Flyshoot

De vismethode met zegens vanaf een schip is al in het begin van de jaren twintig van de vorige eeuw in Schotland geïntroduceerd. Voor de Schotse kust komt veel meer rondvis dan platvis voor. Daarom hebben de Schotse vissers het door de Deense vissers toegepaste vangprincipe van de ankerzegen aangepast voor de vangst van rondvis. Deze aanpassing betreft zowel het visnet, als ook de manier van inhalen van het vistuig. Zo ontstond de Schotse zegenmethode, oftewel de visserij met de flyshoot.

Een schematische weergave van de Schotse zegen, ook wel flyshoot genoemd.Seafish

Met de flyshootmethode wordt er achter het schip gevist met lijnen, ofwel zegentouwen, met daaraan een net. Tijdens het vissen worden de zegentouwen met het net naar het schip gehaald. De zegentouwen rollen over de bodem en veroorzaken stofwolken die de vissen opschrikken en ervoor zorgen dat ze voor de touwen blijven uitzwemmen. De sterke en grote vissen blijven voor de zegentouwen uitzwemmen en worden bij het naderen van het schip en het halen samengedreven naar de netopening.

Hier zie je hoe de ankerzegenmethode (links) afwijkt van de flyshootmethode (rechts) qua bevist oppervlak.

Hier zie je hoe de ankerzegenmethode (links) afwijkt van de flyshootmethode (rechts) qua bevist oppervlak. IMARES

De ankerzegenmethode kent een aantal belangrijke verschillen ten opzichte van de flyshootmethode, zoals te zien is in bovenstaande afbeelding. In tegenstelling tot de ankerzegen, die alleen voor tij uitgezet en in tij ingehaald kan worden, geeft de richting van de tijstroom namelijk iets minder beperking voor de flyshootmethode. Toch is het tij wel belangrijk bij flyshooten. Per situatie moet er gekeken worden naar het tij en de wind. Soms moet er meer rekening gehouden worden met de wind en soms meer met het tij. De vissers die hun netten het beste wegschieten ten opzichte van de stroom of wind vangen de meeste vis. Sommige schepen hebben een speciaal stroomprogramma aan boord om dat te kunnen bepalen.

Een overzicht waarop je kunt zien waar de Nederlandse flyshooters voornamelijk gevist hebben in de periode 2011-2015.Wageningen Marine Research

Verder is het net dat gebruikt wordt tijdens het vissen met de ankerzegenmethode verschillend ten opzichte van de flyshootmethode. Dat verschil wordt veroorzaakt doordat beide methoden andere doelsoorten (platvis tegenover rondvis) bevissen. Rondvis houdt zich in tegenstelling tot platvis dicht bij de bodem op, terwijl platvis zich meestal op of in de zeebodem begeeft. Daarom moet bij de visserij op rondvis een net met een grotere verticale netopening gebruikt worden dan bij de zegenvisserij op platvis. Deze grotere verticale netopening is ook nodig omdat van de rondvissoorten, vooral schelvis, bij nadering van het net probeert te ontsnappen door omhoog te zwemmen. Het net en de zegentouwen komen bij deze twee vistechnieken op dezelfde manier naar het schip.

De flyshootmethode is geschikt om door kleine tot middelgrote kotters beoefend te worden. Het is een tussenvorm van de zegen- en trawlvisserij. Een kotter die met de Schotse zegen vist, gaat niet voor anker. Bij de flyshoot houdt de schipper doormiddel van de schroef het schip in de gewenste positie. Daarom is er meer tijd voor actief vissen beschikbaar dan bij de ankerzegenmethode. Deze tijdwinst is groter als er in dieper water gevist wordt. In het algemeen kan gesteld worden dat de visserij met de Schotse zegen op rondvis in dieper water beoefend wordt dan de ankerzegenvisserij op platvis, welke overwegend in kustwateren plaatsvindt.

De flyshooter GO-1.

De flyshooter GO-1. Damen Maaskant Shipyards

De Nederlandse flyshootvloot bestaat uit een combinatie van nieuwbouw- en omgebouwde kotters (rondviskotters, hektrawlers, boomkorkotters). Er zijn +/- dertien kotters in Nederland die deze manier van vissen uitoefenen. De meeste kotters zijn zo uitgerust dat ze zowel de flyshootvisserij als de twinrigvisserij kunnen beoefenen (multipurpose schepen).

1Beschrijving

Het beoefenen van de flyshoot vereist zowel een grote kennis van de hydrografische omstandigheden (stroming, bodemgesteldheid) als ervaring in het onder gelijke spanning inhalen van de zegentouwen. Op de kotters werken meestal vijf tot zes mensen. Aan beide zijden van het schip zit een nettenrol op het achterschip. Zo kan men aan beide kanten van het schip het net rondschieten. Vaak zijn dat twee verschillende netten voor verschillende zeebodems. De zwaardere zegentouwen zijn in deze omstandigheden nodig om tijdens het inhalen een zo lang mogelijke deel van de zegentouwen in contact met de zeebodem te houden (herdingeffect).

Twee nettenrollen op het achterdek.Zeevisbedrijf SL-27

Opbouw flyshooter

De opbouw van een flyshooter is ook verschillend. Zo bevind het werkdek zich voor de brug bij een boomkorkotter, maar bij een flyshooter bevind het werkdek zich op het achterdek. Meestal staat de stuurhut in het midden of voor op het schip. De brug en logies worden op een flyshooter naar voren verplaatst om meer ruimte te krijgen op het achterdek. Hierbij heeft de brug meestal dezelfde indeling als een boomkorkotter. De ruimte op het achterdek wordt ingenomen door flyshootlieren, een portaalmast, nettrommels en een vangstverwerkingsinstallatie.

Overzicht van het achterdek van een flyshooter met zegentouwlieren (rechts met stuk vernieuwd zegentouw), een portaalmast en nettrommels.

Overzicht van het achterdek van een flyshooter met zegentouwlieren (rechts met stuk vernieuwd zegentouw), een portaalmast en nettrommels.

De voor een efficiënte en veilige beoefening van de flyshootmethode nodige dekwerktuigen en inrichting van het dek, zijn dezelfde als bij de ankerzegenmethode. Wel moet, door de grotere belasting op de zegentouwen tijdens de flyshoot, de aandrijving van de lier een groter vermogen kunnen leveren dan bij de ankerzegen. Als hiermee rekening wordt gehouden, kan een kotter seizoensmatig op rondvis of op platvis vissen.

Flyshootkotters hebben duidelijke herkenningspunten, zoals de grote boei die bij de vismethode hoort. Verder hebben de Nederlandse flyshooters twee rollen voor de zegentouwen. Onder het vissen wordt continue de eerste lijn gewisseld voor een gelijkmatige slijtage. Dit noemen we lijnen draaien. Als dit niet gebeurt, dan kunnen er slagen in de zegentouwen komen. Dit gebeurd vaker bij meer losse lijn tijdens het uitvieren van nieuwe touwen. Door iedere trek met een andere lier te beginnen dan de vorige trek worden de lijnen automatisch gelijkmatig omgedraaid, waardoor ze gelijkmatig slijten. Dat kan later breuken opleveren of slagen bij nieuwe lijnen.

Zegentouwen

De lijnen waarmee een flyshooter achter zijn schip vist, worden zegentouwen genoemd. Ze zijn polyethyleen geslagen, terwijl de kern per tier met staaldraad verzwaard is. De zegentouwen waarmee de Schotse zegenvisserij beoefend wordt hebben een diameter van 36 tot 50 mm. De diameter, en daarmee ook het gewicht per lengte-eenheid, is groter naarmate het voortstuwingsvermogen, de afmetingen van het net en/of de waterdiepte waarin gevist wordt groter zijn.

De lengte van de zegentouwen is mede afhankelijk van de visgrond. In Het Kanaal wordt veelal met dikkere, kortere lijnen gevist. Zo wordt bijvoorbeeld bij een lengte van 2700-3200 meter met een dikte van 44 mm tot zelfs 60 mm gevist. In de zomer daarentegen wordt er met langere en dunnere lijnen gevist. Zo wordt bijvoorbeeld met een lengte tot 6000 meter gevist met een dikte van 32-36 mm.

Door de lange zegentouwen wordt een groot oppervlak van de zeebodem omsloten, zodat het per tijdseenheid beviste oppervlak groot is. De vangsthoeveelheid is dan ook vaak groter dan de vangst van kotters met hetzelfde voortstuwingsvermogen die met de bodemtrawl vissen. Een van de nadelen is dat de zegentouwen snel rekken. Na zes weken vissen is een lijn van 60 mm ongeveer 15 mm dunner geworden door het rekken. Deze lijnen rekken gemiddeld 15 tot 20 procent uit na zes weken vissen. De oorspronkelijke 3000 meter lengte van de lijnen is na zes weken opgerekt tot 3600 meter.

Het zegentouw

Het zegentouw

In tegenstelling tot de trawlmethode kan er met de flyshootmethode gevist worden in een klein bestek met een goede bodemgesteldheid binnen een gebied met een overwegend ruwe bodemgesteldheid. De afmetingen van dit bevisbare bestek bepalen het aantal trossen zegentouw dat uitgezet kan worden. In gebieden waar trawls of spanzegens alleen met een klossenpees toegepast kunnen worden, kan de flyshoot niet beoefend worden. Dit komt omdat de zegentouwen achter stenen en dergelijke kunnen blijven haken en te veel zullen slijten. Door de lange zegentouwen kan de methode ook niet of moeilijk toegepast worden in een zeegebied waar de trawl- en/of spanmethode beoefend wordt.

Blazen

Dit systeem bestaat uit drie blazen met een verschillende grootte. Het eerste zegentouw wordt opgelicht door de grootste blaas. Tussen de grote en kleine blaas zit een strop van zegentouw van ongeveer 10 meter. Tussen de middelgrote en kleinste blaas zit een dynemastrop van ongeveer 30 meter. Deze strop is doormiddel van een G-schalm aan het eind van het zegentouw bevestigd.

De blazen.Zeevisbedrijf SL-27

Optuiging

Het zegentouw zit aan de knuppel vast met een G- schalm. De knuppel heeft aan de boven- en onderkant twee ogen. Aan het bovenste- en onderste oog zit een stukje ketting dat naar de G-schalm loopt. Deze zit aan het begin van het zegentouw vast. De andere twee ogen zijn voor de bovenkabel en de rubberkabel. Deze bovenkabel heeft een lengte van ongeveer 55 m en is rond de 18 mm dik.

Een schematisch overzicht van de optuiging. Aantekening: 1. Zegentouw, 2. Knuppel, 3. Bovenkabel/strop, 4. Onderkabel/strop, 5. Dan Leno, 6. Ballen/drijvers, 7. Net, 8. Pees.

Een schematisch overzicht van de optuiging. Aantekening: 1. Zegentouw, 2. Knuppel, 3. Bovenkabel/strop, 4. Onderkabel/strop, 5. Dan Leno, 6. Ballen/drijvers, 7. Net, 8. Pees.

De rubberkabel heeft een lengte van ongeveer 50 meter en bestaat in het centrum uit een staalkabel van 24 mm. Verder heeft het tuig ook een bobbin met daarvoor een stuk ketting van 3 meter. Deze bobbin en ketting zitten aan de rubberkabel vast. De rockhopper en de punt van de onderpees van het net zitten ook aan de bobbin vast. Soms zitten er borstels tussen de rubberschijven van de rolder. Op de bovenpees van het net zitten drijvers om het net een verticale netopening te geven. De onderpees van het net zit met een kettinkje vastgemaakt. Het begin van dit kettinkje zit vast aan de bobbin. Ook de rockhopper is aan de bobbin vastgemaakt met twee kettingschalmen en een wartel waar de onderpees aan bevestigd is.

Een borstelpees

Een borstelpees

2Werkwijze

In dit hoofdstuk bespreken we de wijze waarop de flyshootmethode normaal gesproken wordt gebruikt. De hier beschreven werkwijze kan afwijken van de praktijk. Het belangrijkste is dat een visser ten allen tijden rekening houdt met de veiligheid.

Uitzetten net

Bij het uitzetten van het visnet volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met de flyshootmethode:

  • Meestal wordt met het vissen begonnen nadat het echolood de aanwezigheid van rondvis heeft aangetoond.
  • Het uitzetten van het visnet kan over twee kanten van het schip gebeuren, namelijk aan de stuurboord- of bakboordzijde. Bij het uitzetten gaat eerst de kleinste blaas overboord. Aan deze blaas is een dynemastrop van ongeveer 30 à 35 meter bevestigd. Het einde van die strop is aan de kleine blaas vastgemaakt. Het einde van het eerste zegentouw is daar ook aan bevestigd.
  • Een deel van het zegentouw wordt door de grote blaas opgelicht van de zeebodem.
  • Ook zijn er schepen die het net niet vanaf de rol schieten, maar het net eerst op het achterdek klaarleggen. Eerst worden de staart en het achtereind in grote slagen op het achterdek neergelegd en daarna de pees. De zijde die het eerst overboord gaat kan worden neergelegd zoals deze van de nettenrol komt. Daardoor kunnen de onder- en bovenkabel niet met elkaar in de knoop gaan. De zijde van het net die als laatste overboord gaat moet opnieuw worden opgeschoten, zodat de knuppel onderop komt te liggen en de pees boven.
  • Zodra het ankertuig overboord is, wordt het eerste zegentouw uitgevierd. Bij het uitzetten in een vierkant wordt de eerste helft van de lijn uitgevierd. Daarna volgt een bocht van 90° voor de tweede helft.
  • Het net kan worden losgemaakt van de nettentrommel.
  • Het tweede zegentouw kan worden uitgevaren als de drijvers op de vlerken en de bovenpees van het net in een mooie rechte lijn op het water liggen.
  • Het schip vaart weer 2000 meter lijn uit. Dan volgt weer de bocht van 90° en wordt de laatste 2000 meter lijn uitgevierd terug naar de blaas, waaraan het eind van het eerste zegentouw is vastgemaakt.
  • Als het schip bij de blaas is aangekomen, is het tweede zegentouw tot het eind uitgevaren. De kleinste blaas aan de lange strop wordt door middel van een klein dregankertje uit het zeewater gehaald. Als alle blazen aan boord zijn, wordt het eind van het zegentouw aan de lege touwhaspels vastgemaakt en kan het inhalen beginnen.

Het uitzetten van het net aan boord van een flyshooter. Aantekening: A. Het net ligt klaar om uitgevierd te worden, B. Het eerste zegentouw is bevestigd aan de blazen en er kan begonnen worden met uitvieren, C. De verbinding tussen het zegentouw en het net, D. Zegentouwen op de touwhaspels, E. Er zijn 2 netten op de nettentrommels om snel over te schakelen als 1 van de netten stuk is, F. Het eerste zegentouw is uitgevierd en er wordt een haak om de lijn gedaan om deze af te stoppen, zodat men het net aan de lijn kan pikken, G. De lijn is afgestopt en de G-schalm van het net wordt ingepikt aan het eerste zegentouw.

Het uitzetten van het net aan boord van een flyshooter. Aantekening: A. Het net ligt klaar om uitgevierd te worden, B. Het eerste zegentouw is bevestigd aan de blazen en er kan begonnen worden met uitvieren, C. De verbinding tussen het zegentouw en het net, D. Zegentouwen op de touwhaspels, E. Er zijn 2 netten op de nettentrommels om snel over te schakelen als 1 van de netten stuk is, F. Het eerste zegentouw is uitgevierd en er wordt een haak om de lijn gedaan om deze af te stoppen, zodat men het net aan de lijn kan pikken, G. De lijn is afgestopt en de G-schalm van het net wordt ingepikt aan het eerste zegentouw.

H. Het net wordt aan het eerste zegentouw in gepikt en kan worden uitgeschoten, I. Boven- en onderkabel worden uitgevierd, J. Het uitschieten van het vistuig, K. Het net wordt uitgevierd, L. Het uitvieren van het net, M. De kuil gaat overboord met drijvers en daarmee voorkom je dat de kuil over het achtereind van het net gaat en er een slag in komt.

H. Het net wordt aan het eerste zegentouw ingepikt en kan worden uitgeschoten, I. Boven- en onderkabel worden uitgevierd, J. Het uitschieten van het vistuig, K. Het net wordt uitgevierd, L. Het uitvieren van het net, M. De kuil gaat overboord met drijvers en daarmee voorkom je dat de kuil over het achtereind van het net gaat en er een slag in komt.

Binnenhalen net

Bij het binnenhalen van het visnet volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met de flyshootmethode:

  • De zegentouwen worden bijna altijd voor tij ingehaald en moeten zo recht mogelijk achter het schip staan. Wel is de richting van zowel tij als wind van invloed op de kant van het achterschip waarover de zegentouwen binnenboord komen. Als bijvoorbeeld de drift door de wind groter is dan door de uit tegengestelde richting komende stroom, dan neemt het schip de zegentouwen aan loefzijde aan boord. Als de stroom daarentegen sterker is, worden de zegentouwen aan lijzijde aan boord ingehaald. Als recht voor de (harde) wind gevist wordt, dan komen de zegentouwen elk aan één kant over het achterschip aan boord. Eén aan stuurboord en de andere aan bakboord. Er moet rekening gehouden worden met de wind, anders wordt het touw al schurend langs het schip binnengehaald.
  • Tijdens het inhalen van de zegentouwen mag de stroom aan de kant waarover gehaald wordt van zes streken voorlijker dan dwars, tot zes streken achterlijker dan dwars inkomen (1 streek is 11,25°).
  • Het inhalen gaat precies tegenovergesteld aan het uitzetten. Eerst worden de blazen uit het water gehaald.
  • Daarna wordt het eerste zegentouw aan de lier bevestigd. Het tweede zegentouw is niet los geweest. Bij het inhalen moeten de zegentouwen gelijktijdig op dezelfde lengte aan boord komen. Gebeurt dit niet, dan is de kans op een slechte vangst bij die trek erg groot.
  • Als de zegentouwen bij elkaar gekomen zijn, dan wordt de haalsnelheid van de touwen verhoogd. Het verhogen van de haalsnelheid gebeurt, omdat de vis die zich tussen de lijnen bevindt nog in het net getrokken moet worden.
  • De zegentouwen worden opgedraaid tot de knuppels aan de boorden komen. Het is het gunstigs voor de visnamigheid als de knuppels precies gelijk aan de boorden van het schip komen. Een enkel schip heeft een zogenaamde equalizerpijp. Die zorgt ervoor dat de druk op beide zegentouwlieren gelijk blijft, waardoor de haalsnelheid van de ene zegentouwlier wordt aangepast aan die van de andere.
  • Er moet op gelet worden dat de knuppels niet gedraaid aan de boorden komen. Die draaiing gaat door tot in het net, waardoor eigenlijk alles gedraaid is.
  • De knuppels worden daarna aan de nettenrol vastgemaakt en het net wordt op de nettenrol gedraaid. Als de lijnen binnengehaald zijn, worden het net en de vangst binnengehaald. Hierna kan opnieuw met het uitschieten van het eerste zegentouw worden begonnen.
  • Soms begint men al kort na het uitzetten van het net met het binnenhalen. Vaak gebeurd dat als het echolood aangeeft dat de zeebodem niet geschikt is om te vissen. In zo’n geval probeert de schipper meestal verderop een geschiktere visgrond te vinden. Het beste kan gevist worden op vlakke visgronden, maar vissen in een geultje is vaak ook interessant. De kans op een goede trek is het grootst zodra men van diep water naar ondiep water vist. Ook bij een punt langs vissen geeft goede vangsten.

Het binnenhalen van het net aan boord van een flyshooter. Aantekening: A. Na het schieten worden de blazen met behulp van een dreganker opgepikt, B. Het anker is geworpen en het wordt aan de lier bevestigd, C. De kabel van die lier is bevestigd aan de kabel van het net, D. De zegentouwen komen boven met de grote blaas, E. Een kabeltje wordt over de stag van de achtermast gegooid, zodat het net ingepikt en op de nettenrol opgedraaid kan worden als het boven komt, F. De twee zegentouwen komen boven en nu kan men de thuishalers inpikken, G. De zwarte pijl geeft de thuishaler aan van de nettenrol die wordt bevestigd aan het net. De rode pijl geeft het zegentouw aan. Het zegentouw wordt uitgepikt en het net kan op de nettenrol worden gedraaid.

Het binnenhalen van het net aan boord van een flyshooter. Aantekening: A. Na het schieten worden de blazen met behulp van een dreganker opgepikt, B. Het anker is geworpen en het wordt aan de lier bevestigd, C. De kabel van die lier is bevestigd aan de kabel van het net, D. De zegentouwen komen boven met de grote blaas, E. Een kabeltje wordt over de stag van de achtermast gegooid, zodat het net ingepikt en op de nettenrol opgedraaid kan worden als het boven komt, F. De twee zegentouwen komen boven en nu kan men de thuishalers inpikken, G. De zwarte pijl geeft de thuishaler aan van de nettenrol die wordt bevestigd aan het net. De rode pijl geeft het zegentouw aan. Het zegentouw wordt uitgepikt en het net kan op de nettenrol worden gedraaid.

H. De thuishaler van de nettenrol is bevestigd. Het losse stuk is voor de bevestiging van de zegentouwen, I. Het net wordt opgedraaid op de nettenrol, J. De netvlerken komen boven en op deze nettenrol zit ook een verdeelfunctie, K. De rolder komt boven, L. Het achternet wordt opgedraaid, M. De kuil komt boven water.

H. De thuishaler van de nettenrol is bevestigd. Het losse stuk is voor de bevestiging van de zegentouwen, I. Het net wordt opgedraaid op de nettenrol, J. De netvlerken komen boven en op deze nettenrol zit ook een verdeelfunctie, K. De rolder komt boven, L. Het achternet wordt opgedraaid, M. De kuil komt boven water.

N. De kuil is boven dek en men kan de vangst nu sorteren.

N. De kuil is boven dek en men kan de vangst nu sorteren.

Vastlopen vistuig

Bij het vastlopen van het vistuig zijn er meerdere procedures mogelijk om het vistuig los te krijgen aan boord van een kotter met de flyshootmethode. Deze methodes zijn als volgt:

  1. Net als bij de ankerzegenvisserij kan het bij de flyshoot gebeuren dat één van de zegentouwen of het net blijft vastzitten. Dit wordt opgemerkt doordat het schip geen vaart meer loopt en/of tijdens het inhalen de hoek tussen de touwen niet meer kleiner wordt.
    – Zodra dit het geval is moet de lier worden gestopt. Ook wordt het toerental van de motor verminderd zodat de snelheid terugloopt.
    – Het schip vaart over het zegentouw terug, waarbij dit zoveel mogelijk ingehaald wordt.
    – Uiteindelijk komt het schip boven het obstakel waardoor het zegentouw steil komt te staan.
    – Als het touw dan nog niet losgekomen is, kan verder naar achteren over het zegentouw in de richting van het net gevaren worden om het zegentouw uit het obstakel te trekken.
  2. Er bestaat ook een andere manier om het zegentouw los te trekken, namelijk door langzaam in te halen. Als dat niet wil lukken, dan kun je langzaam doorhalen. Het schip drijft daardoor naar het punt waar het zegentouw is vastgelopen. De schipper probeert het zegentouw los te trekken door steeds kleine rukjes te geven.
    – Als dit niet lukt, dan wordt het zegentouw gekapt. Daarbij wordt een boei op het gekapte eind gezet. Vervolgens wordt het andere zegentouw en het net tegen de richting van uitzetten in omgestoomd en zoveel mogelijk gelijkmatig ingehaald. Zodra dit zegentouw en het net aan boord zijn, dan wordt het aan het net bevestigde deel van het vastgelopen touw zoveel mogelijk ingehaald. Daarna wordt ook dit deel van het vastgelopen touw gekapt. Voordat je dit doet, moet de boei wel worden opgepikt. Bij het vastzitten van het net wordt dezelfde procedure gevolgd.
  3. Er kan ook doorgegaan worden totdat het zegentouw knapt. Dan halen we de andere kant en het net binnen met behulp van de nettenrol.
    – Als het net aan boord is, dan pikt men het eind van het losse zegentouw dat nog in het water ligt weer vast aan het eind van het zegentouw dat al aan boord is.
    – Het losse zegentouw dat nog in het zeewater ligt, wordt vervolgens binnengehaald.
    – Later worden de zegentouwen dan weer aan elkaar gesplitst.
  4. Als het net blijft vastzitten, dan kan samen met een ander schip proberen het net los te krijgen. Dit kan men doen door gebruik te maken van een stuk ketting. Deze ketting is met een halve tros zegentouw aan elk schip bevestigd. Door het naar het net slepen van de onder aan de boei vastgemaakte zegentouwen kan het net uit het obstakel getrokken worden. Deze manier wordt echter bijna nooit gebruikt.

Als het net vast blijft zitten, dan kan men ook rondjes proberen te varen en af toe het net halen. Op die manier komt het net altijd los. Om de kans op netschade bij vastlopen te verminderen worden flyshootnetten meestal van polyethyleen netwerk vervaardigd. Dit materiaal drijft in zeewater (dichtheid 0,96 kg/dm3) en is ook goedkoper dan het zwaardere, vooral voor de constructie van trawls toegepaste, nylon (polyamide, PA; dichtheid 1,14 kg/dm3).

Beëindigen van het vissen

Bij het beëindigen van het vissen volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met de flyshootmethode:

  • De zegentouwen en het schoongespoelde net worden op de touwhaspels en nettentrommel opgedraaid.
  • Er wordt gecontroleerd op schade aan het net en lijnen.
  • De blazen en andere gebruikte tuigonderdelen worden weer op hun plaats gezet.

De zegentouwen en het schoongespoelde net worden op de touwhaspels en nettentrommel opgedraaid.Zeevisbedrijf SL-27

3Doelsoorten en bijvangst

De flyshootvisserij is een seizoensgebonden vismethode, maar het kan ook jaarrond worden uitgeoefend door het visgebied aan te passen. In de zomermaanden vissen de meeste flyshooters op de Noordzee en gedurende de winterperiode wordt meestal in Het Kanaal gevist. Gedurende de winter worden de vangsten dan meestal gelost in Frankrijk of Engeland.

Flyshooter komt haven binnen om te lossen.Zeevisbedrijf SL-27

De reden waarom vissers hun visgebied gedurende het jaar aanpassen komt doordat de doelsoorten zich ook verplaatsen. Zo is de zeewatertemperatuur bijvoorbeeld belangrijk voor de vangst van rode mul. Als de temperatuur van het zeewater op een bepaalde visgrond een graad hoger is, dan geeft dat al een hogere mulvangst. Als het kouder wordt, dan trekt de vis zuidelijker. De vissers schieten in de Noordzee het flyshootvistuig uit in de vorm van een parachute, terwijl vissers in Het Kanaal het flyshootvistuig uitschieten in de vorm van vierkantjes.

Hier is een overzicht van de aanvoer/verkrijgbaarheid van verschillende doelsoorten van de flyshootmethode over het gehele jaar genomen. Daarbij is ook onderscheid gemaakt tussen de verschillende visgebieden, namelijk Het Kanaal en de Noordzee. De donkergroene kleur betekend een goede aanvoer/verkrijgbaarheid, lichtgroen betekend een beperkte aanvoer/verkrijgbaarheid en rood betekend geen aanvoer/verkrijgbaarheid.

Hier is een overzicht van de aanvoer/verkrijgbaarheid van verschillende doelsoorten van de flyshootmethode over het gehele jaar genomen. Daarbij is ook onderscheid gemaakt tussen de verschillende visgebieden, namelijk Het Kanaal en de Noordzee. De donkergroene kleur betekend een goede aanvoer/verkrijgbaarheid, lichtgroen betekend een beperkte aanvoer/verkrijgbaarheid en rood betekend geen aanvoer/verkrijgbaarheid.Kenniskring Flyshootvisserij

De doelsoorten van de flyshootvisserij verschillen dus ook per gebied, zoals goed te zien is in bovenstaande tabel. De voornaamste doelsoorten van de flyshootmethode zijn rode mul, rode poon, inktvis, zeebaars, makreel, schol, schar, wijting, kabeljauw, dorade en de pieterman. Een aantal van deze soorten, zoals rode poon, mul en inktvis, zijn ongequoteerd. Over deze ongequoteerde soorten zijn weinig wetenschappelijke gegevens bekend. Dat maakt het beheren van deze vissoorten lastig.

Doelsoorten van de flyshootmethode zijn onder andere de rode poon (links), inktvis (midden) en de rode mul.

Doelsoorten van de flyshootmethode zijn onder andere de rode poon (links), inktvis (midden) en de rode mul. Nederlands Visbureau

De doelsoorten en bijvangstsoorten verschillen sterk per visser. Dit is namelijk ook afhankelijk van zijn vangstrechten. De voornaamste bijvangstsoorten van de flyshootvisserij zijn horsmakreel, zonnevis, steenbolk en sprot. Alleen in bepaalde gebieden, zoals de Monkey bank, wordt ook gericht gevist op kabeljauw in de stenen. De vissers hebben de kunde om in gebieden met veel stenen de zegentouwen zo uit te schieten, dat ze de lijnen aan de binnenkant om een steen schieten. Er wordt wel met kortere lijnen gevist en de lijnen slijten ook sneller in steenachtige gebieden.

Bijvangstsoorten van de flyshootmethode zijn onder andere de steenbolk (links) en de zonnevis (rechts).

Bijvangstsoorten van de flyshootmethode zijn onder andere de steenbolk (links) en de zonnevis (rechts). Waddenzeeschool & Tajithechef

Er worden ook bodemdieren en andere zeedieren bijgevangen, zoals zee-appels, heremietkreeften, zeesterren, slangsterren en zee-egels. Onderzoek heeft aangetoond dat de zegenmethodes de minst dodelijke vismethodes zijn voor alles wat op de zeebodem leeft. Hierbij zijn de zegenmethodes vergeleken met de boomkor- en bordenvisserij.

De bijvangsten van de flyshootmethode bestaat onder andere uit slangsterren (links), zee-appels (midden) en heremietkreeften (rechts).

De bijvangst van benthos bij de flyshootmethode bestaat onder andere uit slangsterren (links), zee-appels (midden) en heremietkreeften (rechts). ProSea & VLIZ

4Gedrag van de vis ten opzichte van het tuig

Rondvissen hebben een hogere kruissnelheid dan platvissen. Om rondvissen te kunnen vangen is het nodig dat ze gedwongen worden met een grotere snelheid dan hun kruissnelheid te zwemmen, zodat de zwemenergie snel verbruikt wordt. Dit wordt bereikt door bij het inhalen van het vistuig niet voor anker te gaan, maar met een geringe vaart over de grond te blijven lopen.

Flyshooten is het meest effectief bij voldoende daglicht. De visnamigheid wordt bevorderd als de vissen de zegentouwen zien. Vissen worden door de zegentouwen opgejaagd en komen uiteindelijk in het net. Tijdens de vistrek worden de zegentouwen met het net langzaam naar het schip gehaald. De zegentouwen bewegen over de zeebodem en veroorzaken stofwolken die via het zijlijnstelsel door de vis worden opgemerkt (het herdingeffect).

Het halen van het net.Zeevisbedrijf SL-27

Vissen die zijwaarts proberen te ontsnappen stuiten op de zich voortbewegende zegentouwen en proberen deze te ontwijken, waardoor ze in de baan van het net komen. De sterkere en grotere rondvissen hebben voldoende uithoudingsvermogen om dat vol te houden. Uiteindelijk worden ze in het net gedreven en gevangen. De jonge, kleine vissen hebben een slechter uithoudingsvermogen en worden ingehaald door de zegentouwen. Dat zorgt ervoor dat kleinere vissen niet worden gevangen.

Zodra vissen zich voor de netopening bevinden, zullen ze proberen te ontsnappen. De vluchtreactie van een rondvis is naar boven. Dat is zeker het geval voor schelvis. Daar stuitten ze echter op de kap van het net, waardoor ze niet kunnen ontsnappen.

Een schematische weergave van de flyshootmethode. Aantekening: 1. De visser schiet het eerste zegentouw weg waaraan een boei is bevestigd. Het schip stoomt met een omtrekkende beweging weg van de boei en tegelijkertijd wordt het zegentouw gevierd. 2. Wanneer het eerste zegentouw helemaal uitgevierd is en van de netrol is, wordt het uiteinde van het zegentouw vastgemaakt aan één kant van het net. De andere kant van het net zit nog vast aan het schip. Het schip stoomt verder en het net slaat open in het water. Wanneer het net strak staat wordt ook het tweede zegentouw vastgemaakt aan het net. Deze wordt losgemaakt van het schip en is dus bevestigd aan de twee zegentouwen. Het schip laat nu, terwijl het stoomt naar de boei, het tweede zegentouw vieren. 3. Wanneer het schip weer bij de boei komt, wordt het zegentouw dat aan de boei zit binnengehaald en worden de zegentouwen met daaraan het net doormiddel van haspels naar het schip gehaald. Alleen de sterkste zwemmers, de grote vissen, kunnen voor de zegentouwen uit blijven zwemmen en belanden in het net.

Een schematische weergave van de flyshootmethode. Aantekening: 1. De visser schiet het eerste zegentouw weg, waaraan een boei is bevestigd. Het schip stoomt met een omtrekkende beweging weg van de boei en tegelijkertijd wordt het zegentouw gevierd. 2. Wanneer het eerste zegentouw helemaal uitgevierd is en van de netrol is, wordt het uiteinde van het zegentouw vastgemaakt aan één kant van het net. De andere kant van het net zit nog vast aan het schip. Het schip stoomt verder en het net slaat open in het water. Wanneer het net strak staat wordt ook het tweede zegentouw vastgemaakt aan het net. Deze wordt losgemaakt van het schip en is dus bevestigd aan de twee zegentouwen. Het schip laat nu, terwijl het stoomt naar de boei, het tweede zegentouw vieren. 3. Wanneer het schip weer bij de boei komt, wordt het zegentouw dat aan de boei zit binnengehaald en worden de zegentouwen met daaraan het net door middel van haspels naar het schip gehaald. Alleen de sterkste zwemmers, de grote vissen, kunnen voor de zegentouwen uit blijven zwemmen en belanden in het net.

5Verwerking

Nadat de vis aan boord is gehaald, wordt deze gespoeld in een speciale spoelmachine. Daarna wordt de vis gesorteerd op soort en grootte. De gevangen vis blijft maar kort in het net en het net beweegt relatief langzaam over de zeebodem. Ook wordt er met deze methode relatief weinig grondvuil meegevangen, waardoor de vis ook minder beschadigd wordt. Daardoor is de vangst vaak van een uitstekende kwaliteit. Er is voor vis van flyshooters een apart kwaliteitskeurmerk genaamd ‘Flyshoot Quality’.

Het kwaliteitskeurmerk voor vis gevangen met de flyshootmethode.

Het kwaliteitskeurmerk voor vis gevangen met de flyshootmethode. Flyshootvis.nl

De visverwerking neemt minder tijd in beslag dan bij andere vismethodes. Bepaalde doelvissoorten, zoals mul, worden ongestript aangevoerd. Die soorten worden alleen gesorteerd, gespoeld en geijsd. De overige vis wordt op de gebruikelijke manier aan de verwerkingsband gesorteerd, gestript, gespoeld en naar het visruim gebracht om gekoeld te worden. In het visruim wordt de vis in viskisten geijsd en opgeslagen bij een temperatuur van ongeveer 0°C à 1°C totdat er gelost zal worden in de haven. Er wordt meestal na twee dagen gelost, wat de kwaliteit van de vis ook weer ten goede komt.

Een kist met mul die ongestript aangevoerd gaat worden.Zeevisbedrijf SL-27

6Duurzaamheid

Over het algemeen worden zegenmethoden gezien als visserijmethoden met een laag brandstofverbruik ten opzichte van andere actieve vismethoden. De leeftijd en vorm van het schip hebben hier echter ook nog een belangrijke invloed op. Onderzoekers uit IJsland en Noorwegen toonden aan dat het brandstofverbruik voor de zegenmethodes gemiddeld tussen de 0,20 tot 0,25 liter per kilo gevangen vis lag. Dit lage brandstofverbruik levert weer economische en ecologische voordelen op. Verder levert de hogere kwaliteit van de vangst meestal ook een economisch voordeel op door hogere prijzen op de visafslag.

De gemengde vangst van een flyshooter.Zeevisbedrijf SL-27

In Nederland was deze vistechniek tot voor kort nog vrij onbekend, maar de laatste jaren is er steeds meer onderzoek gedaan naar de flyshootvisserij. Zo is er een vergelijkend onderzoek uitgevoerd tussen de flyshootmethode en andere vismethodes.

Daaruit kwam naar voren dat de flyshootmethode ten opzichte van de boomkor- en bordenmethode een groot oppervlak per uur bevist (ongeveer 1,6 km2). Bij de boomkor en de bordenvisserij (otter trawl) ligt het beviste oppervlak een stuk lager. Daarentegen is de impact van de flyshootmethode op de zeebodem en het leven op de zeebodem wel aanzienlijk minder ten opzichte van de boomkor- en bordenmethodes.

De footprint is de fysieke impact van de visserij op de bodem, en wordt uitgedrukt als km2 bodemoppervlak dat per uur wordt beroerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen bodemberoering op meer dan 2 cm diepte in de bodem (donkerblauw) en van het bodemoppervlak (lichtblauw). Deze footprints hangen af van het type vistuig (breedte, gewicht, druk op bodem), de vaarsnelheid van het visserschip, en het type bodem (zand of slib). De boomkorvisserij – vissend met twee netten van 12 m breed – beroert circa 0,2 km2 per uur en dringt daarbij meer dan 2 cm de bodem in. De ottertrawl en flyshootvisserij beïnvloeden een groter oppervlak, maar verstoren minder de ondergrond.Wageningen Marine Research

Verder zijn er in de periode van 1968 tot 1980 enorme ontwikkelingen geweest in de flyshootmethode. Deze ontwikkelingen blijven zich doorzetten en dit is vooral terug te zien in:

  • Het visnetontwerp
  • De zegentouwen
  • De werktuigen aan dek
  • Multipurpose schepen (flyshoot- en twinrigmethode)

Door te blijven innoveren zijn Nederlandse flyshooters vrij efficiënt. Zo zijn Nederlandse flyshooters in vergelijking met bijvoorbeeld Franse vissers relatief weinig op zee, maar voeren ze wel veel vis aan. Dit zorgt nog weleens voor spanningen en dan met name in Het Kanaal.

Poon is een ongequoteerde vissoort die gevangen kan worden met de flyshootmethode. Zeevisbedrijf SL-27
Verder krijgt de flyshootmethode ook nog weleens kritiek op het feit dat er gevist wordt op ongequoteerde soorten zoals inktvis en rode mul. De aanvoer van deze soorten schommelt sterk, maar daarmee kan nog niet gezegd worden of het goed of slecht gaat met die soorten. Er is gewoonweg nog te weinig informatie over bekend om daar wetenschappelijk onderbouwde uitspraken over te doen.