Beschrijving visuitrusting

Een hektrawler is uitgerust met veel werktuigen en apparatuur om vis te vangen. In dit hoofdstuk zullen we de uitrusting bespreken die voor het vissen aan boord van een hektrawler gebruikt wordt. Werktuigen en apparatuur die gebruikt wordt voor het verwerken van de vis zal worden besproken in het hoofdstuk over verwerking.

1Uitrusting op het achterdek

Het achterdek van een hektrawler beschikt over verschillende werktuigen, welke in dit hoofdstuk besproken zullen worden.

Het achterdek van een pelagische hektrawler.

Het achterdek van een pelagische hektrawler.

Winch

Op de hektrawler zijn twee soorten winches te vinden, namelijk de gecombineerde winch en de split winch. De splitwinch bestaat uit allemaal losse units (elektrisch of hydraulisch). Het voordeel van de splitwinch is dat elke trommel onafhankelijk van de ander bediend kan worden. De splitwinches zijn altijd uitgerust met een systeem om automatisch te vissen. Het voordeel hiervan is dat het vistuig altijd in de ideale positie staat, omdat de krachten op beide vislijnen gelijk worden gehouden. De kans dat het net beschadigt is daardoor kleiner.

Een split winch aan boord van een pelagische hektrawler.

Een split winch aan boord van een pelagische hektrawler.

De gecombineerde winch bestaat uit twee vislijntrommels, jumpertrommels, een aantal hulptrommels en twee nettenrollen. Dit is opgebouwd tot een geheel. De schepen met de gecombineerde winch zijn hiervoor uitgerust met het marelec systeem. Dit systeem werkt hetzelfde als bij de splitwinches. Met beide systemen ontvangt men informatie over de lengte en de kracht van de uitgevierde vislijn. Het voordeel van splitwinches is dat deze ook onder een hoek geplaatst kunnen worden, terwijl de gecombineerde winch in een rechte lijn staat vanwege de constructie.

Nettenrollen

De nettenrollen worden gebruikt voor het opslaan, uitzetten en inhalen van de pelagische netten.

Een van de nettenrollen.

Een van de nettenrollen.

Trawl sonar winch

De trawlsonarwinch is een self-tension winch, dit betekend dat de lier zichzelf op spanning houdt (bijvoorbeeld bij hoge golven). Op de trawlsonarwinch zit de trawlsonarkabel, die de verbinding vormt tussen de trawlscan en de echometer op de brug.

Topline winch

De topline winch vermindert, via de top line, de krachten die op de nettenrol komen tijdens het opwinden van het volle achternet.

Kraan (met powerblock)

De kraan wordt gebruikt om de vispomp overboord te zetten en binnenboord te halen. Het powerblock op de kraan kun je gebruiken voor het verwisselen van de netten en voor diverse andere hijswerkzaamheden op het achterdek.

Vispomp & separatorbakken

Bij de meeste schepen is een vispomp aanwezig die de vis aan boord pompt. De vis komt door een vis-slang in de separatorbakken terecht.

De vispomp (links) en de separator (rechts).

De vispomp (links) en de separator (rechts).

Visborden

De visborden bevinden zich hoger in de waterkolom dan het net. Ze zorgen voor de horizontale spreiding van het vistuig. Een pelagisch bord heeft in tegenstelling tot een grondbord ook een verticale liftkracht. Men kan het vistuig in de waterkolom laten stijgen of dalen door middel van het aanpassen van de snelheid en/of het aanpassen van de lengte van de vislijn. De hele waterkolom, van vlak boven de bodem tot vlak onder het wateroppervlak, kan zo bevist worden. Er zijn verschillende stelmogelijkheden voor het visbord:

  • Meer lift geven: het visbord komt hoger in de waterkolom.
  • Minder lift geven: het visbord komt lager in de waterkolom.
  • Door meer horizontale spreiding te geven. Dit kun je bereiken door het aangrijpingspunt van de vislijn en/of de bordenstroppen te veranderen.

Vier Thysorᴓn borden aan boord van een pelagische trawler.

Vier Thysorᴓn borden aan boord van een pelagische trawler.

Bij de pelagische visserij wordt het merk, het type, de oppervlakte en het gewicht van de borden bepaald door de schipper. De keuze hangt natuurlijk wel af van bepaalde factoren, zoals:

  • Het voortstuwingsvermogen dat wordt gebruikt tijdens het vissen
  • De afmeting en het gewicht van het net
  • De waterdiepte waar gevist wordt
  • De vissoorten

Bij pelagische borden spreken we niet over de afmetingen van het bord, maar over de oppervlakte van het bord. We hebben het dan bijvoorbeeld over een tien kwadraats bord, dat is een bord met een oppervlakte van 10 m2. Meer informatie over visborden is te vinden in het boek ‘Visserijmethoden’ onder het hoofdstuk ‘Borden visserij’.

De kabels

Een pelagische trawl bestaat uit een vierzijdig net. Elke kant van het net is door een boven- en onderkabel met de boven- en onderkant van een visbord verbonden. Er zijn kabels met verschillende lengtes aan boord. De schipper bepaalt de kabellengte aan de hand van de diepte, het gewicht en het type net waarmee wordt gevist. Tegenwoordig worden er in plaats van staaldraad, dynema kabels gebruikt. Deze kabels zijn veel lichter. De richtlijnen voor het bepalen van de kabellengte zijn als volgt:

  • 40 meter voor een waterdiepte vanaf 10 tot 50 meter.
  • 60 meter voor een waterdiepte vanaf ongeveer 50 meter tot 100 meter.
  • 100 meter voor een waterdiepte vanaf 100 meter tot 350 meter.
  • 160 meter voor een waterdiepte vanaf 350 meter.
  • 220 meter voor blauwe wijting visserij op een waterdiepte van 300 tot 600 meter, vanwege het bovenkomen van het achternet tijdens het halen.

Nokgewichten

De nokgewichten zorgen voor de verticale netopening. Het aantal kilo’s van het gewicht varieert tussen de 1000 tot 3500 kg. Net als bij de borden bepaalt de schipper het gewicht. De gewichten worden over het algemeen gemaakt van zware kettingschalmen of van een blok staal. Het gewicht is afhankelijk van de volgende factoren:

  • Het motorvermogen van het schip.
  • De afmeting van het net waarmee wordt gevist.
  • De lengte van de kabels.
  • De waterdiepte (lichtere gewichten bij ondiep water en zware gewichten bij diep water).

De nokgewichten met verlenging en de thuishaler.

De nokgewichten met verlenging en de thuishaler.

De sleep

De boven- en onderkabels hebben dezelfde lengte. Hierbij zijn de bovenkabels aan de bovennokken bevestigd. Tussen de onderkabels en ondernokken is een verlenging aangebracht. Deze verlenging wordt de sleep genoemd. De lengte van de sleep wordt bepaald door de afmeting van de staande zijde van het net en de lengte van de gebruikte kabels. Hoe groter de staande zijde, hoe langer de sleep.

Zijaanzicht van het voortuig van een pelagische trawl.

Zijaanzicht van het voortuig van een pelagische trawl.

Bij lange kabels is de sleep korter en bij korte kabels langer. Dat is om hetzelfde effect te krijgen. De sleep zorgt ervoor dat de ondernokken voldoende naar beneden getrokken worden, om zo een grotere verticale netopening te krijgen. Samen met de aan de onderkabels hangende nokgewichten, zorgen ze voor een verticale netopening. Door de sleep te verlengen of te verkorten, kun je de stand van het net veranderen. Dit heeft ook invloed op de stand van de borden. Bij het verlengen zal er meer kracht op de bovenkabel komen. Het bord gaat daardoor meer achteroverlopen.

Ketels

Ketels zijn stalen drijvers. Ze geven het net een grotere verticale opening. Door de ketels komt het net hoger in de waterkolom. Bij het gebruik van ketels kan er meer vislijnlengte worden gevierd. Dat heeft als voordeel dat de visborden meer kunnen uitsnijden. De horizontale netopening wordt daardoor groter. Bij het vissen tegen het wateroppervlak worden vaak ook nog twee grote blazen op de bovenpees bevestigd op een afstand van 3 meter van de trawlsonar.

De vlieger

De vlieger heeft als functie om de verticale netopening te vergroten en wordt in het midden van de bovenpees geplaatst. Er zitten drijvers op de vlieger om te voorkomen dat het net tijdens het uitzetten niet naar beneden klapt.

Een ketel (links), vlieger (midden) en de blazen op een bovenpees.

Een ketel (links), vlieger (midden) en de blazen op een bovenpees.

2Het visnet

Het pelagische net dat door de Nederlandse hektrawlers wordt gebruikt bestaat uit vier zijden, namelijk een onder- en een bovenzijde en twee zijkanten. De twee zijkanten zijn staande zijden. 

Een overzicht van de verschillende onderdelen van het visnet.

De netten zijn de laatste twintig jaar erg veranderd. Zo worden er tegenwoordig andere materialen gebruikt, zoals:

  • Dyneema
  • Nylon
  • Polyester
  • Polyethyleen (niplex)
  • Polypropyleen (kunststof)

Polyetheen.J. Krijgsman

Polypropyleen.J. Krijgsman

In samenspraak met de schipper besluit men welke materialen er worden gebruikt voor het net. We kunnen het net in drie grote delen verdelen, namelijk:

  • Het voornet;
  • Het tussennet;
  • Het achternet en de kuil.

De afmetingen van een net kunnen verschillend zijn. De grootte van een net is afhankelijk van het motorvermogen. Een schip met een lengte van 80 meter en een vermogen van 3500 pk heeft een kleiner net dan een schip met een lengte van 142 meter en een motorvermogen van 10.000 pk . Netberekeningen zijn te vinden in bijlage 1.

De omtrek of de grootte van een pelagisch net wordt in Nederland aangegeven in het aantal mazen. In het buitenland gebruikt men ook wel het aantal meters in omtrek. Dit laatste komt in Nederland ook steeds meer voor. Ook is de maaslengte door de jaren heen sterk toegenomen. Zo gebruikte men in 1984 nog een maaslengte van 3.60 meter, tegenwoordig gebruikt men in het buitenland zelfs netten met mazen van wel 128 meter in het voornet (bijvoorbeeld in de visserij op roodbaars).

 

Het voornet

De mazen in het voornet hebben een maaslengte van ongeveer 6 meter tot 60 meter. Ze worden met de hand gebreid of gesplitst en kunnen ruitvormige of hexagonale mazen zijn. Grote en/of hexagonale mazen gebruikt men voor een betere doorstroming en daardoor kan er ook een groter net worden gebruikt. Daarnaast levert een betere doorstroming ook weer een brandstofbesparing op. Hexagonale mazen worden gesplitst en niet geknoopt zoals bij ruitvormige mazen. De voornetten worden steeds vaker vervaardigd uit nieuwe materialen. Een van die nieuwe materialen is bijvoorbeeld nylon stealth. Dat materiaal is lichter en sterker dan conventioneel nylon. Het netwerk heeft geen knopen, maar wordt gesplitst.Het voordeel van splitsen ten opzichte van knopen is dat splitsen niet kunnen verschuiven. Door de platte vorm van stealth krijg je een optimale spreiding van het net.

Een gesplitste maas van stealth.J. Krijgsman

 

Het tussennet

Dit net heeft een maaslengte van ongeveer 8 centimeter tot 6 meter en bestaat uit machinaal gebreid netwerk.

Het achternet en de kuil

Dit deel bestaat ook uit machinaal gebreid netwerk met een maaslengte van 4 tot 6 centimeter. Op het achterste gedeelte van het achternet en op de kuil word een overkuil aangebracht om slijtage te voorkomen.

3Apparatuur op de brug

Hektrawlers zijn over het algemeen goed uitgerust met elektronische apparatuur voor zowel navigatie, communicatie als apparatuur voor het opsporen van vis. In deze paragraaf zal een deel van de apparatuur behandelt worden.

Apparatuur op de brug van een pelagische hektrawler.

Apparatuur op de brug van een pelagische hektrawler.

Navigatie

Om goed te kunnen navigeren beschikt de schipper over de volgende apparatuur:

  • Radar
  • G.P.S.
  • Elektronische zeekaart (video plotters met of zonder 3D)
  • Navtex (weerberichten, berichten aan zeevarenden)

De videoplotter geeft niet alleen informatie over de positie, koers en snelheid van het eigen schip, maar ook over boeien, wrakken, verkeersstelsels ect.. Je kunt er ook vistracks mee opslaan. Met een 3D plotter kun je niet alleen de diepte, maar ook de contouren van de bodem zien.

Voorbeeldscherm van een videoplotter.

Voorbeeldscherm van een videoplotter.Furuno

Voorbeeldscherm van een 3D plotter.

Voorbeeldscherm van een 3D plotter.

Doormiddel van een echometer worden gegevens van de bodem opgebouwd, waarmee een 3D profiel gemaakt kan worden. Ook andere schepen met een Automatic Identification System (AIS) zijn hierop te zien. Je kunt bijvoorbeeld de positie, koers, snelheid en lengte van die schepen aflezen. Als er tijdens het zoeken of vissen veel vis wordt gezien, dan kan er in de plotter een markering worden gemaakt. Op die manier kan die plek later makkelijker teruggevonden worden.

Communicatie

Communicatie is erg belangrijk op zee, want men wil toch belangrijke data kunnen verzenden naar de wal. Op een hektrawler kan men de volgende communicatieapparatuur vinden:

  • MF/HF zender
  • MF/HF zender met D.S.C (veiligheid)
  • V.H.F marifoon
  • V.H.F marifoon met D.S.C (veiligheid)
  • Satcom-c (veiligheid)

Communicatieapparatuur op de brug.

Communicatieapparatuur op de brug.

Marelec systeem

Het Marelec systeem kan tijdens het vissen van waarde zijn doordat de maximale netopening in stand gehouden wordt onder verschillende omstandigheden. Het wordt gebruikt bij:

  • Dwarse wind- en zeestroming
  • Schuine zeebodems
  • Een zware zee
  • Een netcontrole met regeling middenlijn voor een optimale netopening

Netspreiding met het Marelec-systeem en netspreiding zonder het Marelec-systeem (links) en de uitgevierde vislijnlengte, de kracht op de borden en centrumklomp.

Netspreiding met het Marelec-systeem en netspreiding zonder het Marelec-systeem (links) en de uitgevierde vislijnlengte, de kracht op de borden en centrumklomp.

Visopsporingsapparatuur

Met behulp van visopsporingsapparatuur kunnen scholen vis worden opgespoord. Door deze apparatuur kan een visser efficiënter vissen, want hij weet de vis sneller op te sporen en verbruikt daardoor dus ook minder brandstof. Dat is gunstig, want op die manier bespaar je geld en belast je het milieu minder. De volgende visopsporingsapparatuur kan men vinden aan boord van een hektrawler:

  • Sonar LF 20-40Khz (voor lange afstand)
  • Sonar HF 100-200Khz (voor korte afstand)
  • Echometers (met verschillende frequenties)
  • Trawlsonar
  • Sensoren

Hier zie je het verschil tussen een searchlight sonar en een Omni sonar

Hier zie je het verschil tussen een searchlight sonar en een Omni sonarMAQ sonar

Sonar

De sonar wordt gebruikt om vis op te sporen. Tegenwoordig gebruikt men in de visserij de Omni sonar. Deze sonar zendt en ontvangt een continu signaal in een cirkel van 360° (de ping). Met de tilt kun je de uitzendbundel in verticale richting bewegen in een hoek van +2° (recht vooruit) tot een hoek van 90° (recht naar beneden). Belangrijk is wel om te melden dat de cirkel om het schip kleiner wordt naarmate de tilt toeneemt. De sonarpoot, waar de transducer aan bevestigd is, zit meestal aan de voorkant van het schip. Tijdens het zoeken en vissen steekt de sonarpoot ongeveer 1,5 meter onder het schip uit. De sonarpoot wordt weer ingetrokken zodra het schip gaat varen. Op het beeldscherm komt een rode echo als er een school vis aanwezig is. De richting en afstand tot de school vis is te zien op de monitor. Door meer tilt te geven kan de school vis tot onder het schip worden gevolgd.

De LF sonar (links) en de HF sonar (rechts).

De LF sonar (links) en de HF sonar (rechts).

Een hektrawler beschikt in het algemeen over meer dan een enkele sonar. Ze staan op verschillende afstanden ingesteld, afhankelijk van de vismethode en de diepte waarop de vis zit. Het voordeel om de sonar op verschillende afstanden te zetten is dat je de echo, en daarmee dus de vis, al van ver kan zien aankomen. Als de echo dichterbij komt, is de vis op de sonar met een kort bereik beter te zien. Dit is belangrijk tijdens het vissen, omdat je op de sonar met kort bereik ook echo’s van de visborden en de positie van het net achter het schip kunt zien.

Echometers (echolood)

Met het echolood wordt de waterdiepte, de bodemgesteldheid (hardheid), plaats van de vis in de waterkolom en de omvang van de school vis waargenomen. Ook bodemobstakels, zoals een scheepswrak, worden opgemerkt. Bijna alle vissoorten hebben een eigen soort echo. Bij meer geavanceerde echoloden kun je ook de contouren van de bodem waarnemen.

Echometers met verschillende frequenties.

Echometers met verschillende frequenties.

Werking van het echolood

Onderaan het schip bevinden zich verschillende transducers (zender/ontvanger van de echometer) die geluidstrillingen uitzenden. De snelheid waarmee deze trillingen zich verplaatsen in het water (voortplantingssnelheid) is bekend, namelijk 1435 m per seconde. Met behulp van de tijd tussen het zenden en ontvangen van een geluidstrilling, kan de afstand die de geluidstrilling maakt uitgerekend worden. Dat doet men door gebruik van onderstaande formule. Een geluidstrilling legt een dubbele weg af, namelijk van de transducer naar een object waarop het afkaatst en van het object weer terug naar de transducer. De afstand (diepte echo) is de helft van de voortplantingssnelheid (v) en de tijdsduur (t) tussen het zenden en ontvangen van de geluidstrilling. De formule voor het berekenen voor de afstand tot bijvoorbeeld de bodem:

Afstand bodem = 0,5 × v × t

Door het verschil in temperatuur en zoutgehalte van het zeewater kan de voortplantingssnelheid van geluidstrillingen verschillen, waardoor er afwijkingen kunnen optreden van maximaal 4%. De geluidstrilling plant zich in het water voort met een bepaalde snelheid. Er wordt gewacht totdat de geluidstrilling na terugkaatsing door bijvoorbeeld de bodem of een school vis weer opgevangen wordt. De geluidstrillingen worden na terugkaatsing omgezet in een visueel signaal, die op een beeldscherm zijn af te lezen. Dit visuele signaal op een beeldscherm noemt men een echo.

Frequenties

Echometers gebruiken verschillende frequenties, omdat echometers met dezelfde frequenties storen. Ook worden er verschillende frequenties gebruikt omdat de ene vissoort op een echometer met een hoge frequentie beter is te zien (makreel) dan met een lage frequentie. De meest gebruikte frequenties zijn 28/38/50/70/88/120/200Khz (kilohertz).

Op een hektrawler worden zeer geavanceerde echometers gebruikt. Deze echoloden geven de grootte van de vis onder het schip aan met een balkdiagram (bargraph). Ook geeft dit echolood de biomassa aan; de hoeveelheid vis per oppervlakte. Geeft het echolood een lage biomassa (bijvoorbeeld 400) aan, dan is de school niet compact. Als het echolood uitslaat naar een hoog getal van bijvoorbeeld 35.000, dan kun je aannemen dat het een compacte school vis is. Als er een echo met een biomassa die zeer hoog is (bijvoorbeeld 120.000) onder het schip komt en de balken niet uitslaan, dan is het waarschijnlijk broed of kleine vis (bijvoorbeeld ansjovis).

Stromingsmeter

Een ander goed hulpmiddel bij de visopsporingsapparatuur is een stromingsmeter. Zo’n stromingsmeter meet de richting en snelheid van stromingen op verschillende diepten. Ook kan een stromingsmeter worden gebruikt om de richting van een school vis te bepalen.

Transducer

De transducer word aan de onderkant van het schip geplaatst. Er zijn verschillende soorten transducers, namelijk:

  • Singlebeam transducer
  • Split of multibeam transducer

Bij een singlebeam transducer zendt het echolood één enkele bundel geluidsgolven uit in de vorm van een kegel. De split of multibeam transducer zendt meerdere bundels uit over een grotere breedte. Dit type transducers komt men tegen bij meer geavanceerde echometers, omdat ze een hoger onderscheidingsvermogen hebben. Dat betekend dat ze een nauwkeuriger en gedetailleerder beeld geven.

Een singlebeam transducer (links) en een split/multibeam transducer (rechts).

Een singlebeam transducer (links) en een split/multibeam transducer (rechts).

Met behulp van de splitbeam transducer kun je op deze echometer zien dat de vis over stuurboord zit (links). Dat is één van de voordelen van de splitbeam transducer ten opzichte van een singlebeam transducer. Rechts zie je een schermafbeelding van een split beam transducer, de Simrad ES60.

Met behulp van de splitbeam transducer kun je op deze echometer zien dat de vis over stuurboord zit (links). Dat is één van de voordelen van de splitbeam transducer ten opzichte van een singlebeam transducer. Rechts zie je een schermafbeelding van een split beam transducer, de Simrad ES60. Simrad

WASSP echometer

WASSP is een multibeam echolood met een bundelhoek van 120°. Door zijn grote bundelhoek heeft hij een grote nauwkeurigheid over waar de school vis zich ten opzichte van het schip bevindt. Daarnaast wordt er door de brede bundelhoek meer (grond)data opgebouwd voor de 3D-plotter dan bij de singlebeam.

Een schermafbeelding die gemaakt is met een WASSP echometer.

Een schermafbeelding die gemaakt is met een WASSP echometer. WASSP multibeam

Trawlsonar

De trawlsonar is de moderne versie van een netsonde. Hij wordt in het midden van de bovenpees bevestigd en is door de trawlsonarkabel met het schip verbonden. De schipper krijgt voortdurend informatie over:

  • De vorm van het net
  • De verticale netopening
  • De horizontale netspreiding
  • De positie van het net ten opzichte van de bodem
  • Waar de vis het net ingaat (langs de vlerken of in het midden)
  • De indicatoren van de catch sensoren (kuilvullers)
  • Positie van het net in de waterkolom (handig als je draait)
  • De temperatuur
  • De diepte

De trawlsonar wordt aan boord gehaald door de bemanning (links) en een schermafbeelding van een trawlsonar (rechts).

De trawlsonar wordt aan boord gehaald door de bemanning (links) en een schermafbeelding van een trawlsonar (rechts). Flickr & Furuno

Sensoren

Tegenwoordig worden er sensoren op het vistuig geplaatst om zoveel mogelijk informatie over het vistuig te ontvangen. Er is een scala aan sensoren. We beperken ons tot de meest gebruikte, namelijk:

  • De catch sensor; Deze sensor wordt op het achternet geplaatst en geeft aan hoeveel vis er in het net zit. De mazen van het net worden uitgerekt door de hoeveelheid vis. Hierdoor wordt de sensor uitgetrokken en geeft deze een signaal naar de trawlsonar. De schipper kan daardoor zien dat er vis in het net zit.
  • De borden sensor; Deze sensor meet de afstand tussen de borden. Ook geeft deze sensor de stand van de borden aan.
  • De trawlspeed sensor (flowsensor); Deze sensor meet met welke snelheid het water door het net stroomt.

De sensoren geven verschillende data door naar de brug.

De sensoren geven verschillende data door naar de brug. Virginia Institute of Marine Science