Grenzen in zee

Op verschillende niveaus zijn er grenzen opgesteld op zee, namelijk op internationaal-, Europees- en nationaal niveau. Een belangrijke grens is de Exclusieve Economische Zone (EEZ). Landen stellen een Exclusieve Economische Zone (EEZ) in, die loopt van de kust tot 200 zeemijlen (± 370 km) in zee. Binnen de EEZ heeft een land het wat betreft veel zaken voor het zeggen. Zo heeft zij het recht om de daar aanwezige grondstoffen uit de bodem en de zee te winnen en te beheren, zoals vis.

Naast de EEZ bestaan er nog meer grenzen in zee, zoals territoriale wateren, internationale wateren en het continentaal plat. Binnen de verschillende grenzen heeft men vaak te maken met verschillende partijen en verschillen in wet- en regelgeving. Dit zorgt ervoor dat visserijbeheer best ingewikkeld is. Voor een goed visserijbeheer is het belangrijk dat men goed met elkaar samenwerkt om te voorkomen dat er tegenstrijdigheden en conflicten ontstaan.

Op zee bestaan er verschillende grenzen om de zee zo goed mogelijk te kunnen beheren. Zo heeft het beheer van visbestanden op de volle zee (high seas) weer andere wet- en regelgeving dan binnen een Exclusieve Economische Zone (EEZ).

Op zee bestaan er verschillende grenzen om de zee zo goed mogelijk te kunnen beheren. Zo heeft het beheer van visbestanden op de volle zee (high seas) weer andere wet- en regelgeving dan binnen een Exclusieve Economische Zone (EEZ). The Pew Charitable Trusts

1Internationaal niveau

Meer dan een kwart van de vangst van de Europese vissers komt eigenlijk van buiten Europa. Hiervan komt een deel uit landen waarmee Europa een partnerschapsovereenkomst heeft en voor een deel van volle zee (deze delen van de zee behoren niet tot een land en zijn dus eigenlijk van niemand/iedereen).

Partnerschapsovereenkomsten

Met landen waar lokale vissers niet alle vangstmogelijkheden benutten, met name in Afrika en de Stille Oceaan, heeft de EU afspraken gemaakt voor de toegang tot visgronden. Dit zijn de zogenaamde partnerschapsovereenkomsten (POV’s). Het merendeel van deze POV’s gaan over visrechten op tonijn. De andere overeenkomsten met bijvoorbeeld Mauritanië, Guinee-Bissau en Marokko gaan over meerdere vissoorten. Met name die laatste overeenkomsten zijn van belang voor de Nederlandse vissersvloot.

De EU kent 3 verschillende typen partnerschapsovereenkomsten, namelijk bilaterale-, wederkerigheids-, en slapende bilaterale visserijovereenkomsten.

De EU kent 3 verschillende typen partnerschapsovereenkomsten, namelijk bilaterale-, wederkerigheids-, en slapende bilaterale visserijovereenkomsten. Europese commissie

Door deze POV’s krijgt de Europese vissersvloot toegang tot visbestanden van de partnerlanden. De EU betaalt voor deze visrechten. Een belangrijk deel van dit geld wordt gereserveerd om het nationale visserijbeleid te ontwikkelen en te ondersteunen, onderzoek uit te voeren en om het visserijbeleid te handhaven (bestrijden van illegale visserij). Het partnerland en de EU maken gezamenlijke afspraken over de toekenning en het beheer van deze subsidie.

De EU probeert er met de overeenkomsten dus voor te zorgen dat de Europese visserij extra mogelijkheden heeft om te vissen. Middels de POV’s proberen beheerders te zorgen voor een verantwoorde en duurzame visserij in niet EU- landen door de Europese vloot alleen te laten vissen op visbestanden die de partnerlanden zelf niet willen of kunnen bevissen. De EU streeft er naar dat de vangstmogelijkheden in lijn zijn met de best beschikbare wetenschappelijke adviezen, dat kwetsbare bestanden door deze vangstmogelijkheden niet nog verder worden uitgedund en dat de EU-schepen geen concurrent worden van de lokale ambachtelijke vissers. Een regel is bijvoorbeeld dat EU-schepen nooit toestemming hebben om binnen 12 zeemijl van de kust te vissen. Ook moeten Europese schepen lokale vissers in dienst nemen.

Lokale Afrikaanse vissers zijn sterk afhankelijk van de visserij voor hun voedsel en inkomen.

Lokale Afrikaanse vissers zijn sterk afhankelijk van de visserij voor hun voedsel en inkomen. I. Tenniglo

Een aantal maatschappelijke organisaties zijn kritisch over de visserij in niet-EU landen, zoals West-Afrika en Zuid-Amerika. Ze zijn van mening dat er door de buitenlandse trawlervisserij (waaronder EU schepen) roofbouw gepleegd wordt op de visvoorraden van veel Afrikaanse landen. Afrikaanse lokale dorpen zijn sterk afhankelijk van de visserij voor hun inkomsten en voedselzekerheid. De lokale Afrikaanse bevolking vist meestal met een kleinschalige vloot van vooral lange houten kano’s. De Europese trawlervisserij is grootschalig en maatschappelijke organisaties vrezen daarom dat de POV’s:

  • bijdragen aan overbevissing;
  • de voedselvoorziening van ontwikkelingslanden bedreigen; en
  • de ontwikkeling van de lokale visserij verhinderen.

Ook worden ontwikkelde landen ervan beschuldigd te weinig geld te betalen voor wat ze vangen. Volgens sommige organisaties helpen de overeenkomsten de rijken om te stelen van de armen.

Wederkerigheidsovereenkomst

De Europese Unie heeft ook wederkerigheidsovereenkomsten met een aantal noordelijke landen, deze overeenkomsten worden ook wel de Noordelijke overeenkomsten genoemd. De noordelijke overeenkomsten gaan over haring, makreel en blauwe wijting. Daarover maakt de EU afspraken met bijvoorbeeld Noorwegen, IJsland en de Faeröer eilanden. Voor afspraken over blauwe wijting en makreel zit bijvoorbeeld ook Rusland aan tafel. Deze landen hebben zelf voldoende middelen om hun eigen visbestanden te bevissen. De EU maakt met deze landen vaak afspraken om quota uit te wisselen.

De overeenkomst met Noorwegen is de belangrijkste visserijovereenkomst die de EU met een niet-EU land heeft. Tegen het einde van het jaar gaan de Europese Unie en Noorwegen met elkaar in gesprek over hoeveel vis er het jaar daarop mag worden gevangen en hoe die vis zal worden verdeeld.

Soms gaan afspraken over de TAC voor deze gedeelde bestanden niet in goede overeenstemming. In 2010 bijvoorbeeld besloten IJsland en de Faeröer eenzijdig om zichzelf een makreel-TAC toe te kennen. Dit stuitte tegen de borst van de EU, want voor een goed beheer van het makreelbestand moeten afspraken gemaakt worden tussen de EU, Noorwegen, IJsland en de Faeröer. Ook in 2009 hebben IJsland, Noorwegen en de Faeröer, zich buiten de EU-vangstafspraken om extra vangstrechten voor makreel toegekend. Deze extra quota hadden toen een omvang van minstens 25% van de officiële TAC.

Volle zee

De volle zee, ook wel de internationale wateren genoemd, behoren niet tot een land. In het verleden heeft dit geleid tot zogenaamde visserijoorlogen, zoals de kabeljauwoorlogen in 1958, 1972 en 1975 tussen IJsland en het Verenigd Koninkrijk, waarbij zelfs oorlogsschepen gebruikt werden. Bij zulke conflicten eist een bepaald land meestal de visgronden op en verbiedt vissers uit andere landen om in datzelfde gebied te vissen.

Een krantenartikel uit 1972 over de kabeljauwoorlog.

Een krantenartikel uit 1972 over de kabeljauwoorlog.IJsland-informatie.nl

Om zulke conflicten te vermijden is er ook op internationaal niveau behoefte aan een vorm van beheer. Dit wordt gedaan door regionale organisaties voor visserijbeheer (RVO’s). Dit zijn internationale organisaties die worden opgericht door landen met visserijbelangen in een bepaalde regio. Sommige van die organisaties beheren alle visbestanden in een specifiek gebied, terwijl andere zich vooral richten op soorten die in uitgestrekte gebieden over grote afstanden trekken, met name tonijn. De EU, vertegenwoordigd door de Europese Commissie, speelt een actieve rol in zes tonijnorganisaties en elf andere regionale organisaties voor visserijbeheer.

Een overzicht van alle Regionale Visserij Organisaties die zich richten op een specifiek gebied.

Een overzicht van alle Regionale Visserij Organisaties die zich richten op een specifiek gebied. Europese commissie

2Europees niveau

Omdat de Noordzee omringd wordt door meerdere Europese landen, is Noordzeevisserij niet alleen een Nederlandse zaak. De Noordzeevisserij wordt beheerd door de Europese Unie (EU). De EU omvat een groot deel van Europa. De EU bestaat uit 28 landen (lidstaten) en heeft iets meer dan een half miljard inwoners. De algemene regel is dat vissersschepen uit de EU gelijke toegang hebben tot alle EU-wateren en EU-visbestanden, wat betekent dat EU-schepen in alle EEZ’s van de EU mogen vissen. Vangstquota gaan vaak over visbestanden die in meerdere EEZ’s voorkomen.

De Europese Unie bestaat uit 28 lidstaten (donkerblauwe landen met een wit kruisje).

De Europese Unie bestaat uit 28 lidstaten (donkerblauwe landen met een wit kruisje). Rijksoverheid

Europese ambtenaren van alle lidstaten maken samen afspraken over bijvoorbeeld visserij, landbouw, milieu, werkgelegenheid en energie binnen de Europese Unie. Zeker voor het visserijbeheer is het belangrijk om dit als Europese lidstaten samen te beheren, want vissen stoppen niet bij de grens van iedere EEZ. Vissen verplaatsen zich tussen de wateren van verschillende Europese lidstaten.

Het geheel van Europese regels voor de visserij en de aquacultuur is vastgelegd in het Gemeenschappelijk Visserij Beleid (GVB). In het GVB staat hoe de EU wil omgaan met bijvoorbeeld de vlootomvang, vlootsubsidies, bijvangsten, de communicatie met vissers en het belang van de natuur. De laatste ingrijpende herziening van het GVB is van 1 januari 2014.

Regionalisering

De laatste jaren is duidelijk geworden dat visserijbeheer op Europees niveau ook enkele nadelen kent. Zo is het lastig om de wet- en regelgeving snel en efficiënt aan te passen als de situatie daar om vraagt, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van innovaties of veranderingen in het ecosysteem. Het GVB wordt namelijk opgesteld voor het beheer in de gehele Europese Unie, terwijl er soms ook behoefte is aan specifieke wet- en regelgeving binnen een bepaalde regio. Daarom heeft de EU besloten om in het nieuwe GVB de regels en de beheersstructuur aan te passen. Daarbij wordt er ingezet op regionalisering en meer overleg met belanghebbenden.

Om dat vorm te geven heeft de EU zogenaamde adviesraden in het leven geroepen, zoals te zien is in de afbeelding hieronder. De oprichting van de adviesraden maakt het mogelijk om sneller en efficiënter te beheren en maakt het ook mogelijk om belanghebbenden meer te betrekken bij het opstellen van wet- en regelgeving. Deze adviesraden adviseren de Europese Commissie en de Europese lidstaten. Daarnaast leveren ze ook gegevens voor het beheer van visgronden en instandhoudingsmaatregelen.

De Europese Unie heeft verschillende Adviesraden in het leven geroepen om het GVB meer te regionaliseren.

De Europese Unie heeft verschillende Adviesraden in het leven geroepen om het GVB meer te regionaliseren. Europese commissie

3Nederlands niveau

Nederland ligt aan de Noordzee en heeft ook zeggenschap over een deel van die Noordzee. Binnen het gedeelte van de Noordzee waar Nederland zeggenschap over heeft zijn er ook weer verschillende grenzen, namelijk die van de:

  • Exclusieve Economische Zone (EEZ);
  • 12-mijlszone;
  • 3-mijlszone; en de
  • scholbox.

Een overzicht van de belangrijkste grenzen op de Noordzee. Vanaf de kust volgt eerste de grens van 3-mijl (donkerblauw), 6-mijl (lichtblauw), 12-mijl (grijs) en de EEZ-grens (dikke blauwe lijn).

Een overzicht van de belangrijkste grenzen op de Noordzee. Vanaf de kust volgt eerste de grens van 3-mijl (donkerblauw), 6-mijl (lichtblauw), 12-mijl (grijs) en de EEZ-grens (dikke blauwe lijn). Noordzeeloket

De Exclusieve Economische Zone

De Nederlandse EEZ op de Noordzee is ingesteld in het jaar 2000. Normaal is een EEZ 200 mijl, maar doordat landen zo dicht bij elkaar liggen in de Noordzee is dat hier anders. Over visserij binnen de EEZ zijn afspraken op Europees niveau gemaakt en vastgelegd in het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB).

Verdeling van de Noordzee in verschillende EEZ’s. Het lichtblauwe vak is de Nederlandse Exclusieve Economische Zone.

Verdeling van de Noordzee in verschillende EEZ’s. Het lichtblauwe vak is de Nederlandse Exclusieve Economische Zone. Prosea

De 12-mijlszone

De zee tot 12 mijl (±22 km) vanaf de kust heet de 12-mijlszone, of de territoriale zee. In principe beslist de Nederlandse regering over het gebruik van dat Nederlandse deel van de Noordzee. Dus ook over de visserij in de territoriale zee. Dit stuk zee is tot op zekere hoogte ook toegankelijk voor vissers uit aangrenzende landen.

Zo mogen Belgische vissers in de Nederlandse zone tussen de 3 en de 12 zeemijl op alle soorten vissen, Duitsers alleen op kabeljauw en garnalen, en Denen alleen op demersale soorten, sprot, zandspiering en horsmakreel. In de Nederlandse zone van 6 tot 12 zeemijl mogen Fransen vissen op alle soorten vis. Vissers uit het Verenigd Koninkrijk mogen in diezelfde zone vissen op demersale soorten, maar alleen in het gebied tussen de zuidpunt van Texel ten westen tot de grens Nederland/Duitsland. Binnen de 12-mijlszone en in de ‘scholbox’ ten noorden van de Waddeneilanden en de Duitse Bocht mogen alleen schepen met een motorvermogen van minder dan 300 pk vissen.

Daarnaast zijn er nog meer grenzen binnen de territoriale zee voor vissers. Zo mogen vissers niet vissen:

  • in windturbineparken;
  • binnen een zone van 500 meter rond mijnbouwplatforms;
  • in scheepvaartroutes;
  • in aanloopgebieden en clearways;
  • boven gronden waar veel munitie ligt; en
  • in bepaalde delen van de Natura 2000-gebieden.

Het is voor vissers verboden om binnen een zone van 500 meter rond platforms te vissen.

Het is voor vissers verboden om binnen een zone van 500 meter rond platforms te vissen. Stichting de Noordzee

Toch besluit de EU ook over bepaalde zaken in de territoriale zee. Zo meldt het GVB bijvoorbeeld dat schepen groter dan 8 meter alleen in de 12-mijlszone mogen vissen wanneer ze een motorvermogen van maximaal 300pk (221kW) hebben. Ook mag de Nederlandse regelgeving in de 12-mijlszone andere internationale regelgeving niet tegenspreken. Scheepvaart heeft bijvoorbeeld vrije toegang op doorvaart in de 12-mijlszone. Nederland kan deze doorvaart alleen beperken om de levende rijkdommen van de zee en het milieu van de Nederlandse kust te beschermen. Natuurbescherming binnen de 12-mijlszone is vastgelegd in de Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet. Deze wetten gelden niet buiten de 12-mijlszone van de Noordzee.

De 3-mijlszone

Voor de kustvisserij binnen de 3-mijlszone ligt het weer anders, want de zone tot 3 mijl uit de kust is exclusief voor Nederlandse vissers. Kustwateren zijn bijvoorbeeld: de Waddenzee, het Nederlands gedeelte van de Dollard en de Eems, de Maasmond, de Oosterschelde en de Westerschelde.

Voor de kustvisserij gelden de regels in de Nederlandse Visserijwet van 1963. Deze regels moeten de kustwateren beschermen voor overbevissing. In de wet is bijvoorbeeld geregeld waar en op welke vis beroeps- en sportvissers mogen vissen. Dit zijn de zogenaamde visvergunningen. De Visserijwet regelt ook met wat voor tuigen er mag worden gevist, op welke soorten vis, in welke tijd van het jaar en wat de minimale aanlandingsmaat is voor vis. De kustvisserij op niet door de EU gequoteerde soorten, zoals de visserij op garnalen, wordt door middel van vergunningen, met daaraan verbonden voorwaarden gereguleerd. Dit betekent dat het beleid voor kustvisserij voornamelijk nationaal beleid is. Toch wordt een klein deel nog steeds bepaald door het GVB.

Garnalenkotters hebben speciale vergunningen nodig.

Garnalenkotters hebben speciale vergunningen nodig. Rijksoverheid

Scholbox

De bekendste box in de Noordzee is de scholbox, die is ingesteld om jonge, ondermaatse schol in de kustzone te beschermen. De scholbox bestaat sinds 1989 en ligt voor de kust van Nederland, Duitsland en Denemarken. Eerst was de scholbox alleen in het tweede en derde kwartaal van het jaar gesloten voor grote boomkorkotters, maar sinds 1994 mogen kotters met een vermogen van meer dan 300 pk (221 kW) er helemaal niet meer vissen. De visserij-inspanning in de scholbox is toen met 90% gedaald. Maar de scholbox is dus niet een volledig gesloten gebied voor alle visserij.

De verdeling van schol in de Noordzee naar leeftijd (romeinse cijfers) en lengte (in cm) uit 1953. In de scholbox (het kustgebied) zit voornamelijk ondermaatse, jonge schol kleiner dan 20 cm.

De verdeling van schol in de Noordzee naar leeftijd (romeinse cijfers) en lengte (in cm) uit 1953. In de scholbox (het kustgebied) zit voornamelijk ondermaatse, jonge schol kleiner dan 20 cm. Winpenny 1953

Onderzoekers, beheerders en vissers hoopten dat met de scholbox de jonge schol beter zou overleven en zo zou bijdragen aan een verhoging van het maatse bestand. Maar sinds 1990 is de scholstand juist afgenomen!

Voor deze achteruitgang bestaan meerdere verklaringen. De ruimtelijke verspreiding van schol is sinds 1990 veranderd. De jonge schollen zijn uit de kustgebieden en de scholbox weggetrokken richting de leefgebieden van de volwassen dieren. En op deze visgronden wordt de ondermaatse schol alsnog bijgevangen, waardoor ze later niet kunnen bijdragen aan de paaistand.

Vissers denken dat de jonge schollen zijn weggetrokken uit de scholbox omdat ze daar niet voldoende voedsel meer vinden. Volgens vissers zorgt bodemberoering door de boomkor er namelijk voor dat wormen en andere bodemdieren, het voedsel voor de schol, goed kunnen groeien. Als gevolg daarvan zou de schol dus ook beter kunnen groeien. Vissers denken dus dat de scholstand na 1990 gedaald is vanwege vermindering van de bodemberoering als gevolg van de beperkingen in een scholbox.

Sommige onderzoekers ondersteunen de theorie van de vissers dat schol baat kan hebben bij een zekere mate van bodemberoering. Maar in een evaluatie van de scholbox in 2010 staat dat er meer bewijs is dat een stijgende watertemperatuur de belangrijkste reden is geweest waardoor de jonge schol uit de kustwateren is weggetrokken. En er zijn nog andere verklaringen voor de achteruitgang van de scholstand begin jaren ’90, waaronder een jarenlange afname in de jonge aanwas, een te hoge visserijdruk, en een afname in de groeisnelheid van schol. Het is dus lastig te zeggen waardoor de scholstand na 1990 precies is afgenomen. Het is heel goed mogelijk dat een combinatie van de hierboven genoemde factoren daarvoor heeft gezorgd.

Naast de scholbox bestaan er ook andere boxen in de Noordzee, zoals bijvoorbeeld :

  • De Shetlandbox, waar grote schepen minder mogen vissen om biologisch gevoelige soorten zoals schelvis en kabeljauw te beschermen.
  • De Keverbox, waar visserij op kever beperkt wordt om zo de bijvangst van ondermaatse schelvis, kabeljauw, en wijting te beperken.

De Shetlandbox.

De Shetlandbox.Europese commissie