Kraakbeenvissen

Hier worden de kraakbeenvissen besproken, waaronder zowel de haaien als de roggen vallen.

Kraakbeenvissen verschillen van andere vissen, met name beenvissen, op een aantal kenmerken.
Zo hebben kraakbeenvissen hebben geen zwemblaas om hun drijfvermogen te regelen zoals (been)vissen dat doen. In plaats hiervan hebben kraakbeenvissen die in de waterkolom leven (met name haaien) brede borstvinnen en veel olie in hun lever. Haaien hebben dan nog een staart die die voor extra lift zorgt. Hiervoor is de bovenlob van de staartvin groter dan de onderlob. Kraakbeenvissen hebben ook geen ruggenwervel van bot, zoals beenvissen dat wel hebben, maar een ruggenwervel van verhard kraakbeen.

Haaien en roggen hebben zelfs een uniek zintuig. Dit zintuig bestaat uit de ‘ampullen van lorenzini’ waarmee ze elektrische signalen opvangen. Dieren zenden constant elektrische signalen uit om spieren aan te spannen of te ontspannen, kortom, om te bewegen. Haaien en roggen kunnen je hart dus ‘voelen’ kloppen, hoewel de afstand wel beperkt is.

Met de ampullae van lorenzini kunnen haaien en roggen elektrische signalen opvangen. Om spieren te bewegen zenden dieren elektrische signalen uit. De roze puntjes op de afbeelding zijn putjes gevuld met een gelatine-achtige substantie die de elektrische signalen opvangt en doorzendt naar de hersenen.

Met de ampullae van lorenzini kunnen haaien en roggen elektrische signalen opvangen. Om spieren te bewegen zenden dieren elektrische signalen uit. De roze puntjes op de afbeelding zijn putjes gevuld met een gelatine-achtige substantie die de elektrische signalen opvangt en doorzendt naar de hersenen. Prosea

1Stekelrog

Latijnse naam: Raja clavata
Engelse naam: Roker, Thornback ray
Benaming vissers: Ruwe rog

Kenmerken

De bovenkant is bedekt met donkere en lichte vlekken en verspreide grote stekels. Er staat een rij van grote stekels op de rug tot op de staart. Sommige stekels hebben een opgezwollen basis. De staart heeft vaak lichte dwarsbanden en de meeste stekelroggen hebben aan weerszijde nog een extra rij stekels (waardoor er in totaal drie rijen stekels op de staart staan).

Lengte: tot 130 cm (vrouw) of 105 cm (man)
Gewicht: tot 18 kg

Stekelrog (Raja clavata).

Stekelrog (Raja clavata). Vishandel Tel

Habitat

Ze leven op dieptes van 20-300m, met een voorkeur voor modderige en zandige bodems, maar komen ook voor op ruwere zeebodems.

Stekelrog (Raja clavata).

Stekelrog op een zandige bodem.N. Sloth, Biopix

Biologie

De paring vindt in het voorjaar plaats, waarna het vrouwtje enkele weken later 70 tot 150 eikapsels legt. Ze legt er ongeveer één per dag. Deze zijn 5-9 cm lang (exclusief hoorns) en bijna net zo breed als lang. Na 4-5 maanden komen er 12-13 cm lange jongen uit. Ze zijn geslachtsrijp vanaf 7-12 jaar bij een lengte van 60-75 cm. De lege eikapsels zijn vaak op het strand te vinden, zie de afbeelding hieronder.

Het eikapsel van de stekelrog.

Het eikapsel van de stekelrog.Stichting Anemoon

Voeding

Stekelroggen eten krabben, garnalen en diverse soorten vis.

Visserij

De stekelrog wordt als bijvangst gevangen met de boomkor-, flyshoot-, twinrig-, staand want- en kieuwnettenvisserij.

2Grootoogrog

Latijnse naam: Leucoraja naevus
Engelse naam: Cuckoo ray
Benaming vissers onder andere: gevlekte rog, grootoogrog en koekoeksrog

Kenmerken

De grootoogrog heeft een grote zwart-met-gele oogvlek op elke borstvin. Op de staart staan twee of vier rijen stekels, waarvan de binnenste twee verder lopen op de rug. Er staan 9-13 stekels nabij het oog en de rug is ruw.

Lengte: tot 75 cm

Koekkoeksrog (Leucoraja naevus).

Grootoogrog (Leucoraja naevus). Misjel Decleer, VLIZ

Habitat

De grootoogrog leeft op de bodem op dieptes van 20-250 m met een voorkeur voor zachte substraten zoals zand en slib.

Biologie

De eikapsels zijn 5-7 cm lang (exclusief hoorns) en 3-5 mm breed. Het ene paar hoorns is zeer lang, het andere kort en teruggebogen. De vrouwtjes leggen per jaar zo’n 100 eikapsels.

Voeding

Ze eten allerlei bodemdieren; jonge roggen eten overwegend kleine kreeftachtigen en borstelwormen terwijl de oudere dieren voornamelijk beenvissen eten.

Visserij

De grootoogrog is een belangrijke bijvangst in gemende sleepnetvisserijen (voornamelijk in de Keltische zee en de Golf van Biskaje), maar wordt niet gericht bevist.

3Blonde rog

Latijnse naam: Raja brachyura
Engelse naam: Blond ray
Benaming vissers: Gladde rog

Kenmerken

De bovenkant is rijkelijk bedekt met zwarte vlekjes, die tot aan de rand van de vinnen lopen. Op het lichaam en de staart loopt in het midden een rij grote, gladde doorns met een ovale basisplaat. De staart is stevig.

Lengte: tot 120 cm

Blonde rog (Raja brachyura).

Blonde rog (Raja brachyura). Hans Hillewaert

Habitat

Blonde roggen leven op zandige bodems op dieptes van 50-275 m.

Biologie

Het vrouwtje produceert tussen februari en augustus ongeveer 30 eikapsels van 12×8 cm (exclusief hoorns) die na ca. 7 maanden uitkomen, zie de afbeelding hieronder.

Links op de afbeelding ligt het grotere eikapsel, met lange bovenste hoorns, van de blonde rog en rechts dat van de stekelrog.

Links op de afbeelding ligt het grotere eikapsel, met lange bovenste hoorns, van de blonde rog en rechts dat van de stekelrog. Ecomare

Voeding

Ze eten allerlei bodemdieren.

Visserij

Ten westen van de Britse eilanden is het een algemene bijvangst. Vaak worden ze als bijvangst gevangen met de gemengde bodemvisserij en met kieuwnetten. De blonde rog is ook populair onder sportvissers.

Blonde rog wordt als bijvangst gevangen.

Blonde rog wordt als bijvangst gevangen.Prosea

4Gevlekte rog

Latijnse naam: Raja montagui
Engelse naam: Spotted ray
Benaming vissers: Gladde rog

Kenmerken

Aan de bovenkant zitten talloze donkere vlekjes die niet tot de rand van de vinnen komen. Vaak, maar niet altijd, zitten er twee duidelijk lichtere vlekken op de rug, welke omringd zijn door zwarte vlekken. Dit zijn de oogvlekken, die zich voordoen als ogen, zodat het roofdier dat er boven zwemt denkt dat de rog hem in de gaten houdt. De grote doorns zitten in één rij op rug en staart.

Lengte: tot 80 cm
Leeftijd: tot 18 jaar

Gevlekte rog (Raja montagui).

Gevlekte rog (Raja montagui).Jarno Laihinen

Habitat

Ze leven op allerlei bodems op dieptes van 20-120 m.

Biologie

De eikapsels (7 x 4 cm) worden tussen april en juni gelegd en komen na 5-6 maanden uit, zie de afbeelding hieronder. Gevlekte roggen worden na 11 jaar, bij een lengte van ca. 60 cm, geslachtsrijp.

Het eikapsel van de gevlekte rog.

Het eikapsel van de gevlekte rog. Ecomare

Voeding

Ze eten hoofdzakelijk krabben en garnalen.

Visserij

Het is bijvangst in de boomkor-, flyshoot- en twinrigvisserij.

5Gevlekte gladde haai

Latijnse naam: Mustelus asterias
Engelse naam: Smoothhound
Benaming vissers: Zeikhaai, plashaai, grijze haai, zandhaai

Kenmerken

De tweede rugvin is veel groter dan de anaalvin en er staan geen stekels bij de rugvinnen. De aanhechting van de eerste en tweede rugvin is ongeveer even lang. Verder is de rug grijs of bruin met witte vlekken op de flanken, maar die kunnen ook ontbreken. De tanden zijn stomp en plat, hier kraken ze de harde schalen van kreeftachtigen mee.

De gevlekte gladde haai wordt vaak verward met de gladde haai (Mustelus mustelus). Tussen deze twee soorten zijn bijna geen betrouwbare kenmerken te onderscheiden. De vlekken, die vaak onderscheidend worden genoemd, kunnen bij de gevlekte gladde haai namelijk ook ontbreken. Echter, uit DNA-onderzoek in 2009 is gebleken de gladde haai niet in de Noordzee en Noordoost-Atlantische Oceaan aangetroffen wordt. Daardoor is het hoogstwaarschijnlijk zo dat als je één van de twee vangt, je de gevlekte gladde haai vangt.

Lengte: tot 65 cm

Gevlekte gladde haai (Mustelus asterias).

Gevlekte gladde haai (Mustelus asterias).Hans Hillewaert

Habitat

Leeft in ondiepe wateren nabij de kust tot dieptes van 20-150 m met een voorkeur voor zand- en grind.

Biologie

Het vrouwtje heeft een draagtijd van 10-12 maanden en werpt 10-35 jongen van ongeveer 30 cm lang. De jongen zijn geslachtsrijp bij een lengte van 70-85 cm.

Voeding

Ze eten weekdieren en vis, maar voornamelijk kreeftachtigen (tot 97% van het dieet).

Visserij

Deze haai wordt bevist in de Middellandse Zee waar het vlees zeer gewaardeerd wordt. In de Atlantische Oceaan is het bijvangst in bodemsleepnet-, kieuwnet- en lijnvisserij. De gefileerde buikjes worden soms gerookt verkocht als zeepaling.

6Hondshaai

Latijnse naam: Scyliorhinus canicula
Engelse naam: Smallspotted Catshark
Benaming vissers: Tijgerhaai, kathaai, zandhaai

Kenmerken

Een lichtbruine rugzijde met een patroon van talrijke kleine, donkere stippen en een witte buik. De staartvin is relatief langgerekt en de hondshaai heeft een anaalvin. Kenmerkend zijn de neusflappen die van de neusgaten doorlopen tot de bek. Dit is het belangrijkste verschil met de kathaai.

Lengte: tot 80 cm

Hondshaai (Scyliorhinus canicula).

Hondshaai (Scyliorhinus canicula). Hans Hillewaert

De neusflap van de hondshaai stopt vóór de bek.

De neusflap van de hondshaai loopt door tót de bek.Kevin Vanhalst, VLIZ

Habitat

Komt voor vanaf het getijdengebied tot 780 m diepte, maar wordt meestal gevonden op dieptes tussen de 80 en 100 m.

Biologie

De hondshaai legt eikapsels die, afhankelijk van de watertemperatuur, na 5-11 maanden uitkomen. Het eikapsel is ongeveer 4 cm lang (excl. hoorns) en 2 cm breed, zie de afbeelding hieronder. Kenmerkend zijn de lange hechtdraden op elke hoek, waar de moeder het kapsel mee vastzet aan stenen of wieren. Het jong is bij uitkomst tussen de 9 en 10 cm. Tijdens warmere maanden worden er meer vrouwtjes langs de kust aangetroffen om eieren te leggen.

Het eikapsel van de hondshaai met de hechtdraden vastgezet.

Het eikapsel van de hondshaai met de hechtdraden vastgezet.Prosea

Voeding

De hondshaai is een opportunistische jager. Hij eet elke geschikte prooi, maar met name kreeftachtigen en schelpdieren waar hij s ’nachts op jaagt.

Visserij

De hondshaai is een bijvangstsoort bij bodemsleepnetvisserij en wordt gewoonlijk overboord gegooid (overlevingskans tot 98%). Als de hondshaai wel wordt aangeland, dan wordt hij gebruikt voor consumptie, vismeel of als aas voor korven en potten.

7Kathaai

Latijnse naam: Scyliorhinus stellaris
Engelse naam: Nursehound
Benaming vissers: Tijgerhaai

Kenmerken

De kathaai heeft een lichtbruine rugzijde met een patroon van talrijke, grote en kleine donkere stippen en een witte buik. Verder is de staartvin relatief langgerekt en de kathaai heeft een anaalvin. Kenmerkend zijn de neusflappen die van de neusgaten richting de bek lopen, maar stoppen voordat ze deze bereiken. Dit is het belangrijkste verschil met de hondshaai.

Lengte: tot 162 cm

Kathaai (Sclyiorhinus stellaris).

Kathaai (Sclyiorhinus stellaris). Kevin Vanhalst, VLIZ

De neusflappen van de kathaai stoppen vóór de bek.

De neusflappen van de kathaai stoppen vóór de bek.Kevin Vanhalst, VLIZ

Habitat

De kathaai komt voor vanaf het getijdengebied tot 400 m, maar wordt meestal gevonden op dieptes tussen de 20 en 63 m. Kathaaien hebben een voorkeur voor rotsbodems of gebieden met veel beschutting door algen.

Biologie

De kathaai legt eikapsels die, afhankelijk van de watertemperatuur, na 9-11 maanden uitkomen. Het eikapsel is 9 cm lang (excl. hoorns) en 3 cm breed met lange hechtdraden op elke hoek waarmee de moeder het eikapsel vastzet aan rotsen of wieren. Het eikapsel van de kathaai lijkt erg op dat van de hondshaai, maar is een stuk groter, zie de afbeelding hieronder. Het jong is bij geboorte ongeveer 16 cm.

Het eikapsel van de kathaai (boven in de afbeelding) is groter dan dat van de hondshaai (onder in de afbeelding). Eikapsels verkleuren door uitdroging, waardoor die van de kathaai er donker uitziet dan die van de hondshaai.

Het eikapsel van de kathaai (boven in de afbeelding) is groter dan dat van de hondshaai (onder in de afbeelding). Eikapsels verkleuren door uitdroging, waardoor er op deze afbeelding de kleur verschillend is.Sytske Dijksen, Ecomare

Bevruchte eikapsels met een ontwikkelend jong van de hondshaai (twee linker kapsels) en van de kathaai (rechter kapsel). De kleur is gelijk.

Bevruchte eikapsels met een ontwikkelend jong van de hondshaai (twee linker kapsels) en van de kathaai (rechter kapsel). Op deze foto is te zien dat ze dezelfde kleur hebben. Sytske Dijksen, Ecomare

Voeding

De kathaai eet voornamelijk inktvissen, maar ook kreeftachtigen, schelpdieren en vissen.

Visserij

Meestal worden ze als bijvangst gevangen bij bodemsleepnetvisserij en soms ook in pelagische sleepnetten. In Noord-Europa worden ze gewoonlijk overboord gegooid en daarbij zijn de overlevingskansen waarschijnlijk hoog. In de Middellandse Zee wordt de kathaai gericht bevist voor consumptie.

8Doornhaai

Latijnse naam: Squalus acanthias
Engelse naam: Spurdog
Benaming vissers: Haai met pen

Kenmerken

Er zit een forse stekel vóór de beide rugvinnen (deze stekels zijn giftig). De eerste rugvin start voorbij de vrije punten van de borstvinnen en de haai heeft geen anaalvin. Meestal zitten er rijen witte stippen op de flanken. De tanden hebben een enkele punt (de spits genaamd).

Lengte: tot 124 cm (vrouw) of 100 cm (man), grootte varieert sterk per gebied
Gewicht: tot 9 kg
Leeftijd: tot 24 jaar

Doornhaai (Squalus acanthias).

Doornhaai (Squalus acanthias).NOAA

Habitat

Ze leven op zachte bodems tot een diepte van 1460 m, maar voornamelijk tussen de 10 en 200 m. De doornhaai onderneemt lange migraties om seizoensgebonden temperatuurswisselingen te volgen. Deze haai geeft de voorkeur aan een temperatuur tussen de 6 en 15° C. Het is bekend dat ze de Atlantische Oceaan oversteken.

Biologie

De draagtijd is 18-22 maanden, wat één van de langst bekende draagtijden is bij gewervelden. Per worp krijgen ze 2-21 jongen. In het Noordoost-Atlantische gebied worden de jongen in de winter geboren. De mannetjes zijn geslachtsrijp na ca. tien jaar bij een lengte van 60-70 cm. De vrouwtjes zijn geslachtsrijp na ca. 12 jaar bij een lengte van 75-90 cm. In het verleden was het de meest talrijke kraakbeenvis in de Noord-Atlantische Oceaan, maar populaties zijn in bepaalde gebieden met 95% verminderd. De doornhaai zwemt in grote scholen, soms wel in scholen van duizenden.

Jonge doornhaaien.

Jonge doornhaaien.Salko de Wolf, Ecomare

Voeding

Ze eten haring, kabeljauw, andere vissen in scholen en ongewervelden die in de bodem leven.

Visserij

In Nederland worden ze als bijvangst gevangen bij de bodemsleepnet- en kieuwnetvisserij. Vroeger werden ze in Noorse wateren ’s winters aan lijnen met haken en door trawlers gevangen en daarna gevild. De rug werd meestal gerookt en als ‘zeepaling’ verkocht. In de industrie worden ze ook verwerkt tot kunstmest en leer. Ze worden ook gebruikt als grondstof voor vitamine A.
Vanwege dalende populaties en de IUCN-status ‘kwetsbaar’ geldt sinds 2010 een nul-quotum in EU-wateren voor deze soort. Dit betekent nog niet dat hij niet aangeland mag worden, 10% bijvangst is toegestaan en de maximum aanlandingsmaat is 100 cm.