Bodemcultuur

Zodra het mosselzaad eenmaal is gevangen wordt het overgrote deel uitgestrooid op de kweekpercelen. De mosselkwekers pachten de percelen van de overheid. Deze kweekpercelen liggen voor het grootste gedeelte in de Waddenzee en in mindere mate in de Oosterschelde. Het ondiepe, voedselrijke water van de Waddenzee is uitstekend voor een snelle groei van de mosselen. Zodra de mosselen ongeveer 10 tot 15 maanden oud zijn en een lengte hebben bereikt van 4 á 5 cm (‘halfwasmosselen’), worden ze verplaatst naar de meer beschutte percelen. Daar kunnen ze uitgroeien tot ‘consumptiemosselen’ van 5 cm en groter met een gewicht van ongeveer 20 gram. Meestal bereiken ze deze grootte na ongeveer 2 jaar.

Jonge mosselen die zijn opgevist om ergens anders uit te groeien tot volwassen mosselen.

Deze beschutte percelen bevinden zich over het algemeen in de Oosterschelde. De percelen daar zijn dieper en hebben een zwakkere stroming. Daardoor bevat het water minder zand- en slibdeeltjes. Hierdoor krijgt de mossel de kans om zichzelf van zand- en slibdeeltjes te ontdoen. Deze laatste stap verhoogt de kwaliteit van het product. Het zand zou anders tussen de tanden van de consument terecht komen.

Bij een bodemcultuur worden mosselen uitgezet op bodempercelen om uit te groeien tot consumptiemosselen. Seafish

Om tot een optimale productie te komen is een mosselkweker afhankelijk van de ligging van de percelen. De groei en overleving worden onder andere bepaald door:

  • de beschikbaarheid van voedsel;
  • vraat door roofdieren zoals krabben en zeesterren; en
  • stormen die ervoor zorgen dat de mosselen van de percelen verdwijnen.

De mosselkweker doet zijn uiterste best om de percelen in een prima conditie te houden. Regelmatig maakt een mosselkweker de percelen schoon. Daarbij gaat het vooral om het verwijderen van zeesterren; aartsvijand nummer één van de mossel. De zeester is namelijk in staat om de mosselschelp open te trekken en de mossel op te eten (zie onderstaande afbeelding). Zeesterren kunnen in grote aantallen enorme schade aanrichten.

Een zeester verorbert een mossel. Mosselwad

Het verwijderen van zeesterren van een perceel kan op verschillende manieren. Zo kun je bijvoorbeeld de mosselen opvissen. Tussen de mosselen zitten ook de zeesterren. Eenmaal aan boord worden de mosselen in een bak zoetwater gelegd. De mosselen kunnen prima tegen het zoete water, maar de zeesterren niet. Vervolgens worden de mosselen weer uitgezaaid op een schoon perceel.

Tegenwoordig gebruiken de meeste mosselkwekers echter een zeesterrendweil. Hierbij worden de zeesterren gevangen door met strengen gerafeld touw de percelen te ‘dweilen’. De zeesterren blijven door hun ruwe oppervlak in het touw van de ‘dweil’ hangen. Door de dweil aan boord in warm water te dompelen kunnen de zeesterren worden verwijderd. Bij onderdompeling in warm water worden de zeesterren namelijk slap en glad, waardoor ze makkelijk van de dweil af vallen. Er zijn ook andere behandelingen getest (zuur, base en zout), maar geen van deze behandelingen was succesvoller dan warm water.

De kwaliteit van een perceel wordt verder ook bepaald door de ligging en de diepte. Bij strenge winters hebben ondiepe percelen meer te lijden dan diepe percelen. IJsgang kan bij ondiepe percelen de mosselvoorraad aantasten. Datzelfde geldt voor stormen. Percelen die in dieper water en op minder stormgevoelige plaatsen liggen zijn minder kwetsbaar.

Strenge winters kunnen grote gevolgen hebben voor de mosselkweek. Zo kunnen deze ijsschotsen op de Oosterschelde percelen aantasten.©Kosten voor DNA-beeldbank op www.laatzeelandzien.nl

Verder kan de mosselkweker de groeisnelheid ook beïnvloeden door te variëren met de dichtheid waarmee het mosselzaad op het perceel verspreid wordt. Zo worden de mosselen via de zaaikokers op het perceel gesproeid. Hierdoor ligt er op sommige plekken heel veel zaad, terwijl er op andere plekken nauwelijks mosselzaad ligt. Op de plekken met hoge concentraties mosselzaad beconcurreren de mosselen elkaar om voedsel en zal de groei minder sterk zijn. Er worden momenteel andere zaaimethodes onderzocht.

Zodra de mosselen de gewenste grootte hebben bereikt kunnen ze worden opgevist voor consumptie.Het Nederlands Mosselbureau

Zodra de mosselen de gewenste grootte hebben bereikt kunnen ze worden opgevist met de mosselkor en verder worden verwerkt. De aanvoer van consumptiemosselen varieert door de jaren heen en lag in de afgelopen 15 jaar tussen de 30 en 70 miljoen kilo.

Met behulp van de mosselkorren worden de consumptiemosselen opgevist en opgeslagen in witte zakken aan boord.Seafish