WinSizeData
ArtikelZeegebieden beschermen is moeilijk

Zeegebieden beschermen is moeilijk

Een zee is een erg ingewikkeld (eco)systeem. Er zijn heel veel verschillende factoren die planten en dieren in een beschermd gebied kunnen beïnvloeden. Daardoor is het ook erg moeilijk om (precies) te voorspellen wat er met en in die zee gaat gebeuren als je bepaalde maatregelen neemt, bijvoorbeeld het sluiten van een gebied voor visserij. Het precies voorspellen hoe een beschermingsmaatregel/beschermd gebied zich gaat gedragen/ontwikkelen is dus super moeilijk. Hierdoor krijgen de discussies over beschermde gebieden wel eens het karakter van een discussie tussen wel of niet ‘geloven’ dat een beschermingsmaatregel een succes gaat worden.

Duidelijk is wel dat hoe beter je de zee begrijpt, hoe beter de voorspellingen kunnen zijn. We begrijpen de zee vaak wel goed genoeg om een verwachting te hebben van wat er gaat gebeuren. Factoren die van invloed zijn op een beschermd gebied zijn onder andere:

  • Het type leefomgeving (habitattype);
  • De aanwezigheid van andere beschermde gebieden;
  • De waterdiepte;
  • De beginsituatie;
  • De grootte;
  • Controle en handhaving.

Golven kunnen op natuurlijke wijze schade aanbrengen aan riffen en zeebodems verstoren. Pixabay

Hieronder zullen we iets uitgebreider op deze punten ingaan.

Leefomgeving

Het type leefomgeving is van grote invloed op de soorten die er in voorkomen. Op het land kom je bijvoorbeeld andere soorten tegen in een bos dan in een weiland of in een stad. Dit is voor een zee niet veel anders. Zo zal je op zandbodems weer andere soorten vinden dan in steenachtige gebieden of op schelpenbanken. Verschillende soorten leefgebieden zullen dus ook anders reageren op beschermingsmaatregelen.

Op deze afbeelding kun je duidelijk zien dat er op het wrak (hard substraat) andere soorten voorkomen dan op de zandgrond. Het wrak biedt een andere leefomgeving (habitat) dan de zandgrond.Stichting de Noordzee

Aanwezigheid andere beschermde gebieden

Veel zeevissen- en vogels hebben de vervelende eigenschap dat ze zich verplaatsen en niet altijd op dezelfde plek blijven zitten. Zo kunnen vissen bijvoorbeeld hun eieren leggen in gebied 1, de jongen opgroeien in gebied 2 (veel voedsel) en zich voortplanten in gebied 3, zoals onderstaande afbeelding laat zien. Daarom kan het belangrijk zijn om een netwerk van beschermde gebieden te hebben als je probeert om soorten te beschermen die zich over grotere afstanden verplaatsen. Als je deze soorten alleen beschermd tijdens één levensfase, dan is de kans kleiner dat een gesloten gebied het gewenste effect zal hebben.

Vissen kunnen zich tijdens hun leven verplaatsen tussen verschillende gebieden. Als je een gebied wilt beschermen met het doel om een bepaald visbestand te laten herstellen, dan is het belangrijk om hier rekening mee te houden. Als je alleen een gebied sluit waar ze zich voortplanten, dan is de kans klein dat het sluiten van enkel dat gebied zal leiden tot herstel van het bestand. Voor een effectief herstel zal je dan ook die andere twee belangrijke gebieden moeten beschermen. Conservation Strategy Fund

Waterdiepte

Het Nederlandse deel van de Noordzee is vrij ondiep. Hierdoor is het effect van waterbeweging, veroorzaakt door wind en zeegang, op alles onder het wateroppervlak veel groter. Vissers roepen dan ook regelmatig dat een heftige storm leidt tot een grotere verstoring van de zeebodem dan hun vistuigen. Al met al zal de waterdiepte dus een belangrijke invloed hebben in het Nederlandse deel van de Noordzee.

Zoals duidelijk te zien is wordt het zuidelijke deel van de Noordzee gekenmerkt door vrij ondiep water. ArcGIS

Beginsituatie

Sommige zaken in de natuur kunnen in de loop der jaren geleidelijk veranderen door menselijke activiteiten zonder dat wij mensen ons daar altijd bewust van zijn. Wat voor de huidige generatie een goede vangst is, was voor vorige generaties misschien wel een matige of een extreem goede vangst. Hoe de Noordzee er momenteel uitziet voor ons is normaal, maar misschien zag de Noordzee er een paar generaties geleden wel volledig anders uit. Dit noemt men ook wel de verschuiving in referentiewaarden wat in onderstaande video uitgebreider uitgelegd wordt.

Sommige mensen nemen de Noordzee van pak en beet 100 jaar geleden als referentiepunt en zien dus dat er veel veranderd is. Bepaalde soorten en leefgebieden zijn verdwenen of in aantal afgenomen als je kijkt naar de huidige situatie. Andere mensen kijken minder ver terug in de tijd en zien bijvoorbeeld dat de commerciële visbestanden er nu veel beter voor staan dan pak en beet 20 jaar geleden. Er is dus een verschil in het referentiepunt wat mensen gebruiken. In onderstaande video verteld marien ecoloog Han Lindeboom over de Noordzee van vroeger.

Hierdoor is het heel belangrijk om met elkaar in gesprek te gaan en duidelijkheid te krijgen over verwachtingen en doelen van een beschermd gebied. Daarbij kun je uitgaan van behoud van de huidige situatie of van herstel van een eerdere situatie van een gebied. Het is dus belangrijk om een onderscheid te maken tussen enerzijds een behouddoelstelling of anderzijds een hersteldoelstelling.

Zodra je de huidige situatie goed in kaart brengt door onderzoek, dan kun je naar verloop goed meten en observeren wat er verandert en of de verwachte doelstellingen behaald zijn (of juist niet). Bij gebrek aan een goed onderzoek naar de situatie van vóór het beschermen en erna, kunnen er jarenlange discussies ontstaan over het wel of niet werken van beschermde gebieden en blijft men gissen naar de oorzaken van het wel of niet werken ervan. Een goed voorbeeld hiervan is de scholbox, welke in een ander artikel uitgebreid besproken wordt.

Grootte van een beschermd gebied

Ook de grootte van een gebied is een belangrijke factor. Als je bijvoorbeeld een gebied sluit om een bepaalde soort te beschermen die grotere afstanden aflegt (bijvoorbeeld de doornhaai), dan zal een groter beschermd gebied meer effect hebben dan een klein gebied. Maar als je een soort wilt beschermen die geen grote afstanden aflegt (bijvoorbeeld de dodemansduim), dan kan een klein gebied net zo effectief zijn als een groot gebied.

De doornhaai legt grote afstanden af in de Noordzee. Zo werden individuen die voor de Noorse kust zijn gemerkt terug gevangen in de Golf van Biskaje. Gemerkte doornhaaien ten zuidwesten van Ierland werden terug gevangen in de Noordzee. Wikimedia Commons
De dodemansduim zal zich niet meer verplaatsen zodra het zich heeft kunnen vestigen op een harde ondergrond. Doordat deze soort zich alleen op specifieke plekken kan vestigen in de Noordzee, is het makkelijker om bepaalde gebieden voor deze soort te beschermen.Bengt Oberger

Controle en handhaving

Zodra er overeenstemming is over een beschermd gebied, dan is het belangrijk dat iedereen zich aan de regels houdt. Hiervoor is dus controle en handhaving vereist. Mocht je een gebied bijvoorbeeld beschermen tegen de visserij, dan is het belangrijk dat vissers zich hier aan houden. Mocht je namelijk toch besluiten om te vissen in een voor visserij gesloten gebied, dan kan dat grote gevolgen hebben voor het succes van een beschermd gebied. Als je bijvoorbeeld een oesterbed zou hebben en je gaat daar overheen met een boomkor, dan zal er schade ontstaan en duurt het weer lange tijd voordat het oesterbed in zijn oorspronkelijke staat is hersteld.