WinSizeData
ArtikelWindplannen voor Nederlandse deel Noordzee
Dossiers

Windplannen voor Nederlandse deel Noordzee

Opwekking van duurzame energie is voor het kabinet een “activiteit van nationaal belang”. Daarom wordt er ruimte op zee gereserveerd voor deze activiteit. Het kabinet kiest voor een beperkt aantal grote windparken. Het kabinet wijst de locaties aan, het is aan de markt om de windparken daadwerkelijk te bouwen en onderhouden. In september 2014 heeft het kabinet drie gebieden gekozen waar de komende jaren windparken op zee worden ontwikkeld: voor de kust van Zeeland, Noord-Holland en Zuid-Holland.

Kaart met bestaande windparken (in rood), windenergiegebieden van de routekaart 2023 (in blauw) en windenergiegebieden van de routekaart 2030 (in groen).Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

De besluiten hierover zijn vastgelegd in de ‘Routekaart windenergie op zee’. Met de routekaart zet het kabinet uiteen hoe offshore windenergie in vijf windgebieden gerealiseerd gaat worden. Daarmee groeit het vermogen van windenergie op zee van 1 GigaWatt (GW) naar 4,5 GW in 2023. Op grond van het regeerakkoord moet daar tussen 2024 en 2030 voor nog eens 7 GW aan windparken op zee bij komen, van 4,5 dus naar 11,5 GW. Momenteel is het kabinet bezig met het opstellen van een ‘Vervolgroutekaart‘ tot 2030, waarvan de plannen reeds bekend zijn gemaakt.

Huidige situatie

Buiten de aangewezen windenergiegebieden kunnen geen windparken gebouwd worden. Binnen de aangewezen gebieden wordt alleen toestemming gegeven voor de bouw van windparken binnen de kaders van de Wet windenergie op zee. Bij de besluitvorming dient schade aan de vrije horizon, recreatie en visserij dan zo veel mogelijk beperkt te worden.

Op het moment zijn er 5 bestaande windparken op zee: drie voor de kust van Noord Holland en twee boven Schiermonnikoog (Gemini). Hieronder kun je een korte film vinden over de aanleg van het Gemini windpark.

De windenergiegebieden liggen buiten de 12-mijlszone, want sommige mensen vinden dat de windmolens horizonvervuiling veroorzaken en vrezen dat de toeristensector er last van gaat krijgen. Dat kan in de toekomst veranderen. Over het algemeen geldt dat “permanent zichtbare werken”, zoals windmolens, wel kunnen worden toegestaan in de 12-mijlszone indien:

  1. Er geen redelijke alternatieve locaties zijn;
  2. Er geen betekenisvolle effecten optreden op de bescherming van de kust;
  3. De gerelateerde activiteiten van nationaal belang zijn. Schade aan de vrije horizon, recreatie en visserij dient dan zo veel mogelijk beperkt te worden.

Plannen komende jaren

De ontwikkeling van nieuwe windparken is in volle gang. De planning daarvoor is al volgt:

  • 2015: Twee kavels in het windgebied Borssele zijn toegekend aan DONG Energy. Zij krijgen subsidie en de vergunning om de windparken te bouwen. Op deze twee kavels wordt circa 700 MW windenergie gerealiseerd.
  • 2016: Twee andere kavels in het windgebied Borssele zijn toegekend aan Blauwwind II c.v. (een consortium van Shell, Van Oord, Eneco en Mitsubishi/DGE). Zij krijgen subsidie en vergunning om de windparken te bouwen. Op deze twee kavels wordt in totaal ca. 680 MW windenergie gerealiseerd. De aanbesteding van twee kavels in windgebied Hollandse Kust gaat open op 15 december en sluit op 21 december om 17.00 uur 2017.
  • 2018: De tender voor het “innovatiekavel” in windgebied Borssele wordt naar verwachting op 2 januari 2018 geopend en sluit op 18 januari 2018. De tenderprocedure voor het windgebied Hollandse kust zuid 700 MW, kavels III en IV wordt verder uitgewerkt.
  • 2019: De tenderprocedure voor windgebied Hollandse kust noord 700 MW kavel V wordt verder uitgewerkt.

Het Rijk regelt alle voorwaarden om deze windparken aan te kunnen leggen: waar ze precies komen te staan, de vergunningen en de aansluiting op het elektriciteitsnet. Ook stelt het Rijk via subsidies geld beschikbaar aan bedrijven voor de aanleg van de parken. Het bedrijf dat het windpark het beste en het goedkoopste kan bouwen krijgt tegelijkertijd de subsidie én de vergunning om het windpark te mogen bouwen.

De verwachting is dat er in de zeer nabije toekomst windparken aangelegd kunnen worden zonder subsidie.Ministerie van Economische Zaken

De details, zoals hoeveel molens per park met en het generatorvermogen, zijn op dit moment nog niet bekend. Men gaat er van uit dat de toekomstige windturbines een hoger generatorvermogen zullen hebben, bijvoorbeeld gemiddeld 10 MW. Dit is twee tot meer dan drie keer zo veel dan wat er nu wordt gebouwd (3 tot 5 MW). Op de tekentafel liggen er zelfs turbines met een vermogen van 20 MW.

Mogelijke plannen verdere toekomst

De groei van het aantal windmolens op zee tot 3500 MW is geregeld in het Energieakkoord en de Routekaart Wind op Zee. Voor velen is de vraag: blijft het daar dan bij?

In december 2016 besloot het kabinet de Vervolgroutekaart Wind op Zee op te stellen. Daarin worden de plannen gemaakt om 7000 MW extra windparken te bouwen, in de periode 2024-2030. Ook het kabinet Rutte III stelt in het Regeerakkoord dat er meer kavels voor wind op zee moeten komen. Oftewel, het is nog niet 100% zeker maar er zullen vast meer gebieden op zee worden aangewezen voor windmolens.

Hoe dat er precies uit komt te zien is nog niet duidelijk. Worden de windmolens groter? Worden de windparken ook groter? Waar worden ze geplaatst en wordt medegebruik mogelijk? Waar komen ze precies te liggen en wordt rekening gehouden met de visgronden? Op al deze vragen is nu nog geen antwoord te geven, maar veel partijen zijn hier al wel druk over aan het nadenken zoals ook duidelijk blijkt uit onderstaand filmpje.

Tot nu toe zijn een aantal bijeenkomsten gepland waar diverse stakeholders hun mening konden geven over de toekomstige windparken. Het belang van de visserij is daarin regelmatig benoemd. Het is echter aan het nieuwe kabinet om een definitief besluit te nemen. Volgens de huidige planning bespreekt de ministerraad de vervolgroutekaart in mei 2018.