De profit P – Visserijeconomie

In dit hoofdstuk staat de Profit P centraal. Die gaat over visserijeconomie, over de visketen en over het verdienen van geld. Kennis hierover is belangrijk voor een gezond bedrijf dat kan blijven voortbestaan en kan investeren in de toekomst.

Visserijeconomie gaat onder andere over het verdienen van geld, maar ook nog over veel meer.

Visserijeconomie gaat onder andere over het verdienen van geld, maar ook nog over veel meer.Avij

In de visserij kun je economie bekijken op verschillende niveaus. Je kunt denken aan je eigen portemonnee (persoonlijke economie), economie van een schipper/eigenaar (bedrijfseconomie) of de economie van een vissersdorp (regionale economie). Maar je kunt ook op een bredere schaal kijken, bijvoorbeeld naar de visserijsector in heel Nederland (sector economie), waarbij naast de aanvoersector de hele verdere keten (groothandel, verwerking, detailhandel) bijdraagt. Dan gaat het over de aanvoer van vis, de vraag naar vis, en de verspreiding en consumptie van die vis. Daar hoort ook marketing bij. Hoe maak je iets dat de consument wil hebben? En hoe komt dat product bij de consument terecht?

In dit hoofdstuk gaan we vooral kijken naar de bedrijfseconomie van de aanvoersector. Eerst zullen we bekijken wat de opbrengsten en kosten van een individueel vissersvaartuig zijn (bedrijfseconomie) en hoeveel je verdient als opvarende (persoonlijke economie). Daarna kijken we naar de visserijeconomie voor de hele aanvoersector. Tenslotte komt ondernemerschap aan bod. De meeste vissers zijn zelfstandig ondernemer, dus eigen baas. Dat geldt zeker voor eigenaren. Dat betekent dat eigenaren (die vaak de schippers zijn aan boord) zelf bepaalde keuzes kunnen maken over hun bedrijfsvoering.

1Hoe verdient een visserijbedrijf geld met vissen?

Visserijeconomie zit in van alles! Als visser is het natuurlijk belangrijk om geld te verdienen. Er komt geld in het laatje door gevangen vis te verkopen, maar je hebt als visser ook kosten. Die kosten moet je van je bruto opbrengst aftrekken om zo je netto opbrengst (winst of verlies) te kunnen berekenen. Voor de economie van een bedrijf is het verschil tussen opbrengsten en kosten van belang. De vraag bij bedrijfseconomie is: hoe kun je iets produceren zodat je winst maakt?

Opbrengst van een kotter

Na een aantal dagen vissen staat het ruim als het goed is vol met mooie vis, schaal- en/of schelpdieren: de vangst. Afhankelijk van de vismethode zal die vangst uit verschillende soorten bestaan en per soort uit grotere en kleinere vissen van verschillende kwaliteit.

De vis wordt in de afslag gesorteerd en op kwaliteit beoordeelt.

De vis wordt in de afslag gesorteerd en op kwaliteit beoordeeld.Nederlands Visbureau

De prijs die je per kilo vis op de afslag ontvangt, hangt af van een aantal factoren. Ten eerste is de sortering van je vangst belangrijk. Dat wil zeggen: hoe is de samenstelling van de vangst (soorten en grootte van de vissen). Op de afslag worden de vissen gesorteerd op soort en lengte en verdeeld in verschillende marktcategorieën. Schol van 30 cm lengte valt bijvoorbeeld in de marktcategorie ‘Schol 4’. Hieronder zie je voor een paar vissoorten de marktcategorieën. Vanuit de markt kan er vraag zijn naar specifieke sorteringen. Maar over het algemeen is het zo dat er op de afslag meer betaald wordt voor de grotere vissen.

De marktcategorieën voor verschillende vissoorten.ProSea

Verse vis wordt aangevoerd via de visafslag. Daar wordt de vis geregistreerd. De vis komt eerst in de aanvoerruimte waar het los- en sorteerproces plaatsvindt. Daarna gaat de vis naar de schouwruimte, waar handelaren de vis kunnen beoordelen op kwaliteit en hoeveelheid. Daar maken ze aantekeningen van en die houden ze erbij wanneer de vis over de klok wordt afgeslagen. Pelagische verse vis wordt door reders direct aan handelaren verkocht. Reders kunnen ook zelf handelshuizen in beheer hebben: zij zijn zowel visser als handelaar.

De vis wordt gesorteerd in kisten en in de schouwruimte neergezet.ProSea

De kwaliteit van vis weegt ook mee in de prijs. De kwaliteit van vis hangt af van verschillende zaken, zoals:

  • Het seizoen; zo zijn vissen in de paaitijd erg mager, omdat ze dan al hun energie in de voortplanting steken. Tijdens de paaitijd krijg je over het algemeen minder geld per kilo vis. Economisch gezien kan het verstandig zijn om tijdens de paaitijd minder aan te voeren, want vis kan meer opbrengen wanneer je die een paar maanden later opvangt als die vetter is.
  • De vismethode; een vis die lang in het net zit kan bijvoorbeeld meer beurse plekken hebben en daardoor minder waard zijn.
  • Het visgebied of de type visgrond; als je bijvoorbeeld veel bodemvuil bijvangt, dan kan een vis in het net eerder beschadigen. Dat vertaalt zich ook in de kwaliteit van het visvlees.
  • De versheid van de vis; wanneer is de vis gevangen. Vissen die gevangen zijn aan het einde van de visweek zijn verser dan vissen gevangen op de eerste dag.

Kwaliteit van de vis heeft ook invloed op de prijs die je voor je vis krijgt. Hier zie je het verschil in kwaliteit van een tong gevangen met de boomkor (links) en de pulskor (rechts).ProSea

Via je vangst in kilo’s en de prijs per kilo weet je uiteindelijk wat je opbrengst is. In de visserij noemen we dat de besomming. Deze staat vermeld op de besommingbrief of afslagbrief die je op de afslag krijgt. De afslagbrief is een overzicht waarop je bruto besomming staat: hoeveel geld je in totaal hebt gekregen voor je vis, schaal- of schelpdieren. Er staat ook op wat je hebt aangevoerd in kilo’s per soort en marktcategorie, wie de kopers zijn en welke prijs je per marktcategorie hebt ontvangen.

Een voorbeeld van een afslagbrief of besommingsbrief.

Een voorbeeld van een afslagbrief of besommingsbrief.ProSea

Op de afslagbrief staat ook een aantal kostenposten, die van de bruto besomming worden afgetrokken. Om te beginnen houdt de afslag ongeveer 3% in voor bemiddelingskosten van de veiling. Dit is een vast percentage en geldt voor elke afslag in Nederland. Vervolgens wordt er geld ingehouden voor het lossen en sorteren op de afslag. Deze kosten variëren per afslag van 2 tot 3% van je bruto besomming. Ook betaal je via de afslag automatisch een bepaald percentage aan contributie voor je visserijorganisatie. Daarnaast zijn er heffingen van de PO voor promotie en onderzoek.

Na inhouding van al deze heffingen blijft er van de bruto besomming ongeveer 93% over. Dit is de netto besomming en deze wordt overgemaakt op de bankrekening van de kottereigenaar.

Een voorbeeld van een afslag/besommingsbrief met de door de afslag ingehouden kosten.

Een voorbeeld van een afslag/besommingsbrief met de door de afslag ingehouden kosten.ProSea

De totale jaaropbrengst geeft dus een goed overzicht van de totale hoeveelheid geld die binnenkomt. Maar voordat de kottereigenaar weet hoeveel hij van de besomming overhoudt, moeten er nóg een aantal rekeningen betaald worden.

Voorbeeld van een jaaropbrengst van een kotter.

Voorbeeld van een jaaropbrengst van een kotter.LEI

Uitgaven van een kotter

Er zijn heel wat kosten die eerst gemaakt moeten worden, voordat er ook maar een kilo vis gevangen kan worden. Hierbij kun je denken aan:

  • Verzekering; het schip moet verzekerd zijn.
  • Materialen; er moeten allerlei materialen aan boord zijn, zoals navigatiemiddelen en netten.
  • Brandstof; tijdens het varen en vissen wordt er olie verstookt. De brandstofkosten zijn afhankelijk van de hoogte van de gasolieprijs.
  • Quotum; de kosten voor het huren van quotum. In Nederland heeft elke visser een eigen stukje quotum (dat heet contingent). Dit contingent geeft aan hoeveel kilo van een bepaalde soort vis de visser mag aanlanden. In Nederland zijn deze contingenten verhandelbaar: je kunt ze (ver)kopen of (ver)huren. Zo kan elke visser zijn vangstrechten flexibel afstemmen.
  • Bemanning; de bemanning moet ook worden betaald. De meeste kotters varen in een maatschap. Dit betekent dat de bemanning geen vast loon heeft, maar dat ze, na aftrek van een aantal kosten, een deel van de besomming krijgen. Een meevarende eigenaar (schipper-eigenaar dus) krijgt ook zo’n loondeel, naast het geld dat hij inhoudt voor het beschikbaar maken van zijn schip, het quotum, en de zeedagen.

Hier zie je een voorbeeld van de kosten van een kotter op jaarbasis.

Hier zie je een voorbeeld van de kosten van een kotter op jaarbasis.LEI

Nu weten we zo ongeveer hoe het geld wekelijks binnenkomt en welke kosten er aan een visreis verbonden zijn. Maar we zijn er nog niet. Van het geld dat er binnenkomt moeten namelijk ook de rente en de aflossingen van leningen aan de bank worden betaald. Het schip en de motor zijn namelijk meestal ooit met geleend geld aangeschaft. Wat er na deze aflossingen en rentes onderaan de streep overblijft heet de winst, of, wanneer de uitgaven de opbrengst overstijgen, het verlies. Als er sprake is van winst, dan moet er belasting worden betaald.

Winst en verlies

Of je aan het einde van de dag winst of verlies maakt hangt dus af van het verschil tussen je besomming en je kosten. Zijn de kosten hoger dan de besomming, dan maak je verlies. Zijn ze lager, dan hou je geld over en maak je winst. Het verschil tussen opbrengst en kosten wordt ook wel het nettoresultaat genoemd.

Hier zie je hoe het nettoresultaat berekent wordt van een kotter op jaarbasis.

Hier zie je hoe het nettoresultaat berekent wordt van een kotter op jaarbasis.LEI

2Hoe verdient een bemanningslid geld met vissen?

Nu we op een rijtje hebben wat een kottereigenaar aan inkomsten en kosten heeft, is het interessant om te zien wat een opvarende verdient. In de Nederlandse kottervloot werk je als opvarende in een maatschap. De belastingdienst ziet de schipper-eigenaar als ondernemer en een opvarende als een maat. Wanneer je als opvarende aan boord van een kotter gaat werken onderteken je een maatschapscontract.

Bemanningsleden aan boord van een kotter.

Bemanningsleden aan boord van een kotter.Nederlands Visbureau

Werken in een maatschap

In een maatschapscontract staat ondermeer wie de schipper-eigenaar is, hoeveel zeedagen en welk contingent de kotter heeft, wat de vaste kosten van een visreis zijn, wie de opvarenden zijn en welk percentage van de opbrengst elke opvarende als loon ontvangt. Dat percentage kan per bemanningslid verschillen. Zo kan een ervaren bemanningslid bijvoorbeeld een hoger percentage van de opbrengst als loon ontvangen dan een minder ervaren bemanningslid. In principe staat het percentage voor een individueel bemanningslid vast totdat een nieuw maatschapscontract wordt ondertekend. Elk jaar moet er per 1 januari een nieuw contract worden opgemaakt.

Deelloonberekening

Als bemanningslid is het belangrijk om te weten hoe jouw loondeel wordt berekend. Kijk naar het volgende voorbeeld van een deelloonberekening. De bruto besomming is 40.000 euro. Hiervan worden een aantal kosten afgetrokken, zoals inhoudingen op de afslag, brandstofkosten, huur quota en apparatuur. De bemanning krijgt in totaal 42% van de resterende opbrengst (22.500 euro). In dit voorbeeld verdient elk bemanningslid een even groot deel. Er zijn 6 man aan boord, dus krijgt iedere visser 7%.

Voorbeeld van een deelloonberekening.

Voorbeeld van een deelloonberekening.Wageningen Economic Research

Bruto komt dat neer op 1.575 euro per bemanningslid. Hiervan houdt de eigenaar in dit voorbeeld nog 100 euro in als premie voor het Sociaal Fonds Maatschapsvisserij (SFM). Dit fonds biedt bemanningsleden een sociaal vangnet. Als je bijvoorbeeld ziek wordt, dan zorgt het SFM ervoor dat je dan toch een vastgesteld weekloon ontvangt.

Elk bemanningslid krijgt dus deze week 1.475 euro overgemaakt naar zijn bankrekening. Wat je als visser op je bankrekening ontvangt is je brutoloon. Pas nadat je daar een deel van hebt afgedragen aan de belasting blijft je nettoloon over. Als visser draag je zelf de verantwoordelijkheid voor het betalen van de belastingaanslag. Het is daarom slim om een deel van je brutoloon op een aparte spaarrekening te reserveren voor de belasting. Zo voorkom je dat je de belasting niet kunt betalen en daardoor in financiële moeilijkheden komt.

Ook dien je je bij de belastingdienst aan te melden als maatschapvisser. Naast het SFM is er voor opvarenden niets geregeld wat betreft bijvoorbeeld een ziektekostenverzekering en pensioenopbouw. Ook daar moet je zelf geld van je loon voor apart zetten.

Pelagische visserij

In de pelagische vloot is het anders geregeld. Daar is een opvarende geen maat, maar een CAO-visser. In de zin van de wet is het een werknemer en geen deelloonvisser. Voor pelagische vissers hebben vakbonden afspraken gemaakt met reders over loonbetalingen. Net als in de kottervloot krijgt een opvarende op een hektrawler een aandeel van de opbrengst, maar er bestaat ook een garantieloonregeling. Bij te lage opbrengsten wordt dan toch een redelijk loon uitbetaald. In de kottervisserij bestaat deze garantieregeling niet. Verder betalen pelagische vissers samen met de reders premies voor sociale verzekeringen (sociale lasten) en pensioenpremies. De meeste premies worden ingehouden op het loon van de vissers. Zij ontvangen een netto loon.

3De Nederlandse kottervloot

We hebben nu gekeken hoe de economie van een visserijbedrijf werkt. Je haalt een bepaalde besomming door de vis te verkopen en na aftrek van alle kosten maak je winst of verlies. Nu maken we de stap van het individuele visserijbedrijf naar de aanvoersector als geheel. Laten we eens verder kijken naar hoe de Nederlandse vloot eruit ziet. Wageningen Economic Research houdt al deze gegevens bij. Gegevens zijn te vinden op de website www.agrimatie.nl onder visserij. Hieronder zie je een overzicht van de vlootsamenstelling die op die site te vinden is.

Vlootsamenstelling Nederlandse visserijvloot vanaf 2009. Wageningen Economic Research

De Nederlandse vissersvloot is altijd wisselend van omvang en samenstelling geweest. Er zijn jaren geweest dat de vloot groeide (in aantal schepen en/of in capaciteit, dus de grootte van de schepen), maar ook jaren dat de vloot kromp. De omvang van de vloot wordt bepaald door economische ontwikkelingen, zoals brandstofkosten, visprijzen, biologische ontwikkelingen (bijvoorbeeld schommelingen in visbestanden en in vangstmogelijkheden) en ook door wetgeving.

In de eerste tien jaar van deze eeuw kromp de Nederlandse vissersvloot. Vooral in de kottervloot zijn er flinke saneringen geweest, want veel bedrijven leden al een paar jaar verlies. Sommige bedrijven hadden te weinig vangstrechten om winst te kunnen maken. Toen de gasolieprijzen stegen en de visprijzen daalden, was dit voor sommige bedrijven reden om te stoppen.

De laatste jaren blijkt het aantal actieve visserijvaartuigen redelijk stabiel rond de 600 vaartuigen. Alleen in de grote zeevisserij is het aantal vaartuigen varend onder Nederlandse vlag aanzienlijk afgenomen, van 14 naar 8. De omvang van alle andere onderdelen van de Nederlandse vloot bleef nagenoeg onveranderd. In de kottervisserij waren de laatste jaren gemiddeld 280 kotters actief. 

Aanvoer schol, tong, griet en tarbot vanaf 2003.Wageningen Economic Research

In bovenstaande afbeelding zijn de aanvoer van enkele vissoorten weergegeven, verkregen uit VIRIS (aanvoergewicht). Schol en tong zijn de meest aangevoerde vissoorten van de Nederlandse kottervloot. De aanvoer van garnalen, kabeljauw en langoustine is te zien in onderstaande afbeelding.

Aanvoer van kabeljauw, garnalen en langoustine vanaf 2003.Wageningen Economic Research

In onderstaande afbeelding is de aanvoer van pelagische vis te vinden. De belangrijkste pelagische vissoorten die worden aangevoerd (in % van totaal) zijn haring, blauwe wijting, horsmakreel, makreel en sardine.

Aanvoer pelagische sector vanaf 2003.Wageningen Economic Research

Werkgelegenheid

De kottervisserij leverde de grootste bijdrage aan de werkgelegenheid. Deze sector neemt meer dan de helft van het totaal aantal opvarenden voor zijn rekening..

Aantal opvarenden in de visserij vanaf 2012.Wageningen Economic Research

4Nettoresultaat: Winst of verlies?

Belangrijker dan de opbrengst is natuurlijk het verschil tussen opbrengst en kosten. Hierbij kijk je hoeveel de kottersector netto, onder de streep, van die opbrengst overhoudt.

Economische resultaten van de Nederlandse kottervisserij (voorlopige cijfers × mln. euro).

Economische resultaten van de Nederlandse kottervisserij (voorlopige cijfers × mln. euro). Wageningen Economic Research

Bovenstaande afbeelding toont het nettoresultaat van de Nederlandse kottervloot. Dit getal laat zien of de vloot gemiddeld winst of verlies maakt. Een ander woord voor netto-resultaat is rentabiliteit. Als er winst gemaakt wordt, is het nettoresultaat positief en spreken economen van een positieve rentabiliteit.

De gemaakte winst kan je zien als een soort beloning voor al het geld dat je in een bedrijf hebt geïnvesteerd. Als er verlies wordt gemaakt, is het nettoresultaat negatief en spreken economen van een negatieve rentabiliteit. Er wordt geen winst gemaakt, soms is een bedrijf zelfs verliesgevend.

Het berekenen van het nettoresultaat.

Het berekenen van het nettoresultaat.ProSea

In het begin van deze eeuw had de Nederlandse kottervloot te maken met een negatieve rentabiliteit. Simpel gezegd: vis werd te duur gevangen. In de tabel is te zien dat het sinds 2012 gelukkig weer veel beter gaat. De rentabiliteit valt te verbeteren door de kosten te verlagen en/of door de opbrengsten te verhogen.

Kostenbesparing

Vooral het hoge verbruik van brandstof maakt de aanvoersector kwetsbaar. Dit is een grote kostenpost. De Nederlandse visserij, met name de boomkorvloot, verbruikt namelijk relatief gezien veel brandstof. Nu is dat niet voor niets, want voor een bokker geldt over het algemeen: hoe meer pk’s, hoe hoger de vangst. Maar de kosten zijn ook hoger, want veel pk’s verbruiken veel brandstof.

In onderstaande afbeelding staat het gasolieverbruik- en de kosten. Het totale brandstofverbruik in de kottervisserij is in de afgelopen decennia fors gedaald. Mede dankzij innovaties in efficiëntere vistuigen en een lagere brandstofprijs is dit percentage de afgelopen jaren fors gedaald ten opzichte van de jaren daarvoor.

Het totale brandstofverbruik in de kottervisserij is in de afgelopen decenia fors gedaald. In 1994 werd 369 mln. liter brandstof verbruikt; in 2017 was dit nog maar 94 mln. liter. Wageningen Economic Research

Het is belangrijk om te snappen dat je op de prijs van olie als visser geen invloed hebt. Wel is het prettig als de prijs laag is, maar heel kostbaar als de prijs hoog is. Je kunt er alleen niet zoveel aan doen. Brandstofprijzen worden op de wereldmarkt bepaald.

Maar de Nederlandse vloot kan wel iets doen aan de hoeveelheid brandstof die verbruikt wordt. En dat hebben vissers de afgelopen jaren gedaan! Toen de olieprijs omhoog ging zijn er veel innovaties in vistuigen doorgevoerd, waardoor het olieverbruik sterk naar beneden is gegaan. Mocht de olieprijs in de toekomst weer omhoog gaan, dan heb je daar minder last van als je vist met de twinrig, pulskor of SumWing.

De gemiddelde gasolieprijs schommelt de laatste jaren tussen de 0,30 tot 0,70 eurocent per liter.Wageningen Economic Research

Naast het veranderen van vistuig, zijn er allerlei andere slimme ideeën om brandstof te besparen. De Kenniskring Slim Ondernemen heeft er een aantal op een rijtje gezet, zoals het gebruik van een brandstofmeter, cruise control, het aanpassen van de vissnelheid, allerlei aanpassingen aan vistuigen of veranderingen in de motor en schroef.

Vis wordt duur betaald

Naast kostenbesparing kan je natuurlijk ook denken aan het verhogen van de opbrengst. Immers, het nettoresultaat is opbrengst min de uitgaven. Het lijkt logisch om de opbrengst te verhogen door meer vis te vangen, want meer vis brengt meer geld op. Maar dat werkt (helaas) niet altijd zo. Als je meer vis gaat aanlanden, dan wil dit nog niet zeggen dat je voor die vis ook meer krijgt. Dat hangt erg af van de markt. Als er veel vis wordt aangeland, dan zou de kiloprijs naar beneden kunnen gaan. Het is dus slim om de markt goed in de gaten te houden. En die markt is niet alleen afhankelijk van Nederlandse vis. Handelaren en consumenten kopen ook kweekvis zoals pangasius, of alternatieve vissoorten zoals Yellow Fin Sole.

Consumenten hebben tegenwoordig veel keuze en zijn niet alleen afhankelijk van Nederlandse vis.

Consumenten hebben tegenwoordig veel keuze en zijn niet alleen afhankelijk van Nederlandse vis.Nederlands Visbureau

Vooral de Nederlandse kottervloot heeft regelmatig te maken met schommelende prijzen voor de door hun gevangen vis en garnalen. Door het beter vermarkten van vis, kan er mogelijk een hogere prijs betaald worden voor de aangelande vis.

Maar hoe kun je die visprijzen nu beïnvloeden? Je kunt andere vis, zoals pangasius, niet van de markt weren. Je kunt wel proberen om weer vraag naar schol te creëren (door bijvoorbeeld toegevoegde waarde te creëren). Ook kunnen vissers kijken naar hoe en wanneer de vis moet worden aangevoerd en vermarkt. Op die manier kunnen vraag en aanbod op de vismarkt beter op elkaar worden afgestemd.