Verleden & heden mosselsector

Al in de 15e eeuw ontdekten vissers dat ze opgeviste mosselen weer overboord konden zetten op vaste plekken om ze op een later tijdstip weer op te vissen voor consumptie. Op die manier ontstond de mosselkweek. De mosselkweek kent dus een lange geschiedenis. Het op grotere schaal kweken van mossels begon omstreeks 1870. Toen werden er speciale kweekpercelen voor schelpdieren verpacht. Je had een vergunning nodig voor het vissen en rapen op Zeeuwse gronden. Aanvankelijk waren Philippine en Bruinisse de belangrijkste mosselhavens. Naar gelang van tijd begon Yerseke sterk te groeien en werd deze plaats uiteindelijk het mosselcentrum van Nederland.

Een mosselkokerij van vroeger.Het Nederlands Mosselbureau

In het begin van de mosselkweek werd er gevist met houten zeilschepen. Rond 1910 begonnen vissers gebruik te maken van hulpmotoren, waardoor ze minder afhankelijk werden van wind en stroming. De vernieuwing in de vloot zet zich door. Het motorvermogen neemt net als de laadruimte toe aan boord van de schepen.

Zeilschepen die werden gebruikt voor de mosselvisserij.Het Nederlands Mosselbureau

Wel kent de mosselkweek een enorme dip rond 1950. Een slechte conditie van de mosselen in combinatie met de mosselparasiet vernietigde vrijwel de gehele voorraad mosselen op de percelen in Zeeuwse wateren. Dit doet een kleine groep kwekers besluiten om te experimenteren met de kweek op de Waddenzee. Dit blijkt succesvol. Ondanks het herstel van de mosselvisserij in Zeeuwse wateren na het verdwijnen van de mosselparasiet, blijft de Waddenzee een zeer belangrijk kweekgebied.

De mosselparasiet (Mytilicola intestinalis). De twee uitsteeksels aan de rechterzijde zijn ei pakketten (grootte 9 mm).Wageningen Marine Research

1Heden

De Nederlandse mosselvisserij en -kweek vinden plaats in de Waddenzee en in de Zeeuwse Delta. In totaal zijn rond de 60 schepen actief binnen de mosselsector. Mosselen worden met een mosselkor gevangen (zie onderstaande afbeelding). De schepen gebruiken twee of vier mosselkorren. De kor bestaat uit een net dat vast zit aan een metalen raamwerk. Het metalen raamwerk is ongeveer 1.9 m breed. Aan de onderkant van het net zit een stalen pijp van ongeveer 4 cm die over de bodem wordt gesleept. Zodra het net vol is, wordt het geleegd in het ruim van het schip.

Hier zie je twee mosselkorren gevuld met mosselen die boven water worden gehaald.M. Waes

Dit vistuig wordt voornamelijk gebruikt voor het opvissen van mosselzaad en het opvissen van consumptiemosselen op de kweekpercelen. Het is door de eeuwen heen vrijwel onveranderd gebleven.

Voor het vangen van het mosselzaad gebruikt men tegenwoordig steeds vaker mosselzaad-invanginstallaties (MZI’s) en geen mosselkorren meer. Door gebruik te maken van MZI’s laat je de bodem met rust waardoor schelpdierbanken, zeegrasvelden en bodemdieren niet worden verstoord door de mosselvisserij. Daarnaast bieden de MZI’s ook een stabielere beschikbaarheid van mosselzaad.

Een voorbeeld van een MZI met mosselzaad.Het Nederlands Mosselbureau

De mosselkotters die gebruikt worden in de mosselsector hebben een lengte die uiteenloopt van 30 tot 40 meter. De grootste vaartuigen hebben zelfs een lengte van 45 meter met een breedte van 10 meter. Door hun geringe diepgang kunnen deze vaartuigen gemakkelijk de percelen op het relatief ondiepe wad bereiken.

Mosselkotters in de haven van Den Oever. ProSea

De meeste mosselkotters staan ingeschreven in Yerseke, Bruinisse, Zierikzee, Tholen, Hontenisse en Wieringen. De meest recent gebouwde mosselkotters zijn allemaal uitgerust met geavanceerde apparatuur en installaties om de mosselen te vangen, te spoelen en op te slaan. Ook kunnen de kotters mosselen lossen op de eigen percelen, of op de verwaterpercelen, nadat de partij is geveild op de Mosselveiling.