Outrig

De outrig vismethode is als alternatief ontwikkeld voor de boomkor. In tegenstelling tot de boomkor maakt de outrig methode geen gebruik van een boom voor het openen van het net, maar gebruikt het visborden. Er wordt veel brandstof bespaard met deze methode (gemiddeld 45% ten opzichte van de boomkor), omdat er minder tuigweerstand optreedt door lichter te vissen met een lagere vissnelheid (drie mijl per uur). Ook zijn de materiaalkosten lager, omdat er minder slijtage van de tuigen is dan bij de boomkor. Er zijn kotters die netten gebruiken die al zes jaar oud zijn, ondanks dat ze acht maanden per jaar intensief gebruikt worden. Wanneer de kotter binnen ligt is er voor de bemanning meestal veel minder herstelwerk dan bij de boomkor. Met de boomkormethode heb je veel meer slijtage aan bijvoorbeeld de wekkers, kettingen en kabels. Verder is de kwaliteit van de gevangen vis beter, omdat die niet beschadigd wordt tijdens het vissen.

De outrig methode is minder geschikt om tong te vangen en kent als voornaamste doelsoorten schol en Noorse kreeft (ook vaak langoustines genoemd). Onderzoek uit 2007 toonde aan dat de vangsten van Noorse kreeft soms vier tot vijf keer groter zijn ten opzichte van de boomkor. Kortom, de outrig vismethode is een haalbaar en zuiniger alternatief voor de traditionele boomkor. In België en Nederland wordt al commercieel gevist door enkele kotters met deze vismethode. Beperkende factoren kunnen de weersomstandigheden en de bodemstructuur van de visgrond zijn. Als het weer te slecht is, kan de lange kuil in de schroef komen. De periode april tot september is geschikt voor het gebruik van deze vismethode, dus buiten de winterperiode om.

Hier zie je een outrig.

Hier zie je een outrig.Wageningen UR

1Beschrijving

Kenmerk van de vismethode is dat je aan elke kant van de kotter een tuig hebt dat wordt opengehouden door visborden in plaats van een boom, zoals gebruikelijk is bij de traditionele boomkor. De visborden die gebruikt kunnen worden voor deze visserijmethode zijn:

  • Rechthoekige visborden
  • V-borden (Dunbar borden, Thyboron borden)
  • Ovale borden (Morgère borden)

Thyborøn borden (boven) met beweegbaar ketting trekpunt, een Durban bord (links beneden) met scharnierende beugel en een Morgère bord met vast trekpunt

Thyborøn borden (boven) met beweegbaar ketting trekpunt, een Durban bord (links beneden) met scharnierende beugel en een Morgère bord met vast trekpuntSDVO

De borden moeten het juiste gewicht en afmetingen hebben voor de optimale stand en spreiding. Het snijpunt (bevestigingspunt van de vislijn) en de trekpunten (bevestigingspunten van de bordenstroppen) zijn belangrijk voor de stand van de visborden. Extra gewicht op de zool of een opzetstuk verhogen de stabiliteit. Belangrijk zijn de sleepsnelheid, verhouding vislijnlengte, lengte van de spruiten, lengte van de boven- en onderstrop en de trekkracht. De afstelling van die genoemde factoren beïnvloeden de visnamigheid.

Een schematische weergave van de outrig methode

Een schematische weergave van de outrig methodeGibo groep Accountants en Aadviseurs

Bij de outrig methode vist men met twee visnetten, aan elke giek één (zie afbeelding hierboven). De spreiding van de borden wordt beperkt door de lengte van de gieken. Wanneer de spreiding te groot is, kunnen de binnenste borden elkaar raken en de beide netten in elkaar verward raken. De afstand tussen de twee binnenste borden mag ook niet te klein genomen worden. Bij een te kleine afstand zak de vangst sterk afnemen. De spreiding van de borden tijdens het vissen blijft niet constant.

Een vissnelheid van 2,5 tot 3,5 mijl geeft een optimale spreiding van het net tussen de 17 en 18 meter. De gemiddelde spreiding van de beide tuigen is 35 meter voor de grotere kotters. Voor de kleinere kotters ligt de spreiding per tuig op ongeveer 8 meter. De lengte van de uitgevierde vislijn is ongeveer drie keer de waterdiepte. Lengte en plaats van het trekpunt van het visbord en de onderlinge verhouding van de bevestigingskettingen van de spruiten aan het visbord en van de bordenstroppen zijn zeer belangrijk. De kleinste aanpassing kan het gedrag van de visborden beïnvloeden.

De constructie van het vistuig.

De constructie van het vistuig.

De spruiten kunnen ook worden vastgemaakt aan het visbord doormiddel van een beweegbare beugel. Qua lengte kunnen de spruiten ongeveer 35 meter zijn. De bordenstroppen voor de kleinere kotters die met lichte visborden vissen kunnen ongeveer 4 meter zijn. Voor de grotere kotters met zwaardere visborden zijn de bordenstroppen 7 tot 8,5 meter. De bovenste en onderste bordenstroppen hebben (ongeveer) dezelfde lengte. Is de bovenste bordenstrop korter dan de onderste, dan zal het visbord sneller op de hak trekken. Als de bovenste bordenstrop langer is dan de onderste, dan zal het visbord voorover lopen en sneller in de zeebodem getrokken worden.

Er zijn elektronische systemen die het functioneren van het vistuig onder water kunnen volgen. Dat kan de schipper dan vervolgens in de brug op een scherm zien. De borden moeten het juiste gewicht en oppervlak hebben om rechtop te blijven en het net optimaal te kunnen spreiden. Het zwaartepunt van het visbord bevindt zich onder het middelpunt. Een extra zool of opzetstuk kunnen de stabiliteit van het visbord verhogen.

Een voorbeeld van de gegevens van een volledig tuig:

  • Lengte kabel van spruitstuk tot visbord: 60 meter.
  • Visbord: Thyborøn type 80 inch Multi Perfect Special, 400 kg.
  • Totale lengte net (vlerken + kuil gestrekt): 60 m.
  • Vlerklengte: 21 m, hoogte: 1,40 m.
  • De hele grondpees kan rond de 50 meter lang zijn bestaande uit ketting van 13 mm, over de hele lengte van de pees kunnen rubberschijven bevestigd zijn. In het midden kunnen rubberschijven van rond de 30 cm bevestigd worden.
  • Lussen aan de onderpees zijn 45 meter met ketting van 8 mm. De UK 246 heeft geëxperimenteerd met onderpezen zonder lussen. Men heeft de indruk dat het tuig hierdoor niet voldoende aan de grond blijft en de vangsten sterk verminderen.
  • Lengte kuil: 39 m.
  • Maaswijdte kuil: 80-100 mm.
  • Lengte rollenpees (kunststof): 12 m.

Square rockhopper

Een square rockhopper (bordjespees) bestaat uit afzonderlijke rubberen rechthoeken, bijeengehouden door stalen kabels en ketting. Bij het vissen komt deze pees, als die over een steen getrokken wordt en loskomt van de zeebodem, sneller terug dan de traditionele bollenpees. Dit voorkomt het verlies van vis en het vangen van stenen en ander bodemmateriaal.

Een square rockhopper.

Een square rockhopper. SDVO

De optuiging van een square rockhopper.

De optuiging van een square rockhopper. SDVO

Niet optimale uitlijning van een square rockhopper en bollenpees.

Niet optimale uitlijning van een square rockhopper en bollenpees. SDVO

Onderpees met grote rubberen schuiven

Een bollenpees is gemaakt van grote rubberen schijven om te kunnen vissen in zeeduinen en te voorkomen dat stenen en vuil in het net terecht komen.

Onderpees met grote rubberen schijven met kettinglussen.

Onderpees met grote rubberen schijven met kettinglussen.

Touwschot

Het gebruik van een touwschot in combinatie met een bollenpees verhindert het meevangen van stenen nog beter. Op de tuigconstructie zijn variaties mogelijk, namelijk:

  • Met en zonder enkele of meerdere kietelaars.
  • Met en zonder kettinglussen aan de onderpees.
  • Verschillende maaswijdtes (80 & 100 mm).
  • Iets groter tuig met zwaardere onderpees en grotere visborden.
  • Verlengde kabels tussen spruitstuk en vlerken van 60 meter naar 100 meter.

2Werkwijze

In dit hoofdstuk bespreken we de wijze waarop de outrig normaalgesproken wordt gebruikt. De hier beschreven werkwijze kan afwijken van de praktijk en verschillen per kotter. Het belangrijkste is dat een visser ten allen tijden rekening houdt met de veiligheid.

Uitzetten

Bij het uitzetten van het visnet volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met outrig:

  • Bij het uitzetten worden eerst de gieken rechtop gezet tegen de mast. Men noemt dit ook ‘’het stoppen van de gieken’’.
  • Vervolgens gaan de borden omhoog tot ongeveer driekwart van de giekhoogte.
  • Daarna worden de gieken op ongeveer 45 graden gezet.
  • Dan wordt een touwstrop, die om het net heen geslagen kan worden, tegen de reling gelegd.
  • Met de jumper wordt het beginstuk van het net en het middenstuk omhoog gehesen. De wekkers kunnen dan goed uit elkaar worden gehaald.
  • Daarna wordt het achtereind opgehesen met de jumper.
  • Vervolgens kan de kuil naar achter worden getrokken en kan de pooklijn worden dichtgeknoopt.
  • De jumper wordt naar beneden gelaten en in de verdeelstrop ingepikt.
  • Daarna kan de schipper vaart maken en dan worden de tuigen met de visborden kant voor kant uitgevierd.
  • De giek zakt langzaam en de jumper wordt losgegooid. Dan kan het visnet worden uitgevierd

Hier zie je hoe het net geopend wordt doormiddel van de waterdruk.

Hier zie je hoe het net geopend wordt doormiddel van de waterdruk.

Binnenhalen net

Bij het binnenhalen van het visnet volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met de outrig methode:

  • De vislijnen worden ingehaald tot de visborden aan het visblok komen.
  • Daarna worden de gieken op ongeveer 45 graden gezet.
  • Met een pikhaak wordt het kuiltouw gepakt en op de haalkop van de vislier gedaan.
  • Daarna wordt de jumper aan de verdeelstrop bevestigd. De jumper wordt opgedraaid, waardoor de kuil boven de stortbakken van de vangstsorteerder getrokken kan worden.
  • De pooklijn wordt losgetrokken en de vangst valt in de stortbakken.
  • Vervolgens wordt de kuil geschud, zodat de laatste vissen verwijderd worden.
  • Daarna kunnen de netten naar achter worden getrokken en wordt de kuil weer dichtgeknoopt. Hierna kunnen de netten weer uitgezet worden.

Het vistuig in de top van de giek.

Het vistuig in de top van de giek.

Beëindigen van het vissen

Bij het beëindigen van het vissen volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met de outrig methode:

  • Na het vissen moeten de beide vistuigen aan boord worden gezet. Het binnenhalen van de vistuigen is hierboven al beschreven.
  • De jumper wordt zo hoog mogelijk tegen het jumperblok gehesen.
  • Een strop wordt aan het achtereind vastgemaakt.
  • Daarna gaat de jumper omlaag en wordt deze in de strop ingepikt. Dit gaat zo door totdat alleen nog het laatste stuk net met de borden buitenboord hangt.
  • De visborden worden helemaal in de top van de giek gehesen, terwijl de gieken getopt staan.
  • Daarna worden de visborden langzaam op het dek gebracht en zeevast met een strop bevestigd.

Innovaties

Om de vangst van tong te vergroten zijn de outriggers volop bezig met experimenteren. Het doel is om de tongvangst te vergroten tot 25% van de totale weekvangst. Tegelijk moet het brandstofverbruik ten opzichte van de boomkor met 60% verminderd worden en het kettinggewicht in het tuig met 80% teruggebracht. Belgische outriggers hebben al langer ervaring met deze vismethode, vooral op bestekken in de stenen in de zuid.

Ongeveer 8% tot 13% van de vangst bestaat uit tong bij de Belgische vissers. Er is een nieuw outrig net ontwikkeld door een nettenmakerij in Denemarken, namelijk een net met dubbele midden. Dit net geeft drie meter extra spreiding en heeft als doel om meer tong en kreeftjes te kunnen vangen.

Grondpees met tongflap.

Grondpees met tongflap. SDVO

Nieuw ontwerp outrignet.

Nieuw ontwerp outrignet. SDVO

Ook zijn er testen met een tongflapje. Dat is een stuk netwerk dat wordt bevestigd aan de laatste kietelaar en aan de eerste mazen van de onderzijde. Daarmee hoopt men te voorkomen dat de tong ontsnapt tussen de laatste kietelaar en de onderpees. De kettingpees is vervangen door een rubberen onderpees. Het brandstofverbruik blijft gelijk.

3Doelsoorten en bijvangsten

De doelsoorten zijn vooral demersale vissoorten. Dat zijn soorten die op of bij de zeebodem leven, zoals platvis en rondvis. De voornaamste doelsoorten die goed te vangen zijn met de outrig methode zijn:

  • Schol
  • Schar
  • Kabeljauw
  • Wijting
  • Noorse kreeft

Qua bijvangst vangt men met de outrig voornamelijk:

  • Tong
  • Tarbot
  • Griet
  • Tongschar
  • Zeeduivel
  • Rog

De outrig vangt als doelsoort de Noorse kreeft (links) en als bijvangst tongschar (midden) en zeeduivel (rechts).

De outrig vangt als doelsoort de Noorse kreeft (links) en als bijvangst tongschar (midden) en zeeduivel (rechts). WA Marine & Environment, Stichting Anemoon, Biopix: N Sloth.

Naast deze genoemde doelsoorten en bijvangstsoorten worden er ook benthos (zeebodemdieren) bijgevangen, zoals zeesterren, zwemkrabben en helmkrabben (5% tot 18% van totale vangst). Het vergelijkend onderzoek tussen de boomkor en de outrig laat zien dat er minder benthos worden bijgevangen met de outrig methode per bevist oppervlak. Met name de in de bodem ingegraven soorten, zoals de gedoornde hartschelp en de grote strandschelp (zie onderstaande afbeeldingen) worden minder bijgevangen met de outrig methode.

Bijvangsten van de gedoornde hartschelp (links) en de grote strandschelp (rechts) zijn lager met de outrig methode.

Bijvangsten van de gedoornde hartschelp (links) en de grote strandschelp (rechts) zijn lager met de outrig methode. Ecomare

Dat komt doordat de outrig methode lichter vist en minder kettingen gebruikt. Daardoor ontstaat er minder bodemberoering en hebben vissers ook minder last van het vangen van veen en stenen. Dit heeft een gunstige invloed op de kwaliteit van de vangst, welke hoger is voor de outrig methode. Zo toonde het vergelijkingsonderzoek tussen de boomkor en de outrig aan dat de schol bij aanlanden een onbeschadigde donkere zijde had (schubben waren nog aanwezig) in tegenstelling tot de schol gevangen met de boomkor. De schollen gevangen met de boomkor hadden meer kale plekken aan de donkere zijde. De witte zijde van de schol, gevangen met de outrigger, vertoonde geen kneuzingen en rode puntjes.

4Gedrag van de vis ten opzichte van het tuig

Het gedrag van platvis bij gebruik van de outrig is vergelijkbaar met de boomkor. Belangrijke verschillen zijn wel dat de outrig een veel lichter vistuig is (mede door afwezigheid van een boom), vist met minder/geen kettingen en een lagere vissnelheid gebruikt (2,5 tot 3,5 mijl).

5Verwerking

Het verwerken van de vis aan boord van een kotter die vist met een outrig is vergelijkbaar met de boomkor. Belangrijk verschil is wel dat er minder zeebodemdieren worden bijgevangen met de outrig, waardoor je schonere boxen hebt. Ook neemt de overlevingskans voor ondermaatse vis en bijvangst waarschijnlijk toe, doordat er gevist wordt met een lichter vistuig. Dit is ook goed terug te zien in de kwaliteit van de gevangen vis. In alle onderzoeken scoorde de vangst van de outrig hoger op versheid en uiterlijke kwaliteit. Kwaliteit kan worden bepaald aan de hand van de QIM methode, waarbij een score van 0 een verse vis betekend. Zodra de QIM score oploopt, neemt de versheid van de vis af. Onderstaande afbeelding laat de QIM scores zijn van een vergelijkende visreis tussen een boomkor, SumWing en outrig. Daarbij scoort de outrig (rood) het beste.

De QIM scores van schol gevangen met een boomkor, SumWing en outrig.

De QIM scores van schol gevangen met een boomkor, SumWing en outrig. IMARES

6Duurzaamheid

De outrig vist lichter en met een lagere vissnelheid dan de boomkor methode. Dat is de reden dat er veel brandstof bespaard wordt. Een brandstofbesparing van rond de 50% is haalbaar ten opzichte van de boomkor, wat weer goed is voor het milieu als ook voor de portemonnee. Een ander financieel voordeel is dat de materiaalkosten lager zijn. Verder is de kwaliteit van de gevangen vis beter. De gemiddelde vangst van maatse vis per bevist oppervlak is voor de outrig ongeveer gelijk aan die van de boomkor. Wel zijn er verschillen te zien in de vangstsamenstelling. Zo worden er met de outrig minder zeebodemdieren bijgevangen, maar zijn de tongvangsten ook lager. Sinds 2012 wordt er Noordzee schol en tong aangeland met de outrig methode die MSC gecertificeerd is. Meer informatie over het MSC certificaat is te vinden in het artikel over de twinrig.

. De gemiddelde visserijresultaten van het onderzoek waarbij vergelijkend werd gevist tussen een outrig en een boomkor. Hieruit blijkt dat de outrig beter scoort op brandstofverbruik, deellonen en onderhoudskosten, wat resulteert in een beter visserijresultaat.

De gemiddelde visserijresultaten van het onderzoek waarbij vergelijkend werd gevist tussen een outrig en een boomkor. Hieruit blijkt dat de outrig beter scoort op brandstofverbruik, deellonen en onderhoudskosten, wat resulteert in een beter visserijresultaat.Gibo groep Accountants en Adviseurs

. De gemiddelde visserijresultaten van het onderzoek waarbij vergelijkend werd gevist tussen een outrig en een boomkor. Hieruit blijkt dat de outrig beter scoort op brandstofverbruik, deellonen en onderhoudskosten, wat resulteert in een beter visserijresultaat.

De gemiddelde visserijresultaten van het onderzoek waarbij vergelijkend werd gevist tussen een outrig en een boomkor. Hieruit blijkt dat de outrig beter scoort op brandstofverbruik, deellonen en onderhoudskosten, wat resulteert in een beter visserijresultaat.Gibo groep Accountants en Adviseurs