Van netgaren naar netten

Machines maken een netwerk bestaande uit grote rechthoekige lappen. Deze machines bestaan al meer dan honderd jaar. De eerste machines hadden een beperkte capaciteit, omdat het knopen met een halve N gelijk van links naar rechts en omgekeerd ging. De manier waarop die machines netten maakten was vergelijkbaar met het handmatig maken van netten.

Links geeft het paarse gedeelte een halve N-maas aan en rechts geeft het paarse gedeelte een halve T-maas aan.

Links geeft het paarse gedeelte een halve N-maas aan en rechts geeft het paarse gedeelte een halve T-maas aan.

Moderne machines hebben een veel grotere capaciteit, omdat ze veel knopen tegelijk maken. Een machine bestaat uit een aantal spoelen en klossen die overeenkomen met de diepte van het gewenste net. De machine maakt het netwerk met dezelfde knoop die we gebruiken bij een handgemaakt netwerk, namelijk de weefknoop of schootsteek. Bij gladde netgaren zoals polyester maken we een dubbele schootsteek.

De klossen.

De spoelen.

Machines maken het netwerk met een halve T-maas gelijk, precies andersom dan men met de hand doet. In één gang maakt de machine een halve T-maas met de lengte zoals die is ingesteld. Daarom moeten de netten, nadat ze uit de machine komen, in de goede richting worden gestrekt. Door het netwerk op deze manier te maken is de diepte afhankelijk van de grootte van de machine en het aantal klossen en spoelen. De breedte van het netwerk is in principe eindeloos. Natuurlijk snijden ze het wel af op de gewenste breedte, anders zou een pak netwerk te zwaar kunnen worden om te behandelen en te vervoeren.

Het strekken van het netwerk.

Het strekken van het netwerk.

Bij sommige onderdelen van het net (zoals de buik of de kuil) moet het netwerk extra sterk zijn. Het zou dan gemaakt moeten worden van extra dik netgaren. Dit kan bijna niet als de maaslengte klein is. In dat geval maken ze het netwerk van dubbel of driedubbel garen. Het netwerk is dan sterk genoeg en behoudt zijn flexibiliteit.

De verschillende onderdelen van een visnet.

De verschillende onderdelen van een visnet.

Sinds een paar jaar gebruiken de vissers het netwerk op een heel nieuwe manier. Ze draaien het netwerk 90° in vergelijking met wat gebruikelijk is. Dit wordt T90 genoemd. Het wordt meestal in het achtereind van het net, vlak voor de kuil, of als een blind stuk gebruikt. Dit heeft een paar voordelen:

  • Het is sterker als er spanning op komt in deze richting.
  • De mazen staan wijder open.
  • Er is een betere doorstroming van de vis.
  • Het volgt de bodem beter. Hierdoor komt er bij sommige trawls minder vuil in de kuil van het net en kan meer kleine vis ontsnappen. Dat bevordert de kwaliteit van de vis. Bij sommige netten zoals een flyshootnet wordt soms de hele zijkant van T90 gemaakt.

Knooploze netten

Sinds 1920 zijn er ook machines die een knooploos netwerk kunnen maken. In sommige landen wordt veel knooploos netwerk gebruikt. In de Nederlandse visserij is het nooit populair geworden. Toch heeft dit netwerk enkele voordelen, zoals:

  • Geen uitstekende knopen waardoor er minder slijtage is.
  • Sterker bij dezelfde garendikte als dat van een geknoopt netwerk. Knopen verminderen namelijk de breeksterkte van het garen.
  • Het is lichter in gewicht.

Maar er zijn ook enkele nadelen, zoals:

  • De mazen trekken scheef.
  • Repareren kan alleen met knopen gebeuren.

Er zijn twee typen knooploos netwerk, namelijk:

  • Van gevlochten garens; kan niet met vaste knopen worden gemaakt. Ze zullen altijd schuiven. Zo’n netwerk is niet geschikt voor visnetten omdat de maaswijdte altijd varieert.
  • Van een soort gehaakte garens “crochet” type; is elastisch en wordt in de visserij gebruikt met kleine mazen voor de kuil bij trawlnetten, maar ook voor kooien op zee met kweekvis en voor purse seine netten.

Een knooploos net.

Een knooploos net.

Maasafmetingen

Er is soms wat verwarring over hoe de verschillende maasafmetingen worden bepaald en genoemd. Er kunnen plaatselijke tradities zijn. Daarnaast zijn er ook nog de verschillen tussen landen. Nettenmakers, vissers en visserij- inspecteurs gebruiken de maasafmetingen om verschillende zaken te meten. Een nettenmaker bijvoorbeeld gebruikt de maaslengte om de totale lengte van een deel van het net te berekenen, terwijl de visserij-inspecteur de maaswijdte meet om te bepalen of een net de vereiste minimum maaswijdte heeft.

Afmetingen van een maas.

Afmetingen van een maas.

Afspraken hierover zijn genormeerd en staan in de internationale norm ISO 1107 Netwerk. Benamingen en definities staan in de Nederlandse norm N.E.N. 5306 Benamingen en definities. Deze norm is vernieuwd en is nu: NEN-EN-ISO 1107:2003 Basistermen en definities. In deze norm worden de volgende definities van de basistermen gegeven:

  • Netgaren; alle soorten garen die geschikt zijn voor het vervaardigen van een netwerk.
  • Maas; een opening in het netwerk, gevormd en begrensd door het netgaren. Er zijn drie verschillende afmetingen van een maas.
    • De maaslengte; dit is de afstand tussen twee tegenover elkaar liggende knopen of verbindingen van dezelfde maas, gemeten van hart tot hart, terwijl het netwerk in de lengterichting is gestrekt.
    • De maaszijde; de lengte van de maaszijde is de gestrekte afstand tussen twee opeenvolgende knopen of verbindingen, gemeten van het hart van de knoop van de ene tot het hart van de naastliggende knoop, terwijl het netwerk zodanig is gestrekt dat de mazen helemaal open zijn.
    • De maaswijdte; de maaswijdte is de binnenafstand tussen twee tegenover elkaar liggende knopen of verbindingen van dezelfde maas, terwijl het netwerk in de lengterichting is gestrekt.
  • Netwerk; een textielproduct dat bestaat uit enkelvoudige, getwijnde, gekabeleerde of gevlochten garen, of een combinatie daarvan, die zodanig gekruist of verbonden zijn dat ze in het eindproduct mazen vormen.
  • Richtingen in het netwerk; de richtingen in het netwerk worden aangegeven ten opzichte van de garenrichting. Deze zijn:
    • N-richting – De richting loodrecht op de richting van het garen.
    • T-richting – De richting evenwijdig met de richting van het garen
  • Grootte van het netwerk; de grootte van een stuk netwerk of net wordt aangeduid met het aantal mazen in T-richting en het aantal mazen in N-richting. Daarbij moet voor een volledige omschrijving van de grootte van het netwerk ook de maaslengte worden opgegeven.
  • Legale maaswijdte; er is een aantal wetten en voorschriften, waarin staat met welke minimummaaswijdte er gevist moet worden.

De verschillende richtingen in het netwerk.

De verschillende richtingen in het netwerk.

Deze regels zijn er om te voorkomen dat er te veel kleine vis wordt gevangen. Kleine vis moet de mogelijkheid hebben om te kunnen ontsnappen totdat ze groot genoeg zijn om zich minimaal één keer voort te planten. De vissoorten hebben verschillende afmetingen als ze zich voor het eerst voortplanten. Ook de vorm van vissen is erg verschillend. Daarom zijn er verschillende minimum maaswijdten voor visnetten bij iedere vismethode.

De laatste jaren krijgt men ook steeds meer inzicht in de grootte van de verschillende vispopulaties. Dit heeft ertoe geleidt dat er meer voorschriften komen over de hoeveelheid vis die van iedere soort gevangen mag worden. Dat heeft er weer toe geleid dat er een groot aantal wetten is waarin wordt voorgeschreven welke minimummaaswijdten er in verschillende netten en in verschillende gebieden gebruikt moeten worden.

De fabrieken produceren netten met een maaswijdte die een beetje groter is dan de voorgeschreven minimum maaswijdte. Dit maakt het mogelijk dat er gevist wordt met netten die een klein beetje wijder zijn dan de minimummaat. Door deze kleine marge kan het net iets krimpen en dan toch nog voldoen aan de minimummaaswijdte. Hoe dan ook, de schipper is verantwoordelijk als inspecteurs op zee het net meten en niet de nettenmaker of de nettenfabrikant. Daarom zal de schipper regelmatig (wekelijks) zelf de maaswijdte van zijn netten vaststellen met de omega maaswijdtemeter.