Het speelveld duurzaam visserijbeheer

Er zijn wereldwijd veel verschillende instanties en organisaties die zich bezig houden met het duurzaam beheer van visstanden. Wederom gebeurt dit op verschillende niveau’s en hebben al die spelers verschillende rollen en verantwoordelijkheden. Een aantal van de belangrijkste instanties en organisaties die zich bezig houden met een duurzaam visserijbeheer op internationaal, Europees en nationaal niveau zullen worden besproken.

Een overzicht van een aantal belangrijke spelers die invloed hebben op het duurzaam beheren van de visbestanden.

Een overzicht van een aantal belangrijke spelers die invloed hebben op het duurzaam beheren van de visbestanden. Prosea

1Internationaal niveau

Vlagstaten van vissersschepen hebben op grond van de “Law of the Sea” van de Verenigde Naties de verplichting de veiligheid op zee te verzekeren, onder andere doormiddel van hun nationale wet- en regelgeving. Ze moeten daarbij gebruik maken van internationale afspraken, onder andere over:

  • de constructie van vissersschepen;
  • de opleiding en training van vissers;
  • het bemannen van vissersschepen; en
  • de werk- en leefomstandigheden aan boord van vissersschepen.

Agentschappen van de Verenigde Naties hebben daarom verdragen tot stand gebracht die de vlagstaten helpen de juiste maatregelen te nemen. Hieronder zullen we een aantal belangrijke internationale organisaties bespreken die invloed hebben op de internationale wet- en regelgeving en die van belang zijn voor de visserij.

Internationale maritieme organisatie

De Internationale Maritieme Organisatie ( IMO) is een organisatie van de Verenigde Naties die op internationaal niveau afspraken met- en tussen de deelnemende landen maken om de scheepvaart zo veilig en milieuvriendelijk mogelijk te maken. De organisatie, waar 170 vlagstaten lid van zijn, maakt verdragen en geeft richtlijnen, onder andere over:

  • de veilige constructie van zeeschepen, inclusief zeevissersschepen;
  • de bescherming van het maritieme milieu;
  • de veiligheid in havens;
  • de communicatie op zee; en
  • het voorkomen van aanvaringen op zee.

De IMO heeft in 1977 het zogenaamde Torremolinos Verdrag voor de veilige constructie van zeevissersschepen met een lengte van 24 meter of meer aangenomen. Maar weinig landen hebben er tot nu toe gebruik van gemaakt, ondanks verbeteringen die er in 1993 en in 2012 in aangebracht zijn. De Europese Unie (EU) heeft het verdrag in een richtlijn omgezet, waardoor voor alle Europese zeevissersschepen met een lengte van 24 meter of meer het verdrag wel geldt.

Het logo van de Internationale Maritieme Organisatie.

Het logo van de Internationale Maritieme Organisatie.IMO
 De IMO heeft ook een verdrag aangenomen voor de training en certificering van vissers en het wachtlopen aan boord van zeevissersschepen van 24 meter of meer. Voor de machinisten geldt het verdrag voor zeevissersschepen met een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer. Alle vissers moeten volgens het verdrag een basisveiligheidstraining hebben gekregen voor zij naar zee mogen. Het maakt daarbij niet uit welke lengte en voortstuwingsvermogen het schip heeft.

Internationale arbeidsorganisatie

De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) is ook een agentschap van de Verenigde Naties, en is opgericht om sociale rechtvaardigheid en fatsoenlijk werk te bereiken. ILO werkt onder andere aan:

  • het bevorderen van het recht op werk;
  • het verbeteren van de kans om werk te krijgen en te behouden voor mannen en voor vrouwen;
  • het invoeren en uitbouwen van sociale zekerheid;
  • het tegengaan van slavenarbeid, dwangarbeid, kinderarbeid en discriminatie op het werk;
  • ook probeert de ILO de sociale dialoog tussen werkgevers, werknemers en overheid te bevorderen.

Kortom, de ILO zet zich in voor mensenrechten. De ILO heeft in 2007 de “Work in Fishing Convention” aangenomen. Dat verdrag helpt de vlagstaten goede, minimale regels op te stellen voor het bemannen van vissersschepen en voor fatsoenlijke werk- en leefomstandigheden aan boord. Daarbij moet je denken aan normen voor de bemanningsverblijven, eten en drinken aan boord, eisen aan veiligheid en gezondheid, medische zorg en sociale zekerheid. Het geldt voor alle vissers.

Het logo van de Internationale Arbeidsorganisatie.

Het logo van de Internationale Arbeidsorganisatie.ILO

Internationale Voedsel- en landbouworganisatie

De Internationale Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), het laatste agentschap van de Verenigde Naties in dit rijtje, houdt zich voornamelijk bezig met het ontwikkelen van duurzame en veilige visserij en de voedselveiligheid van vis en visproducten voor menselijke consumptie. Een belangrijk document van de FAO is de “Code of Conduct for Responsible Fisheries”, waarin zij niet alleen richtlijnen geeft voor het opzetten van duurzame visserij, maar ook voor de opleiding, training en de werkomstandigheden van vissers. Daarnaast werkt de FAO samen met de IMO en de ILO bij het geven van richtlijnen op genoemde werkterreinen, niet alleen voor vissersschepen van 20 meter of meer, maar ook voor kleinere vissersschepen.

Het logo van de FAO.

Het logo van de FAO.FAO

2Europese niveau

Bij Europees visserijbeheer speelt de Europese Commissie (EC) een belangrijke rol. De EC heeft als taak nieuwe Europese wetten te ontwerpen. Andere onderdelen van de EU zijn de Ministerraad en het Parlement, die elk wetsvoorstel van de EC moeten goedkeuren.

De Ministerraad bestaat uit ministers van de nationale regeringen van alle EU-landen. Voor visserij is dat voor Nederland de minister van Economische Zaken (EZ). De Ministerraad stelt jaarlijks de quota vast, op voorstel van de Commissie, die zich weer baseert op wetenschappelijke adviezen. Naast de minister kan ook de staatssecretaris een rol spelen in het visserijbeleid op Europees niveau. De staatssecretaris assisteert de minister bij bepaalde zaken. Een staatssecretaris treedt namens de minister op als de minister dat nodig vindt.

Een eenvoudig overzicht van de Europese besluitvorming

Een eenvoudig overzicht van de Europese besluitvorming.Prosea
De EU beheert visbestanden niet in haar eentje. Voor het invullen van het visserijbeheer vragen beheerders vaak hulp aan onderzoekers. Onderzoekers leveren bijvoorbeeld gegevens over de hoogte van de visstand en kunnen advies geven over het effect van verschillende beheermaatregelen. Daarnaast krijgen vissers een steeds duidelijkere stem bij het invullen van beleid en beheer.

Onderzoekers informeren de beheerder

Visserijbiologen besluiten niet over doelen of maatregelen: zij voeren alleen maar berekeningen uit en leveren advies op verzoek van de EU.

Onderzoekers informeren de beheerder.

Onderzoekers informeren de beheerder.Visserijnieuws

Wanneer de Europese ministers de vangstquota vast gaat stellen, winnen zij eerst advies in van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES). De visserijbiologen van ICES schatten dan hoe groot de visstand is, hoe hoog de visserijdruk is en hoe vangstquota van verschillende hoogten effect zullen hebben op de visstand.

Beheerders letten bij het vaststellen van quota en andere maatregelen ook op de praktische consequenties van de maatregelen voor bijvoorbeeld de economische positie van de vissers en de werkgelegenheid in de visserijsector. Daarvoor wint Europa advies in van haar eigen sociaal-economische commissie, de STECF (in het Nederlands het WTECV – Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de Visserij).

Kortom, beheerders maken de keuzes over de doelen en de beheermaatregelen, zoals de hoogte van de vangstquota. Biologen voeren op verzoek van de beheerders berekeningen uit en informeren de beheerders zo goed mogelijk over het effect van alle verschillende manieren waarop je visbestanden kunt beheren.

Ook een rol voor vissers

De EU vindt het heel belangrijk dat ook vissers bij het visserijbeleid worden betrokken. Ook in Nederland spreken de minister en zijn ambtenaren steeds vaker met visserijvertegenwoordigers om te horen hoe de vissers denken over de visstand, visserijbeheer en beheersmaatregelen. Er wordt ook steeds meer samengewerkt door vissers en wetenschappers om de beste informatie over de zee en de visstand boven tafel te krijgen. Daarnaast worden vissers steeds vaker uitgenodigd om allerlei beleidsvergaderingen bij te wonen.

Vergadering van het Noordzee Advies Comité met visserijvoorman Pim Visser aan het woord.

Vergadering van het Noordzee Advies Comité met visserijvoorman Pim Visser aan het woord. ProSea

Een van de vergaderstructuren waarbinnen belanghebbenden een stem krijgen zijn de adviesraden (AR), die advies geven aan de Europese Commissie over verstandig beheer van visbestanden per regio. In een AR zitten zowel de visserijsector als milieuorganisaties. Twee derde van de zetels in een AR is gereserveerd voor de visserij en een derde voor andere belangengroepen.

Er bestaan dus mooie kansen om vanuit de visserij een bijdrage te leveren aan een effectief visserijbeheer. Beheerders hopen dat wanneer alle partijen meer met elkaar samenwerken, het visserijbeleid voor alle betrokkenen een meer open en duidelijk proces wordt. Want beleid is alleen succesvol als alle betrokkenen de regels als eerlijk, zinnig en effectief ervaren, en daarom ook bereid zijn zich aan de regels te houden. Hiervoor is de deelname van vissers van groot belang.

Daarnaast worden de belangen van een groot deel van de Europese vissers in Europa behartigd door Europêche. Dit is een platform waarbij veel visserijbelangenorganisaties zijn aangesloten met het doel om Europese beleidsmakers te informeren over de visserij. Namens Nederland zijn de Pelagic Freezer-Trawler Association (PFA), VisNed en de Nederlandse Vissersbond aangesloten bij Europêche.

Voor de Nederlandse visserij zijn er een aantal belangrijke beleidsmatige ontwikkelingen op Europees niveau die van invloed zijn op het uitoefenen van het vissersberoep, zoals:

  • het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB);
  • Natura 2000; en
  • Kaderrichtlijn Mariene Strategie

Deze zullen verderop in de tekst uitgebreid worden besproken.

3Nederlands niveau

In Nederland hoort visserij bij het Ministerie van Economische Zaken (EZ), en daarbinnen bij de Directie Dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn (DAD). De Nederlandse ambtenaren voeren de Europese wetten vanuit het gemeenschappelijk visserijbeleid uit en zijn verantwoordelijk voor de controle en handhaving. Soms staan in de EU-wetten alleen doelen. In dat geval kunnen lidstaten, waaronder Nederland, zelf beslissen welke maatregels het beste werken om die doelen regionaal, in de Noordzee bijvoorbeeld, te bereiken.

Staatssecretaris Martijn van Dam (rechts) aan boord van de MDV1.

Staatssecretaris Martijn van Dam (rechts) aan boord van de MDV1.A. Hoefnagel

De visserij in de kust- en binnenwateren valt onder het Nederlands visserijbeleid. Het Nederlands visserijbeleid is sinds 1963 vastgelegd in de visserijwet. Ook sportvissers in de binnenwateren en zoute wateren moeten zich aan regels houden. Zo moeten sportvissers beschikken over een VISpas. Sportvisserij Nederland toont de regels voor sportvissers op z’n website.

Het is voor schippers belangrijk om op tijd hun certificaten te vernieuwen of te verlengen om problemen met de ILT te voorkomen.

Het is voor schippers belangrijk om op tijd hun certificaten te vernieuwen of te verlengen om problemen met de ILT te voorkomen.ILT

Qua controle en handhaving zijn de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) betrokken bij visserijgerelateerde inspecties. De NVWA controleert de hele visserijketen, dus aan boord van kotters, op visafslagen en in de handel. De ILT inspecteert of zeevissersvaartuigen voldoen aan de nationale en internationale regelgeving. Deze regelgeving richt zich op de veiligheid van het schip en de bemanning.

Het meeste visserijgerelateerde onderzoek wordt uitgevoerd door onderzoeksinstituten Wageningen Marine Research (voorheen IMARES) en Wageningen Economic Research (voorheen Landbouw Economisch Instituut (LEI)). Onderzoeken van Wageningen Marine Research richten zich over het algemeen meer op ecologische onderzoeksvragen, terwijl onderzoeken van Wageningen Economic Research zich over het algemeen richten op sociaal-economische onderzoeksvragen.

De belangrijkste organisaties die de belangen van de Nederlandse kottervissers behartigen zijn de Nederlandse Vissersbond en VisNed. Voor de pelagische vissers is de belangrijkste belangenorganisatie de Pelagic Freezer-Trawler Association (PFA). Deze drie partijen hebben zich verenigd in de Stichting Sectorraad Visserij. De Stichting Sectorraad Visserij houdt zich bezig met activiteiten op het gebied van veiligheid, opleidingen, onderwijs en bemanningszaken.

Tot slot zijn er nog een aantal NGO’s die zich actief bezig houden met duurzaam visserijbeheer. Binnen de Nederlandse visserij zijn dat voornamelijk Stichting de Noordzee, het Wereld Natuur Fonds (WNF), Greenpeace, de Waddenvereniging en de Good Fish Foundation. Sommige van deze NGO’s richten zich vooral op actie voeren, terwijl andere NGO’s zich meer richten op de politieke lobby, voorlichting van de consument of overleg met de visserij. Zo heeft iedere NGO weer een andere aanpak en blik op het bereiken van een duurzaam visserijbeheer.