Twinrig

De twinrig komt oorspronkelijk uit de golf van Mexico waar dit vistuig in de jaren vijftig werd uitgeprobeerd. In Australië werd er in de jaren zeventig mee gevist op garnalen en kreeften. In Europa werd deze methode in 1983 voor het eerst door de Denen toegepast. Deze vissers behaalden zulke goede resultaten dat ook vissers uit andere landen belangstelling gingen tonen. In Nederland kwam de interesse in de twinrig later op gang dan in andere Europese landen. De twinrig is inmiddels veel gebruikte vismethode in Noordwest-Europa. Ook in de Nederlandse en Belgische vloot zijn er nu verschillende twinriggers actief. Er zijn ook kotters die zowel met de twinrig als ook met de boomkor vissen.

Een kotter die vist met de twinrig methode.

Een kotter die vist met de twinrig methode.Maritieme Fotografie

1Beschrijving

De twinrig is een aangepaste versie van de klassieke bodemtrawl. Hierbij wordt een horizontale netopening verkregen door visborden. Bij de twinrig zijn twee bodemtrawlnetten via een centrumgewicht aan elkaar gekoppeld (zie onderstaande afbeelding). Hierbij worden drie- of tweelijnensysteem gebruikt. Aan de buitenkanten bevinden zich de visborden, die zorgen ervoor dat de netten horizontaal worden opengehouden. Een twinrigvistuig kan zo een spreiding krijgen van ongeveer 180 meter.

Twinrig uitvoeringen met een drie lijnensysteem (links) en een twee lijnensysteem (rechts).

Twinrig uitvoeringen met een drie lijnensysteem (links) en een twee lijnensysteem (rechts). IMARES

De ontwikkeling staat niet stil, want er zijn al multirig methoden van drie tot acht aan elkaar gekoppelde netten. De twinrig geeft bij dezelfde totale netweerstand en hetzelfde motorvermogen een groter visoppervlak dan een enkel net. Dit zorgt voor een hogere opbrengst van platvis. De verticale netopening is kleiner bij een twinrig, waardoor deze minder geschikt is voor het vissen op rondvis dan de traditionele enkele bodemtrawl. Twinrig kotters kunnen, als ze dat willen, ook deze enkele bodemtrawl optuigen.

Hier zie je de ombouw van een boomkorkotter naar een boomkor/twinrig kotter.

Hier zie je de ombouw van een boomkorkotter naar een boomkor/twinrig kotter.

Het vistuig bestaat uit twee visborden, twee netten en een centrumgewicht. Het schip is uitgerust met twee nettentrommels die onafhankelijk van elkaar kunnen draaien. Deze trommels zijn nodig om de kabels en netten op te slaan. Een ruim achterdek is gemakkelijk bij het uitzetten en inhalen van de tuigen. Bij schade aan de netten komt dat ook van pas. Verder heb je nog een vislier met drie trommels nodig, zodat de drie vislijnen afzonderlijk van elkaar gevierd of gehaald kunnen worden. Er zijn ook kotters die een middenlier en twee bordenlieren hebben. Ook zijn er schepen die op een automatische lierbediening vissen. Deze wordt autotrawl genoemd. Bij dit systeem wordt de lier bedient door een computer, die het net in de juiste (vang)stand houd.

Een selectiepaneel met vierkante mazen.

Een selectiepaneel met vierkante mazen.

Om het vissen te vergemakkelijken gebruikt men tegenwoordig vaak sensoren voor de stand van het net (2x), de pitch (stand bord voor- of achterover), roll (hellingshoek), height (hoogte gemeten tot de bodem) en de spreiding. Vaak wordt een selectiepaneel gebruikt. De maaswijdte varieert van 80 tot 120 mm. Veel gebruikte netmaterialen zijn PA (polyamide of nylon), PE (polyethyleen) en PES (polyester). De diepte en breedte van het paneel variëren van 25 tot 100 mazen.

Middengewicht.

Middengewicht.

Rubberschijven.

Rubberschijven.

Nettenrol.

Nettenrol.

Het voortuig bestaat uit:

  • Vislijnen; De lengte varieert van 175 tot 375 m, afhankelijk van de diepte. De diameter bedraagt 18 tot 26 mm. Als men vist met dynema, dan gebruikt men 28 mm en daaromheen zit dan nog een beschermingsmantel. Daarmee komt de lijn uit op 34 mm. Vaak is de klomplijn ook dikker aangezien deze het meest voor z’n kiezen krijgt. Over het algemeen gebruikt men een vislijnlengte-waterdiepte verhouding van 4:1 tot 7:1.
  • Visborden; De oppervlakte van het visbord varieert van 2,5 tot 9,5 m2. De meest gebruikte oppervlakte is 6 m2. Het gewicht loopt uiteen van 275 tot 1500 kg, met 600 kg als veel voorkomend gewicht.
  • Centrumgewicht; Dit is vaak gemaakt van een kluwen ketting, maar een rollende variant komt ook voor. Vaak gebruikt men een boomkorslof. Het gewicht varieert van 175 tot 1500 kg. Een doorsneegewicht is 500 tot 600 kg.
  • Bordenstroppen; De lengte varieert tussen de 6 tot 9 meter.
  • De kabels of voorlopers; De lengte ligt tussen de 75 tot 210 meter met een diameter van 16 tot 20 mm. Bij Noorse kreeft zijn de kabels wat korter. De kabels zijn vaak voorzien van rubber schijven van 40 tot 60 mm. Tussen de kabels en de nokken van het net zitten de stroppen. De lengte van de kabels varieert.
  • Grondpees; De lengte van de grondpees is afhankelijk van de afmetingen van de netten. De grondpees is voorzien van rubber schijven. Een diameter van 55 mm komt voor, maar de diameter loopt op tot 120 mm. Tegenwoordig worden kietelaars gebruikt.
  • Netgeometrie; De netten hebben geen grote verticale opening. Deze varieert tussen de 1 en 4 meter, met een gemiddelde van 1,5 meter. De bordspreiding loopt uiteen van 100 tot 250 meter, waarbij het merendeel van de schepen momenteel vist met ongeveer 230-250 meter. De horizontale netopening is ongeveer een derde van de lengte van het net. Hoewel de netten groter zijn dan bij de boomkorvisserij, kan er door de lagere vissnelheid en de lichtere uitvoering van de netten tot 25% bespaard worden op de brandstofkosten.

Het vistuig veroorzaakt weinig bodemverstoring als het niet met wekkerkettingen is uitgerust. Er worden goede vangsten met een goede kwaliteit van de vis gedaan. De aanpassing van een boomkorvaartuig om de twinrig methode toe te passen is relatief beperkt. Op het achterdek wordt een portaalmast met een dubbele nettrommel geplaatst. Verder worden de bestaande vislieren gebruikt voor de visborden. Voor de middenklomp moet eventueel een extra lier geïnstalleerd worden. De vangst wordt langszij op het voordek gelost en in de bestaande installatie verwerkt. Natuurlijk kan ook gekozen worden voor extra aanpassingen waardoor de vangst op het achterdek gelost kan worden. Dit maakt de vangstverwerking wel gemakkelijker.

Achterschip uitgerust voor de twinrig.

Achterschip uitgerust voor de twinrig.

2Werkwijze

In dit hoofdstuk bespreken we de wijze waarop de twinrig normaalgesproken wordt gebruikt. De hier beschreven werkwijze kan afwijken van de praktijk en verschillen per kotter. Het belangrijkste is dat een visser ten allen tijden rekening houdt met de veiligheid.

Uitzetten bij een hekkotter

Bij het uitzetten van het visnet volgt meestal deze procedure aan boord van een hekkotter met twinrig:

  • Eerst worden de beide netten van de nettentrommel gevierd.
  • Daarna kijken we of de drijvers op de bovenpees goed boven komen drijven.
  • Aan beide netten worden de kabels bevestigd, deze zijn ook aan de nettentrommel bevestigd. Er zijn in totaal vier kabels, waarbij twee kabels worden bevestigd met een G-schalm aan het centrumgewicht en twee aan de visborden.

Het uitzetten van een twinrig net. Aantekening: A. De middenlier voor het centrumgewicht, B. Dichtmaken van de kuilen, C. Overboord zetten van de kuilen, D. Het net van de trommel vieren, E. Middeling wordt overboord geleid, F. Kabels aan de visborden / centrumgewicht inpikken.

Het uitzetten van een twinrig net. Aantekening: A. De middenlier voor het centrumgewicht, B. Dichtmaken van de kuilen, C. Overboord zetten van de kuilen, D. Het net van de trommel vieren, E. Middeling wordt overboord geleid, F. Kabels aan de visborden / centrumgewicht inpikken.

Binnenhalen bij een hekkotter

Bij het binnenhalen van het visnet volgt meestal deze procedure aan boord van een hekkotter met de twinrig methode:

  • De drie vislijnen worden ingehaald tot de visborden en het centrumgewicht achter de kotter op hun plaats hangen.
  • De thuishalers van de nettenrol worden aan de kabels bevestigd en opgedraaid tot de bordenstroppen zonder spanning hangen.
  • De bordenstroppen worden losgemaakt en veilig aan de kant gelegd. De kabels en het net kunnen op de nettenrol worden gedraaid.
  • Als het kuiltouw bij de verschansing verschijnt, wordt de nettenrol gestopt.
  • De jumper wordt aan het kuiltouw vastgemaakt en opgedraaid, waardoor de kuilen van het net boven de stortbakken getrokken wordt. De kuilen kunnen nu geleegd worden. Daarna kunnen de netten weer uitgezet worden.

Het binnenhalen van een twinrig net. Aantekening: A. Bordenstroppen uit visbord / centrumgewicht pikken en in nettenrol inpikken, B. Kabels uit de visborden pikken, C. Netten op de nettenrol draaien, D. Kuil vol kabeljauw.

Het binnenhalen van een twinrig net. Aantekening: A. Bordenstroppen uit visbord / centrumgewicht pikken en in nettenrol inpikken, B. Kabels uit de visborden pikken, C. Netten op de nettenrol draaien, D. Kuil vol kabeljauw.

Beëindigen van het vissen bij een hekkotter

Bij het beëindigen van het vissen volgt meestal deze procedure aan boord van een hekkotter met twinrig:

  • Het vistuig wordt binnengehaald.
  • De kabels en de netten worden aan de thuishalers van de nettentrommel gehangen.
  • Daarna worden de netten schoon gespoeld voordat ze worden opgedraaid.
  • Vervolgens worden de netten zeevast op de rol gezet net zoals de visborden.

Het beëindigen van het vissen bij een hekkotter met twinrig. Aantekening: A. Rubberkabels op de nettenrol, B. Het uitvieren van het net om het schoon te spoelen, C. Kuilen op de nettenrol draaien, D. Op de weg terug naar de thuishaven.

Het beëindigen van het vissen bij een hekkotter met twinrig. Aantekening: A. Rubberkabels op de nettenrol, B. Het uitvieren van het net om het schoon te spoelen, C. Kuilen op de nettenrol draaien, D. Op de weg terug naar de thuishaven.

Uitzetten bij een boomkorkotter

Bij het uitzetten van het visnet aan boord van een boomkorkotter met twinrig volgt een vrijwel vergelijkbare procedure als bij een hekkotter, deze is te zien in onderstaande afbeeldingen.

Het uitzetten van het visnet aan boord van een boomkorkotter met twinrig. Aantekening: A. Het vieren van de netten van de nettenrol, B. Daarna volgen de rubberkabels, C. Het losmaken van de rubberkabel aan het middengewicht, D. Het losmaken van de thuishalers.

Het uitzetten van het visnet aan boord van een boomkorkotter met twinrig. Aantekening: A. Het vieren van de netten van de nettenrol, B. Daarna volgen de rubberkabels, C. Het losmaken van de rubberkabel aan het middengewicht, D. Het losmaken van de thuishalers.

E. Het vastmaken van de thuishalers aan de visborden, F. Het vastmaken van de thuishalers aan het middengewicht, G. Uitvieren van het visbord, H. Uitvieren van het middengewicht, I. De jumper naar het achterdek, J. Vastmaken van de jumper.

E. Het vastmaken van de thuishalers aan de visborden, F. Het vastmaken van de thuishalers aan het middengewicht, G. Uitvieren van het visbord, H. Uitvieren van het middengewicht, I. De jumper naar het achterdek, J. Vastmaken van de jumper.

Binnenhalen bij een boomkorkotter

Bij het binnenhalen van het visnet aan boord van een boomkorkotter met twinrig volgt een vrijwel vergelijkbare procedure als bij een hekkotter. Belangrijk bij het halen van het vistuig is om de snelheid van het schip terug te brengen tot zeer langzaam, daarna kan het inhalen van de vislijnen en de middenlijn beginnen. Als de visborden en het middengewicht boven zijn, kan de bemanning aan het werk.

Het beëindigen van het vissen bij een boomkorkotter met twinrig. Aantekening: A. Het halen van het middengewicht, B. Het halen van de visborden, C. Het visbord valt in de bordenvanger, D. De rubberkabel wordt van het middengewicht losgemaakt.

Het beëindigen van het vissen bij een boomkorkotter met twinrig. Aantekening: A. Het halen van het middengewicht, B. Het halen van de visborden, C. Het visbord valt in de bordenvanger, D. De rubberkabel wordt van het middengewicht losgemaakt.

E. De haken worden aan de nettenrol vastgemaakt, F. De nettenrol draait het net op, G. De stroppen worden aan het schip vastgemaakt, H. De stroppen worden aan het schip vastgemaakt, I. De rubberkabels draaien op de nettenrol, J. Het eind van de rubberkabels, K. Na de rubberkabels komen de netten, L. De kuilen komen boven, M. De kuilen zijn boven, N. De kuilen kunnen geleegd worden, O. De kuilen draaien op de nettenrol, P. Het kuiltouw wordt aan de jumper bevestigd om de vis te boxen.

E. De haken worden aan de nettenrol vastgemaakt, F. De nettenrol draait het net op, G. De stroppen worden aan het schip vastgemaakt, H. De stroppen worden aan het schip vastgemaakt, I. De rubberkabels draaien op de nettenrol, J. Het eind van de rubberkabels, K. Na de rubberkabels komen de netten, L. De kuilen komen boven, M. De kuilen zijn boven, N. De kuilen kunnen geleegd worden, O. De kuilen draaien op de nettenrol, P. Het kuiltouw wordt aan de jumper bevestigd om de vis te boxen.

Q. Het kuiltouw wordt aan de jumper bevestigd, De jumper wordt laag gehouden door een touw met een oog erin, zodat de jumper niet langs de opbouw en de brug schuurt, S. De kuilen worden geleegd, T. De kuilen worden geleegd, U. Schone twinrig box met schol, V. Het touw om de jumper laag te houden wordt bevestigd aan de jumper, W. Het achtereind wordt afgestropt, zodat het met slecht weer niet van het dek afgetrokken wordt, X. De kuil wordt dichtgemaakt, Y. De jumper wordt weer naar beneden getrokken, Z. Daarna wordt het kuiltouw aan de kuil bevestigd.

Q. Het kuiltouw wordt aan de jumper bevestigd, De jumper wordt laag gehouden door een touw met een oog erin, zodat de jumper niet langs de opbouw en de brug schuurt, S. De kuilen worden geleegd, T. De kuilen worden geleegd, U. Schone twinrig box met schol, V. Het touw om de jumper laag te houden wordt bevestigd aan de jumper, W. Het achtereind wordt afgestropt, zodat het met slecht weer niet van het dek afgetrokken wordt, X. De kuil wordt dichtgemaakt, Y. De jumper wordt weer naar beneden getrokken, Z. Daarna wordt het kuiltouw aan de kuil bevestigd.

Momenteel wordt er druk getest met een twinrig-pulssysteem aan boord van het MDV schip . Deze vismethode combineert de twinrig met een pulssysteem dat vergelijkbaar is aan het pulssysteem dat gebruikt wordt voor de pulskor op platvis. Dit is een compleet nieuwe vismethode en men hoopt met de twinrig-puls naast schol ook tong te gaan vangen.

De twinrig-puls voor het MDV schip Immanuel.

De twinrig-puls voor het MDV schip Immanuel.Visserijnieuws

Ook zijn er inmiddels schepen die vissen met meer dan 2 netten, dit noemt men dan geen twinrig meer maar een multirig. Bij een multirig gebruikt men 3 tot 8 netten, zoals te zien is in onderstaande afbeelding.

Verschillende uitvoeringen van een multirig. Aantekening: A. Een triple-rig, B. Een quad-rig met een drielijnensysteem, C. Een quad-rig met een vijflijnensysteem, D. Een multi-rig met zes netten, E. Een multi-rig met acht netten

Verschillende uitvoeringen van een multirig. Aantekening: A. Een triple-rig, B. Een quad-rig met een drielijnensysteem, C. Een quad-rig met een vijflijnensysteem, D. Een multi-rig met zes netten, E. Een multi-rig met acht netten Seafish

3Doelsoorten en bijvangsten

De voornaamste doelsoorten van de twinrig zijn schol en Noorse kreeft. Schol is met name interessant voor omgeschakelde boomkorvissers met een klein tongquotum, omdat tong slecht gevangen wordt met de twinrig. Door met de twinrig te gaan vissen kan een visser voorkomen dat zijn tongquotum overschreden wordt.

De voornaamste bijvangsten van de twinrig zijn tarbot, Noordzeekrab, schar, tongschar, kabeljauw, mul en poon. Toch vangen twinriggers per eenheid inspanning (per etmaal op zee, per uur vissen en per hectare bevist oppervlak) met een kuil met mazen van 100 mm minder scholdiscards dan boomkorschepen (zie onderstaande afbeelding). Per vistrek is dat anders, omdat een gemiddelde vistrek van een twinrigger ruim vier uur duurt en een boomkortrek ongeveer twee uur. Ondermaatse schol en schar zijn de meest voorkomende visdiscards binnen de Nederlandse twinrig visserij. Met een twinrigger vangt men gemiddeld 6 tot 60 keer minder benthos dan met de boomkor methode.

Hier zie je het aantal scholdiscards per uur vissen voor 10+ en 8+ cm twinrigvisserij en 80 mm boomkorvisserij van een onderzoek uit 2004.

Hier zie je het aantal scholdiscards per uur vissen voor 10+ en 8+ cm twinrigvisserij en 80 mm boomkorvisserij van een onderzoek uit 2004.RIVO

De belangrijkste visgronden voor de twinrig liggen verspreid over de Noordzee. Zo wordt poon bijvoorbeeld veelal op dezelfde plaatsen gevangen als met de boomkor, dus tussen Nederland en Groot Brittannië, maar ook in de Duitse Bocht. Poon heeft een aanvoerpiek in de periode mei tot oktober met de twinrig. Noorse kreeft vangt men ver uit de kust, meestal ten noordwesten van Nederland en in de Silverpit. Voor de Noorse kreeft ligt de aanvoerpiek in de periode juli tot augustus. Mul wordt het meest in de zomer aangeland. De aanvoer van wijting neemt tussen januari en augustus af, maar neemt vanaf augustus weer toe. Met name vlakke en harde zandgronden zijn geschikte visgronden voor de twinrig en deze visgronden kunnen ook vrij diep zijn, zoals het geval is bij de Silverpit en de Botneyground.

4Gedrag van vis ten opzichte van het tuig

De visborden en het centrumgewicht slepen over de grond en zorgen voor stofwolken die de vis doet opschrikken. Door de stofwolken zwemt de vis naar het midden voor de kabels uit en komt in het net terecht wanneer deze is uitgeput. Ook zorgen de vislijnen voor vibraties in de waterkolom en jagen daarmee de vis op. De vissnelheid ligt rond de drie mijl. Als er met een te hoge snelheid wordt gevist, bestaat het risico dat de vis door het net en de kabels wordt ingehaald en zo ontsnapt. Een ander probleem is ook dat de borden dan omhoog gaan en dat op den duur het net gaat zweven.

Het vangvermogen is afhankelijk van de helderheid van het water. Deze methode vangt het beste tijdens gunstig weer en overdag. Bij troebel water neemt het effect van de stofwolken af en wordt er minder vis gevangen. De twinrig methode is (nog) niet echt geschikt voor een jaarrondvisserij. In het voorjaar (maart tot mei) wordt vaak gevist met andere vismethoden. In de zomermaanden (juli en augustus) is de twinrig aan de beurt. Het vangvermogen van de netten wordt bevorderd door het gebruik van kietelaars. Op harde grond wordt het tuig zwaarder gemaakt met zwaardere kietelaars. Men kan ook het laatste stuk kabel voor het net vervangen door een zwaardere ketting. Ook wordt er soms gevist met een hogere kabellengte (van 100 tot 250 meter).

Op slappe grond wordt licht gevist met een lichte rubberen pees. Je kunt de rubberen onderpees ook doorhalen of juist laten vieren. Met slechter weer kan er wat gewicht op de onderpees aangebracht worden. De bovenpees kan wat worden verlengd. Sommigen passen geen veranderingen toe, maar variëren wel de lengte van de vislijnen of van de kabels. De controle op de optimale stand van het vistuig kan geregeld worden met merkjes op de vislijnen of door het gebruik van sensoren.

5Verwerking

Het verwerken van de vis aan boord van een kotter die vist met een twinrig is vergelijkbaar met de outrig.

6Duurzaamheid

De twinrig is een alternatief voor de traditionele boomkor. Het vistuig van de twinrig is in vergelijking met de boomkor veel lichter, omdat meestal geen wekkers worden gebruikt. Verder veroorzaakt het vistuig relatief weinig bodemberoering als het niet met wekkerkettingen is uitgerust. Soms worden een aantal lichte kietelaars gebruikt. Door het lichtere tuig is er minder bodemberoering, worden er minder discards bijgevangen en is de kwaliteit van de vis hoger ten opzichte van de boomkor.
Daarnaast gebruikt de twinrig methode aanzienlijk minder brandstof dan de boomkorvisserij. Hoewel de netten groter zijn dan bij de boomkorvisserij, kan er door de lagere vissnelheid en de lichtere uitvoering van de netten tot 25% bespaard worden op de brandstofkosten. Dit resulteert ook weer in een lagere CO2 uitstoot.

Schol gevangen met de twinrig kan in aanmerking komen voor een MSC-certificaat. Dit certificaat geeft aan dat de vis op een manier is gevangen die voldoet aan de standaard van MSC. Zulke standaarden worden opgesteld in overleg met de visserij, wetenschappers, natuurorganisaties, experts en belanghebbenden. In deze standaarden staan de eisen vermeld waaraan visserijen moeten voldoen om als duurzaam te worden gecertificeerd. Zodra een visser een MSC certificaat heeft ontvangen mag zijn vis verkocht worden met het MSC-logo erop. Het is bijzonder dat het MSC certificaat is uitgereikt aan de twinrig-visserij met 80mm maaswijdte. Het kan gezien worden als een mijlpaal voor de Nederlandse vissersvloot, omdat met dit certificaat is bewezen dat ook vissen met kleine maaswijdten duurzaam kan zijn.

Het MSC logo voor Noordzee schol en tong gevangen met de twinrig/flyshoot/outrig vismethode

Het MSC logo voor Noordzee schol en tong gevangen met de twinrig/flyshoot/outrig vismethodeCVO