Demersale rondvissen

Rondvissen zijn vissen met een rond lichaam en een oog aan elke kant van het lichaam.
Demersale- of bodemlevende rondvissen zijn rondvissen die nabij de zeebodem leven en aan dit leven zijn aangepast. Een aanpassing is bijvoorbeeld dat demersale rondvissen vaak zo zijn gekleurd dat ze wegvallen tegen de zeebodem, een zogeheten schutkleur. Daarnaast hebben sommigen kindraden, ook barbelen genoemd, wat draden zijn op de kin waarmee ze de bodem afzoeken naar voedsel. Veel demersale rondvissen kunnen zowel in de bodemvisserij als in de pelagische visserij gevangen worden.

1Kabeljauw

Latijnse naam: Gadus morhua
Engelse naam: Cod

Kenmerken

De kabeljauw heeft een duidelijke kindraad en drie borstvinnen die vlak bij elkaar staan. De bovenkaak steekt voorbij de onderkaak uit en de zijlijn is licht van kleur. Kabeljauw kan verschillen qua kleur. Zo is de kleur afhankelijk van de omgeving waarin de kabeljauw leeft. Meestal heeft kabeljauw een roodachtige of groenige kleur in wierzones, maar bleekgrijs op zandige bodems of in diep water.

Lengte: tot 200 cm, maar kabeljauwen groter dan 100 cm worden tegenwoordig nauwelijks meer aangetroffen
Gewicht: tot 96 kg
Leeftijd: kan ouder dan 15 jaar worden, maar exemplaren ouder dan 10 jaar worden nauwelijks meer aangetroffen

Kabeljauw (Gadus morhua).

Kabeljauw (Gadus morhua).Beothic.com

Habitat

Kabeljauw komt voor van kustwateren tot op dieptes van 500-600 m. Ze leven meestal bij de bodem en vaak in de buurt van scheepswrakken. Maar kabeljauwen worden ook gevonden in de pelagische waterkolom en in de diepe open oceaan.

Biologie

De kabeljauw heeft verschillende populaties met verschillende verspreidingsgebieden, groeisnelheden en paaigewoontes. Hierbij paaien de meeste populaties tussen januari en april. Het aantal eitjes dat kabeljauwen produceren is afhankelijk van lengte, gewicht, jaargetijde en gebied. Rond 1970 produceerde een vrouwtje ongeveer 500 eitjes per gram lichaamsgewicht. Sindsdien is dat substantieel verhoogt. Niet alleen produceren ze meer eitjes dan in 1970, maar ze worden ook eerder geslachtsrijp. Nu wordt een kabeljauw tussen de 2-6 jaar geslachtsrijp. Het deel dat bij 2 jaar al geslachtsrijp is, is sterk toegenomen sinds 1970.

Kabeljauw.

Kabeljauw.Ecomare

Tijdens het paaien zwemmen de mannetjes en vrouwtjes met hun buiken dicht bij elkaar, waardoor de eitjes gelijk bevrucht worden. Het aantal eieren varieert van 500.000 tot wel vijf miljoen, al naar gelang de afmetingen van het vrouwtje. De doorzichtige eitjes zweven naar de oppervlakte en komen daarna uit. Na 3-5 maanden zijn de jongen kabeljauwen 3-6 cm lang en trekken ze langzaam naar de bodem.

Voeding

Kabeljauw eet voornamelijk vis, maar daarnaast eet kabeljauw ook allerlei kreeftachtigen, wormen en weekdieren.

Visserij

Kabeljauw wordt al eeuwen bevist in zijn gehele verspreidingsgebied. Met sommige visserijmethoden wordt er gericht gevist op kabeljauw, terwijl het een bijvangstsoort is voor andere visserijen.

2Wijting

Latijnse naam: Merlangius merlangus
Engelse naam: Whiting

Kenmerken

De bovenkaak van de wijting steekt iets uit. Hij heeft relatief lange, puntige tanden. Zijn snuit is iets langer dan de oogdiameter. De jongen hebben een zeer kleine kindraad, maar bij volwassenen is de kindraad verdwenen. De zijlijn is donker en er zit een donkere vlek aan de basis van de borstvin.

Lengte: tot 70 cm
Gewicht: tot 3 kg
Leeftijd: 12 tot 15 jaar, maar zelden ouder dan 6 jaar

Wijting (Merlangius merlangus).

Wijting (Merlangius merlangus). Visinfo

Habitat

Jongen leven met name in kustgebieden, inclusief estuaria, en volwassenen in dieper water met een voorkeur voor zandige- en modderige bodems.

Biologie

Wijting plant zich voort van januari tot juli. Een vrouwtje van 35 cm produceert ongeveer 600.000 eitjes. Wijting wordt geslachtsrijp bij een leeftijd van 2-4 jaar. Na het eerste levensjaar groeit de wijting nog maar langzaam, wat gewoonlijk is bij soorten die al snel geslachtsrijp worden. Wijtingen blijven de eerste twee of drie maanden van hun leven dicht bij het wateroppervlak, waar ze vaak samenleven met voornamelijk haarkwallen (Cyanaea sp.). Dit doen ze waarschijnlijk voor bescherming, want de kwal houdt roofdieren op afstand met zijn stekende tentakels. Zodra ze wat groter zijn trekken de wijtingen naar de bodem.

Wijting.

Wijting. Nederlands Visbureau

Voeding

Volwassenen leven van garnalen en vis zoals haring, kabeljauw en schelvis (met name jonge exemplaren).

Visserij

Wijting wordt gevangen als bijvangst in de bodemvisserij. Het merendeel dat wordt aangeland is voor menselijke consumptie. Verder kan wijting ook als doelsoort dienen in de bordentrawl, staandwant- en flyshootvisserij. Maar door de te krappe quota gebeurt dit vrij weinig.

3Steenbolk of steenwijting

Latijnse naam: Trisopterus luscus
Engelse naam: Bib

Kenmerken

De bovenkaak steekt iets voor de onderkaak uit met een lange kindraad. Hierbij is de oogdiameter even lang als de snuit. Er zit een donkere vlek op de basis van de borstvin en het lichaam is relatief hoog.

Lengte: tot 49 cm
Leeftijd: tot 5 jaar (man), 7 jaar (vrouw)

Steenbolk ().

Steenbolk (Trisopterus luscus).Viswinkel Waasdorp

Habitat

Grote steenbolken kunnen scholen vormen op rotsige bodems, bij riffen en rondom scheepswrakken. Kleinere steenbolken komen meer voor in kustwateren, met een voorkeur voor zandige bodems.

Steenbolk. Het oog is in deze foto opgezwollen.

Steenbolk. Het oog is in deze foto opgezwollen.Valter Jacinto

Biologie

Steenbolken groeien snel, maar leven relatief kort en worden geslachtsrijp zodra ze 1-2 jaar zijn. Steenbolken kunnen nakomelingen voortbrengen in bijna elke maand van het jaar, maar over het algemeen planten ze zich voort van december tot april. Hun voortplantingspiek varieert met de breedtegraad.

Voeding

Steenbolken voeden zich met allerlei bodemorganismen (garnalen, krabben, wormen, etc.) en kleine vis.

Visserij

Steenbolk heeft een lage economische waarde, hoewel de grotere steenbolken nu wel worden aangeland voor menselijke consumptie. Steenbolk wordt voornamelijk als bijvangstsoort gevangen bij verschillende vismethoden op steenachtige grond en in de nabijheid van wrakken.

4Schelvis

Latijnse naam: Melanogrammus aeglefinus
Engelse naam: Haddock

Kenmerken

De schelvis heeft een bovenkaak die duidelijk voorbij de onderkaak steekt. Op z’n onderkaak heeft de schelvis een kleine kindraad. De zijlijn is zwart en er zit een grote zwarte vlek boven de borstvinnen. Verder is de snuit langer dan de oogdiameter en heeft de eerste rugvin een driehoekvorm.

Lengte: tot ca. 112 cm
Gewicht: tot 17 kg
Leeftijd: tot ongeveer 20 jaar

Schelvis (Melanogrammus aeglefinus).

Schelvis (Melanogrammus aeglefinus).Viskids.nl

Schelvis.

Schelvis. M&J Seafood

Habitat

Schelvis leeft voornamelijk in de centrale en noordelijke delen van de Noordzee. Het is een bodemlevende (demersale) vis met een voorkeur voor zandige- en modderige bodems.

Biologie

Schelvis paait van februari tot mei. De belangrijkste paaigronden in de Noordzee liggen bij de noordoost kust van Schotland, de oost en zuidoostkust van de Shetlandeilanden en bij de ingang van het Skagerrak/Kattegat. Eind jaren 1970 produceerde een vrouwtje van 40 cm ongeveer 275.000 eitjes, maar sinds die tijd is dat toegenomen en produceren ze meer. Ze zijn ook eerder geslachtsrijp dan voorheen. Zo zijn ze nu geslachtsrijp bij een leeftijd van twee á drie jaar. De eieren zweven 1-3 weken rond voordat ze uitkomen, afhankelijk van watertemperatuur. Bij een grootte van 4-8 cm gaan de jonge vissen bij de bodem leven.

De schelvis

De schelvis is van commercieel belang maar is in Nederland met name bijvangst. Nederlands Visbureau

Visserij

Schelvis is van commercieel belang voor verschillende visserijen. Ze worden voornamelijk gevangen in de gemengde visserij door Schotse seiners en trawlers, waarvan het merendeel wordt aangeland voor menselijke consumptie. In Nederland geldt de schelvis met name als bijvangst.

5Pollak of witte koolvis

Latijnse naam: Pollachius pollachius
Engelse naam: Pollack

Kenmerken

De onderkaak steekt duidelijk uit en de pollak heeft geen kindraad. Verder is de zijlijn zwart en deze buigt boven de borstvinnen naar boven toe.

Lengte: tot 130 cm, maar meestal niet langer dan 75 cm
Leeftijd: tot 15 jaar

Pollak. 1) drie rugvinnen en twee anaalvinnen 2) Bovenstandige bek, zonder kindraad 3) Donkere zijlijn 4) Eerste anaalvin begint ter hoogte van rugvin.

Pollak (Pollachius pollachius). 1) drie rugvinnen en twee anaalvinnen. 2) Bovenstandige bek, zonder kindraad. 3) Donkere zijlijn. 4) Eerste anaalvin begint ter hoogte van rugvin. Sportvisserij Nederland

Habitat

De pollak wordt aangetroffen boven het gehele continentale plat, zowel pelagisch als ook nabij de bodem. Ook wordt pollak gevonden op verschillende dieptes, variërend van de kust tot dieptes van 200 m. Volwassen pollak wordt vaak aangetroffen bij scheepswrakken, boorplatforms en boven rotsige bodems, terwijl jonge pollak een voorkeur blijkt te hebben voor kustgebieden.

Pollak.

Pollak. Citron, Wikimedia Commons

Biologie

Er is nog weinig bekend over de biologie van de pollak. Pollak wordt geslachtsrijp bij ongeveer drie jaar. Jonge pollak zwemt veel in scholen van vissen met dezelfde grootte, terwijl oudere pollak vaker solitair (alleen) zwemt.

Voeding

Pollak eet voornamelijk vis, af en toe aangevuld met kreeftachtige en inktvissen.

Visserij

Wanneer pollak bij elkaar komt om te paaien worden ze nog wel eens gericht bevist met de staandwantmethode. Meestal zijn ze echter bijvangst die economisch vrij waardevol is.

6Zwarte koolvis

Latijnse naam: Pollachius virens
Engelse naam: Saithe

Kenmerken

De onderkaak steekt minder ver uit als bij de pollak en de zijlijn is niet licht, maar donker van kleur. De zijlijn is bijna recht en heeft geen duidelijke bocht boven de borstvin. De zwarte koolvis heeft, net zoals de pollak, geen kindraad.

Lengte: tot 130 cm, meestal niet langer dan 60-80 cm

Zwarte koolvis (Pollachius virens) 1) Drie rugvinnen en twee anaalvinnen 2) Volwassen dieren bovenstandige bek zonder kindraad 3) Lichte zijlijn en vrijwel recht 4) Voorzijde eerste anaalvin ter hoogte van de ruimte tussen de eerste en tweede rugvin.

Zwarte koolvis (Pollachius virens)
1) Drie rugvinnen en twee anaalvinnen. 2) Volwassen dieren bovenstandige bek zonder kindraad. 3) Lichte zijlijn en vrijwel recht. 4) Voorzijde eerste anaalvin ter hoogte van de ruimte tussen de eerste en tweede rugvin. Sportvisserij Nederland

Habitat

Ze leven vrijwel uitsluitend pelagisch in scholen, maar ze worden ook aangetroffen op dieptes van 250 m.

Biologie

Ze paaien tussen januari en mei en voornamelijk bij de rand van het continentaal plat. Een vrouwtje van 75 cm produceert gemiddeld drie miljoen eitjes tijdens het seizoen. De meeste zwarte koolvissen worden geslachtsrijp in hun zesde levensjaar. De larven worden getransporteerd door stromingen en komen aan bij ondiepere gebieden waar ze opgroeien. Dit is voornamelijk langs de Schotse en Noorse kust. De jongen blijven in de kustwateren tot ze 2-3 jaar oud zijn en verspreiden zich dan tot in de Barentszzee en de noordelijke Noordzee.

Zwaret koolvis, met een lichte zijlijn.

Zwaret koolvis, met een lichte zijlijn. Tino Strauss, Wikimedia Commons

Voeding

De jonge vis leeft van zoöplankton en vislarven. Ze hebben een lange kieuwzeef waarmee kleine organismen uit het water gehaald worden. Volwassenen jagen op kreeftachtigen, haring, sprot en soms hun eigen jongen. Ze worden, evenals de pollak, vaak in de buurt van wrakken en olieplatforms aangetroffen en kunnen lange trektochten ondernemen.

Visserij

Nederland vangt nauwelijks zwarte koolvis. Zwarte koolvis wordt gericht bevist bij de rand van het continentaal plat door Noorse, Duitse en Franse trawlers. De doelgerichte visserij op zwarte koolvis heeft vaak weinig bijvangst doordat ze scholen vormen met vissen van gelijke grootte. Er is bijna geen verse aanvoer, omdat de smaak snel terugloopt. Ze worden daarom voornamelijk diepgevroren aangevoerd.

7Heek

Latijnse naam: Merluccius merluccius
Engelse naam: Hake

Kenmerken

De onderkaak steekt voor de bovenkaak uit en de heek heeft geen kindraad. Verder heeft heek een rechte zijlijn en sterke kaken bezet met lange, puntige tanden. De binnenkant van de mond is bijna zwart.

Lengte: tot 180 cm, maar zelden langer dan 80 cm (vrouw) of 100 cm (man)
Gewicht: tot 15 kg
Leeftijd: tot 12 jaar

Heek (Merluccius merluccius)

Heek (Merluccius merluccius). M&J Seafood

Heek

Heek. Visinfo

Habitat

Ze leven op verschillende dieptes. Daarbij houden ze zich overdag meestal dicht bij de bodem op en ’s nachts trekken ze naar het wateroppervlak.

Biologie

Heek paait voornamelijk bij de rand van het continentale plat bij een grove zeebodem met kliffen en diepere plekken. Ze paaien bijna het gehele jaar door, maar voornamelijk van december tot juli. De belangrijkste paaigronden zijn in de baai van Biskaje, ten westen van Ierland en ten noordwesten van het Iberische schiereiland. De pelagische eitjes concentreren zich op een diepte van 200 m bij de rand van het continentale plat. Na ongeveer 40 dagen trekken de larven naar de zeebodem.

Voeding

Jonge heek (onder de 20 cm) eet voornamelijk kleine kreeftachtigen. Zodra heek tussen de 20-40 cm is eten ze met name vis (wijting, horsmakreel, etc.). Boven de 40 cm hebben ze een uitgebreid dieet, afhankelijk van waar ze leven en van de seizoenen.

Visserij

Heek werd pas halverwege de 20ste eeuw bevist, toen het technisch mogelijk werd om op grotere dieptes te vissen. Mogelijk speelde ook het afnemen van de kabeljauwpopulatie hierbij een rol. Heek is tegenwoordig een waardevolle vis en wordt in de Nederlandse visserij voornamelijk als bijvangst gevangen. In Zuid-Europa worden ze gericht bevist met de bordentrawl en longline-methode.

8Leng

Latijnse naam: Molva molva
Engelse naam: Ling

Kenmerken

De bovenkaak steekt uit en de onderkaak is bezet met een lange kindraad, die langer is dan de diameter van het oog. Verder heeft de leng twee rugvinnen, waarvan de tweede erg langgerekt is.

Lengte: tot 200 cm, maar zelden langer dan 160 cm
Gewicht: tot 45 kg
Leeftijd: tot 25 jaar, maar gevangen exemplaren zijn meestal niet ouder dan 15 jaar

Leng (Molva molva). 1) Twee rugvinnen en één lange anaalvin. 2) Onderstandige bek met een duidelijke kindraad 3) Donkere anaalvin, staartvin en rugvinnen met een witte rand.

Leng (Molva molva). 1) Twee rugvinnen en één lange anaalvin. 2) Onderstandige bek met een duidelijke kindraad. 3) Donkere anaalvin, staartvin en rugvinnen met een witte rand. Sportvisserij Nederland

Habitat

Ze leven op harde bodems, vaak nabij wrakken, op dieptes van 40-1000 m. Over het algemeen worden ze voornamelijk gevangen op dieptes tussen de 40-300 m. Jongen worden gevonden in ondiepere wateren.

Biologie

Leng paait van maart tot juli in verschillende gebieden in de noordelijke Noordzee, op het continentale plat van Noorwegen, de Faeröer eilanden en ten zuidoosten van IJsland. Vrouwtjes produceren waarschijnlijk vele eitjes, maar onderzoekgegevens hierover ontbreken nog. De jonge vissen leven twee á drie maanden in de waterkolom en trekken dan naar de zeebodem om verder te leven. Jonge leng groeit snel, maar ze verblijven de eerste twee jaar van hun leven voornamelijk in de bovenste waterlagen. Tussen de 5-7 jaar wordt de leng geslachtsrijp, waarbij de mannetjes eerder geslachtsrijp worden dan de vrouwtjes.

Leng.

Leng.Visinfo

Voeding

Volwassenen eten voornamelijk vis, zoals kabeljauw en zwarte koolvis. Verder eten ze ook inktvis.

Visserij

In Nederland is het een waardevolle bijvangst, maar in Noorwegen en IJsland wordt met de longline-methode en borden trawl gericht op ze gevist. De leng wordt meestal gezouten en daarna gedroogd en als klipvis verkocht.

9Spaanse zeebrasem

Latijnse naam: Pagellus acarne
Engelse naam: Spanish sea-bream

Kenmerken

De Spaanse zeebrasem heeft een hoog lichaam zonder strepen of banden, een kleine zwarte vlek aan de basis van de borstvin en een stompe snuit.

Lengte: tot 35 cm, voornamelijk 20 cm

Spaanse zeebrasem (Pagellus acarne).

Spaanse zeebrasem (Pagellus acarne).Valter Jacinto

Habitat

De Spaanse zeebrasem leeft op dieptes van 20-500 m. Ze worden voornamelijk aangetroffen in kustwateren met een voorkeur voor zandige bodems. Ten noorden van Het Kanaal worden ze zelden aangetroffen, want ze zwemmen voornamelijk bij Portugal en de Azoren.

Biologie

Bij de Azoren paaien ze tussen april en juli.

Voeding

Ze eten voornamelijk vis, aangevuld met kreeftachtigen en schelpdieren.

Visserij

De Spaanse zeebrasem wordt voornamelijk als bijvangstsoort gevangen door Nederlandse vissers wanneer zij in de winter in Het Kanaal vissen.

10Zeekarper

Latijnse naam: Spondyliosoma cantharus
Engelse naam: Black sea-bream

Kenmerken

Zeekarpers hebben een vrij hoog lichaam met zwak-gekleurde banden. De kop is klein, met tussen het hoofd en lichaam een deuk. Verder hebben ze puntige tanden, waarvan de voorste rij gekromd zijn en de achterste rij scherp en recht.

Lengte: tot 50 cm
Leeftijd: tot 18 jaar

Zeekarper (Spondyliosoma cantharus). 1) Hoog, zijdelings afgeplat lichaam 2) lange rugvin met stekels 3) kleine bek

Zeekarper (Spondyliosoma cantharus). 1) Hoog, zijdelings afgeplat lichaam. 2) lange rugvin met stekels. 3) kleine bek. Sportvisserij Nederland

Habitat

Ze worden gevonden in kustwateren ondieper dan 15 m (voornamelijk jongen) tot op dieptes van 300 m (voornamelijk volwassenen). Over het algemeen komen ze voor in de zuidwestelijke Noordzee. Ze trekken vooral ‘s zomers weleens ten noorden van Het Kanaal, maar daar zijn ze vrij zeldzaam.

Biologie

Zeekarpers paaien voornamelijk in water ondieper dan 5 m. De mannetjes maken een nest van zand en grind van ongeveer 20 cm diep en 80 cm breed. Daar hebben ze ongeveer een halfuur voor nodig. Een nest kan duizenden eieren bevatten als ze niet worden opgegeten door roofdieren. In Het Kanaal paaien ze tussen april en juni, terwijl ze ten zuidwesten van Portugal van februari tot april paaien.

Zeekarper op ijs.

Zeekarper op ijs.A.M. Arias

Voeding

De zeekarper is een alleseter. Zo staan algen, ongewervelden, kreeftachtigen, wormen en vissen allemaal op het menu.

Visserij

Zeekarper is een waardevolle bijvangstsoort voor de gemende visserij. In Nederland worden ze gevangen wanneer s ´winters in Het Kanaal wordt gevist met de borden- of flyshootmethode.

11Lom

Latijnse naam: Brosme brosme
Engelse naam: Tusk / Torsk

Kenmerken

De lom heeft een ononderbroken rugvin en anaalvin tot bij de staartvin. Verder hebben ze een lange kindraad , welke net zo lang is als de diameter van het oog. Ook hebben ze kleine schubben die in de huid liggen, waardoor het lijkt alsof de lom er geen heeft. De vinnen zijn lichtgekleurd met een donkere en witte rand.

Lengte: tot 110 cm
Leeftijd: tot 20 jaar, maar meestal worden ze tussen de 7-15 jaar

Lom (Brosme brosme).

Lom (Brosme brosme). Wikimedia commons

Habitat

Lom heeft een voorkeur voor diepere wateren met rotsige bodems van 20-1100 m diep.

Biologie

De paaitijd loopt van april tot juli. Een vrouwtje legt tussen de één en drie miljoen eieren. Jonge vis leeft het eerste half jaar pelagisch en pas bij een lengte van 5-10 cm zoeken ze de bodem op. Ze worden geslachtsrijp tussen de 6-10 jaar.

Lom boven een rotsige bodem.

Een lom boven een rotsige bodem.Havforskningsinstituttet

Voeding

Lom eet vooral kreeftachtigen, schelpdieren en vis.

Visserij

Het is een economisch belangrijke vis die doelgericht met de longline-methode bevist wordt. Verder is het een waardevolle bijvangst in de gemengde visserij.

12Rode poon

Latijnse naam: Chelidonichthys lucerna
Engelse naam: Tub gurnard

Kenmerken

De rode poon is rood met een witte buik. Grote exemplaren hebben vaak grijze banden op de flanken. De zijlijn is bezet met gladde schubben, waardoor deze glad aanvoelt. Verder zit de langste vinstraal in de borstvinnen en deze reikt tot de voorkant van de aarsvin. De borstvinnen zijn vaak fel lichtblauw of paars gekleurd.

Lengte: tot 77 cm
Gewicht: tot 5 kg
Leeftijd: tot 14 jaar

Rode Poon (Chelidonichthys lucerna).

Rode Poon (Chelidonichthys lucerna). Decleer, VLIZ

Habitat

De rode poon heeft een voorkeur voor zandige en modderige bodems of grindgebieden op het continentale plat. Ze komen voor op dieptes tot 300 m.

Biologie

De paaitijd varieert per gebied, zo ligt de paaitijd bij Bretagne tussen april en september. Zodra de larven uit het ei komen leven ze voornamelijk pelagisch. Ze eten zoöplankton en zodra ze een lengte van ca. 3 cm hebben bereikt ondergaan ze een metamorfose en trekken ze naar de zeebodem. Rode poon wordt geslachtsrijp op een leeftijd van 3 jaar (man) en 4 jaar (vrouw).

Voeding

Rode ponen zijn opportunistisch en hebben een gevarieerd dieet van allerlei dieren die vlakbij de bodem leven, zoals kreeftachtigen, schelpdieren en vissen.

Visserij

Rode poon heeft uitstekend wit vlees dat waardevol is. Vroeger was de rode poon alleen bijvangst in Nederland, maar de laatste jaren wordt er met de flyshoot gericht op poon gevist.

13Grauwe poon

Latijnse naam: Eutrigla gurnardus
Engelse naam: Grey gurnard

Kenmerken

De zijlijn en de basis van de rugvinnen voelen ruw aan door grote, gekielde en ruwe schubben. Verder reikt de langste vinstraal in de borstvinnen niet tot de anus, wat hij bij de rode poon wel doet. De kleur varieert van rood/grijs bij jongen tot verschillende tinten grijs bij volwassen dieren.

Lengte: tot 41 cm
Leeftijd: tot 21 jaar

Grauwe poon (Eutrigla gurnadus).

Grauwe poon (Eutrigla gurnadus). Decleer, VLIZ

Habitat

De grauwe poon komt voor in vele water. Van IJsland tot Noorwegen, van Marokko tot Madeira, maar ook in de Middellandse zee en de Zwarte zee. Grauwe poon heeft een voorkeur voor zandige gronden, maar komt ook voor op rotsige en modderige bodems.

Biologie

De grauwe poon paait van december tot mei bij de Britse kust en van maart tot augustus bij Rockall. Vrouwtjes produceren tussen de 200.000-300.000 eitjes die aan het wateroppervlak zweven. De larven eten zoöplankton en leven pelagisch tot ze een lengte van ca. 3 cm hebben bereikt. Daarna ondergaan ze een metamorfose en trekken ze richting de zeebodem om te gaan leven.

Voeding

Grauwe ponen zijn, net zoals rode ponen, opportunistisch en hebben een gevarieerd dieet van allerlei dieren die vlakbij de bodem leven, zoals kreeftachtigen, schelpdieren en vissen.

Visserij

Grauwe poon wordt niet gericht bevist in Noordwest-Europa, maar worden voornamelijk gevangen als bijvangstsoort bij de gemende bodemvisserij. Ze worden vers en gerookt verkocht.

14Engelse poon

Latijnse naam: Chelidonichtys cuculus
Engelse naam: Red gurnard

Kenmerken

De Engelse poon is rood, net zoals de rode poon en sommige jonge grauwe poon. Het verschil is dat de Engelse poon een zijlijn heeft zonder puntige, ruwe schubben (zoals de grauwe poon) of juist gladde schubben (zoals de rode poon). Zo heeft de Engelse poon smalle, verlengde schubben die een uniek, geribbeld patroon vormen wat tot aan de rugvin rijkt.

Lengte: tot 50 cm
Leeftijd: tot 21 jaar

Engelse poon (Chelidonichthys cuculus).

Engelse poon (Chelidonichthys cuculus). Decleer, VLIZ

Habitat

De verspreiding van de Engelse poon is geconcentreerd ten zuiden, westen en noorden van het Verenigd Koninkrijk. Ze komen voor op dieptes tussen de 30-200 m op verschillende bodemsoorten.

Biologie

De Engelse poon paait van december tot mei bij Bretagne en van april tot augustus in Het Kanaal. Zodra de eieren uitkomen leven de larven van zoöplankton. Ze leven pelagisch tot ze een lengte van ca. 3 cm hebben bereikt. Daarna veranderen ze wat van uiterlijk en gaan ze op de bodem leven. Engelse poon vormt soms scholen en komt dicht bij het wateroppervlak in de nacht.

Voeding

Het dieet van de Engelse poon is gevarieerd en afhankelijk van de grootte en leeftijd. Het bestaat voornamelijk uit kreeftachtigen, ongewervelden en vissen.

Visserij

De Engelse poon heeft een relatief kleine populatie en daardoor zijn ze van beperkte waarde. Maar ze worden regelmatig aangeland samen met andere ponen, met name langs de kust van Zuidwest-Engeland. In Nederland worden ze voornamelijk als bijvangstsoort bij de gemengde bodemvisserij gevangen.

15Zeeduivel

Latijnse naam: Lophius piscatorius
Engelse naam: Anglerfish / Monkfish

Kenmerken

De zeeduivel is een opvallende vis met een enorme bek. Verder kan de kleur van de zeeduivel variabel zijn op de rug, maar de buik is witter dan die van de zwarte zeeduivel. Daarnaast heeft de zeeduivel opvallende zwarte randen op de buikvinnen.

Lengte: tot 2 m
Gewicht: 40 kg
Leeftijd: tot 24 jaar

Habitat

Zeeduivels leven wijdverspreid op verschillende bodems. Ze komen voornamelijk op de bodem voor, maar ze zwemmen ook weleens in de waterkolom. Meestal bevinden ze zich op dieptes van 10-300 m, al zijn ze ook gevonden op dieptes van 1000 m.

Biologie

Zeeduivels paaien van februari tot maart, afhankelijk van het gebied. Vrouwtjes produceren een lange, slijmerige sliert van drijvende eitjes die wel 11 m lang en 30 cm breed kan zijn. Deze eiersliert drijft vrij in het water en wordt door de golven uiteen geslagen. De eieren worden door stromingen over een groot gebied verspreid. Zodra de eieren uitkomen leven de larven in de waterkolom en hebben kenmerkende lange vinstralen in de borst- en rugvinnen. Vanaf een lengte van ca. 5 cm gaan ze volwassen kenmerken vertonen.

Voeding

Zeeduivels zijn opportunistische roofdieren die vanuit een hinderlaag jagen. Ze zijn uitstekend gecamoufleerd dankzij de vele vlezige uitsteeksels op de flanken, die de vis doen lijken op een met algen overdekte steen. Ze lokken de prooi met de eerste rugvinstraal, die als een vlaggetje heen en weer bewogen wordt. Zodra de prooi dicht genoeg genaderd is, opent hij zijn muil en zuigt hij de prooi naar binnen. Hoewel het logge zwemmers zijn, zijn ze in staat om snel en efficiënt prooien te grijpen. Ze eten verschillende soorten vissen, inktvissen, kreeftachtigen en af en toe jongere zeeduivel.

Visserij

In de visserij wordt geen verschil gemaakt tussen de zwarte zeeduivel (Lophius budegassa) en de zeeduivel (Lophius piscatorius). Hoewel ze vroeger als waardeloze vis werden beschouwd, is het nu een waardevolle bijvangst in de gemengde bodemvisserij en worden ze ook gericht bevist met trawl- en kieuwnetten.

16Pieterman

Latijnse naam: Trachinus draco
Engelse naam: Greater weever

Kenmerken

Pietermannen zijn langgerekte vissen met stekels bij de rugvin en het kieuwdeksel. De grote pieterman is lang met een relatief klein hoofd en kleine stekels voor- en boven elk oog. Hij heeft een scheef kleurpatroon op de rug van kenmerkende donkere strepen. Bij de kleine pieterman ontbreekt het kleurpatroon, hoewel de schubben wel ook scheef over de rug lopen. De stekels zitten vast aan een gifblaas en zijn daardoor giftig. Een wond veroorzaakt door de stekel kan extreem pijnlijk zijn en serieuze verwondingen en infecties veroorzaken. Heet water breekt het gif af, waardoor dit wordt aangeraden als behandeling.

Lengte: tot 41 cm

Grote pieterman (Trachinus draco).

Grote pieterman (Trachinus draco). Decleer, VLIZ

Habitat

Ze worden voornamelijk aangetroffen in ondiep water tot 50 m, maar ze kunnen gevonden worden tot dieptes van 170 m. Grote pietermannen hebben een voorkeur voor modderige en fijne zandbodems, waar ze overdag ingegraven liggen. S ’nachts zwemt de lange pieterman vaak boven de bodem en dan komt hij zelfs pelagisch voor.

Biologie

De meeste lange pietermannen paaien tussen juni en augustus in ondiepe wateren (<15 m). Een vrouwtje van 22 cm legt ongeveer 30.000 eitjes.

Voeding

De grote pieterman eet in het voorjaar en in de zomer voornamelijk kreeftachtigen, voornamelijk garnalen. In de herfst en winter eten ze voornamelijk vis, en dan vooral zandspiering. Ze jagen voornamelijk s ’nachts.

Visserij

Hoewel de grote pieterman prima te eten is, is het over het algemeen een bijvangstsoort voor de meeste visserijen. Alleen in Denemarken viste men gericht op de grote pieterman, maar vanaf 1980 is deze visserij sterk afgenomen. Nederlandse vissers vangen ze voornamelijk in Het Kanaal met verschillende bodemtechnieken.

17Snotolf

Latijns naam: Cyclopterus lumpus
Engelse naam: Lumpsucker

Kenmerken

De snotolf heeft geen schubben, maar heeft een huid bedekt met rijen kleine, benige stekeltjes. Verder zijn de buikvinnen tot zuignap vergroeid die ze gebruiken om zich op rotsen en wieren vast te zetten. De eerste rugvin is door een dikke huid overgroeid. Qua kleur is de snotolf meestal blauwgroen tot grijs, maar tijdens de paartijd krijgt het mannetje een zwartere rug en een rode buik.

Lengte: tot 61 cm
Gewicht: tot 9,5 kg
Leeftijd: tot 13 jaar, maar zelden ouder dan 6 jaar

Snotolf (Cyclopterus lumpus).

Snotolf (Cyclopterus lumpus). BBC

Habitat

De snotolf komt voornamelijk voor in kustgebieden op stenige bodems, vaak met zeewier. Maar soms worden ze ook aangetroffen in de waterkolom en in de open oceaan.

Snotolf.

Snotolf. Strandvondsten.nl

Biologie

Over het algemeen paait de snotolf van januari tot maart, waarvoor ze naar rotsige of stenige kustgebieden trekken. De snotolf heeft een paringsritueel. Zo maakt het mannetje een nest en zodra hij daar een vrouwtje naartoe heeft gelokt wrijven ze met hun vinnen tegen elkaar aan voordat ze paren. Na de paring legt het vrouwtje tot 300.000 eitjes in het nest van het mannetje en trekt dan direct weer naar dieper water.

Het mannetje blijft achter bij de eieren. Hij verdedigt ze fanatiek tegen rovers als zeedonderpadden, kabeljauwen en krabben. Zelfs met laag water blijft het mannetje bij de eieren. Dan voorziet hij ze van vers, zuurstofrijk water door met zijn vinnen te waaieren en met zijn bek water te blazen. De jonge, 6-7 mm lange, kikkervisachtige larven blijven de zomer in de wierzone. Je kunt ze dan met hun staart langs het lichaam gevouwen aan het zeewier vastgezogen zien. Naarmate ze groter worden gaan ze in dieper water leven tot ze op een leeftijd van 3-5 jaar geslachtsrijp zijn.

Voeding

Snotolven eten een variatie aan prooidieren, waaronder zeeanemonen, ribkwallen, kreeftachtigen, wormen en kleinere vissen.

Visserij

Snotolven wordt als bijvangst gevangen. Het kuit van de snotolf is waardevol en wordt als een alternatief voor kaviaar verkocht.

18Congeraal

Latijnse naam: Conger conger
Engelse naam: European conger eel

Kenmerken

De congeraal is een langgerekte vis die erg op de paling lijkt. Het belangrijkste verschil is dat de rugvin van de congeraal begint boven de uiteinden van de borstvinnen. Bij de paling begint die een stuk meer achterop het lichaam.

Lengte: tot 3 m
Gewicht: tot 110 kg
Leeftijd: tot 20 jaar

Congeraal (Conger conger). 1) slangachtig lichaam 2) onderstandige bek 3) vinzoom begint boven de uiteinden van de borstvinnen.

Congeraal (Conger conger). 1) slangachtig lichaam. 2) onderstandige bek. 3) vinzoom begint boven de uiteinden van de borstvinnen. Sportvisserij Nederland

Habitat

De congeraal heeft een voorkeur voor rotsige bodems bij riffen of wrakken waar ze veel schuilplaatsen kunnen vinden. Vrouwtjes komen voornamelijk in ondiep water voor op dieptes van 10-15 m, terwijl de mannetjes nog op dieptes van 400 m worden aangetroffen.

Biologie

Congeralen paaien van juli tot september in diep water. Het wordt aangenomen dat de alen sterven na de voortplanting.

Voeding

Congeralen jagen voornamelijk s’ nachts op bodemvis, octopussen, inktvissen, krabben, kreeften en af en toe eten ze ook andere congeralen.

Visserij

Het is een waardevolle bijvangstsoort voor de longline- en trawlvisserij. Doordat ze zo groot worden, zijn ze ook populair bij sportvissers.

19Europese paling

Latijnse naam: Anguilla anguilla
Engelse naam: Eel

Kenmerken

De Europese paling is een slangachtige vis met een lange rug- en anaalvin die aan de staartvin vastzit. Ze hebben wel borstvinnen, maar geen buikvinnen. Verder hebben ze microscopische kleine schubben, welke zorgen voor een gladde huid. De onderkaak steekt voorbij de bovenkaak. Palingen in zoet- of brak water zijn typisch groenbruin op de rug met een bleke of gele buik. Palingen in de zee, die migreren naar hun voortplantingsgebied (de Sargasso zee), zijn typisch donkerder op de rug en zilver op de buik, de zogeheten schieralen.

Lengte: tot 51 cm (man) en 133 cm (vrouw)
Gewicht: tot 6,6 kg

Europese paling (Anguilla anguilla). 1) slangachtig lichaam 2) borstvinnen direct achter de kop 3) achterste deel van het lichaam is bezet met een lange vinzoom .

Europese paling (Anguilla anguilla).
1) slangachtig lichaam. 2) borstvinnen direct achter de kop. 3) achterste deel van het lichaam is bezet met een lange vinzoom. Sportvisserij Nederland

Habitat

Paling komt voor in een grote verscheidenheid aan gebieden, waaronder vers water, estuaria en zeeën.

Biologie

De voortplanting is alleen waargenomen bij gevangen exemplaren die op kunstmatige wijze geslachtsrijp zijn gemaakt. Ze planten zich waarschijnlijk voort in het voorjaar in de Sargassozee. De larven drijven passief met de Golfstroom mee naar de kust van Afrika en Europa. Bij het naderen van het continentale plat veranderen de larven in kleine, doorzichtige palingen, de glasalen. Deze verzamelen zich, aangelokt door geurstoffen, voor de zoetwater uitstromingen in zee en trekken dan massaal het zoete water binnen. De geslachtsrijpheid van de paling is sterk afhankelijk van de watertemperatuur van het gebied waar ze voorkomen. In warmere wateren kan dit al vanaf een leeftijd van 3 jaar zijn, terwijl het in koudere wateren pas vanaf 30-50 jaar kan zijn.

Visserij

Paling is een economisch zeer waardevolle soort voor de visserij. Het aantal glasalen ging sinds 1980 hard naar beneden, waarna de regelgeving steeds werd aangescherpt. Tegenwoordig geldt er een verbod op het vissen naar paling voor een bepaalde periode van het jaar.

20Sprot

Latijnse naam: Sparattus sprattus
Engelse naam: Sprat

Kenmerken

De buikvinnen beginnen vóór of recht onder de voorkant van de rugvin. Het kieuwdeksel is glad en niet gestreept. De schubben tussen de buikvinnen en aarsvin zijn scherp gekield met achterwaarts gerichte punten. Verder reikt de bek niet tot de achterrand van de ogen. Jonge sprot lijkt erg op jonge haring. Het verschil zit hem in de positie van de rug- en buikvinnen (rugvin zit achter de basis van de buikvin), de ruwe kiel op de buik en de grijs tot donkergroene rug van de sprot.

Lengte: tot 16 cm
Leeftijd: tot 9 jaar, maar zelden ouder dan 5 jaar

Sprot (Sprattus sprattus).

Sprot (Sprattus sprattus). Hans Hillewaert

Habitat

Sprot is een pelagische vis waarop watercondities (zoals zoutgehalte en temperatuur) sterke invloed hebben. Hierdoor varieert de verspreiding van sprot met de omstandigheden en seizoenen. De scholen sprot verblijven bij fjorden in ondiep water en ook in brak water dicht bij de kust. ’s Zomers bevinden ze zich op dieptes van 5-50 m en ’s winters op dieptes tot 150 m. Overdag blijven de scholen sprot dicht bij de bodem, maar ’s nachts gaan ze naar het wateroppervlak en vallen de scholen min of meer uiteen.

Sprot (Sprattus sprattus).

Sprot (Sprattus sprattus). Wikimedia Commons

Biologie

Sprot paait bij een temperatuur tussen de 8-15°C in kustwater vanaf de lente tot laat in de zomer. Sprot is geslachtsrijp bij een leeftijd van 1-2 jaar. De belangrijkste paaigebieden liggen in de zuidelijke Noordzee en het Skagerrak, maar er zijn ook populaties in grote fjorden, in de Deense belten en in het Oostzeegebied. Een vrouwtje legt 6.000-14.000 eieren die vrij in het water zweven. Door zeestromen drijven ze van hun geboortegrond weg, bijvoorbeeld van het Skagerrak naar de westkust van Noorwegen.

Voeding

Het voedsel bestaat voornamelijk uit dierlijk plankton, met name roeipootkreeftjes. Zelf maakt sprot een belangrijk deel uit van het dieet van andere vissen en vogels.

Visserij

Sprot wordt voornamelijk als bijvangst gevangen bij verschillende vismethoden. Het grootste gedeelte wordt gebruikt voor de productie van vismeel, maar op lokale schaal wordt er ook op sprot gevist voor menselijke consumptie.

21Ansjovis

Latijnse naam: Engraulis encrasicolus
Engelse naam: Anchovy

Kenmerken

Ansjovis is een slanke vis met een afgeronde snuit die voorbij de mond komt. De rug is groen met een zilveren streep op elke flank en een zilverwitte buik.

Lengte: tot 20 cm in Het Kanaal en zuidelijke Noordzee, maar zelden langer dan 16 cm
Leeftijd: tot 5 jaar

Ansjovis (Engraulis encrasicolus).

Ansjovis (Engraulis encrasicolus).J. Schop

Habitat

Ansjovis heeft voornamelijk een pelagisch bestaan. Ze trekken in de zomer meer naar het noorden, terwijl ze in de winter meer naar het zuiden trekken.

Biologie

Ansjovis plant zich voort van maart tot augustus, met een piek in de maanden mei-juni. Ze paaien tijdens middernacht en de belangrijkste paaigebieden zijn brakwatergebieden, zoals de Theems, de Schelde, de Duitse bocht en vroeger de Zuiderzee. Deze Zuiderzee had vroeger, voordat het werd afgesloten, de grootste populatie ansjovis. Voor het paaien trekken ze naar kustwateren, om vervolgens na het paaien weer terug te trekken naar dieper water. Ansjovis is na ongeveer een jaar geslachtsrijp, maar leeft maar kort.

Voeding

Ansjovis filtert, voornamelijk overdag en in scholen, kleine prooidieren uit het water, zoals larven en kleine kreeftachtigen.

Visserij

Ansjovis is een commercieel belangrijke vis, met name in de Golf van Biskaje, de Middellandse- en in de Zwarte zee. Voor Nederlandse vissers is het over het algemeen een bijvangstsoort.

22Lodde

Latijnse naam: Mallotus villosus
Engelse naam: Capelin

Kenmerken

Ze hebben een zijlijn die tot de staartvin reikt. De volwassen mannetjes hebben onregelmatige uitgroeisels op de schubben van de zijlijn. Verder heeft de vetvin een lange vinbasis. De rug is olijfgroen, welke samensmelt met de zilverkleurige flanken en buik.

Lengte: tot 20 cm
Leeftijd: tot 7 jaar
Gewicht: tot 0,5 kg

Lodde (Mallotus villosus).

Lodde (Mallotus villosus). Fischausnorwegen.de

Habitat

Lodde zwemt in grote scholen. Ze zwemmen in de waterkolom in open water tot dieptes van 750 m. Maar gewoonlijk bevinden ze zich tussen het wateroppervlak en de 200 m diepte. Ze houden zich overdag op grotere dieptes op dan ’s nachts.

Biologie

Grote scholen trekken in het voorjaar naar de kust om te paaien, mannetjes eerder dan vrouwtjes. De vrouwtjes leggen 6.000-12.000 kleverige eitjes op richels in het zand, op algen of stenen op dieptes van 2-100 m. Meestal sterven ze na het paaien. Na 2-5 jaar zijn de jongen volwassen. Ze vormen een belangrijke schakel in het arctische ecosysteem, want ze worden door zeer veel vissen (zoals kabeljauw en koolvis), walvissen, zeehonden en zeevogels gegeten.

Voeding

Lodde eet dierlijk plankton, kleine kreeftachtigen, wormen en kleine vissen.

Visserij

De vis wordt in de Barentszzee met keernetten en trawlers gevangen. Van mannetjes wordt vismeel gemaakt, terwijl vrouwtjes voornamelijk worden gebruikt voor hun kuit. Met name in Noorwegen wordt dit als een delicatesse gezien.

23Roodbaars

Roodbaars (Sebastes norvegicus).

Roodbaars (Sebastes norvegicus). A. Dolgov
Latijnse naam: Sebastes norvegicus
Engelse naam: Golden redfish

Kenmerken

De rug en flanken zijn lichtrood, de buik is roze en de kieuwdeksels zijn grijs. Verder zijn de eerste en tweede rugvin vergroeid en is de kop met stekels en richels bezet. De aarsvin heeft drie harde en acht zachte vinstralen. De roodbaars lijkt sterk op de dikliproodbaars (Sebasters mentella), maar het verschil zit hem in de bobbel bij de punt van de uitstekende onderkaak. Deze is cilindervormig bij de dikliproodbaars en afgeplat bij de roodbaars.

Lengte: tot 100cm
Gewicht: tot 15 kg
Leeftijd: mogelijk meer dan 60 jaar

Habitat

De roodbaars bevind zich voornamelijk bij de zeebodem en bij de continentale hellingen op dieptes van 100-500 m. Jonge roodbaarzen leven voornamelijk in fjorden en baaien bij de kustzone.

Biologie

De roodbaars is levendbarend en legt dus geen eieren. De paring vindt plaats in de nazomer en vroege herfst. In die tijd zijn de eieren nog niet volgroeid en het vrouwtje bewaart het sperma tot in de winter. Pas dan worden de eieren inwendig bevrucht. Na de paring vormen de vrouwtjes aparte scholen en trekken ze naar de broedgronden voor de kusten van de Lofoten, IJsland en Newfoundland. De groei van de jongen verloopt bijzonder langzaam, met 2 cm per jaar. Ze worden geslachtsrijp op een leeftijd tussen de 12-15 jaar, waarbij de mannetjes eerder geslachtsrijp worden dan vrouwtjes.

Voeding

De roodbaars eet kreeftachtigen, zoals krill, vlokreeftjes en garnalen, maar ook visbroed. Grote exemplaren eten ook vis zoals lodde, haring en kabeljauwachtigen.

Visserij

Roodbaars wordt sinds 1930 commercieel bevist. Voornamelijk Rusland, Duitsland, Noorwegen en IJsland vissen of visten op deze soort. Ze worden met bordentrawlers bevist in de Noord-Atlantische Oceaan.

24Mul

Latijnse naam: Mullus surmuletus
Engelse naam: Striped red mullet

Kenmerken

De mul is gemakkelijk te herkennen aan de heldere oranjerode kleur en de twee lange kindraden, die langer zijn dan de borstvinnen. Het lichaam heeft rode en goudbruine lengtestrepen en de eerste rugvin heeft een donkere tekening.

Lengte: tot 43 cm
Gewicht: tot 1 kg
Leeftijd: tot 11 jaar, maar zelden ouder dan 7 jaar

Mul (Mullus surmuletus).

Mul (Mullus surmuletus).Hans Hillewaert

Habitat

Mullen leven op zandige en modderige bodems op dieptes tussen de 5-90 m. Maar ze komen ook voor op rotsige bodems.

Mul komt vaak voor op zandige bodems.

Mul komt vaak voor op zandige bodems.N. Sloth

Biologie

Mul paait van mei tot juli. De eitjes worden aangetroffen in Het Kanaal en in de Noordwest-Middellandse Zee, vanwaar de jongen in de zomer de Noordzee in trekken. Noordelijke populaties, uit Schotse en Noorse wateren, overwinteren in de Noordzee.

Voeding

Mul kan flink graven in de zachte bodem met zijn bek, terwijl hij zijn kindraden gebruikt om prooien op te sporen. De mul eet alleen bodemdieren, zoals kleine kreeftachtigen, garnalen, schelpdieren en bodemvissen.

De mul gebruikt zijn kindraden om prooien op de zeebodem te vinden

De mul gebruikt zijn kindraden om prooien op de zeebodem te vinden

Visserij

Mul was altijd al waardevol voor de visserij in de Golf van Biskaje en de Middellandse Zee, maar wordt nu ook steeds belangrijker voor de visserij in Noordwest-Europa. De mul is voor de flyshootvisserij het hele jaar door één van de doelsoorten en in de zomer ook wel voor de bordenvisserij. In de zomer is het voornamelijk een bijvangstsoort voor de boomkor- en twinrigvisserij.

25Diklipharder

Latijnse naam: Chelon labrosus
Engelse naam: Thicklip greymullet

Kenmerken

De diklipharder is een gestroomlijnde vis met grote schubben. Ze hebben een grijsgroene tot blauwe rug en zilveren flanken met donkere lengtestrepen. De twee rugvinnen staan ver uit elkaar en de staartvin is gevorkt. Van de vier soorten harder in de Noordzee is de diklipharder de meest voorkomende en best onderzochte soort in Noord-Europese wateren. Het verschil met de andere soorten is dat de bovenlip dikker is dan de halve diameter van het oog.

Lengte: tot 75 cm
Gewicht: tot 4,5 kg
Leeftijd: tot 23 jaar

Diklipharder (Chelon labrosus).

Diklipharder (Chelon labrosus). N. Sloth

Habitat

Diklipharders leven in scholen in de waterkolom op verschillende dieptes, vaak dichtbij de kust en zelfs in brak- en zoetwater. Ze trekken in het voorjaar en zomer noordwaarts en in de herfst meer naar het zuiden.

Diklipharder.

Diklipharder.Malcolm Storey

Biologie

Diklipharders worden relatief laat geslachtsrijp, namelijk bij een leeftijd van 9 jaar (man) of 11 (vrouw) jaar. Ze paaien van januari tot april, wat ze voornamelijk in kustwateren doen, zoals de Waddenzee. De eitjes zweven vrij in het water.

Voeding

Diklipharders filtreren plankton en klein voedsel uit het water. Daarvoor hebben ze een speciale kieuwzeef die het water laat passeren, maar voedsel achterhoud.

Visserij

Diklipharders zijn van beperkte waarde. Ze worden op lokale schaal gericht bevist met de staand wantmethode, maar zijn voor overige visserijmethoden meestal bijvangst.

26Zeebaars

Latijnse naam: Dicentrarchus labrax
Engelse naam: Sea bass

Kenmerken

Ze hebben twee rugvinnen van gelijke lengte. De schubben zijn groot en zilverkleurig en het kieuwdeksel heeft een grote zwarte vlek. Ze hebben een bleekzilveren tot grijze kleur met een gevorkte staartvin.

Lengte: tot 100 cm
Gewicht: tot 12 kg

Zeebaars (Dicentrarchus labrax).

Zeebaars (Dicentrarchus labrax). Decleer, VLIZ

Habitat

Jonge zeebaarzen geven de voorkeur aan kustwateren, estuaria, ondiepe baaien en havens. Geslachtsrijpe zeebaarzen komen wijdverspreid voor bij kustwateren.

Biologie

Zeebaarzen planten zich voort van februari tot maart, wat ze voornamelijk uit de kust doen in de waterkolom. Een vrouwtje produceert tussen de 200.000-2,5 miljoen eitjes, afhankelijk van grootte en leeftijd.

Zeebaars.

Zeebaars.Citron, Wikimedia commons

Voeding

Larven eten voornamelijk kleine kreeftachtigen en ongewervelden. Oudere dieren eten voornamelijk kleine- tot grote kreeftachtigen en allerlei soorten vis.

Visserij

Zeebaars is een waardevolle bijvangst in de boomkor-, twinrig-, borden- en flyshootvisserij. In kustwateren, met name tussen april en november, wordt er gericht op zeebaars gevist met verschillende technieken zoals kieuwnetten, fuiken, longlines en hengels. Ook is de zeebaars erg populair bij sportvissers in Nederland, België en Ierland. Zeebaars wordt ook gekweekt, met name in landen rondom de Middellandse Zee.

27Zandspiering

Latijnse naam: Ammodytes tobianus
Engelse naam: Lesser sand-eel

Kenmerken

Zandspieringen zijn lange, bijna cilindervormige vissen met verlengde rug- en anaalvinnen. De lange rugvin kan in een groeve opgevouwen worden. Verder strekt de onderkaak voorbij de bovenkaak, die kan uitstulpen, en ze hebben geen borstvin. De zandspiering heeft een geelgroene rug, gele flanken, een zilverkleurige buik en ruikt sterk naar komkommer. Er zijn zes soorten zandspiering die voorkomen in Europese wateren. Ze zijn erg lastig uit elkaar te houden en krijgen daarom vaak dezelfde naam (zandspiering).

Lengte: tot 40 cm
Leeftijd: zelden ouder dan 4 jaar in de Noordzee, in Noorse wateren tot 10 jaar

Zandspiering (Ammodytes tobianus).

Zandspiering (Ammodytes tobianus).Decleer, VLIZ

Habitat

Ze hebben een voorkeur voor grovere zandgronden (met bijv. schelpengruis) en zuurstofrijke wateren. Op gronden met meer silt, klei en modder komen ze nauwelijks voor.

Biologie

Van het voorjaar tot aan het najaar legt de zandspiering eitjes op de zeebodem. Het gemiddelde aantal eitjes per vrouwtje is 5.000 voor een vrouwtje van 14 cm. Zandspiering wordt geslachtsrijp tussen de 1-2 jaar. Zowel de larven als volwassen zandspieringen houden zich gedurende de dag op bij het wateroppervlak en zakken s’ nachts naar de bodem om zich in het zand in te graven. In de winter blijven ze bijna de hele tijd ingegraven.

De zandspiering leeft een groot gedeelte van zijn leven ingegraven in de zeebodem.

De zandspiering leefts’nachts, en bijna de hele winter, ingegraven in de zeebodem.Mandy Lindeberg, NOAA

Voeding

Zandspieringen eten voornamelijk dierlijk plankton, zoals kleine kreeftachtigen en larven. Maar daarnaast eten ze ook vis en wormen.

Visserij

In Nederland wordt zandspiering voornamelijk in de garnalenvisserij gevangen als bijvangst. Noorwegen, Denemarken, Zweden en Duitsland vissen gericht op zandspiering, voornamelijk in de westelijke Noordzee.

28Geep

Latijnse naam: Belone belone
Engelse naam: Garfish

Kenmerken

Gepen zijn te herkennen aan hun langgerekte lichaam en de verlengde kaken die een soort puntige snavel vormen. Deze kaken zijn bezet met scherpe tanden. De rug- en aarsvinnen zitten vlakbij de staart en alle vinnen hebben zachte stralen. De rug is groenblauw.

Lengte: tot 104 cm, maar zelden langer dan 70 cm
Gewicht: tot 1,3 kg, maar meestal 1 kg

Geep (Belone belone).

Geep (Belone belone).Oscar Bos

Habitat

Gepen komen in de waterkolom voor. Met name bij het wateroppervlak boven diepe wateren en bij ondiepe kustgebieden tijdens de zomer. Soms springen ze uit het water over obstakels heen. Ze migreren om lage temperaturen te ontwijken. In aquaria tonen ze bijvoorbeeld paniekerig gedrag wanneer de temperatuur onder de 6°C komt.

Geep.

Geep. Valter Jacinto

Biologie

Ze paaien in de maanden mei-juni in verschillende gebieden, waarvan de Waddenzee een belangrijk paaigebied is. Een vrouwtje kan tot 11.000 eitjes produceren, afhankelijk van lengte en leeftijd. De eitjes worden in groepjes van 60-80 stuks aan draden van twee centimeter bevestigd, welke in ondiep water aan rotsen en zeewater worden bevestigd. De centimeterlange larven missen de kenmerkende verlengde snuit. Deze krijgen ze pas vanaf 12 cm.

Voeding

De larven eten voornamelijk kleine kreeftachtigen en ander zoöplankton. Volwassenen eten voornamelijk kreeftachtigen, veel verschillende soorten vis (met name die in scholen zwemmen) en drijvende insecten (larven). Ze jagen hoofdzakelijk met hun scherpe gezichtsvermogen en vrijwel uitsluitend overdag.

Op gezichtsvermogen en met de verlengde kaken jaagt de geep voornamelijk op vis en insecten.

Op gezichtsvermogen en met de verlengde kaken jaagt de geep onder andere op scholende vis . Karl Van Ginderdeuren

Visserij

Het is een bijvangstsoort voor de meeste vismethoden en het is een soort van weinig economische waarde. In de Baltische zee (Oostzee) wordt de geep op kleine schaal gericht bevist. De geep is populair bij sportvissers en prima om te eten, alleen schrikken veel consumenten van de groene graten.

29Atlantische zalm

Latijnse naam: Salmo salar
Engelse naam: Salmon

Kenmerken

De staartbasis (of staartwortel) is nauw en de staartvin is gevorkt. Verder is de zalm bezet met grote schubben. In de zee heeft de zalm een zilverachtig tot blauwgroene rug, zilveren flanken, een witte buik en zijn de rug en flanken bedekt met kleine, zwarte vlekken. De kaak van mannetjes wordt haakvormig als ze geslachtsrijp zijn.

Lengte: tot 150 cm
Gewicht: tot 47,8 kg

Atlantische zalm (Salmo salar).

Atlantische zalm (Salmo salar). Decleer, VLIZ

Habitat

De Atlantische zalm begint zijn leven in zoet water, waarna hij naar de zee migreert. Daar verblijven ze het grootste deel van hun leven. De volwassen zalmen in zee leven niet in scholen en ze trekken over grote afstanden. Ze verblijven in de wateren nabij Groenland en IJsland en zoeken van daaruit weer de Europese en Noord-Amerikaanse rivieren op om te paaien in heldere, snelstromende beken met een grindbedding.

Atlantische zalm.

Atlantische zalm.JC Schou

Biologie

De Atlantische zalm paait gewoonlijk in november of december. Hiervoor trekken ze terug naar de rivier waar ze werden geboren. Dit doen ze na één of meer winters op zee in Schotland of na ongeveer vijf winters op zee in Noorwegen. Slechts een klein percentage overleeft de paaiperiode en paait een tweede keer. Vrouwtjes produceren tot 18.000 eitjes per keer, afhankelijk van de grootte. Zalmen produceren óf veel eitjes, maar dan zijn ze kleiner, óf minder eitjes, maar dan zijn ze groter.

Voeding

In het zoete water eet de volwassen vis niet. De jonge zalm voedt zich in rivieren en meren met de larven van waterinsecten. In zee aangekomen eten zalmen eerst nog vissenlarven, waarna ze overschakelen op verschillende soorten vis (van zandspiering tot makreel en wijting) en kreeftachtigen. Hoe groter de zalm, des te groter de prooi.

Visserij

Zalmen zijn waardevolle consumptievissen en ook zeer populair bij de sportvisserij in rivieren en estuaria. De zalm wordt ook veel gekweekt. In Nederlandse kustwateren wordt de zalm voornamelijk als bijvangst gevangen.

30Zonnevis

Latijnse naam: Zeus faber
Engelse naam: John dory

Kenmerken

De zonnevis valt op doordat hij zijdelings is samengedrukt (bijna plat) en door zijn lange filamenten aan de sterke stekels van de rugvin. Op de flank heeft hij een grote, donkere vlek met een lichte ring.

Lengte: tot 66 cm
Gewicht: tot 8 kg
Leeftijd: tot 15 jaar

Zonnevis (Zeus faber).

Zonnevis (Zeus faber).Decleer, VLIZ

Habitat

De zonnevis komt zowel bij de bodem-, als ook in het midden van de waterkolom voor.

Biologie

Zonnevissen leven solitair en komen alleen bij elkaar in kleine groepen om te paaien. Dit doen ze vroeg in de zomer, afhankelijk van watertemperatuur, waarna sommige weer naar noordelijk water trekken. Het Kanaal blijkt in de zomer een kraamkamer voor jonge zonnevis te zijn. De zonnevis wordt geslachtsrijp op een leeftijd van 3-4 jaar. Vrouwtjes worden een stuk groter dan mannetjes na deze leeftijd.

De zonnevis komt in verschillende leefomgevingen voor.

De zonnevis komt in verschillende leefomgevingen voor en leeft vrijwel solitair.Wikimedia commons

Voeding

Zonnevissen eten verschillende soorten scholende- en bodemvis, aangevuld met garnalen en andere kleine kreeftachtigen.

Visserij

Zonnevis is een zeer waardevolle consumptievis, maar vanwege de kleine populatie is het voornamelijk een bijvangstsoort. Alleen in de Keltische zee worden ze lokaal- en seizoensgebonden gericht bevist.