Visserij met staande netten

In Nederland bestaat de kleinschalige visserij vooral uit staande netten visserij. Staande netten zijn geschikt om onder de kust te vissen, maar ook op verre visgronden en in de binnenwateren kan hier mee gevist worden. Een staand net is een vistuig bestaande uit een van drijvers voorziene bovenpees en een verzwaarde onderpees met daartussen een één- of meerwandig netwerk. Het staande net wordt aan beide zijden op de zeebodem verankerd. Een staand net staat loodrecht op de bodem en wordt niet door stroming of enigerlei trekkracht voortbewogen. In Nederland is het recreatief vissen met staande netten in het zeegebied en in kustwateren in principe verboden, maar er kan een vrijstelling worden aangevraagd bij sommige kustgemeenten. In een aantal kustgemeenten is het vissen met deze netten dus onder bepaalde voorwaarden wél toegestaan.

Een staand net.

Een staand net. Topvisser.nl

De staande netten methode vindt meestal plaats binnen de 12-mijlszone. Hier vissen niet alleen vissers met staande netten, maar ook (vissers)vaartuigen. Hierdoor kan het erg druk zijn op het visbestek. Daarom onderhouden de meeste staande nettenvissers contact met andere schepen en naburige vissers om de posities en de vrije visbestekken op elkaar af te stemmen.

Maar door de toegenomen drukte is het haast onvermijdelijk dat er conflicten kunnen ontstaan tussen de verschillende gebruikers van de zee. Zulke conflicten kunnen bijvoorbeeld ontstaan op het moment dat het tuig van kottervissers en staande nettenvissers met elkaar in botsing komt. Dit is nadelig voor beide vissers en benadrukt nogmaals het belang van communicatie om dit soort conflicten te vermijden. Het is belangrijk dat posities goed op elkaar worden afgestemd.

Bij de staande nettenvisserij moet er onderscheid gemaakt worden tussen de volgende vangstprincipes:

  • Kieuwnetten: deze netten zijn gebaseerd op het principe dat een vis wel zijn kop door een maas van een net kan steken, maar er niet meer uit terug kan omdat hij dan achter de kieuwdeksels blijft hangen. De visserij met kieuwnetten of starre netten maakt gebruik van dit vangstprincipe.

Hier zie je hoe een kieuwnet werkt. De vis zwemt met zijn kop door een maas van het staande net en blijft haken met zijn kieuwen.

Hier zie je hoe een kieuwnet werkt. De vis zwemt met zijn kop door een maas van het staande net en blijft haken met zijn kieuwen. Seafish
  • Warnetten: deze netten zijn gebaseerd op hetzelfde principe als kieuwnetten, maar deze netten hangen minder strak in het water. De bovenpees van een warnet heeft minder drijfvermogen en staat vaak minder hoog in de waterkolom dan een kieuwnet. Een warnet is effectiever voor het vangen van demersale soorten, zoals platvissen en schaaldieren, doordat deze vissen door hun lichaamsvorm niet gemakkelijk gevangen kunnen worden door een kieuwnet. Maar in een warnet kunnen deze soorten wel verstrikt raken en gevangen worden.
  • Spiegel- of schakelnetten: deze netten zijn gebaseerd op hetzelfde principe als kieuwnetten, maar bestaan uit meerdere lagen. Eén of meer fijnmazige netten hangen voor een grootmazig net. De vis trekt het fijnmazige net door de grote mazen heen en raakt zo gevangen in een zelf veroorzaakt zakje van netwerk. De visserij met spiegel- of schakelnetten maakt gebruik van dit vangstprincipe.

Hier zie je hoe een spiegel-of schakelnet werkt. De vis zwemt door de grote mazen aan de buitenkant, maar raakt met zijn kieuwen verstrikt in het middelste net. In een poging om te ontsnappen zwemt hij het fijnmazige net door het grootmazig net en raakt hij verder verstrikt.

Hier zie je hoe een spiegel-of schakelnet werkt. De vis zwemt door de grote mazen aan de buitenkant, maar raakt met zijn kieuwen verstrikt in het middelste net. In een poging om te ontsnappen zwemt hij het fijnmazige net door het grootmazig net en raakt hij verder verstrikt. Seafish
  • Drijfnetten: deze netten hangen net als staande netten rechtop in het water, met boeien aan de bovenkant en gewichten aan de onderkant van het net. Alleen staan deze netten niet vast, maar drijven deze netten met de zeestroming mee. Deze netten kunnen kilometers lang zijn, enorme afstanden afleggen en zorgen ervoor dat er allerlei zeedieren in verstrikt kunnen raken. Drijfnetten staan bekend om hun bijvangst van dolfijnen, schildpadden, vogels en walvissen en dragen voor een belangrijk deel bij aan het probleem van spooknetten. Mede daarom zijn drijfnetten verboden binnen Europa.

Hier zie je hoe een drijfnet werkt. Het net is niet verankerd aan de bodem en drijft vrij in de waterkolom.

Hier zie je hoe een drijfnet werkt. Het net is niet verankerd aan de bodem en drijft vrij in de waterkolom. Seafish

1Beschrijving

Staande netten zijn verticaal in het water staande of hangende netten met een overwegend rechthoekige vorm. De onderkant is verzwaard en de bovenkant wordt door middel van drijvers of een drijflijn omhoog gehouden, waardoor een vrijwel verticale wand van netwerk ontstaat.

Hier zie je een schematische weergave van het kieuwnet.Seafish
Staande netten worden zowel verankerd, als ook met de stroom meedrijvend toegepast. Ze worden meestal in de richting van de vloedstroom geplaatst, want de stroom is van belang voor deze visserijmethode. Bij een sterke stroming liggen de netten plat tegen de zeebodem en neemt het vangvermogen van het net af. Bij weinig stroming of bij het kenteren van het tij staan de netten recht en vangen ze het beste. Rond springtij wordt meestal minder gevist, omdat de kans op het instromen van grondvuil groter is.

Drijflijn van een staand want net.

Drijflijn van een staand want net.

Waar men met de meeste visserijmethodes actief opzoek gaat naar de vis en men inspanningen moet verrichten om de vis te vangen, daar doet men dat met de staande nettenmethode niet. De vis zwemt meestal zonder enige stimulering in de netten en daarom behoren staande netten tot de passieve vistuigen. Het vangvermogen van passieve vistuigen wordt dus onder andere bepaald door de activiteit van de vis.

Verder heeft de maaswijdte ook een grote invloed op het vangvermogen van het net. Door het kiezen van de goede maaswijdte kan de grootte van de te vangen vis worden bepaald. Ondermaatse vis ontsnapt gemakkelijk door de mazen van het net, terwijl grotere vissen onvoldoende door de mazen kunnen worden vastgehouden. De vangst van ondermaatse vis kan met behulp van de juiste maaswijdte worden voorkomen.

De grootte en vorm van de maas heeft een grote invloed op de lengte van de vissen die je vangt. Zo zie je hierboven dat je de vissen met een lengte ter hoogte van de rode lijn het meest vangt. Veel kleinere of grotere vissen worden niet gevangen in het net met deze mazen, want kleine vissen zwemmen door de mazen heen en grotere vissen passen er niet doorheen.ProSea

De effectiviteit en ook de selectiviteit van kieuwnetten wordt echter niet alleen bepaald door de maaswijdte. Ook de vorm waarin de mazen in het water hangen is erg belangrijk. Als de mazen maar een beetje openstaan, dan geeft het netwerk aan naderende vissen de indruk van een ondoordringbare wand en is de kans groot dat ze dit obstakel proberen te ontwijken.

De vorm van de mazen wordt bepaald door de verdelingsverhouding die internationaal door het symbool E wordt aangeduid. De verdelingsverhouding is het quotiënt van de lengte van de pees waaraan de mazen bevestigd zijn en de gestrekte lengte van de mazen die aan deze pees bevestigd zijn. Bij kieuwnetten worden meestal de beste resultaten bereikt als E = 0.5 – 0.6.

De positie van de staande netten in de waterkolom wordt bepaald door de diepte waarop de te vangen vis voor komt. Op- of bij de bodem verankerde staande netten worden vooral voor de vangst van demersale vissoorten gebruikt. Zodra de netten op de zeebodem worden uitgezet, heb je ankers nodig en een lijn die tot het wateroppervlak komt. Soms worden er ook palen gebruikt. De ankerlijn is aan het anker bevestigd. De bovenpees wordt met een voorslag van een paar vadem gevlochten lijn op het anker bevestigd. De onderpees is met een los eindje aan de bovenpees vastgemaakt.

Om de onderkant van deze netten goed in contact met de bodem te brengen en om te zorgen dat de te vangen vis goed in het net blijft zitten, zijn ze zo samengesteld dat de onderpees 15% tot 40% langer is dan de bovenpees. De overmaat aan lengte van de onderpees wordt sleep genoemd. Veel sleep is visnamiger en de pezen en netten draaien dan minder snel in elkaar. Minder sleep zorgt voor minder ongewenst vuil. De toegepaste sleep is afhankelijk van het visbestek en het inzicht van de visser. Dit type vistuig kan ook in diep water worden toegepast, zoals in IJsland waar met bodemnetten op een diepte van 200 meter op kabeljauw wordt gevist.

De positie van het net in de waterkolom heeft invloed op de vangst. Zo kun je doelgericht vissen op pelagische soorten door de staand want aan het wateroppervlak te plaatsen (links), net boven de grond (midden) of op demersale soorten door het op de bodem te plaatsen (rechts).

De positie van het net in de waterkolom heeft invloed op de vangst. Zo kun je doelgericht vissen op pelagische soorten door de staand want aan het wateroppervlak te plaatsen (links). Een net dicht boven de grond (midden) of op de bodem (rechts) zal met name demersale soorten vangen.

Je kunt ook op pelagische vissoorten vissen met staande netten. De positie van het staande net ligt dan hoger in de waterkolom, zoals te zien is in onderstaande afbeeldingen. Het net blijft dan wel vast staan in de waterkolom door de ankers die bevestigd zijn aan de onderpees. Bij de visserij met staande netten worden jonen (boeien) gebruikt met daaraan een vlag, want deze zorgen ervoor dat de visser zijn netten terugvindt. Verder maakt men met staande netten vaak gebruik van een overhaalmachine. Deze machine scheidt de bovenpees van de onderpees, waardoor er geen wikkelingen in de netten achterblijven.

Materialen voor staande netten

Vroeger werden de netten gemaakt van natuurlijke materialen, zoals katoen. Later volgden netten van gedraaid nylon en tegenwoordig gebruikt men voornamelijk netten gemaakt van transparant monofilament of multifilament garen. Monofilament is goedkoper en heeft een groter vangvermogen dan multifilament.

Een nadeel van monofilament is dat het springerig is en daardoor, ondanks het dunnere garen, toch veel plaats inneemt. Ook treedt bij netten van monofilament een grotere beschadiging van de vissen op en sterft de vis eerder in het net. Multifilament heeft als voordeel dat het langer meegaat, minder vuil vangt en het de vis minder beschadigt.

Een monofilament net (links) en een multifilament net (rechts).

Een monofilament net (links) en een multifilament net (rechts). Filmar & Xinhai

Het is belangrijk dat het garen dun, zacht en soepel is, zodat er zo min mogelijk verstoring van de stroming is in het water. Dit bevordert namelijk het vangvermogen van het net. Vissen die zich door het water verplaatsen wekken in de verplaatsingsrichting een drukgolf op. Deze golf wordt verstoord als de vis een vast voorwerp nadert. Met behulp van z’n zijlijnstelsel kan een vis deze verstoring van het drukveld waarnemen en het obstakel ontwijken. Dun garen verkleint dus ook de kans dat de vis het net kan zien/voelen. Het garen moet echter wel zo sterk zijn dat het de krachten van de vechtende vis kan weerstaan.

Het zijlijnstelsel van een vis.ProSea

Ook moet het garen elastisch/rekbaar zijn, zodat de gevangen vis vastgehouden wordt zolang het net in zee staat, maar ook tijdens het halen van het net. Dit vasthoudende vermogen van het net mag echter ook weer niet zo sterk zijn dat de vis niet uit het net geschud of geplukt kan worden.

Omdat de afmetingen van de gevangen vis door de maaswijdte bepaald worden, moeten de knopen van het netwerk goed gefixeerd zijn. Dit terwijl het garen niet mag krimpen in het zeewater. De maaswijdte moet weer terugkeren naar z’n oorspronkelijke grootte na verwijdering van de vangst. In de praktijk blijkt dat er veel verschil is in de kwaliteit van het garen.

2Werkwijze

Er kan met staande netten op verschillende soorten gevist worden op verschillende plekken. Dat maakt het lastig om een algemene werkwijze voor de staande nettenmethode te beschrijven. Daarom zal er allereerst een aantal algemene zaken besproken worden die van belang zijn voor de werkwijze van staande netten. Daarna zal er kort worden ingegaan op de werkwijze van warnetten, het wrakken op kabeljauw, de warnetvisserij op tong en de werkwijze van spiegel/schakelnetten.

De netten worden klaargemaakt voor de visserij.Seafish

Algemeen

Bij het uitvaren zijn er verschillende factoren waar rekening mee moet worden gehouden. Het weer is erg belangrijk. Bij slecht weer worden de netten niet geschoten in verband met de veiligheid, maar ook is het risico op verlies van het net groot.

Ook bij springtij is het moeilijk vissen. Dit komt doordat de netten plat tegen de bodem gedrukt worden, waardoor hun visnamigheid sterk terugloopt. Daarnaast heeft ook de helderheid van het water invloed op de visnamigheid, omdat de vis de netten waar kan nemen. Hoge concentraties algen en plankton kunnen een nadelig effect hebben op de visnamigheid. Zo kunnen ze zich aan het net hechten, waardoor de zichtbaarheid van het net toeneemt.

Als er teveel algen in het net blijven hangen, dan kan de visnamigheid afnemen.

Als er teveel algen in het net blijven hangen, dan kan de visnamigheid afnemen. Ecomare

Op grond van kennis over stromingen, visconcentraties en visactiviteit worden de netten vaak dwars op de trekrichting van de vis geplaatst. Wanneer de vis niet trekt wordt er gerekend op zijn activiteit, zoals het zoeken naar voedsel. Op die manier kunnen de vissen met het net in aanraking komen en gevangen worden.

Het is voor een visser dus belangrijk om rekening te houden met de verschillende factoren. Een visser kan hier op inspelen door te spelen met het tijdstip van uitzetten en binnenhalen. Ook het drijfvermogen van de bovenpees is verschillend op te zetten. Werkend van 500 gram per 100 m tot aan 2500 gram per 100 m. Het is begrijpelijk dat de onder(lood)pees ook aangepast moet worden wanneer er veel drift gebruikt wordt.

Werkwijze warnetten

Bij deze methode worden de vissen gevangen doordat ze in het net verward raken. Dit kan worden bevorderd door:

  • de verdelingsverhouding te verkleinen, waardoor het netwerk losser en slapper komt te hangen (E = 0.4 – 0.45);
  • de onderpees een veel grotere lengte dan de bovenpees te geven;
  • de onderpees slechts weinig te verzwaren; en/of 
  • door dun, soepel en transparant garen voor het netwerk te gebruiken.

Er worden vooral vissen gevangen waarvan de grootste dwarsdoorsnede groter is dan de omtrek van de mazen. Meestal worden de vissen gevangen door een combinatie van omklemming, bijvoorbeeld van de snuit van een maas van het netwerk. Vervolgens verwarren de vissen zich in het netwerk bij pogingen zich te bevrijden.

Er worden zowel grote als kleine vissen gevangen zonder dat ze met hun kop in contact komen met het netwerk. Dit is vooral het geval bij vissen die veel harde vinnen en stekels hebben. Met warnetten worden zowel zoetwater- en zeevissen gevangen, als ook schaaldieren zoals kreeften, krabben en grote garnalen. In de Noordzee wordt er voornamelijk met warnetten gevist op kabeljauw, tong en tarbot.

Werkwijze wrakken op kabeljauw

Nederlandse vissers pasten tot voor enkele jaren de staande nettenvisserij met name toe in de buurt van wrakken. Door de schaarste van kabeljauw in de zuidelijke Noordzee wordt deze visserij (bijna) niet meer toegepast. Bij wrakken staan de netten enkele uren in zee en op open visgronden tot 24 uur. Het is bekend dat veel vissoorten voor komen bij voorwerpen op de zeebodem of drijvend aan het oppervlak. De Noordzeebodem bestaat voor een belangrijk deel uit zand en slib. Op wrakken komen planten en dieren voor die niet op zachte bodems kunnen groeien, zoals zeeanemonen, poliepen, zakpijpen, sponzen, krabben en kreeften.

Er zijn veel verschillende soorten te ontdekken op en rondom wrakken in de Noordzee.Stichting de Noordzee
Ook kabeljauw komt veel voor bij deze wrakken. Daar zijn de volgende verklaringen voor:

  • het bieden van bescherming tegen bijvoorbeeld roofvissen;
  • de aanwezigheid van voedsel, doordat er veel zeedieren en planten leven rond wrakken; en/of
  • dat een wrak dient als oriëntatiepunt.

Een groot aantal wrakken heeft een kabeljauwpopulatie. De vissers sporen de wrakken op met een GPS, een dieptemeter en soms een sonar. Omdat niet alle wrakken een kabeljauwpopulatie hebben, wordt vervolgens eventueel op verschillende koersen over het wrak gevaren om met het echolood zowel de ligging en omvang van het wrak, als ook de aanwezigheid van voldoende kabeljauw, waar te nemen. De positie van het wrak wordt aangegeven door opzij van het wrak een anker met joon overboord te zetten. Vaak is een joon voorzien van een radarreflector en/of een joonlicht.

Uitzetten van meerdere staand want netten bij een wrak (van a naar g).

Uitzetten van meerdere staand want netten bij een wrak (van a naar g).

Uitzetten netten wrak
Aan deze joon is met een korte strop een blaas bevestigd. De positie van de blaas ten opzichte van de joon geeft de richting van het tij aan. Vervolgens worden voor de stroom enige netten over het wrak geschoten. Bij het schieten van de netten wordt meestal een reeks van drie aan elkaar bevestigde netten in zee gezet. Kleine wrakken worden wel met een reeks van twee netten bevist. Bij zeer grote wrakken worden wel vier of soms zelfs vijf netten in een reeks toegepast. De netten zijn meestal ongeveer twee meter hoog en hebben een maaswijdte van minimaal 14 cm.

Bij de wrakken worden de netten geplaatst op het moment dat de stroom van hoog naar laag tij verandert of omgekeerd. De netten worden onder een bepaalde hoek bij het wrak geplaatst, zodat ze onder invloed van het getij parallel met het wrak komen te staan. Tijdens het schieten worden achtereenvolgens een beginanker met daaraan, door een lange lijn verbonden, beginjoon, de vleet (zeer lang drijvend visnet) en een eindanker met eindjoon in zee gezet. De ankers wegen ongeveer 18 kg. Als er veel stroom is (zoals voor onze kust), moeten er aan het begin en aan het eind van de reeks netten twee achter elkaar bevestigde ankers gebruikt worden.

Al het benodigde materiaal voor het uitzetten van het net.Seafish

De jonen zijn bevestigd aan het eerste en laatste anker dat overboord gaat. Het beginanker wordt al op ongeveer 100 tot 150 meter van het wrak overboord gezet. Dit doet men zodat een deel van de vleet al geschoten is, zodra de kotter zich boven het wrak bevindt. De reden hiervoor is dat de netten door de stroom in en over het wrak gezet worden. Door voor tij te schieten komen de netten strakgespannen en evenwijdig aan de stroom in en over het wrak te staan. Hierdoor wordt de kans op het blijven haken van het netwerk zo klein mogelijk.

Zodra de eerste reeks netten geschoten is, wordt de joon die het wrak markeert opgepikt. Het schip vaart weer over het wrak om met behulp van het echolood vast te stellen of de geschoten netten goed over het midden van het wrak staan. Vervolgens wordt aan weerszijden van het wrak nog een reeks netten over het wrak geschoten. Er wordt geprobeerd deze tweede reeks zoveel mogelijk evenwijdig aan de eerste reeks te schieten, waarbij de begin- en eindjoon de richting aangeeft waarin geschoten moet worden. De netten kunnen worden geschoten zodra de ankers met jonen aan het begin en einde van de reeks netten vastgemaakt zijn.

Binnenhalen netten
Vaak proberen staand want vissers om meerdere netten bij meerdere wrakken te schieten voordat het tij van richting verandert. Zodra het tij van richting is veranderd, wordt naar het eerste wrak teruggevaren en worden de netten gehaald. Bij het inhalen wordt de joon het eerst aan boord gepakt. Vervolgens wordt de nethaler of het powerblok gestart. Deze bevindt zich aan stuurboordzijde vlak achter de bak. Deze nethaler is van het trommel- of van het transportbandtype.

Het trommeltype bestaat uit een roterende, horizontale trommel met een rubber beklede haalrol. Boven de trommel bevinden zich 1 of 2 rollen waar het netwerk onderdoor loopt en die het netwerk op de trommel drukken. Er kan gevarieerd worden met de kracht waarmee deze rollen het netwerk op de haalrol drukken.

Het binnenhalen van de joon (links) en de vangst (rechts).

Het binnenhalen van de joon (links) en de vangst (rechts).

Het transportbandtype bestaat uit een korte transportband, waarboven zich 1 of 2 holle, plastic cilinders bevinden. Deze cilinders kunnen geheel of gedeeltelijk met water gevuld worden en zijn scharnierend opgehangen, zodat het netwerk op de onderste transportband gedrukt wordt.

Tijdens het halen van de netten staat één van de opvarenden bij de nethaler. Is deze van het trommeltype, dan moet hij meehelpen om het net aan boord te halen door aan het net te trekken. De schipper manoeuvreert met het schip, terwijl de andere opvarenden de vangst uit het net verwijderen. Bij een grote vangst passeert het hele net de nethaler. Als er zich maar weinig vissen in het net bevinden, dan wordt alleen de bovensim op de nethaler gebracht.

Werkwijze warnetten tong

De tongennetten zijn verschillend van kleur. Ze staan vooral in het donker en staan gemiddeld 12 uur in zee. Vaak vissen schepen met monofilament en multifilament netten. De monofilament netten worden dan het eerst geschoten en het eerst weer gehaald. De bovenpees van een tongennet is ongeveer 50 meter lang. Het netwerk dat aan deze pees bevestigd wordt is 2000 mazen lang en heeft een maaswijdte van 90-110 mm. De netten zijn 9.5 – 14.5 mazen diep en de aan de onderkant bevestigde loodsim heeft een lengte die 15%-40% langer is dan de bovensim.

De monofilament netten zijn 10.5 – 14.5 mazen diep en ongeveer een meter hoog. De visserij met deze staande netten op tong wordt met grote aantallen netten beoefend, waarbij voor de Nederlandse vloot een maximum geldt van 500 netten van 50 meter lengte per stuk. Deense vissers zetten soms wel 800 netten in zee. De meeste Nederlandse vissers vissen met ongeveer 50 tot 400 netten.

De ankerdreggen.

De ankerdreggen.

De bak waarin het net kan worden opgeslagen.

De bak waarin het net kan worden opgeslagen.

De netten worden vaak in series van 10 tot 14 netten geschoten. Bij het begin van het uitzetten wordt een anker van het dregtype met een gewicht van ongeveer 12 kg overboord gezet. Aan dit anker zijn zowel de eerste markeringsjoon als ook het begin van de eerste serie netten bevestigd. Tussen 2, 3 of 4 series van netten worden tussenankers bevestigd. Dit is afhankelijk van de stroom en van het gevaar op beschadiging door andere vissers.

Als de netten scheuren of als de verbinding tussen de netten verbroken worden, dan kan bij de ankers waarvan de positie in de plotter is opgeslagen worden gedregd. Op die manier kan het halen worden voortgezet. Het einde van het vistuig wordt weer met een anker op zijn plaats gehouden en door een joon met 1 of 2 vlaggen aangegeven.

Werkwijze spiegel/schakelnetten

Bij dit type staande net gebuikt men in plaats van een enkelvoudig net een driedubbel net, waarbij het middelste net een maaswijdte heeft dat kleiner is dan de twee gelijke buitenkanten. De vis zwemt door de grote maas, vervolgens door de middelste kleine maas en zwemt zich klem op de andere buitenmaas. De vis raakt hierdoor verstrikt.

Een spiegel/schakelnet.Seafish

Zoals alle staande netten, zijn spiegels gebaseerd op het kieuwnetprincipe. Dat wil zeggen dat de vis vast komt te zitten achter de kieuwen. Hierdoor is deze visserij selectief. De kleine vis zwemt erdoorheen, maar ook de te grote vis die door een te kleine maaswijdte zich niet vast kan zwemmen rolt uit het net vandaan. Dit laatste heft men op door gebruik te maken van spiegelnetten. Hierdoor behoudt men ook de grote vis, doordat die zich door de 3 mazen vast zwemt.

De vissen zwemmen met het fijnmazige net door de grote mazen van het buitenste net en raken als het ware verstrikt in een soort zak van netten. Hierdoor kunnen er ook grotere vissen gevangen worden die normaalgesproken niet gevangen zouden worden met een kieuw/warnet.

De vissen zwemmen met het fijnmazige net door de grote mazen van het buitenste net en raken als het ware verstrikt in een soort zak van netten. Hierdoor kunnen er ook grotere vissen gevangen worden die normaal gesproken niet gevangen zouden worden met een kieuw/warnet. Marksir

Een spiegel- of schakelnet.

Een spiegel- of schakelnet. ILVO

Het vissen op grote platvissoorten, zoals tarbot en griet, gebruikt grofmazige spiegelnetten met mazen vanaf 130 mm tot 270 mm volle maas die over de open zeebodem worden geschoten. Schakels hebben een groter vangvermogen dan kieuwnetten, maar de selectiviteit is veel kleiner. Schakels zijn veel duurder dan kieuwnetten en warnetten en vragen veel meer tijd en arbeid bij zowel het uitzetten, het halen en het uit de netten verwijderen van de vissen. Ook hecht zich meer vuil in een spiegel/schakelnet, zoals pijlinktviseieren, waardoor de visnamigheid afneemt. Deze methode is niet geschikt voor de wrakkenvisserij. De sta-tijd van de netten in deze visserij varieert tussen de 12 en 36 uur.

3Doelsoorten en bijvangsten

Voornaamste doelsoorten van de Nederlandse staande nettenvisserij zijn tong en kabeljauw. Maar er zijn meerdere doelsoorten waarop gevist kan worden met de staand want methode, zoals tarbot, griet, zeebaars en harder. Schar en bot zijn belangrijke bijvangstsoorten van de staande nettenvisserij en deze worden het gehele jaar bijgevangen met de staande nettenmethode. Ook worden er soms strandkrabben en zwemkrabben ongewenst bijgevangen met deze visserijmethode.

Het bijvangen van bruinvissen is een groot kritiekpunt bij deze visserijmethode, maar door pingers te gebruiken (zie onderstaande afbeelding) kan de bijvangst van bruinvissen worden voorkomen. Pingers maken een geluid wat bruinvissen op afstand moet houden van het staande net. Resultaten met pingers zijn echter tot op heden nog wisselend.

Bruinvissen kunnen verstrikt raken in staand want netten (links), maar met behulp van pingers (rechts) hoopt men het bijvangen van bruinvissen te voorkomen.

Bruinvissen kunnen verstrikt raken in staand want netten (links), maar met behulp van pingers (rechts) hoopt men het bijvangen van bruinvissen te voorkomen. Total Fishing

Tong

De tongvisserij speelt zich af van de maanden maart tot oktober, waarbij de staande nettenvisserij op tong voor de kust loopt van juni tot oktober. Hoge prijzen voor het huren en kopen van tongquotum hebben een negatief effect gehad op de rentabiliteit van de staande nettenvisserij.

Kabeljauw

De kabeljauwvisserij speelt zich af in de winter en wordt uitgeoefend van november tot maart. Rond die tijd zijn ze op de kust aanwezig door de trek naar het koudere kustwater met een vangstpiek in december tot en met februari. Deze visserij heeft vaak een aantrekkelijke bijvangst van tarbot, griet en schar. Door het verdwijnen van de kabeljauw voor de Nederlandse kust, het kabeljauw herstelplan en het gebrek aan kabeljauwquotum bij staande nettenvissers is deze visserij de laatste jaren wel beperkt/verdwenen.

Tarbot

Op tarbot wordt in het seizoen van de paaitrek gevist. Tarbot wordt vaak op dezelfde manier bevist als tong. Vissers richten zich vooral op grote moederdieren tijdens de paaiperiode. De netten blijven wel vijf dagen in zee staan voordat ze worden ingehaald. Met schakelnetten worden meer kleine tarbotten gevangen. De laatste visserij in de winter en het voorjaar levert minder op en vaak vangt men dan nog slechts de kleinere tarbot. Het is dus een seizoensgebonden visserij die loopt van december tot mei, met twee pieken in december en april.

Griet

De vangperiode voor griet loopt van februari tot half juni met een piek in de maanden april/mei.

Soorten die gevangen worden met de staand wantmethode zijn onder andere tarbot (links), griet (midden) en harder (rechts).

Soorten die gevangen worden met de staand wantmethode zijn onder andere tarbot (links), griet (midden) en harder (rechts). Nederlands Visbureau & FishXL

Zeebaars en harder

Tussen de zomer en de herfst wordt deze methode het meest beoefend (mei tot en met september). Zeebaars komt redelijk vaak voor met noord- of noordwesten wind en wordt ook bij wrakken gevangen. Er kan op deze soorten gevist worden met kleinere mazen van 8-10 cm, maar ook met grotere mazen van 11/12 cm gestrekte maas. Vaak worden de netten geschoten met eb of vloed. Als het tij kentert worden de netten weer gehaald.

Bij grote vangsten worden na het klaren de netten direct weer geschoten. De netten staan vaak slechts een paar uur in het water. Ook wordt op harder en zeebaars gevist op de oostelijke en westelijke Waddenzee. Een tiental vissers, meestal eenmansbedrijfjes, vissen daar met staande netten op deze vissoorten.

4Gedrag van de vis ten opzichte van vistuig

De vis zwemt meestal zonder enige stimulering in de netten en daarom behoren staande netten tot de passieve vistuigen. Het vangvermogen van passieve vistuigen wordt onder andere bepaald door de activiteit van de vis. Vissen die (tijdelijk) een passief gedrag hebben, worden dan niet gevangen. Staande netten zijn daarom vooral effectief als vissen zich verplaatsen en ze worden daarom veel toegepast tijdens de paaitrek of als vissen zich erg actief voeden.

De vis dringt tijdens de migratie met zijn kop in het netwerk. De omtrek van de mazen is kleiner dan de grootste dwarsdoorsnede van de vis. Een vis die op deze manier in aanraking komt met garen van de maas zal vaak als schrikreactie een paar harde klappen met de staart geven. Hierdoor dringt de vis nog verder met zijn kop in de maas, waardoor er druk op de keel uitgeoefend wordt. De kieuwdeksels zetten hierdoor uit, waardoor ook ontsnapping in achterwaartse richting niet meer mogelijk is.

De netten kunnen soms door behoorlijk verward raken door de ontsnappingspogingen van de vis.Seafish

Hoewel het vangprincipe van kieuwnetten vooral gebaseerd is op het achter de kieuwen vastzitten in een maas van het netwerk, is dit niet de enige manier waarop een vis met een kieuwnet gevangen kan worden. Zo kan vooral bij kieuwnetten van dun en soepel garen een vis met een hard uitsteeksel, kaakboog of zelfs tand in het net vastraken en vervolgens door pogingen om zich te bevrijden in het netwerk verward raken. Het kieuwnet werkt dan als warnet.

Ook kan het voorkomen dat een grote vis alleen met het voorste deel van de snuit in een maas dringt. De maas kan daarbij zo strak om de snuit komen te zitten dat de vis zich niet meer kan bevrijden. De vis zit dan gewigd in het netwerk. We kunnen de vissen die met een kieuwnet gevangen worden onderscheiden in:

  • gekieuwd: De vis is tot voorbij de kieuwdeksels in een maas gezwommen en kan niet terug omdat de kieuwdeksels dit verhinderen.
  • gewigd: De vis wordt door een maas die strak om het lichaam zit vastgehouden.
  • verward: De vis zit met een uitsteeksel of geheel verward in het net.

Een vis is gekieuwd als de vis in het net zit zoals getoond in A. Als het net om de vis zit zoals getoond bij B, dan is de vis gewigd.

Een vis is gekieuwd als de vis in het net zit zoals getoond in A. Als het net om de vis zit zoals getoond bij B, dan is de vis gewigd. FAO

De relatie tussen de lengte van de vissen die gevangen worden en de maaswijdte (de selectiviteit) is alleen voor gekieuwde of gewigde vissen aanwezig. Deze selectiviteit wordt ook bepaald door de vorm van de vis. Zo zal een vis met een hoge rug vrijwel nooit gewigd in het net voorkomen. Door de hoge rug zal het garen van een maas weer makkelijk langs het lichaam glijden, tenzij dit garen achter de kieuwdeksels blijft hangen en de vis gekieuwd is. Door de hoge vorm van de rug komt gewigd vangen bijna niet voor.

Kleine vissen met veel uitsteeksels en grotere vissen met veel/grotere stekels hebben de meeste kans om in het netwerk verward te raken. Het in netwerk verward raken wordt verder bevorderd door de soepelheid van het gebruikte garen en de spanning waarmee het netwerk in het water hangt.

De maaswijdte van kieuwnetten wordt bepaald door de omtrek van de grootste dwarsdoorsnede van volwassen exemplaren van de vissoort waarop gevist wordt. Als richtlijn voor een aantal soorten gelden onderstaande waarden:

  • Sardien: 3 – 5 cm
  • Haring: 5½ – 6½ cm
  • Makreel: 4,8 – 5,4 cm
  • Zalm: 12 – 16 cm
  • Kabeljauw: 14 – 20 cm

De ervaring heeft geleerd dat kabeljauw vooral gevangen wordt bij het kenteren van het tij als ze bij het wrak van positie veranderen. Komen er in korte tijd veel kabeljauwen in een net, dan zitten die veelal gekieuwd in de mazen. Is het aantal kabeljauwen minder, dan zitten de meeste verward in het netwerk.

5Verwerking

Net als bij de verwerking bij alle andere visserijmethodes is het belangrijk dat de vis zo snel mogelijk wordt teruggekoeld voor een zo hoog mogelijke kwaliteit. Het enige probleem waar men met deze visserijmethode weleens tegenaan kan lopen wat betreft de verwerking is het verstrikt/verward raken van de netten. Met name bij het gebruik van spiegel/schakelnetten draaien de netten nogal eens in elkaar. Dan gaat de vangst achteruit en het kost ook veel tijd om de netten te klaren. Deze netten (‘Trammel nets’ in het Engels) worden in Denemarken niet voor niets ‘trouble nets’ genoemd.

Het klaren van de netten kan soms veel tijd kosten bij deze visserijmethode.

Het klaren van de netten kan soms veel tijd kosten bij deze visserijmethode. ILVO

 De vangst wordt gekoeld naar de afslag gebracht.

De vangst wordt gekoeld naar de afslag gebracht. De Goede Vissers

6Duurzaamheid

De staande nettenvisserij wordt over het algemeen gezien als een selectieve visserijmethode met weinig bijvangst van ondermaatse vis en geen bodemberoering. Daarnaast zijn de onkosten relatief beperkt in vergelijking met andere visserijmethoden. Ook hebben een aantal staande nettenvissers in Nederland een MSC-certificaat gehad, maar in 2013 hebben de vissers hier afstand van moeten doen vanwege de te hoge kosten voor het certificaat.

Helaas is de toepassing van deze visserijmethode beperkt, want het is een seizoensgebonden visserij en kan dus niet het gehele jaar beoefend worden. Een andere beperkende factor kan het arbeidsintensieve karakter van deze visserijmethode zijn. Het uit de netten ontwarren van de vissen en het weer klaarmaken van de netten is veel werk. Daarnaast is voor het beoefenen van deze manier van vissen veel ervaring nodig.

Een probleem bij staande netten is de bijvangst van zeezoogdieren. Dit is sterk afhankelijk van het type staande net dat toegepast wordt, het seizoen en het gebied waarin gevist wordt. Zo is er bij de visserij met staande netten op kabeljauw en tarbot in de wintermaanden een grotere kans op de ongewenste bijvangst van bruinvissen. Om dit te voorkomen moeten schepen groter dan 12 meter pingers aanbrengen. Pingers zijn akoestische afschrikmiddelen. Deze apparaatjes zenden voor bruinvissen onaangename tonen uit. Ook mijdt men zoveel mogelijk gebieden met grote populaties zeehonden, want deze kunnen zowel de zeehond, het net als ook de vangst beschadigen.

Een ander probleem is dat staande netten verloren kunnen gaan door verschillende redenen. De mogelijke effecten hiervan zijn:

  • het blijven doorvissen van het net in zee (spooknetten);
  • verstrengeling van zeevogels en zeezoogdieren in de verloren netten; en/of
  • afval van het verloren vistuig in zee, waarbij met name plastic bestanddelen voor negatieve effecten kunnen zorgen.

Tong gevangen met een staand want net.

Tong gevangen met een staand want net. W. Overduin