De organen

De organen zorgen ervoor dat de vis in leven blijft. Tot de organen worden gerekend:

  • De kieuwen.
  • Het hart.
  • De galblaas.
  • De lever.
  • De blindzakken.
  • De darm.
  • De anus.
  • De maag.
  • De zwemblaas.
  • De nieren.
  • De voortplantingsorganen.

De verschillende organen van een vis.

De verschillende organen van een vis.Pearson Benjamin Cummings

De kieuwen

Met de kieuwen neemt de vis zuurstof op en staat hij koolzuur af aan het water. De kieuwen steken uit de kieuwspleten en worden gedragen door de kieuwbogen en beenspangen. Elke kieuwboog draagt een aantal op elkaar gestapelde kieuwblaadjes. Elk kieuwblaadje draagt op zijn beurt een groot aantal secundaire kieuwblaadjes. Aan de binnenkant van de kieuwen bevinden zich de kieuwzeven. Deze zorgen ervoor dat de kieuw niet beschadigd wordt door vuil en voedseldeeltjes.

De kieuwen van een karper.

De kieuwen van een karper.D-Kuru

De vis zuigt zijn bek vol met water. Het water wordt van de mondholte langs de kieuwen naar de kieuwholte geperst. Vanuit de kieuwholte stroomt het door de kieuwspleten, tussen de secundaire kieuwblaadjes door. De kieuwblaadjes staan in contact met kanaaltjes, die gevuld zijn met zuurstofarm bloed. Het bloed neemt zuurstof op en staat koolzuur af. Vervolgens gaan de kieuwdeksels open. Het water ontsnapt, waarna de deksels weer sluiten.

De ademhaling bij vissen.

De ademhaling bij vissen.Bram Koning

Haaien en roggen hebben geen kieuwdeksel maar een aantal afzonderlijke spleten. Ook zijn er vissen die met geopende bek zwemmen. Hierdoor is er een constante waterstroom langs de kieuwen.

De kieuwspleten van een tolhaai.

De kieuwspleten van een tolhaai.Jean-Lou Justine

Het hart

Het hart is de motor van de bloedsomloop. De belangrijkste functie van de bloedsomloop is het transporteren van voedsel, zuurstof, afvalstoffen en andere stoffen. Het vissenhart bestaat uit vier achter elkaar liggende kamers. De eerste twee kamers ontvangen het bloed. De derde kamer pompt het bloed weg en de vierde zorgt ervoor dat het bloed niet terugstroomt. Het hart is een sterke, holle spier. Deze spier trekt ritmisch samen, waardoor het bloed door het lichaam gepompt wordt.

Schematische weergave van het hart, bestaande uit de hartkamer en boezem. Het hart pomp het bloed naar de kieuwen.

Schematische weergave van het hart, bestaande uit de hartkamer en boezem. Het hart pomp het bloed naar de kieuwen. Ahnode

De bloedsomloop van de vis is enkelvoudig. Het bloed stroomt van het hart naar de kieuwen en van daaruit door het lichaam. De bloedvaten vertakken zich in het lichaam tot haarvaten. Haarvaten zijn zeer kleine bloedvaatjes die het bloed bij alle cellen van het lichaam brengen. De haarvaten komen weer samen in grotere bloedvaten. Deze bloedvaten brengen het bloed weer terug naar het hart.

Het bloed is een waterachtige, gele vloeistof met daarin verschillende soorten cellen. Zo zijn er rode bloedlichaampjes die het bloed rood kleuren. Deze cellen zorgen voor het transport van zuurstof. Er zijn witte bloedlichaampjes die het lichaam beschermen tegen ziektekiemen. Naast de bloedlichaampjes zijn er ook bloedplaatjes in het bloed. De bloedplaatjes zorgen ervoor dat het bloed stolt bij verwondingen. Het bloed wordt aangemaakt door de milt.

De galblaas

In de galblaas zitten schadelijke stoffen (gal), die uit het lichaam verwijderd moeten worden. Zo zuivert en vernieuwt de lever het bloed. Het gal wordt tijdelijk in de galblaas opgeslagen. Vanuit de galblaas wordt het in de darm afgegeven. In het darmkanaal helpt de gal bij het verteren van vetten. Met de uitwerpselen verlaat het uiteindelijk het lichaam.

De lever

De lever levert een belangrijk bijdrage aan de spijsvertering. De lever maakt gal. De lever is naast de schoonmaker van het bloed ook een voorraadorgaan. Dit houdt in dat er suikers, vetachtige stoffen en vitamines in worden bewaard. De pancreas of de alvleesklier levert ook een belangrijke bijdrage aan de vertering. De pancreas vormt enzymen. Enzymen zijn noodzakelijk voor de vertering van het voedsel.

De blindzakken

Achter de maag bevinden zich een aantal zakken. Een deel van het voedsel wordt hier opgeslagen en verteerd. Bij het haringkaken blijven deze darmaanhangels in de haring achter. Platvissen hebben er 2 à 3. Zalm en forel hebben er 30 à 40 en makreel heeft er bijna 200.

Twaalfvingerige darm met pylorische blindzakken kabeljauw.

Twaalfvingerige darm met pylorische blindzakken kabeljauw.Tobias de Meyer

De darm

Over het algemeen kauwen vissen hun voedsel niet. De tanden dienen ervoor om de prooi te grijpen en naar binnen te werken. Het keelgat kan door een sluitspier afgesloten worden. Achter het keelgat bevindt zich het darmkanaal. Dit dient voor:

  • Transport van het voedsel; Door spiercontracties beweegt de darmwand het voedsel voort. Het voedsel gaat via de slokdarm naar de maag, en vervolgens naar de darm die eindigt bij de anus.
  • Mechanische bewerking; Het voedsel wordt kleiner gemaakt zodat het verteerd kan worden. De darm maakt knijpende bewegingen. Het slijm uit de darmwand wordt door het voedsel gemengd. Langzaam verandert het voedsel in een papperige brij.
  • Chemische bewerking; Het voedsel wordt afgebroken tot kleine deeltjes.
  • Opname van voedingsstoffen; De kleine deeltjes worden door de darmwand geabsorbeerd. Vervolgens neemt het bloed de deeltjes op.

De slokdarm is kort en eindigt in de maag. De darm tussen de maag en de anus zorgt voor de opname van de voedingsstoffen. Om zo veel mogelijk stoffen uit het voedsel op te nemen moet de oppervlakte van de darm zo groot mogelijk zijn. Deze grote oppervlakte ontstaat door:

  • De talloze plooitjes in de darm.
  • De vorming van grote plooien.
  • De verlenging en de verdunning van de darm.

Doorsnede van de darm van een rifbaars met plooienBhaskara Canan et al.

De lengte van de darmen verschilt per vissoort. De lengte is afhankelijk van het voedsel dat de vis eet. Vissen die zich voeden met plantaardig materiaal hebben een zeer lange darm (bijvoorbeeld harders). Plantaardig voedsel is namelijk moeilijk verteerbaar. Vleesetende vissen hebben een korte darm.

De anus

Door de anus verlaat de feces het lichaam van de vis.

De maag

De maag heeft een gespierde rekbare wand en zorgt voor:

  • Opslag van het voedsel tot het de darm ingaat.
  • Mechanische bewerking van het voedsel.
  • Chemische bewerking van eiwitten.

De zwemblaas

De zwemblaas is een uitgroeisel van de darm. Bij sommige vissoorten verdwijnt deze blaas tijdens het volwassen worden. In de zwemblaas zit een kleine klier. Deze klier scheidt gassen uit het bloed af om de zwemblaas bij te vullen. De vis wordt hierdoor even zwaar als het omringende water. Hierdoor kan hij gemakkelijk op verschillende diepten blijven zweven. Makreelachtigen hebben geen zwemblaas. Deze vissoort heeft een vethoudend orgaan, dat ze helpt om op een bepaalde diepte te verblijven.

De zwemblaas van een vis.

De zwemblaas van een vis.Alter welt

De nieren

De nieren liggen dicht onder de wervelkolom. Het zijn langgerekte bruine organen. De afvoerbuis van de nieren ligt vlak achter de anus. Het bloed wordt door de nieren gezuiverd. Afvalstoffen verlaten de blaas met de urine.

De voortplantingsorganen

Er zijn mannelijke en vrouwelijke vissen. De geslachtsorganen van beide bestaan uit klieren. In deze klieren komen de geslachtsproducten tot ontwikkeling. Vanaf de klieren lopen gangen naar de buitenkant van het lichaam. Door deze gangen kunnen de geslachtsproducten het lichaam verlaten.

De bovenste rij toont de vrouwelijke voortplantingsorganen van de Atlantische zalm (1), kabeljauw (2) en platvis (3). De onderste rij toont de mannelijke voortplantingsorganen van dezelfde vissoorten.

De bovenste rij toont de vrouwelijke voortplantingsorganen van de Atlantische zalm (1), kabeljauw (2) en platvis (3). De onderste rij toont de mannelijke voortplantingsorganen van dezelfde vissoorten. Fish Necropsy Manual

De mannelijke geslachtsklier produceert hom. Bij levende vissen ziet het rijpe hom eruit als een witte melkachtige vloeistof. In dit vocht zitten miljoenen zaadcellen. Bij dode vissen stolt het homvocht.

In de geslachtsklieren van de vrouwelijke vis komen grote hoeveelheden eieren tot ontwikkeling. Deze eieren noemt men kuit. Over het algemeen leggen de meeste vissen 40.000 tot 3.000.000 eieren. De meeste vissen kunnen zoveel eieren haast niet in de buikholte opslaan. De kuit wordt daarom buiten de buikholte vlak bij de staartwortel opgeslagen. Bij haaien en roggen zijn de eieren zo groot als een dooier van een kippenei. Bij haring en kabeljauw zijn ze zo groot als een speldenknop.

De eieren van een chinookzalm.

De eieren van een chinookzalm.Young Chuck

De bevruchting

In zeeën met een gematigd klimaat zoals de Noordzee, heeft de vis de gewoonte om op vaste tijden en op bepaalde plaatsen te paaien. Deze paaigebieden zijn bekend. Sommige vissoorten trekken over grote afstanden naar hun paaigebied. Dit zijn vooral de pelagische vissen, zoals haring. Eieren kunnen zweven in het water en behoren tot het dierlijke plankton. Sommige vissoorten leggen hun eieren op de bodem. De haring is hier een voorbeeld van.

1e fase bevruchting.ProSea

2e fase bevruchting.ProSea

3e fase bevruchting.ProSea

4e fase bevruchting.ProSea

5e fase bevruchting.ProSea

Afhankelijk van de temperatuur van het water komen de eieren na één tot drie weken uit. Bij vissen komen drie manieren van bevruchting voor, namelijk:

  1. Uitwendige bevruchting en uitwendige ontwikkeling van de eieren. Hierbij zetten vrouwelijke vissen op paaiplaatsen eieren af. In de nabijheid van de paaiplaats storten de mannelijke vissen een hoeveelheid homvocht uit. De eieren kunnen zo bevrucht raken. Bevruchte eieren ontwikkelen zich vervolgens tot larven.
  2. Inwendige bevruchting en uitwendige ontwikkeling van de eieren. Inwendige bevruchting komt slechts bij een enkele vissoort voor zoals bij haaien en roggen. De bevruchting vindt plaats in het lichaam van de vrouwelijke vis tijdens het paren. In de vrouwelijke vis ontwikkelen de bevruchte eieren zich. Gedurende de tijd dat de eieren in het vissenlichaam zitten, zijn ze goed beschermd. Na verloop van tijd worden de eieren gelegd. De eitjes ontwikkelen zich tot larven. Het aantal eieren dat op deze manier gelegd wordt is klein, maar de kans op bevruchting groter.
  3. Inwendige bevruchting en inwendige ontwikkeling van de eieren. Bij enkele vissoorten worden de eieren niet gelegd. Ze komen volledig tot ontwikkeling in het lichaam. De jonge vissen worden levend geboren. Deze wijze van voortplanting komt voor bij enkele haaisoorten.

1