Beugvisserij

Het vissen met lijnen met haken werd al in het stenen tijdperk beoefend. Het is daarmee zeker een van de oudste vormen van vissen. Bij deze visserijmethode wordt er een lange hoofdlijn uitgezet met daaraan dwarslijnen met haken die voorzien zijn van aas. De beugvisserij (longline) is laag in energieverbruik en redelijk selectief ten opzichte van andere vismethoden. Over het algemeen is vis gevangen met de longline methode van een hogere kwaliteit ten opzichte van vis die gevangen is met sleepnetten en staande netten. Op de Noordzee wordt echter nauwelijks met lijnen gevist, alleen door enkele vissers uit Groot-Brittannië. In Noorwegen, IJsland en op de Faeröer-eilanden is de longline visserij zeer belangrijk en efficiënt. In het algemeen kan gesteld worden dat de longline visserij goed kan renderen op visbestekken die moeilijk door sleepnetten te bevissen zijn, zoals steenachtige bodems. Schepen die met deze methode vissen schieten honderden (kleinere schepen) tot vele duizenden haken (grotere schepen). Deze visserijmethode kan gedurende het hele jaar worden toegepast.

De demersale beugvisserij.

De demersale beugvisserij. Seafish

1Beschrijving

De Engelse vertaling voor beugvissen of lijnenvissen is longlining. Haken en lijnen zijn de belangrijkste attributen. De beug bestaat uit een lange hoofdlijn (de reep) waaraan op regelmatige afstand korte zijlijnen (de sneuen) bevestigd zijn met aan het einde een geaasde haak.

Vishaak

De haken die nu worden gebruikt zijn van getemperd staal gemaakt. Het materiaal van een haak mag niet te zacht zijn, want dan zou de haak door de vis rechtgebogen kunnen worden als hij probeert te ontsnappen. Ook mag het materiaal niet te hard en bros zijn, want dan kan de haak door een hoge schokbelasting breken. Om roesten te voorkomen worden haken meestal gegalvaniseerd of vertind.

VishakenDaniel Jaeger

Tegenwoordig zijn er duizenden verschillende haken op de markt. Deze haken verschillen in afmeting, materiaal, vorm van de punt, vorm van het oog, hoek die de bocht met de steel maakt, lengte van de steel en vorm van de bocht. Meestal wordt de afmeting van een haak aangeduid door de afstand tussen de punt en de steel, de zogenaamde opening. De aanduiding van een haaktype is niet genormaliseerd. Iedere fabrikant heeft zijn eigen systeem voor type en afmeting van een haak.

Onderdelen van de haak:

  • Haakpunt: er zijn rechte punten en gebogen punten. De rechte punten slaan aan en gebogen punten hebben een betere grip.
  • Weerhaak: bij haken zonder weerhaak kan een vis zich relatief makkelijk van de haak ontdoen.
  • Bocht: dit is het gebogen deel tussen de punt en steel van de haak. De bocht heeft twee functies, namelijk het haken en vasthouden van de haak in de bek.
  • Steel: de lengte van de steel heeft de functie om het bevestigingspunt van de lijn aan de haak een stuk van de bocht af te brengen.
  • Oog: bevestigingspunt van de sneu.

De verschillende onderdelen van een vishaak.

De verschillende onderdelen van een vishaak.

De afmeting van een haak wordt bepaald door de grootte van het aas. Het aas moet weer in overeenstemming zijn met de grootte van de natuurlijke prooi. De vorm van de haak wordt bepaald door de manier waarop de vis in het aas bijt en de vorm van de bek. In de commerciële visserij wordt soms voor een bepaalde haakvorm gekozen vanwege het gemak waarmee de vis van de haak verwijderd kan worden. De ligging van zachte plekken in de bek van de vis zijn van invloed op de vorm van zowel de haak als ook de punt.

De reep

De keuze van het materiaal van de reep hangt af van de manier waarop de beug wordt gebruikt. Zo wordt voor de drijvende beug materiaal gebruikt met een soortelijke massa die groter is dan die van zeewater, zodat de lijn zinkt. Meestal wordt gevlochten nylon of monofilament gebruikt wat vrijwel niet zichtbaar is in het water. Bij de bodembeug kan het een voordeel zijn als het materiaal van de reep en sneu lichter is dan water. De haak met aas wordt daardoor iets van de bodem opgelicht en komt buiten het bereik van krabben en andere rovers. De bodemreep is vaak donker van kleur, waardoor de reep minder goed zichtbaar is op de zeebodem.

De sneu

Factoren die de keuze van het materiaal van sneuen bepalen zijn de breeksterkte en de zichtbaarheid. Uitgangspunt is dat de breeksterkte minstens twee keer zo groot moet zijn als het gewicht van de te vangen vissen. De breeksterkte van de sneu moet altijd kleiner zijn dan de breeksterkte van de reep. Het materiaal waarvan een sneu gemaakt is wordt ook bepaald door de vissoort waarop gevist wordt. Als geen gevaar bestaat dat de sneu doorgebeten wordt, dan past men multi- of monofilament materiaal toe, zoals nylon. Bij het beugvissen op haai, tonijn en andere grote pelagische roofvissen gebruikt men sneuen die vervaardigd zijn van dun en soepel staaldraad. Dit voorkomt het doorbijten van de sneuen.

De sneulengte ligt meestal traditioneel vast. Soms is het vrijboord van het schip bepalend voor de sneulengte. Een langere sneu heeft een grotere kans om verward te raken op de zeebodem of aan dek. Als een reep van geslagen materiaal is gemaakt, dan moet de sneulengte langer zijn dan bij een gevlochten reep. Een geslagen reep draait bij het schieten, waardoor de sneu zich om de hoofdlijn windt. Bij een te korte sneulengte komt het aas te dicht bij de reep en is het aas niet of minder goed voor vissen bereikbaar. Om dit te voorkomen worden sneuen tegenwoordig aan een ring bevestigd die om een op de reep geperste huls kan draaien.

De afstand tussen twee sneuen moet zo groot zijn dat de haken niet met elkaar in contact kunnen komen als ze langs een gestrekte reep naar elkaar toe getrokken worden. Het is dus belangrijk dat de afstand van de sneuen groter moet zijn dan twee keer de sneulengte. De sneulengte en de afstand tussen de sneuen zijn ook afhankelijk van de soort waarop je vist. Bij het vissen op verspreid voorkomende grote vissoorten, zoals heilbot of tonijnachtigen, is de sneulengte groot. Bij het vissen op scholende vissoorten, zoals kabeljauw, moeten de sneulengte en sneuafstand klein zijn. Dit is belangrijk omdat de kans groot is dat de vissen geconcentreerd bij een klein deel van de beug zullen voorkomen.

De verschillende onderdelen van de beugvisserijmethode.

De verschillende onderdelen van de beugvisserijmethode. Australian Fisheries Management Authority

De beug

De beug wordt afhankelijk van de diepte waarop de vissen zich in de waterkolom bevinden op drie verschillende manieren uitgezet:

  1. Beug op de zeebodem: een beug op de zeebodem wordt gebruikt voor de vangst van vissoorten die zich op óf vlak boven de zeebodem bevinden. De beug wordt op de zeebodem uitgezet en met behulp van ankers in positie gehouden. In gebieden met een ruwe bodemgesteldheid en stroming kan de hoofdlijn beschadigd raken door het schuren. Dit kan voorkomen worden door de hoofdlijn afwisselend van verzwaring en drijvers te voorzien. De hoofdlijn komt dan voor het grootste deel niet meer in contact met de zeebodem.
  2. Beug op afstand van de zeebodem: er zijn perioden waarin demersale vissoorten zich op enige afstand van de zeebodem ophouden. De beug moet dan op een bepaalde afstand van de zeebodem gebracht worden. Dit kan bereikt worden door de hoofdlijn van drijvers te voorzien en de lengte van de ankerlijnen te vergroten. Hierdoor drijft de beug op een afstand van de zeebodem.
  3. Drijvende beug: de drijvende beug ligt vlak onder het wateroppervlak en wordt voornamelijk gebruikt voor de vangst van grote pelagische vissoorten. Grote vis houdt zich meestal op in de bovenste waterlaag. De drijvende beug wordt voor de vangst van snelle en wijdverspreide vissoorten gebruikt, omdat gesleepte of omringende vistuigen minder lonend zijn.

De diepte waarop de haken van een drijvende beug zich bevinden kan ingesteld worden door tijdens het uitzetten de afstand tussen de drijvers, waaraan de hoofdlijn met een seizing is opgehangen, te verminderen. De dieptevariatie die hierdoor bereikt kan worden is echter beperkt. Is een grote dieptevariatie gewenst, dan moet een langere seizing toegepast worden.

De beug kan op verschillende manieren worden uitgezet in de waterkolom. Op de zeebodem (links), net boven de zeebodem (midden) of drijvend in de waterkolom (rechts).

De beug kan op verschillende manieren worden uitgezet in de waterkolom. Op de zeebodem (links), net boven de zeebodem (midden) of drijvend in de waterkolom (rechts).

2Werkwijze

Het is voor de werkwijze van belang om een onderscheid te maken tussen beugvissen met een modern beugsysteem of het beugvissen op de traditionele manier. Beide zullen besproken worden.

Beugvissen met een modern beugsysteem

Op het schip moet ruimte zijn om een beugsysteem te kunnen plaatsen. Er zijn verschillende geautomatiseerde beugsystemen op de markt. De voordelen van het gemechaniseerde beugvissen zijn:

  • het azen gebeurt tijdens het uitzetten van de beug, waardoor de haak die overboord gaat vers aas heeft;
  • het azen van de haken levert geen tijdverlies op;
  • alle handelingen voor het visklaar maken van de beug gebeuren aan boord, zodat de schepen na het lossen van de vangst direct weer naar zee kunnen en de beug onmiddellijk weer kunnen schieten;
  • per bemanningslid kunnen 2500-3000 haken per dag in zee geschoten worden;
  • nieuwe bemanningsleden zijn binnen enkele dagen ingewerkt. De door jarenlange ervaring verkregen handigheid van de bemanningsleden in het azen en visklaar maken van de traditionele beug is niet meer vereist;
  • het uitzetten en inhalen kan vrijwel continu verlopen;
  • de arbeid die de bemanningsleden moeten leveren is behoorlijk verlicht en de arbeidsomstandigheden kunnen verbeterd worden door het werkdek geheel of gedeeltelijk van een overkapping te voorzien.

 Geautomatiseerd beugsysteem aan boord van een vissersboot.

Geautomatiseerd beugsysteem aan boord van een vissersboot. Oilwind.fo

Bij de geautomatiseerde beugsystemen zijn er twee manieren om de reep op te slaan. Met magazijnrekken en met trommels. Bij het gebruik van magazijnrekken worden de haken in een magazijn opgeslagen. De sneuen en de hoofdlijn hangen onder het, in een rek geplaatst, magazijn. Het nadeel van dit systeem is dat de sneuen tijdens het uitzetten van de beug verward kunnen raken. Het voordeel is dat de hoofdlijn, sneuen en haken geïnspecteerd en gerepareerd kunnen worden.

Wordt de beug op een trommel opgeslagen, dan moet er onderscheid gemaakt worden tussen twee verschillende systemen. Er is namelijk een systeem waarbij de hele beug, dus de hoofdlijn met sneuen en haken, op de trommel gedraaid wordt. Maar er is ook een systeem waarbij de trommel alleen voor de opslag van de hoofdlijn dient en de sneuen bij het uitzetten en/of inhalen automatisch aan de hoofdlijn vastgemaakt of losgemaakt worden.

Een voordeel van sneuen die losgemaakt kunnen worden is dat de sneu niet doorgesneden hoeft te worden als een vis niet snel van de haak verwijderd kan worden. Een geautomatiseerd longline-systeem bestaat uit een:

  • automatische aassnijder: snijdt het aas in porties van de gewenste grootte en heeft een aasmachine die het aas tijdens het uitzetten aan de haken bevestigd;
  • hydraulische lijnophaler: haalt de lijn op, onthaakt de vis, reinigt de haken en laadt de lijnen terug op de cassettes.

Een automatische aassnijder.

Een automatische aassnijder. Downeastboatforum.com

Ook het automatisch azen kan op twee manieren gebeuren. Iedere haak wordt geaasd of de haken worden op goed geluk geaasd. Bij het precisie azen wordt de haak door een aasmachine gevoerd. In deze aasmachine wordt de haak in de positie gebracht die voor het aanbrengen van het aas nodig is, waarna dit aas op precies dezelfde wijze aan elke haak wordt bevestigd.

Een schematische weergave van een aasmachine (links) en een schematische weergave van een hydraulische lijnophaler.

Een schematische weergave van een aasmachine (links) en een schematische weergave van een hydraulische lijnophaler. Mustad Autoline

Bij het lukraak azen worden haken door een bak getrokken waarin zich het gesneden aas bevindt. Het is hierbij niet zeker of elke haak geaasd wordt en ook de bevestiging van het aas aan de haak is erg verschillend. Hierbij is het aasrendement lager dan bij precisie azen, maar toch geeft deze manier redelijke resultaten. Dit is vooral zo als het aas van gelijke stevigheid is zoals bij inktvis. Bij het gebruik van een automatische aasmachine mag het aas niet te zacht zijn. Vaak wordt diepgevroren makreel, haring of inktvis gebruikt wat nog niet helemaal ontdooid is. Bij het beugvissen op rondvis in de Noordzee en bij Noorwegen is het gemiddelde gewicht van het aas ongeveer 30 gram.

Over het algemeen wordt er met deze methode vooral gevist op voor sleepnetten moeilijk te bevissen plekken, zoals stenenvelden. Met behulp van GPS en een kaartplotter vaart het schip naar de juiste locatie. De 2D/3D elektronische kaartplotter geeft dan de precieze ligging van het gekozen visbestek aan.

Bovenstrooms, naast het gekozen visbestek, wordt een eerste anker met boei uitgezet. Het uiteinde van een eerste longline wordt met dit anker vastgezet. De longline wordt door de aasmachine geleid en langzaam met de stroming mee langs het visbestek uitgezet. De aasmachine wordt gevuld met stukjes aas uit de aassnijder. De haken worden automatisch geaasd tijdens het uitzetten. Er kunnen verschillende longline cassettes gecombineerd worden tot één lange longline.

Zodra de longline helemaal is uitgezet, wordt het andere einde benedenstrooms op het visbestek verankerd. Ook wordt er een boei op gezet. Op dezelfde manier worden meerdere longlines aan beide kanten van het visbestek uitgezet. Na een bepaalde tijd worden de longlines via de geleidegoot aan de zijkant van het schip opgehaald door de hydraulische lijnophaler. Ook hierbij wordt met de stroom meegevaren. De hydraulische lijnophaler onthaakt de vis, reinigt de haken en laadt de longlines opnieuw op de cassettes.

Traditionele beugvisserij

De traditionele grondbeugvisserij wordt in Nederlandse wateren niet meer toegepast. Deze methode wordt voornamelijk langs de Engelse oostkust nog toegepast door kleinschalige kustvissers met een open boot. Een groot nadeel van de traditionele beugvisserij is de arbeidsintensiviteit en verder vergt het ook speciale kennis en vaardigheden. Het voordeel van de traditionele grondbeugvisserij is dat de beug voor het schieten twee keer geïnspecteerd en gerepareerd kan worden, namelijk tijdens het halen en tijdens het weer visklaar maken.

Aan de Engelse oostkust vist met nog met de traditionele beugvisserijmethode zoals op bovenstaande figuren te zien is. Dit is een kleinschalige en arbeidsintensieve visserij.

Aan de Engelse oostkust vist met nog met de traditionele beugvisserijmethode zoals op bovenstaande afbeeldingen te zien is. Dit is een kleinschalige en arbeidsintensieve visserij. Glenn Kilpatrick

Voordat er met de traditionele grondbeug gevist kan worden moet men het aas in de juiste afmetingen snijden of hakken. Ook moeten eventuele aasresten en oud aas worden verwijdert van de haken. Vervolgens kan men beginnen met het azen van de haken en met het in bakken opschieten van de visklare beug. Bij de traditionele grondbeugvisserij worden de haken één voor één geaasd. Tijdens het azen worden de onderdelen van de beug geïnspecteerd en eventueel gerepareerd.

De geaasde haken moeten zorgvuldig op volgorde in een bak gelegd worden, zodat ze tijdens het schieten één voor één, zonder verward te raken, uit de bak getrokken kunnen worden. Als het opschieten van de geaasde haken niet goed gebeurd, dan kan bijvoorbeeld een groot aantal haken tegelijk uit de bak getrokken worden. Dit deel van de beug kan daarbij beschadigd raken en kan geen vissen meer vangen.

Ook het klaren van de, om de hoofdlijn (reep) gedraaide, sneuen moet gebeuren voordat er daadwerkelijk gevist kan worden. Elke lijn wordt daarbij zorgvuldig opgeschoten in een ronde bak, waarbij de punten van de haken op volgorde in een, aan de randen bevestigd, stuk kurk gestoken worden. De bakken met de opgeschoten lijn worden vervolgens in volgorde vlakbij de plaats gezet waar de beug over het achterschip of over de zijkant in zee geschoten wordt. Bij het schieten van de beug bestaat de kans dat een wegspringende haak in een lichaamsdeel of kledingstuk van een bemanningslid slaat. De beug, sneu en haak worden door een speciale, op het achterschip aangebrachte, goot overboord geleid om dit risico zoveel mogelijk te beperken.

De haken zijn netjes opgeborgen in een stuk kunststof.Seafish

Het is bij deze vismethode belangrijk om rekening te houden met de richting en de sterkte van de getijstroom, de wind en de bodemgesteldheid bij het schieten van de bodembeug. Er wordt zo geschoten dat bij het inhalen van de beug, de kans dat de reep zijwaarts over de bodem getrokken wordt, klein is. Dit gebeurd vooral bij een oneffen of ruwe zeebodem. De beug wordt altijd over het achtersteven in zee geschoten. Het schip heeft daarbij een vaart van 5 a 6 knopen. Als de bak geschoten is, dan wordt het einde van de geschoten lijn aan de lijn in de volgende bak bevestigd. Bij koersverandering tijdens het uitzetten worden een extra anker en boei aan de beug vastgemaakt. Dit geeft de koersverandering aan die bij het halen van de beug gemaakt moet worden.

Binnenhalen van de vangst over de zij van het schip.

Binnenhalen van de vangst over de zij van het schip. Seawasp

Het inhalen moet over de zij van het schip gebeuren. Het liefst voorlijker dan midscheeps, zodat het schip de beug langzaam vooruit varend kan inhalen. De haalsnelheid is ongeveer 1,5 mijl per uur. Voor het binnenhalen van de beug wordt een mechanisch of hydraulisch aangedreven lijnhaler gebruikt. De vissen worden van de haken verwijderd op het moment dat deze over de verschansing komen. Grote en dure vissen worden soms buitenboord eerst aan een pik- of speerhaak geslagen om te voorkomen dat ze losraken en overboord vallen op het moment dat ze over de verschansing komen.

3Doelsoorten en bijvangsten

De doelsoorten en bijvangsten hangen sterk af van welk type beugvisserij er gebruikt wordt. Zo wordt er met grondbeug voornamelijk in het noordelijk gedeelte van de Atlantische Oceaan gericht gevist op demersale soorten, zoals heilbot, kabeljauw, leng en koolvis. In de maanden juli, augustus en september probeert men in de Noordzee hondshaai, leng, zeepaling en rog te vangen met deze methode. Deze vorm van beugvisserij is in vergelijking tot andere visserijmethodes behoorlijk selectief, waardoor er nauwelijks sprake is van ongewenste bijvangst. Een van de nadelen bij deze visserijmethode is dat vogels bijgevangen kunnen worden bij het uitzetten en halen van de beug doordat ze op het aas duiken.

Een heilbot gevangen met de grondbeugmethode in de Golf van Alaska.

Een heilbot gevangen met de grondbeugmethode in de Golf van Alaska. csmphotos

Met de drijvende beug wordt er voornamelijk op grote pelagische vissen zoals tonijn en zwaardvis gevist. Deze vismethode wordt niet gebruikt in Nederlandse wateren, maar vooral in tropische/warmere wateren. Doordat de haken zich bij deze beugmethode vlak onder het wateroppervlak bevinden, is deze visserijmethode berucht om het bijvangen van vogels. Daarnaast worden er ook zeezoogdieren, zeeschildpadden en zeldzame haaien bijgevangen. Er wordt veel onderzoek verricht naar manieren om bijvangsten te verminderen, bijvoorbeeld door de vorm van de haak aan te passen, gebruik te maken van geluidssignalen en laserstralen om bepaalde dieren af te schrikken.

Door de vorm van de haak aan te passen kan bijvangst van bijvoorbeeld schildpadden worden verminderd. Zo is bovenstaande circle hook selectiever en richt deze haak ook minder schade aan bij vissen.Western Pacific Regional Fishery Management Council

De soort vis die wordt gevangen hangt ook sterk af van het soort aas en de grootte van het aas. Kleine vissen zullen zich niet snel aangetrokken voelen tot het eten van een stuk aas dat groter is dan hun natuurlijke prooi. Daarnaast is het vrijwel onmogelijk voor een kleine vis om een grote haak met een groot stuk aas naar binnen te werken. Al zou een kleine vis proberen een grote, geaasde haak naar binnen te werken, dan zal de kracht die de kleine vis op de haak uitoefent meestal te klein zijn om de haak in de bek vast te zetten.

Met behulp van de seabird saver kan men doormiddel van geluid en laserstralen om zeevogels op afstand te houden.

Met behulp van de seabird saver kan men door middel van geluid en laserstralen zeevogels op afstand te houden. Mustad Autoline

4Gedrag van de vis ten opzichte van vistuig

Op het vangvermogen van een beug zijn verschillende factoren van invloed zoals:

  • waarnemingsvermogen van de vis (visueel en/of reuk);
  • fysiologische conditie;
  • zwemdiepte;
  • trekgedrag van de vis;
  • soort en afmeting van het aas;
  • vorm en afmeting van de haak;
  • sneulengte en afstand tussen de sneuen;
  • materiaal van de hoofdlijn en sneuen;
  • het weer;
  • bodemgesteldheid;
  • tijd dat de geaasde haken in zee staan.

Het is van groot belang voor het resultaat dat de vis het aas goed kan waarnemen. Daarnaast is het belangrijk om een goed werkende haak, die een lage ontsnappingskans geeft, te gebruiken. De beste resultaten worden verkregen als aas gebruikt wordt dat qua afmetingen, vorm en geur op de natuurlijke prooi van de doelsoort lijkt. Daarom geven vissers de voorkeur aan het gebruik van de natuurlijke prooi als aas. Dit aas is daarentegen vaak kostbaar omdat het om vissoorten gaat die ook geschikt zijn voor menselijke consumptie, zoals makreel, haring, sardien, inktvis, garnaal en mossel. Daarom wordt al jaren onderzoek gedaan naar kunstaas, zodat natuurlijk aas niet langer nodig is.

Als het aas door een vis is opgemerkt, dan zal een vis het aas op verschillende manieren benaderen. Met onderwatercamera’s is waargenomen dat het gedrag van de vis ten opzichte van het aas erg verschillend kan zijn. Soms wordt het aas na de waarneming onmiddellijk met hoge snelheid genaderd en verzwolgen. In andere gevallen wordt het aas langzaam genaderd, waarbij de vis vaak in steeds kleiner wordende cirkels om het aas zwemt.

Uiteindelijk wordt het aas in de bek genomen en soms spugen ze het weer uit. Dit laatste kan zich verschillende keren herhalen, waarna het aas tenslotte toch ingeslikt wordt. Maar dit gebeurd lang niet altijd, aangezien het aanvallende gedrag van de vis naar verloop van tijd afneemt. Dat kan komen doordat de vis meer ervaring krijgt. Een beug die vissen vangt met de langzame manier van benaderen heeft daarom meestal een lager haakgetal dan bij fel op het aas toeschietende vissen. Het haakgetal is een maat voor het vangvermogen en geeft het aantal vissen aan dat per 100 uitgezette haken gevangen wordt.

Men kan ook succesvol vis vangen met de beugmethode bij gebruik van kunstaas.

Men kan ook succesvol vis vangen met de beugmethode bij gebruik van kunstaas. Seafish

Bij de grondbeugvisserij op bijvoorbeeld platvissen, kabeljauw en kleine haaien worden de beste vangsten behaald als de beug dwarsstroom geschoten wordt. Dat komt doordat deze vissoorten zich voornamelijk voeden met bodemdieren.

5Verwerking

De verwerking is sterk afhankelijk van het type schip waarmee gevist wordt. Grotere schepen die met de beugmethode vissen blijven voor langere tijd op zee en beschikken over apparatuur om hun vangst in te vriezen. Kleinere schepen hebben geen vries- of visruim en gebruiken ‘’slurry’’ ijs in koeltubs en koelboxen.

Noorse longliner en een kleinschalige longliner.

Noorse longliner en een kleinschalige longliner. Tersan Shipyards & J. Cumes

6Duurzaamheid

De beugvisserij wordt over het algemeen gezien als een vrij duurzame visserijmethode. Het vissen met lijnen en haken is zeer selectief, want er kan gericht gevist worden op bepaalde soorten van een bepaalde grootte. Met deze visserijmethode is er dus geen bijvangst van ondermaatse vis en geen bodemberoering. De vis die met de beug gevangen is, is vaak beter van kwaliteit dan vis gevangen met sleepnetten of staande netten en levert vaak een hogere prijs op. Daarnaast is het energiegebruik van de beugvisserij zeer laag, waardoor de CO2-uitstoot beperkt is en de brandstofkosten laag zijn.

De belangrijkste kostenpost van deze visserijmethode is het aas. Het aanschaffen van aas heeft dus een grote invloed op de P van profit. Daarnaast is het type aas van belang voor de duurzaamheid van deze vistechniek. Als er natuurlijk aas wordt gebruikt, dan is het belangrijk om geen vissen, schelp- en schaaldieren te gebruiken die bedreigd en/of beschermd worden.

Belangrijkste kritiekpunt op deze vismethode is de bijvangst van vogels, zeezoogdieren, zeeschildpadden en beschermde haaien. Dit is met name van toepassing op de drijvende beugvisserij in tropische wateren.

Een wenkbrauwalbatros heeft een haak van een longline te pakken gekregen. Veel zeevogels sterven of raken gewond als ze een haak te pakken krijgen van een longline.

Een wenkbrauwalbatros heeft een haak van een longline te pakken gekregen. Veel zeevogels sterven of raken gewond als ze een haak te pakken krijgen van een longline. F. Peppes