en enkele andere waardevolle commerciële vissoorten. Gevolg was het totaal ineenstorten van de visserij in landen rondom de Zwarte Zee, zoals Iran.

De kamkwal (Mnemiopsis leidyi), ook wel Amerikaanse ribkwal genoemd, komt sinds 2006 ook in de Noordzee voor als invasieve soort.

De kamkwal (Mnemiopsis leidyi), ook wel Amerikaanse ribkwal genoemd, komt sinds 2006 ook in de Noordzee voor als invasieve soort.Steven G. Johnson

Als een soort eenmaal geïntroduceerd is in een zeegebied, is deze ook bijna niet meer weg te krijgen. Een natuurlijke vijand introduceren is vaak geen goede oplossing, want de kans bestaat dat dat dier dan ook een plaag wordt, omdat hij geen natuurlijke vijanden heeft. Of dat hij een ander, makkelijker prooidier uitzoekt, waardoor het probleem groter wordt.

2Waar komen vreemde soorten vandaan?

Veel beesten komen in een vreemde zee-omgeving terecht, omdat ze in ballastwater van zeeschepen meereizen. Dat ballastwater nemen schepen in hun romp mee om hun stabiliteit op zee te garanderen, nadat ze lading gelost hebben. Het ballastwater is zeewater met daarin allerlei soorten kleine planten en dieren (o.a. plankton). Omdat dit water soms pas weer aan de andere kant van de wereld geloosd wordt, komen al die exotische organismen in een nieuw gebied terecht. Elk moment zijn er op deze manier zo’n 7.000 soorten op reis naar mogelijke nieuwe vestigingsplaatsen wereldwijd. Binnen de zeevaart wordt inmiddels gewerkt aan oplossingen voor dit probleem.

Het principe van ballastwater. Bij het lossen van lading neemt het schip water op, met daarin allerlei kleine planten en dieren, voor het stabiliseren van het schip (1). Zodra het schip leeg is, is de ballasttank vol (2). Zodra het schip weer lading opneemt, moet het schip zijn ballastwater weer lozen voor de stabiliteit. Hierbij komen alle kleine planten en dieren uit het ballastwater vrij in een nieuwe omgeving (3). Zodra het ruim volledig is volgeladen, is de ballastwatertank geleegd (4).

Het principe van ballastwater. Bij het lossen van lading neemt het schip water op, met daarin allerlei kleine planten en dieren, voor het stabiliseren van het schip (1). Zodra het schip leeg is, is de ballasttank vol (2). Zodra het schip weer lading opneemt, moet het schip zijn ballastwater weer lozen voor de stabiliteit. Hierbij komen alle kleine planten en dieren uit het ballastwater vrij in een nieuwe omgeving (3). Zodra het ruim volledig is volgeladen, is de ballastwatertank geleegd (4). Maxxl

Exoten kunnen ook op nieuwe vestigingsplaatsen terechtkomen via bijvoorbeeld rivieren, de scheepshuid van schepen en het opzettelijk en onopzettelijk introduceren van nieuwe soorten door viskwekerijen (zo is de Japanse oester in onze wateren terecht gekomen).

Schip aan het (de) ballasten.

Schip aan het (de) ballasten.CSIRO

3Hoe zit het met de Noordzee?

In de Nederlandse Noordzee wordt het aantal geïntroduceerde soorten op meer dan 150 geschat. Voorbeelden van in onze Noord- en Waddenzee geïntroduceerde exoten zijn de Chinese wolhandkrab, de knorrepos (een vissoort), Japans bessenwier en de Amerikaanse zwaardschede. Ook de kamkwal is al in de Waddenzee ontdekt, maar die lijkt daar geen schade te hebben aangericht.

De knorrepos (Micropogonias undulatus, en: Atlantic croaker) is een vis die sterk lijkt op een pos. De naam wordt ontleend aan het knorrende geluid dat deze vis bij aanraking maakt door de spieren rond de zwemblaas aan te spannen.Chaotic24

Japans bessenwier (Sargassum muticum) is een bruinwiersoort dat in de jaren ’70 van de 20e eeuw per ongeluk met oesters in West-Europa is ingevoerd vanuit Japan.Garca Gaspar

De Amerikaanse zwaardschede heeft een voorkeur voor slik en fijn zand met een gering deel aan silt en leeft tot enkele decimeters diep ingegraven.Arne Huckelheim

Exoten hoeven niet altijd nadelig te zijn voor milieu of visserij. Dat bewees de wolhandkrab. Deze krab werd in 1912 voor het eerst in Europa aangetroffen. Waarschijnlijk is de wolhandkrab meegelift als larve in de ballasttanks van schepen uit Azië. Vooralsnog lijkt deze soort geen grote ecologische problemen op te leveren. De krab vormt inmiddels zelfs een welkome neveninkomst voor binnenvissers. Zij verkopen deze krabben aan Chinese restaurants of exporteren de krabben naar China.

Maar, zoals het voorbeeld met de kamkwal aantoont, het blijft onzeker of een geïntroduceerde soort voordeel of nadeel gaat opleveren. Daarom is het belangrijk voor de visserij dat het probleem van geïntroduceerde soorten de komende jaren goed wordt aangepakt.

4De rol van de visserijsector

Het probleem van de introductie van vreemde soorten is in Nederland met name van belang voor de pelagische vloot, omdat zij net als koopvaardijschepen ballastwater gebruiken, en ook lozen. Voor kottervissers geldt dat ze niet veel aan dit probleem kunnen doen omdat ze geen ballastwater lozen.

Pelagische trawlers moeten voldoen aan international regelgeving. Regels met betrekking tot ballastwater staan in de conventie ‘Control and Management of Ships’ Ballast Water and Sediments’ van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO). Deze conventie is in 2004 opgesteld, en treedt in werking een jaar nadat minimaal 30 landen met samen meer dan 35% van de wereldvloot de conventie hebben geratificeerd, dat wil zeggen in hun eigen wetten hebben opgenomen. Dat is op 8 september 2017.

De IMO in overleg over behandeling van het ballastwater.

De IMO in overleg over behandeling van het ballastwater.International Maritime Organization

Vanaf 8 september 2017 moeten pelagische trawlers onder andere:

  • Een Ballastwater en Sediment Management Plan hebben.
  • Een Ballastwater Record Book hebben waarin ze ballast operaties bijhouden.
  • Ballastwater management procedures uitvoeren: ballastwater wisselen (regel D1) of ballaswater behandelen (regel D2).

Het ballastwater wisselen is een tijdelijke maatregel, dus uiteindelijk moeten alle schepen ballastwater gaan behandelen, wat betekent dat het ballastwater zo moet zijn behandelt dat er bij het lozen van ballastwater (bijna) geen planten en dieren meer inzitten.

Overigens geldt dat proceswater, dus ook gekoeld zeewater dat in de rsw tanken zit ten behoeve van het koelen van de vis, niet beschouwd wordt als ballastwater. Het valt daarmee niet onder de conventie en hoeft dus niet behandeld te worden.