Kotters

De Nederlandse kottervloot is de grootste vloot in de Nederlandse visserij en is met name gespecialiseerd in de vangst van platvis, zoals tong en schol. Er zijn echter ook vele andere soorten die worden bevist door de Nederlandse kottervloot, zoals Noorse kreeft, tarbot, griet, mul, poon, inktvis en garnalen. Momenteel zijn de belangrijkste vismethoden voor kotters de boomkor-, de puls-, de SumWing- en de flyshootmethode.

Op bovenstaande foto staat de kotter KW-45 vissend met de boomkormethode.

Op bovenstaande foto staat de kotter KW-45 met een boomkortuig. ProSea

Ontwikkeling kottervloot

Vroeger gebruikte de Nederlandse kottervloot voornamelijk de boomkormethode om vis te vangen, maar de laatste jaren heeft de Nederlandse kottervloot veel veranderingen doorgemaakt. Ook is het aantal Nederlandse kotters sterk afgenomen in de laatste jaren. Afgelopen jaar voeren er nog +/- 280 actieve Nederlandse kotters, terwijl dit er nog 371 waren in 2004. Dat is een afname van ongeveer 25%.

Waar enkele jaren geleden nog vrijwel de gehele Nederlandse kottervisserij met kettingen viste, daar zie je tegenwoordig nog maar zelden kettingen aan boord van kotters. Innovaties zoals de SumWing en de pulstechniek hebben hun intrede gedaan, net zoals deze PulsWing.

Waar enkele jaren geleden nog vrijwel de gehele Nederlandse kottervisserij met kettingen viste, daar zie je tegenwoordig nog maar zelden kettingen aan boord van kotters. Innovaties zoals de SumWing en de pulstechniek hebben hun intrede gedaan, net zoals deze PulsWing. Nederlands Visbureau

Vóór 1960 visten kotters met een bordentrawl op tong en schol. Rond 1960 werd het boomkortuig (oorspronkelijk een garnalentuig) voor het eerst gebruikt voor de visserij op platvis. In plaats van een klossenpees kwam er een kettingpees die wat scherper door de grond ging. De vangstresultaten bleken zeer gunstig en het boomkortuig voor platvis werd rap verder ontwikkeld. Aanvankelijk waren het bestaande vaartuigen van 200 tot 400 pk die een verbouwing ondergingen om te kunnen ‘bokken’. Maar al gauw werden er nieuwe boomkorkotters gebouwd en de vissers kregen in de gaten dat met het opschroeven van het vermogen de vangsten toenamen. De zogenaamde ‘pk-race’ was begonnen. Het aantal pk’s nam niet alleen gestaag toe, maar ook het aantal wekkers en de lengte en het gewicht van de tuigen.

Kotters in de haven.

Kotters in de haven.Nederlands Visbureau

Na 1970 kwamen er schepen in de vaart met meer dan 1000 pk. Al snel daarna werd ook de 2000 en de 3000 pk-grens overschreden. Voor de oudere vissers, die nog geen vijftien jaar terug met slechts 800 pk visten, leek dit een magische grens. Sommige vissers en visserijbestuurders waarschuwden voor de gevolgen van de pk-race. Maar het gros van de sector deelde hun zorgen niet. Bovendien, het ging allemaal goed: er werd veel gevangen en goed verdiend.

In 1985 ging ook de 3000 pk-grens aan diggelen. Er kwamen uiteindelijk zelfs schepen met wel 4400 pk in de vaart. De regering vreesde overcapaciteit en in 1988 werd er een plafond van 2000 pk ingesteld. Vanaf de jaren ’90 werden boomkorkotters met meer dan 2.000 pk geleidelijk aan uit de vaart genomen.

De grotere kotters in de haven.

De grotere kotters in de haven.

Na 1994 besloten meerdere eigenaren van hun zwaargebouwde boomkorkotters af te komen, onder andere gedreven door stijgende brandstofkosten en matige vangsten. Enkele saneringsrondes zorgden ervoor dat het aantal kotters met vermogens van tussen de 3.000 en 4.000 pk verder afnam.

Kotters worden over het algemeen onderverdeeld in twee verschillende categorieën. Zo heb je de grotere kotters (zie bovenstaande afbeelding) die vooral op de Noordzee vissen met een motorvermogen van meer dan 300 pk. Kleinere kotters (schepen tot 300 pk en maximaal 24 meter lang) vissen vooral in de Waddenzee en in de kuststrook op garnalen en soms op platvis. Deze kleinere kotters worden ook wel eurokotters genoemd (zie onderstaande afbeelding).

Op bovenstaande foto staat de eurokotter WR-23.

Op bovenstaande foto staat de eurokotter WR-23. kotterfoto.nl