Andere geteste innovaties

Binnen de Nederlandse visserij zijn er ook nog een aantal innovatieve visserijmethoden ontwikkeld en getest die (vooralsnog) niet zijn doorgebroken. Deze innovaties zijn dus om verschillende redenen momenteel (bijna) niet terug te vinden binnen de Nederlandse visserij. Twee voorbeelden hiervan zijn de twinbeam en de hydrorig. In dit hoofdstuk zullen we deze twee visserijmethoden kort bespreken.

1Twinbeam

De twinbeam is ontwikkeld als een alternatief voor de traditionele boomkor. Deze boomkorvariant levert vooral brandstofbesparing op, omdat het vistuig bij dezelfde snelheid minder weerstand ondervindt. Er kan een brandstofbesparing van tientallen procenten mee worden gerealiseerd. Met deze methode kan er meer zwartvis worden gevangen ten opzichte van de traditionele boomkor. De twinbeam heeft hierdoor een positieve invloed op de winstgevendheid van vissers. Aan ieder tuig bevinden zich twee netten.

In het midden van het tuig bevindt zich een extra slof. De kotters vissen met vier kleinere boomkornetten (4×6 meter) in plaats van twee grote (2×12 meter). Ieder net heeft z’n eigen wekkers en kietelaars. De grondpees bestaat uit een ketting die met rubberschijven is bekleed (zie onderstaande afbeelding). In totaal is de grondpees ongeveer 22 meter en het beklede deel (midden) is ongeveer 6 meter. De breedte van elk net aan een tuig van 12 meter is 5,5 meter en de verticale netopening is 60cm.

Hier zie je een foto van de twinbeam (links) en een voorbeeld van de optuiging (rechts) bestaande uit een rolder met touwenschot en rubberschijven.

Hier zie je een foto van de twinbeam (links) en een voorbeeld van de optuiging (rechts) bestaande uit een rolder met touwenschot en rubberschijven.

Er kan worden gevist op schol met vijf wekkers met een schalmdikte van 22, 24 en 26mm en twaalf kietelaars met een schalmdikte van 26, 22, 20, 16, 14 en 12mm.

Met de schalmdikte hebben we het over de dikte van elk van de metalen ringen van een ketting.

Bij het vissen op tong worden er andere netten gebruikt, de tongnetten. In het midden van het net zit een tongflap. Het net heeft kale of rubberpezen en mazen van 8 cm. Hiermee kan worden gevist op slappe grond voor de kust, zoals in de Duitse bocht. Over het algemeen wordt daar niet zwaar gevist en de vissnelheid is daar vaak ook hoger. Na een aantal weken is de ketting een beetje versleten en kunnen de wekkers en kietelaars worden vernieuwd. De pees kan een paar kettingschalmen worden doorgehaald om het net weer in de goede visstand te krijgen. Tijdens het vissen kan de bemanning de vangst te vergelijken om een indruk te krijgen of de twee tuigen goed en gelijk afgesteld zijn.

Ook is er geëxperimenteerd met een twinbeam met een vleugelvorm in plaats van een ronde boom (zie onderstaande afbeelding). Dit noemen we een twin-fly-beam. De uiteindelijke vorm van de dwarsdoorsnede is een boom die bol is aan de voorkant en smaller aan de achterkant. De lagere weerstand met de twin-fly-beam komt niet alleen door de vleugelvorm. De vleugelvormige buis is ongeveer de helft lichter en dat is toch duizend kilo minder die over de zeebodem moet worden getrokken.

De boom van een twin-fly-beam.

De boom van een twin-fly-beam.

2Hydrorig

De hydrorig is een innovatieve visserijmethode die ontwikkeld is als alternatief voor de boomkor. Het idee voor het ontwikkelen van de hydrorig is ontstaan uit verschillende experimenten uitgevoerd door collega vissers die bezig waren met het flybeamtuig en met spoilers. In de USA was al een soort bolkoppentuig bekend. De combinatie van al deze gegevens heeft geleid tot de hydrorig. Het tuig is anders dan het traditionele boomkortuig. De vis wordt niet opgeschrikt door wekkers, maar door waterstromingen die de bodem omwoelen.

Verder is de boom van de boomkor vervangen door een vleugelmodel. De wekkerkettingen zijn vervangen door halve bollen die aan de boomkorvleugel zijn bevestigd (zie afbeelding hieronder). Deze halve bollen creëren een waterstroming op de vleugel. Het tuig heeft een middenslof en aan de onderkant van de vleugel een holvormige buis. Er zijn nog wel kietelaars, maar die zorgen er alleen voor dat de vis zich niet meer ingraaft. Het brandstofverbruik ligt ongeveer 30% lager dan bij de boomkor, omdat er geen zware wekkers meer worden gebruikt. De vissnelheid is geen 7 mijl, maar ligt rond de 5 mijl. Deze vissnelheid is beter voor de optimale omwoeling van de zeebodem. Als er gevist wordt op harde grond kan de werveling minder effect hebben dan op een zachte bodem.

De boom van de hydrorig (links) met de halve bollen en de schone vangst met de hydrorig (rechts).

De boom van de hydrorig (links) met de halve bollen en de schone vangst met de hydrorig (rechts). VCU
Met deze manier van vissen kan er jaarrond gevist worden, net als met de traditionele boomkor. De hydrorig bleek voornamelijk een goed alternatief voor de zomerperiode, want in die periode zijn de vangsten met de boomkor ook wat minder. Door de brandstofbesparing van ongeveer 25% werd de hydrorig voor die periode gezien als een mogelijk alternatief voor de traditionele boomkor. Op de Doggersbank en op de Monkeybank werd er voornamelijk mee op schol gevist, omdat in de zomermaanden de tongvangsten voor een boomkorvisser iets minder zijn. Het weer speelt ook een rol, omdat de bolkoppen bij mooi weer een beter effect hebben.

In de wintermaanden kon er met de boomkor langer worden doorgevist met slechter weer. Gedurende de winterperiode vangt de boomkor vooralsnog beter dan de hydrorig. De bijvangsten zijn met de hydrorig wel behoorlijk minder in vergelijking met de boomkor. Dat komt waarschijnlijk doordat er geen gebruik wordt gemaakt van de wekkers. Het grootste deel van de vangst is mooie, schone vis van een hoge kwaliteit (zie bovenstaande afbeelding). Er wordt ook minder ondermaatse vis gevangen, omdat het netwerk ruimere mazen heeft dan het traditionele boomkornet. De bodemberoering is ook beduidend minder doordat er geen wekkers worden gebruikt. Ondanks deze voordelen bleek de hydrorig vooralsnog niet rendabel genoeg.