De profit P – Visserijeconomie

In dit hoofdstuk staat de Profit P centraal. Die gaat over visserijeconomie, over de visketen en over het verdienen van geld, over een gezond bedrijf dat kan blijven voortbestaan en kan investeren in de toekomst. Allemaal onderwerpen die in dit hoofdstuk worden besproken.

Visserijeconomie gaat onder andere over het verdienen van geld, maar ook nog over veel meer.

Visserijeconomie gaat onder andere over het verdienen van geld, maar ook nog over veel meer.Avij

In de visserij kun je economie bekijken op verschillende niveaus. Je kunt denken aan je eigen portemonnee (persoonlijke economie), economie van een schipper-eigenaar (bedrijfseconomie) of de economie van een vissersdorp (regionale economie). Maar je kunt ook op een bredere schaal kijken, bijvoorbeeld naar de visserijsector in heel Nederland (sector economie), waarbij naast de aanvoersector de hele verdere keten (groothandel, verwerking, detailhandel) bijdraagt. Dan gaat het over de aanvoer van vis, de vraag naar vis, en verspreiding en consumptie van die vis. Daar hoort ook marketing bij. Hoe maak je iets dat de consument wil hebben en hoe komt dat product bij de consument terecht?

In dit hoofdstuk gaan we vooral kijken naar de bedrijfseconomie van de aanvoersector. Eerst zullen we bekijken wat de opbrengsten en kosten van een individueel vissers-vaartuig zijn (bedrijfseconomie), en hoeveel je verdient als opvarende (persoonlijke economie). Daarna kijken we naar de visserijeconomie voor de hele aanvoersector. Tenslotte komt ondernemerschap aan bod. De meeste vissers zijn zelfstandig ondernemer, dus eigen baas. Dat geldt zeker voor eigenaren. Dat betekent dat eigenaren (die vaak de schippers zijn aan boord) zelf bepaalde keuzes kunnen maken over hun bedrijfsvoering.

1Hoe verdient een visserijbedrijf geld met vissen?

Visserijeconomie zit in van alles! Als visser is het natuurlijk belangrijk om geld te verdienen. Er komt geld in het laatje door gevangen vis te verkopen. Maar je hebt als visser ook kosten, die je van je bruto opbrengst moet aftrekken om zo je netto opbrengst (winst of verlies) te kunnen berekenen. Voor de economie van een bedrijf is het verschil tussen opbrengsten en kosten van belang, de vraag bij bedrijfseconomie is: hoe kun je iets produceren zodat je winst maakt?

Opbrengst van een kotter

Na een aantal dagen vissen staat het ruim als het goed is vol met mooie vis: de vangst. Afhankelijk van de vismethode zal die vangst uit verschillende soorten bestaan en per soort uit grotere en kleinere vissen van verschillende kwaliteit.

De vis wordt in de afslag gesorteerd en op kwaliteit beoordeelt.

De vis wordt in de afslag gesorteerd en op kwaliteit beoordeelt.Nederlands Visbureau

De prijs die je per kilo vis op de afslag ontvangt, hangt af van een aantal factoren. Ten eerste is de sortering van je vangst belangrijk. Dat wil zeggen: hoe is de samenstelling van de vangst (soorten en grootte van de vissen). Op de afslag worden de vissen gesorteerd op soort en lengte en verdeeld in verschillende marktcategorieën. Schol van 30 cm lengte valt bijvoorbeeld in de marktcategorie ‘Schol 4’. Hieronder zie je voor een paar vissoorten de marktcategorieën. Vanuit de markt kan er vraag zijn naar specifieke sorteringen. Maar over het algemeen is het zo dat er op de afslag meer betaald wordt voor de grotere vissen.

Marktcategorieën voor tong, schol en tarbot.

Marktcategorieën voor tong, schol en tarbot.ProSea

Verse demersale vis gevangen op de Noordzee wordt aangevoerd via de visafslag. Daar wordt de vis geregistreerd. De vis komt eerst in de aanvoerruimte waar het los- en sorteerproces plaatsvindt. Daarna gaat de vis naar de schouwruimte, waar handelaren de vis kunnen beoordelen op kwaliteit en hoeveelheid. Daar maken ze aantekeningen van en die houden ze erbij wanneer de vis over de klok wordt afgeslagen. Pelagische verse vis wordt door reders direct aan handelaren verkocht. Reders kunnen ook zelf handelshuizen in beheer hebben: zij zijn zowel visser als handelaar.

 

Vis in het visruim.

Vis in het visruim.
Demersale vis op ijs.

Demersale vis op ijs.

De kwaliteit van vis weegt ook mee in de prijs. De kwaliteit van vis hangt af van verschillende dingen, zoals:

  • De seizoenen; zo zijn vissen in de paaitijd erg mager, omdat ze dan al hun energie in de voortplanting steken. Tijdens de paaitijd krijg je over het algemeen minder geld per kilo vis. Economisch gezien kan het verstandig zijn om tijdens de paaitijd minder aan te voeren, want vis kan meer opbrengen wanneer je die een paar maanden later opvangt, als die weer vetter is.
  • De vismethode; een vis die lang in het net zit kan bijvoorbeeld meer beurse plekken hebben en daardoor minder waard zijn.
  • Het visgebied of de type visgronden; als je bijvoorbeeld veel benthos (bodemleven zoals krabben en zeesterren) bijvangt, dan kan een vis in het net eerder beschadigen. En dat vertaalt zich ook in de kwaliteit van het visvlees.
  • De versheid van de vis; wanneer is de vis gevangen. Vissen die gevangen zijn aan het einde van de visweek zijn verser dan vissen gevangen op de eerste dag.

Via je vangst in kilo’s en de prijs per kilo weet je uiteindelijk wat je opbrengst is. In de visserij noemen we dat de besomming. Deze staat vermeld op de besommingbrief of afslagbrief die je op de afslag krijgt. De afslagbrief is een overzicht waarop je bruto besomming staat: hoeveel geld je in totaal hebt gekregen voor je vis, schaal- of schelpdieren. Er staat ook op wat je hebt aangevoerd in kilo’s per soort en marktcategorie, wie de kopers zijn en welke prijs je per marktcategorie hebt ontvangen.

Een voorbeeld van een afslagbrief of besommingsbrief.

Een voorbeeld van een afslagbrief of besommingsbrief.ProSea

Op de afslagbrief staat ook een aantal kostenposten, die van de bruto besomming worden afgetrokken. Om te beginnen houdt de afslag ongeveer 3% in voor bemiddelingskosten van de veiling. Dit is een vast percentage en geldt voor elke afslag in Nederland. Vervolgens wordt er geld ingehouden voor het lossen en sorteren op de afslag. Deze kosten variëren per afslag van 2 tot 3% van je bruto besomming. Ook betaal je via de afslag automatisch een bepaald percentage aan contributie voor je visserijorganisatie. Daarnaast zijn er heffingen van de PO voor promotie en onderzoek. Na inhouding van al deze heffingen blijft er van de bruto besomming ongeveer 93% over. Dit is de netto besomming en deze wordt overgemaakt op de bankrekening van de kottereigenaar.

Een voorbeeld van een afslag/besommingsbrief met de door de afslag ingehouden kosten.

Een voorbeeld van een afslag/besommingsbrief met de door de afslag ingehouden kosten.ProSea

De totale jaaropbrengst geeft dus een mooi overzicht van de totale hoeveelheid geld die binnenkomt, maar voordat de kottereigenaar weet hoeveel hij echt van die besomming overhoudt, moeten er nóg een aantal rekeningen betaald worden.

Voorbeeld van een jaaropbrengst van een kotter.

Voorbeeld van een jaaropbrengst van een kotter.LEI

Uitgaven van een kotter

Er zijn heel wat kosten die eerst gemaakt moeten worden, voordat er ook maar een kilo vis gevangen kan worden, zoals:

  • Verzekering; het schip moet verzekerd zijn.
  • Materialen; er moeten allerlei materialen aan boord zijn, zoals navigatiemiddelen en netten.
  • Brandstof; tijdens het varen en vissen wordt er olie verstookt. Een kleine kotter van 260 pk die op garnalen vist verbruikt ongeveer 2.600 liter per 4-daagse visweek. Een grote boomkorkotter van 2.000 pk verbruikt rond 30.000 liter per visweek. De kosten zijn natuurlijk ook afhankelijk van de hoogte van de gasolieprijs. Stel nu dat de gasolieprijs 0,50 euro is, dan zijn de kosten voor brandstof in deze twee genoemde gevallen al 1.300 euro en 15.000 euro per visweek.
  • Quotum; dan zijn er de kosten voor het huren van quotum. In Nederland heeft elke visser een eigen stukje quotum (dat heet contingent). Dit contingent geeft aan hoeveel kilo van een bepaalde soort vis de visser mag aanlanden. In Nederland zijn deze contingenten verhandelbaar: je kunt ze (ver)kopen of (ver)huren. Zo kan elke visser zijn vangstrechten flexibel afstemmen.
  • Bemanning; de bemanning moet ook worden betaald. De meeste kotters varen in een maatschap. Dit betekent dat de bemanning geen vast loon heeft, maar dat ze, na aftrek van een aantal kosten, een deel van de besomming krijgen. Een meevarende eigenaar (schipper-eigenaar dus) krijgt ook zo’n loondeel, naast het geld dat hij inhoudt voor het beschikbaar maken van zijn schip, het quotum, en de zeedagen.

Hier zie je een voorbeeld van de kosten van een kotter op jaarbasis.

Hier zie je een voorbeeld van de kosten van een kotter op jaarbasis.LEI

Nu weten we zo ongeveer hoe het geld wekelijks binnenkomt en welke kosten er aan een visreis verbonden zijn. Maar we zijn er nog niet. Van het geld dat er binnenkomt moeten namelijk ook de rente en de aflossingen van leningen aan de bank worden betaald. Het schip en de motor zijn namelijk meestal ooit met geleend geld aangeschaft. Wat er na deze aflossingen en rentes onderaan de streep overblijft heet de winst, of, wanneer de uitgaven de opbrengst overstijgen, het verlies. Als er sprake is van winst, moet er belasting worden betaald.

Winst en verlies

Of je aan het einde van de dag winst of verlies maakt, hangt af van het verschil tussen je besomming en je kosten. Zijn de kosten hoger dan de besomming, dan maak je verlies, zijn ze lager, dan houd je geld over en maak je winst. Het verschil tussen opbrengst en kosten wordt ook wel nettoresultaat genoemd.

Hier zie je hoe het nettoresultaat berekent wordt van een kotter op jaarbasis.

Hier zie je hoe het nettoresultaat berekent wordt van een kotter op jaarbasis.LEI

2Hoe verdient een bemanningslid geld met vissen?

Nu we op een rijtje hebben wat een kottereigenaar aan inkomsten en kosten heeft, is het interessant om te zien wat een opvarende verdient. In de Nederlandse kottervloot werk je als opvarende in een maatschap. De belastingdienst ziet de schipper-eigenaar als ondernemer en een opvarende als een maat. Wanneer je als opvarende aan boord van een kotter gaat werken onderteken je een maatschapscontract.

Bemanningsleden aan boord van een kotter.

Bemanningsleden aan boord van een kotter.Nederlands Visbureau

Werken in een maatschap

In een maatschapscontract staat onder meer wie de schipper-eigenaar is, hoeveel zeedagen en welk contingent de kotter heeft, wat de vaste kosten van een visreis zijn, wie de opvarenden zijn en welk percentage van de opbrengst elke opvarende als loon ontvangt. Dat percentage kan per bemanningslid verschillen. Zo kan een ervaren bemanningslid bijvoorbeeld een hoger percentage van de opbrengst als loon ontvangen dan een minder ervaren bemanningslid. In principe staat het percentage voor een individueel bemanningslid vast, tot een nieuw maatschapscontract wordt ondertekend. Elk jaar moet er per 1 januari een nieuw contract worden opgemaakt. Een standaard maatschapscontract staat in het Jaarboek Visserij.

Deelloonberekening

Als bemanningslid is het belangrijk om te weten hoe jouw loondeel wordt berekend. Kijk naar het volgende voorbeeld van een deelloonberekening. De bruto besomming is 40.000 euro. Hiervan worden een aantal kosten afgetrokken, zoals inhoudingen op de afslag, brandstofkosten, huur quota en apparatuur. De bemanning krijgt in totaal 42% van de resterende opbrengst (22.500 euro). In dit voorbeeld verdient elk bemanningslid een even groot deel. Er zijn 6 man aan boord, dus krijgt iedere visser 7%.

Voorbeeld van een deelloonberekening.

Voorbeeld van een deelloonberekening.LEI

Bruto komt dat neer op 1.575 euro. Hiervan houdt de eigenaar in dit voorbeeld nog 100 euro in als premie voor het Sociaal Fonds Maatschapsvisserij (SFM). Dit fonds biedt bemanningsleden een sociaal vangnet. Als je bijvoorbeeld ziek wordt, dan zorgt het SFM ervoor dat je dan toch een vastgesteld weekloon ontvangt.

Elk bemanningslid krijgt dus deze week 1.475 euro overgemaakt naar zijn bankrekening. Wat je als visser op je bankrekening ontvangt is je brutoloon. Pas nadat je daar een deel van hebt afgedragen aan de belasting blijft je nettoloon over. Als visser draag je zelf de verantwoordelijkheid voor het betalen van de belastingaanslag. Het is daarom slim om een deel van je brutoloon op een aparte spaarrekening te reserveren voor de belasting. Zo voorkom je dat je de belasting niet kunt betalen en daardoor in financiële moeilijkheden komt. Ook dien je je bij de belastingdienst aan te melden als maatschap visser. Naast het SFM is er voor opvarenden niets geregeld wat betreft bijvoorbeeld een ziektekostenverzekering en pensioenopbouw. Ook daar moet je zelf geld van je loon voor apart zetten.

In de pelagische vloot is het anders geregeld. Daar is een opvarende geen maat, maar een CAO-visser. In de zin van de wet is het een werknemer en geen deelloonvisser. Voor pelagische vissers hebben vakbonden afspraken gemaakt met reders over loonbetalingen. Net als in de kottervloot krijgt een opvarende op een hektrawler een aandeel van de opbrengst, maar er bestaat ook een garantieloonregeling. Bij te lage opbrengsten wordt dan toch een redelijk loon uitbetaald. In de kottervisserij bestaat deze garantieregeling niet. Verder betalen pelagische vissers samen met de reders premies voor sociale verzekeringen (sociale lasten) en pensioenpremies. De meeste premies worden ingehouden op het loon van de vissers. Zij ontvangen een netto loon.

3De Nederlandse kottervloot

We hebben nu gekeken hoe de economie van een visserijbedrijf werkt. Je haalt een bepaalde besomming door de vis te verkopen en na aftrek van alle kosten maak je winst of verlies. Nu maken we de stap van het individuele visserijbedrijf naar de aanvoersector als geheel. Laten we eens verder kijken naar hoe de Nederlandse vloot eruit ziet. Het LEI (Landbouw Economisch Instituut, nu onderdeel van Wageningen Universiteit) houdt al deze gegevens bij. Ze zijn te vinden op de website www.agrimatie.nl onder visserij in cijfers-sectoren-visserij. Hieronder hebben we een voorbeelden gezet, meer recente gegevens zijn dus op het internet te vinden.

Vlootsamenstelling Nederlandse visserijvloot vanaf 2009.

Vlootsamenstelling Nederlandse visserijvloot vanaf 2009. www.agrimatie.nl

De Nederlandse vissersvloot is altijd wisselend van omvang en samenstelling geweest. Er zijn jaren geweest dat de vloot groeide (in aantal schepen en/of in capaciteit, dus de grootte van de schepen) maar ook jaren dat de vloot kromp. De omvang van de vloot wordt bepaald door economische ontwikkelingen zoals brandstofkosten en visprijzen, biologische ontwikkelingen, zoals schommelingen in visbestanden en in vangst-mogelijkheden, maar uiteraard ook door wetgeving.

In de eerste tien jaar van deze eeuw kromp de Nederlandse vissersvloot. Vooral in de kottervloot zijn er flinke saneringen geweest, want veel bedrijven leden al een paar jaar verlies. Sommige bedrijven hadden te weinig vangstrechten om winst te kunnen maken. Toen de gasolieprijzen stegen en de visprijzen daalden, was dit voor sommige bedrijven reden om te stoppen.

De laatste jaren blijkt het aantal actieve visserijvaartuigen redelijk stabiel rond de 610 vaartuigen. Alleen in de grote zeevisserij is het aantal vaartuigen varend onder Nederlandse vlag aanzienlijk afgenomen, van 14 naar 8. De omvang van alle andere onderdelen van de Nederlandse vloot bleef nagenoeg onveranderd. In de kottervisserij waren de laatste jaren gemiddeld 280 kotters actief. Van jaar tot jaar neemt het segment grote kotters gemiddeld af in omvang, terwijl de actieve vloot tot 300 pk langzaam toeneemt. Economisch gezien wordt deze kleine zeevisserij steeds belangrijker.

Aanvoer schol, tong, griet en tarbot vanaf 2003.

Aanvoer schol, tong, griet en tarbot vanaf 2003.www.agrimatie.nl

In bovenstaande afbeelding zijn de aanvoer van enkele vissoorten weergegeven, verkregen uit VIRIS (aanvoergewicht). Schol en tong zijn de meest aangevoerde vissoorten van de Nederlandse kottervloot. De aanvoer van garnalen, kabeljauw en langoustine is te zien in onderstaande afbeelding.

Aanvoer van kabeljauw, garnalen en langoustine vanaf 2003.

Aanvoer van kabeljauw, garnalen en langoustine vanaf 2003.www.agrimatie.nl

In onderstaande afbeelding staat de aanvoer van pelagische vis. De aanvoer van diepgevroren en verpakte vis door de grote zeevisserij is tussen 2012 en 2015 afgenomen, naar 243 mln. kg in 2015. De belangrijkste pelagische vissoorten die in 2015 aangevoerd (in % van totaal) zijn: haring (31%), blauwe wijting (23%), horsmakreel (19%), makreel (18%) en sardine (5%).

Aanvoer pelagische sector vanaf 2003.

Aanvoer pelagische sector vanaf 2003.www.agrimatie.nl

Werkgelegenheid

Het aantal opvarenden in de kottervloot neemt langzaam toe. In 2015 wordt het aantal opvarenden geschat op 1.125. In de afgelopen 10 jaar is het aantal opvarenden met ongeveer 23% afgenomen.

Aantal opvarenden in de kottervisserij vanaf 2003.

Aantal opvarenden in de kottervisserij vanaf 2003.www.agrimatie.nl

4Economie in de hele aanvoersector

Nu we bekeken hebben hoe de Nederlandse vloot zich ontwikkelt, en wat de vloot aanvoert, maken we de stap naar de economische waarde van de aanvoersector als geheel. Wat zijn de totale opbrengsten? Wordt er winst gemaakt?

Het LEI houdt ook al deze economische gegevens bij. Ze zijn te vinden op de website www.agrimatie.nl onder visserij in cijfers-sectoren-visserij. Hieronder hebben we een aantal voorbeelden gezet, maar meer recente gegevens zijn op het internet te vinden.

Opbrengst van de hele aanvoersector

De totale Nederlandse zeevisserij is de laatste jaren goed voor een aanvoerwaarde van ongeveer 400-425 miljoen euro. Dit is de geldwaarde van alle aangevoerde tong, schol, kabeljauw, haring, makreel, horsmakreel etc. (de totale opbrengst van alle vissers). Deze aanvoerwaarde wordt ook wel de primaire productiewaarde genoemd. Dit totale bedrag betalen viskopers (groothandelaren, kleinhandelaren, visverwerkingsbedrijven, exporteurs etc.) voor de vis op de visafslagen en aan reders van pelagische vis.

De kottervisserij is goed voor meer dan de helft van de aanvoerwaarde van de totale zee- en kustvisserij. De opbrengst van de grote zeevisserij is ongeveer 100 mln. euro en die van de kottervisserij is ongeveer 260 mln. euro.

De vis wordt verhandelt via de klok op de visafslag.

De vis wordt verhandelt via de klok op de visafslag.Nederlands Visbureau

De meeste vis die door Nederlandse vissers wordt gevangen, wordt geëxporteerd naar landen over de hele wereld. Diepgevroren vis van de hektrawlers wordt verkocht aan grote opkopers in het buitenland (importeurs).

In feite kun je zeggen dat de Nederlandse vissersvloot moet bestaan van bovengenoemde 400-425 miljoen euro per jaar. Alle investeringen, kosten, lonen, rente etc. moeten betaald worden van dit bedrag. Daarnaast moet de sector ook nog wat over zien te houden, zodat er winst wordt gemaakt. De visserijsector heeft die winst namelijk nodig om tijdig te kunnen innoveren en moderniseren. Technische en maatschappelijke ontwikkelingen dwingen altijd tot vernieuwing.

In totaal is 400 tot 425 miljoen euro een flink bedrag. Maar als je kijkt naar hoeveel geld dit is in vergelijking met de hele Nederlandse economie, dan blijkt dat de visserij maar een klein deel daarvan uitmaakt. Want de opbrengst van de hele visserijsector is maar 0,05% van het Binnenlands Product. Er zijn andere sectoren, zoals Financieel en Zakelijke Dienstverlening, Energie, Industrie en Handel, of Land- en Tuinbouw, waar Nederland veel meer geld aan verdient.

5Nettoresultaat: Winst of verlies?

Belangrijker dan de opbrengst, is natuurlijk het verschil tussen opbrengst en kosten, of te wel, hoeveel de kottersector netto, onder de streep, van die opbrengst overhoudt.

Economische resultaten van de Nederlandse kottervisserij (voorlopige cijfers × mln. euro).

Economische resultaten van de Nederlandse kottervisserij (voorlopige cijfers × mln. euro). LEI

Bovenstaande afbeelding toont het nettoresultaat van de Nederlandse kottervloot. Dit getal laat zien of de vloot gemiddeld winst of verlies maakt. Een ander woord voor netto-resultaat is rentabiliteit. Als er winst gemaakt wordt, is het nettoresultaat positief en spreken economen van een positieve rentabiliteit. De gemaakte winst kan je zien als een soort beloning voor al het geld dat je in een bedrijf hebt geïnvesteerd. Als er verlies wordt gemaakt, is het nettoresultaat negatief en spreken economen van een negatieve rentabiliteit. Er wordt geen winst gemaakt, soms is een bedrijf zelfs verliesgevend.

Het berekenen van het nettoresultaat.

Het berekenen van het nettoresultaat.ProSea

In het begin van deze eeuw had de Nederlandse kottervloot te maken met een negatieve rentabiliteit. Simpel gezegd: vis werd te duur gevangen. In de tabel is te zien dat het sinds 2012 gelukkig weer veel beter gaat. De rentabiliteit valt te verbeteren door de kosten te verlagen en/of door de opbrengsten te verhogen.

Kostenbesparing

Vooral het hoge verbruik van dure brandstof maakt de aanvoersector kwetsbaar. Dit is een grote kostenpost. De Nederlandse visserij, met name de boomkorvloot, verbruikt namelijk relatief gezien veel brandstof. Nu is dat niet voor niets, want voor een bokker geldt over het algemeen: hoe meer pk’s, hoe hoger de vangst. Maar de kosten zijn ook hoger, want veel pk’s verbruiken veel brandstof. In onderstaande afbeelding staat de olieprijs vanaf 1987. Te zien is dat de olieprijs tot 2014 sterk omhoog ging (op een korte periode in 2009 na). Dat waren zware tijden voor de visserij. Sinds 2014 daalt de prijs van olie spectaculair. Dat scheelt een hoop voor de visserij, de kosten gaan daarmee sterk omlaag.

Olieprijsontwikkelingen in Amerikaanse dollars (USD). De

Olieprijsontwikkelingen in Amerikaanse dollars (USD). De “Real” grafiek geeft de prijs aan waarbij rekening gehouden wordt met inflatie, deflatie en valutaschommelingen. TomTheHand

Het is belangrijk om te snappen dat je op de prijs van olie als visser geen invloed hebt. Het is prettig als de prijs laag is, en heel kostbaar als de prijs hoog is. Maar je doet er niet zo veel aan. Brandstofprijzen worden op de wereldmarkt bepaald.

Maar de Nederlandse vloot kan wel iets doen aan de hoeveelheid brandstof die verbruikt wordt. En dat hebben vissers de afgelopen jaren gedaan! Toen de olieprijs omhoog ging zijn er veel innovaties in vistuigen doorgevoerd, waardoor het oliegebruik sterk naar beneden is gegaan. Mocht de olieprijs in de toekomst weer omhoog gaan, dan heb je daar minder last van als je vist met twinrig, pulskor of SumWing.

Het totale brandstofverbruik in de kottervisserij is in de afgelopen decenia fors gedaald. In 1994 werd 369 mln. liter brandstof verbruikt; in 2015 was dit nog maar 89 mln. liter. Dit is een afname van 76%.

Het totale brandstofverbruik in de kottervisserij is in de afgelopen decenia fors gedaald. In 1994 werd 369 mln. liter brandstof verbruikt; in 2015 was dit nog maar 89 mln. liter. Dit is een afname van 76%.www.agrimatie.nl

Naast het veranderen van vistuig, zijn er allerlei andere slimme ideeën om brandstof te besparen. De Kenniskring Slim Ondernemen heeft er een aantal op een rijtje gezet, zoals het gebruik van een brandstofmeter en cruise control, het aanpassen van de vissnelheid, allerlei aanpassingen aan vistuigen, of veranderingen in de motor en schroef.

Vis wordt duur betaald

Naast kostenbesparing kan je natuurlijk ook denken aan het verhogen van de opbrengst. Immers, het nettoresultaat is opbrengst min uitgaven. Het lijkt logisch om de opbrengst te verhogen door meer vis te vangen. Want meer vis brengt meer geld op. Maar dat werkt (helaas) niet altijd zo. Want als je meer vis kunt aanlanden, wil dit nog niet zeggen dat je voor die vis ook meer krijgt. Dat hangt erg af van de markt. Als er veel vis wordt aangeland, dan zou de kiloprijs naar beneden kunnen gaan. Het is dus slim om de markt goed in de gaten te houden. En die markt is niet alleen afhankelijk van Nederlandse vis. Handelaren en consumenten kopen ook kweekvis zoals pangasius, of alternatieve vissoorten zoals Yellow Fin Sole.

Consumenten hebben tegenwoordig veel keuze en zijn niet alleen afhankelijk van Nederlandse vis.

Consumenten hebben tegenwoordig veel keuze en zijn niet alleen afhankelijk van Nederlandse vis.Nederlands Visbureau

Vooral de Nederlandse kottervloot heeft regelmatig te maken met lagere prijzen voor de door hun gevangen vis en garnalen. Met name de scholprijs fluctueert sterk. Omdat schol niet onderscheidend genoeg is ten opzichte van gelijksoortige vissoorten, wordt de prijs hiervan erg beinvloed door het aanbod van deze andere soorten in de markt.

De opbrengst echter, kan verhoogd worden wanneer de vis beter vermarkt wordt en er een hogere prijs betaald wordt voor de aangelande vis. Maar hoe kun je die visprijzen nu beïnvloeden? Je kunt andere vis, zoals pangasius, niet van de markt weren. Je kunt wel proberen om weer vraag naar schol te creëren (door bijvoorbeeld toegevoegde waarde te creëren). Ook kunnen vissers kijken naar hoe en wanneer de vis moet worden aangevoerd en vermarkt. Op die manier kunnen vraag en aanbod op de vismarkt beter op elkaar worden afgestemd.

6Ondersteuning van de overheid

We hebben net besproken hoe er meer winst gemaakt kan worden door op kosten te besparen of door de opbrengst te verhogen. Dit kan betekenen dat je moet veranderen of moet innoveren. Soms vergt dat grote investeringen, en het kost in ieder geval tijd en moeite.

De Nederlandse overheid heeft vissers financieel geholpen met verduurzamen van de visserij. Tussen 2006 en 2011 gebeurde dat met behulp van het Visserij Innovatie-platform (VIP). Het VIP stimuleerde ondernemers uit de hele visketen die wilden innoveren en daarbij oog hadden voor de drie P’s (natuur, mens en economie). Het VIP wees subsidies (financiële ondersteuning) toe waar vissers en handelaren met innovatieve plannen en ideeën een beroep op konden doen. Zo werd de ontwikkeling van de sumwing als alternatief voor de boomkor met VIP-gelden ondersteund. En ook een ketenbreed project waarin een betere marktpositie voor eigen Noordzeevis werd onderzocht. Het VIP bestaat niet meer, maar de overheid geeft nog steeds subsidies aan ondernemers die willen verduurzamen.

Een beeldverslag van de VIP-eindbijeenkomst

Een beeldverslag van de VIP-eindbijeenkomst “Vissen met wind mee” op 15 januari 2011.Visserij Innovatie Platform

Daarnaast biedt de overheid vissers de mogelijkheid tot samenwerking binnen zogeheten kenniskringen. Die kenniskringen worden georganiseerd door het LEI en IMARES. De meeste kenniskringen houden zich bezig met het ontwikkelen van nieuwe vistechnieken, met het oog op brandstofbesparingen en verduurzaming (minder discards, minder impact op bodem). Maar er wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar hoe vissers de vis beter kunnen vermarkten. Er bestaan verschillende kenniskringen, waaronder een Kenniskring Langoustines, een Kenniskring Platvis, een Kenniskring Garnalenvisserij en een Kenniskring Flyshoot.

De Kenniskringen visserij houden zich met name bezig met innoveren en kennis delen.

De Kenniskringen visserij houden zich met name bezig met innoveren en kennis delen.Kenniskring visserij